|

    
  



  

(1875 - 1947)
De man,
zijn leven en zijn werk.

Bron: Garden Stone.

(Edward Alexander Crowley
"Aleister Crowley")
Om het aan het begin direct maar even duidelijk te stellen, deze
informatie leert niet hoe je een magiër wordt, er worden geen
verhandelingen over theorie en praktijk der magie gegeven.
Dat was ook niet de bedoeling. Er circuleren veel uitspraken,
meningen en beweringen rondom de persoon Aleister Crowley.
Helaas berusten die doorgaans niet op juiste informatie.
De bedoeling van dit artikel is slechts om wat licht te werpen
op de mens Crowley en zijn doen en laten.
Bij zoiets moet voor een beter begrip zeer zeker de tijd, de
politieke en culturele constellatie meegenomen worden, waarin AC
leefde.
Dit artikel is mede bedoeld als aansporing tot het ontplooien
van enig eigen initiatief om meer informatie te zoeken;
-
over de geschiedenis en de ontwikkeling van het
occultisme in Europa, daarvoor is aan het einde een
kleine literatuur aanbeveling opgenomen,
- of over de magie van Crowley; daarvoor moet men toch
minstens de desbetreffende basiswerken grondig lezen.
Omdat er
heel veel over Crowley valt te vertellen, is hier een beperkte
selectie gemaakt, die de persoonlijke keuze van de auteur is.
In 1875 stichtte de Russin Helena Petrovna Blavatsky (HPB) in
New York het "Theosofische Genootschap". Theosofie betekent
"leer van het goddelijke / van God", en daarom ging het HPB ook;
ze wilde voor de mensheid de toegang naar dat "goddelijke"
mogelijk maken.
De tijd daarvoor was rijp: sinds enige tientallen jaren had het
spiritisme zich over Europa en de USA verbreid en daardoor was
de interesse aan occulte dingen weer ontwaakt.
En ook de Franse magiër en kabbalist Eliphas Levi had tevoren,
als één der initiatiefnemers tot de opleving van de magie, tot
deze interesse bijgedragen.
In datzelfde jaar van de oprichting van het TG, 1875 dus,
overlijdt Levi.

(Eliphas Levi 1810 - 1875 ~
"Link")
Het jaar
1875 bracht nog meer:
De Engelse magiër Edward Alexander Crowley, die later bekend
werd als Aleister Crowley, werd geboren; de Amerikaan Randolph,
pionier in de westerse seksuele magie, laat van zich spreken,
doordat hij bewust op spectaculaire wijze zich het leven neemt;
Rudolf Glauer wordt geboren, de man die later als Freiherr von
Sebottendorf het "Thule Genootschap" leidt en als wegbereider
voor de NSDAP (het nazisme) bekend wordt.
Kort daarna wordt in Engeland de "SRIA" opgericht, de Societas
Rosicruciana In Anglia, geïnspireerd door meerdere soortgelijke
orden, die kort tevoren in Frankrijk ontstonden, dit vooral
onder invloed van de publicaties van Eliphas Levi.
Maar met de oprichting van het TG begint het wereldwijd pas
goed; een reusachtige esoterische golf overspoelt de hele
westelijke wereld. Veel begrippen uit de esoterie en de magie,
die vandaag heel normaal zijn, werden door het TG aan het grote
publiek gegeven; fragmenten van culturen en religies uit het
verre oosten doen hun intrede in het westelijke occultisme,
invloeden die nog steeds bestaan:
Door HPB zijn begrippen als bvb. yoga, tantra, karma en
reïncarnatie in Europa gemeengoed geworden.
Juist die ontwikkeling was veel occultisten een doorn in het
oog; de "verlichte kennis" zou voorbehouden moeten worden aan
diegenen, die daarmee ook goed konden omgaan; ze stelden, dat
magische praktijken in handen van leken en onverantwoordelijke
mensen grote schade kan aanrichten.
Daarom ging aan het einde van de 19e eeuw de elitaire leus door
de wereld: "Occulte kennis moet geheime kennis zijn".
En daarmee werd het startschot gegeven voor een echte wildgroei
aan geheime orden, geheime bonden, inwijdingstempels, gesloten
broederschappen, en dergelijke.
Uit het TG ontstonden veel nieuwe richtingen der magie, mystiek
en filosofie, zoals bvb. de Antroposofie van Rudolf Steiner, die
nog steeds in de zgn. "vrije scholen" terug te vinden is.
Na de dood
van Blavatsky waren er heel veel geïnteresseerden die de
achtergebleven 'esoterische koek' wilden verdelen. Daarom wilden
de nieuwe, elitaire occultisten er juist niets mee te maken
hebben, omdat, zoals zojuist opgemerkt werd, ze niet wilden dat
de 'verlichte kennis' aan iedereen ter beschikking gesteld werd.
Naar het oude en werkzame principe stichtten ze iets "nieuws".
En inderdaad, hun geheime occulte kennis bleef geheim, niet
echter hun verbale oorlogen, die tussen de verschillende
stromingen ontbrandden. En wanneer binnen een orde de meningen
uit elkaar gingen, kwam het tot scheuringen, die tot het
stichten van weer nieuwe orden leidden.
De Rozenkruizers en de vrijmetselaars kregen in die tijd veel
nieuwe leden. Voor veel mensen was het niet voldoende, om
slechts lid van één groepering te zijn, vaak waren dezelfde
personen dan ook in meerdere organisaties aan te treffen, ja,
het was zelfs vaak een goede aanbeveling voor de opname in een
orde, wanneer men bvb. al meerde graden van de vrijmetselaars
bezat.
Onder andere vanuit hun kritiek op de vrijgave van esoterische
kennis, en onder invloed van de intrede van vrouwen in occulte
kringen, werd in 1889 in Engeland het later zo bekend geworden "hermetic
Order of the Golden Dawn" opgericht. Men kan echter gerust
stellen, dat ook deze orde uit het Theosofische Genootschap
voortgekomen is.
Veel
van de geheime genootschappen uit die tijd hielden hun kennis zo
geheim, dat er niets van overbleef dan de naam, en zelfs veel
namen van zulke orden zijn verdwenen. Met de "Golden Dawn" ging
het anders. Ondanks de eed tot geheimhouding publiceerde een van
de ( niet eens zo hoog in rang staande) leden, Israël Regardie,
in 1937 het bijna totaal aan geheime kennis van de orde. Hij had
daarbij geheime hulp van een, lang onbekend gebleven en hoog in
rang staand, medelid. Deze publicatie is ook vandaag nog een van
meest vooraanstaande grondleggende werken der magie in de 20ste
eeuw.
Heel veel kennis uit de meest uiteenlopende richtingen der
esoterie en occultisme werd door de leden van de Golden Dawn
verzameld, en, en dat is eigenlijk het belangrijkste,
ondergebracht in een sluitend en samenhangend magisch - occult
systeem. Daarmee was een tot dan uniek leerplan voor esoterische
kennis geschapen. Zo zijn b.v. kennis van astrologie, van tarot,
van kabbala, van alchemie, van vrijmetselarij, van rozenkruizers
en van christelijke magie in dat magische systeem van de Golden
Dawn terug te vinden.
Met de oprichting van de GD was de tijd van hoofdzakelijk
theoretiseren en incidentele rituelen voorbij; theoretische
kennis bleef nog steeds uitermate belangrijk, maar de nadruk
kwam op praktische rituelen te liggen. En juist deze magische
riten trokken nieuwe leden aan, zoals een magneet het ijzer,
o.a. ook beroemdheden zoals de dichter en nobelprijsdrager
William Butler Yeats en de auteur Arthur Edward Waite, aan wie
we het Rider-Waite tarot te danken hebben.
In die tijd van levendige oprichtingen en sluitingen van ordes,
tempels of broederschappen van uiteenlopende aard, stichtte de
oostenrijker Karl Kellner in 1895 de orde der oostelijke
tempelieren, de "Ordo Templis Orientis", afgekort tot O.T.O. ,
en ook zij werkten, zoals zoveel andere orden, hoofdzakelijk in
het geheim. Deze O.T.O. onderscheidde zich van de vele andere
orden, doordat men zich, niet alleen, maar ook theoretisch en
praktisch met seksuele magie bezighield. Seksueel-magische
praktijken waren niet nieuw, men kende ze bvb. al uit leringen
uit het verre oosten en uit het oude Griekenland en Rome. Maar
in Europa, waar de onderdrukking van alles wat met seksualiteit
te doen had, tot de gangbare cultuur behoorde, was dit aspect
van de O.T.O. iets nieuws en gewaagds.
Bij de seksuele magie gaat het om het magisch gebruiken van de
krachten van het libido die bij seksuele opwinding vrijkomen.
Dit als alternatief voor de magische energie, die opgewekt wordt
door bvb.: - m.b.v. extasetechnieken, waarbij drugs gebruikt
worden , door extreme lichamelijke uitputting of langdurig
vasten.
De energie, die op het hoogtepunt van de seksuele activiteit
vrijkomt, wordt in een tevoren gevisualiseerd doel geladen,
zodat dit doel zich verwerkelijken kan.
Hiervoor
wendde de O.T.O. niet alleen maar technieken uit het verre
oosten aan, bvb. die uit de tantra, maar ook gebruikte ook
westelijke bronnen, zoals het boek Magia Sexualis van de
Amerikaan Pascal Randolph.
Ook deze orde was hoogstwaarschijnlijk in de vergetelheid
geraakt, wanneer deze niet op een later tijdstip door Aleister
Crowley overgenomen werd.
En daarmee zijn we weer bij Aleister Crowley aangekomen, en nu
is dan het moment gekomen, om iets over de mens Crowley te
zeggen.
Op 12 oktober 1875 werd Edward Alexander (later dus Aleister)
Crowley geboren in Leamington, Warwickshire, Engeland. AC's
vader was, behalve een succesvolle bierbrouwer, ook
geheelonthouder, en trok als lekenprediker door het land.
Volgens uitlatingen van AC was zijn moeder één van de scheinheiligste en blind gelovigste mensen die hij ooit
ontmoette. AC's latere antichristelijke uitingen zullen
waarschijnlijk wel in verband staan met deze jeugdervaringen en
de christelijke bekrompenheid thuis, wat echter niet als excuus
opgevat dient te worden voor latere aspecten van zijn gedrag.
AC was wel net zo'n akelig ventje zoals zo veel andere kleine
jongetjes dat kunnen zijn; zo zou hij bvb. een poes tot de dood
toe gekweld hebben, alleen maar om te ontdekken, of het dier ook
werkelijk negen levens had. Een zelfgemaakt vuurwerk had hem ook
bijna zijn nog jonge leven gekost. Zijn moeder moet hem eens in
een woedeaanval uitgescholden hebben als het "Grote Beest". (Dit
stamt uit de bijbel, uit de Johannes Apokalypse, waar ook het
getal voor dit 'dier', 666, vandaan komt). Misschien is dat de
verklaring voor zijn latere geestdrift, wanneer hij zichzelf ook
werkelijk zo begint te noemen; hij gebruikt daarvoor de Oud
Griekse vorm: "To Mega Therion".
In
1892 komt AC op een school, waar homoseksualiteit geen
uitzondering was; het bleek, dat zijn kamergenoot zichzelf aan
andere jongens tegen geld voor seksuele genoegens verkocht. AC
liet zich daarom naar een andere school overplaatsen, waar hij
na korte tijd een
gonorroe (druiper) opliep. Tevoren al was hij
op 16 jarige leeftijd door het dienstmeisje thuis in de seksuele
genoegens ingewijd.
In 1896 kreeg hij in een hotel in Stockholm een extatische
ervaring, een spontane ervaring van inzicht in de vele
wonderbare mogelijkheden des levens. Die ervaring bracht hem
ertoe, naar wegen te zoeken om die mogelijkheden te
verwerkelijken. Dat leidde er toe, dat hij twee jaar later, na
een ontmoeting met George Cecil Jones, het pad van de magische
verlichting betreedt, en dit zal hem zijn verdere leven
bezighouden. Deze G.C. Jones was een lid van de hermetische orde
der Golden Dawn.
Na zijn schooltijd begint AC, eerst aan het Trinity college,
daarna aan de universiteit van Cambridge, gedichten en korte
teksten proza te schrijven.
Wanneer zijn vader overlijdt, komt AC al vroeg in zijn leven aan
veel geld. en hij laat dat ook rijkelijk stromen.
In 1898 ook werd Crowley lid van de Golden Dawn, en, deels omdat
hij een gunsteling van de voorzitter, MacGregor-Mathers en van
een der belangrijkste leden, Allan Bennett was, steeg hij snel
op de hiërarchische ladder van de orde. Omdat andere leden juist
helemaal niet weg waren van Crowley, dreigde een scheuring.
Nadat AC in 1900 de vereiste studies van de GD voltooid had,
weigerden de leiders van de Londense loge van de O.T.O. hem de
daarbij behorende graad toe te kennen, en daarom voltrok het
hoofd van de Orde, MacGregor Mathers in eigen persoon korte tijd
later in Parijs die ceremonie, en AC kreeg de graad van Adeptus
Minor. Dat leidde tot een grote ruzie; verschillende leden
verlieten de orde, en er werden zelfs astrale aanvallen op
Crowley en op Mathers uitgevoerd. Het geheel escaleerde zelfs
zodanig, dat tenslotte de politie moest ingrijpen.
AC bleef weliswaar in de Golden Dawn, had echter genoeg van alle
ruzies, en begon in de wereld rond te reizen. In deze jaren
bezoekt hij Mexico, Egypte, India en Ceylon. In Egypte, dat hij
met zijn eerste vrouw, Rose Kelly bezoekt, vindt de wel
belangrijkste gebeurtenis in zijn leven plaats; in maart 1904
zoekt de opgestegene entiteit Aiwass contact met hem, AC ziet
Aiwass later als zijn beschermengel, en in een drie dagen
durende zitting dicteert Aiwass hem een lange tekst. Deze tekst
was "The Book of the Law", (het boek der wet), vaak wordt de
Latijnse naam "Liber Al Vel Legis" ervoor gebruikt. Dit boek is
een profetie; de tijd van Horus wordt geprofeteerd, het
gekroonde en alles veroverende kind, en daarmee zal voor de
mensheid een nieuw tijdperk beginnen. Basisprincipes van deze
leer zijn:
-
Do What Thou Wilt Shall Be The Whole Of The Law. (Doe
wat je wilt, zal de hele wet zijn).
Deze zinsnede wordt vaak verkeerd opgevat als een
legitimering voor excessief en antisociaal gedrag. De
werkelijke betekenis is echter, dat men de eigen "Ware
Wil" moet ontdekken.
De twee
andere hoofdprincipes zijn:
-
Love Is The Law, Love Under Will. (Liefde is de wet,
liefde onder de Wil), en
- Every Man And Every Woman Is A Star. (Elke man en elke
vrouw is een ster).
Zoals dat
bij zovele religies, en het gaat hier om een religie, waarbij op
exclusiviteit aanspraak wordt gemaakt, gold het hier ook, dat
andere religies fout zijn, en hun aanhangers uitgeroeid moeten
worden. Hoewel het "Boek der Wet" op veel plaatsen cryptisch is,
wordt juist over dit aspect klare wijn geschonken.
In 1909 laat hij zich van zijn vrouw scheiden, omdat die
inmiddels verslaafd geraakt is aan alcohol. Enige jaren later
huwt hij zijn "scarlet woman"
Lea Hirsig. Als
zijn dochter uit dit huwelijk ook sterft, is AC enige tijd
volkomen van de kaart. Het is waarschijnlijk, dat dit voor hem
mede een reden was, om zich in deze moeilijke tijd te bevrijden
van een drugsverslaving. Dit lukt hem ook.
Op een reis door China met vrouw en kind probeert hij, als
inmiddels ervaren bergbeklimmer, tevergeefs de reusachtige berg
Kangchenjunga te bedwingen, en bezoekt dan zonder zijn gezin
Canada en de USA. Terug in Engeland verneemt hij, dat zijn
dochter in
Rangoon aan tyfus overleden is.
In 1906 / 1907 sticht AC een eigen magische orde, de A.A.,
hetgeen staat voor Argentum Astrum (Zilveren Ster). Vaak wordt
dit ook geschreven als Astron Argon, Aster Argos - eenvoudig
"Zilveren Ster" in het Latijn en Grieks.
Door middel van deze orde probeert Crowley zijn ideaal van een
individualistische levenswijze voor ingewijden te realiseren.
Veel
van de later gestichte ordes en tempels van magische scholen
gebruiken het door Crowley voor de A.A. ontwikkelde
gradensysteem en zijn magisch curriculum. In zijn boek "Magie in
theorie en praktijk" presenteert Crowley in heldere taal de
leerinhouden van de A.A.
Na enige tijd begint hij het officiële orgaan van de A.A. uit te
geven, het omvangrijke halfjaarlijkse tijdschrift "The Equinox".
Het tijdschrift dankt zijn naam aan z'n verschijningsdatum, de
voor- en najaarsevening. Het grootste deel van de artikelen in
deze tijdschriften werd door Crowley zelf geschreven.
Teruggrijpend, na zijn scheiding in 1909 van Rose Kelly voelt AC
zich tot aan zijn tweede huwelijk, vrij voor de wereld der
vrouwen en drugs, en in die tijd schrijft hij weer veel poëzie
en wordt weer heel actief in de magie.
In 1912 kwam Crowley in contact met der leider van de Ordo
Templis Orientis, (O.T.O.). Het begint ermee, dat hij ervan
wordt beschuldigd geheimen van deze orde over de seksuele magie
in een van z'n boeken gepubliceerd te hebben, maar nadat dit
misverstand uit de weg was geruimd, wordt hij korte tijd later
het hoofd van de Engelse afdeling van de O.T.O.
Tijdens de eerste wereldoorlog bevond AC zich in de USA, en
schreef daar enige publicaties, die in zijn vaderland, Engeland,
als pro-Duits opgevat werden, en dat veroorzaakte, dat de
slechte reputatie, die hij toch al had in de pers, nog slechter
werd.
In 1920 sticht Crowley in Sicilië zijn later zo bekend geworden
abdij van Thelema. (Thelema is Grieks en betekent "Wil"). Hier
wilde hij met zijn volgelingen leven volgens de wetten van Liber
Al, in liefde en vrijheid. Maar na drie jaar al, wanneer in
Italië het Mussolini regime aan de macht komt, en de abdij door
de overheid wordt verboden, moet dit experiment beëindigd
worden, en Crowley wordt het land uitgewezen.
In de Engelse pers was de abdij regelmatig gespreksthema, en er
werd geschreven, dat er erge zwartmagische rituelen plaats
zouden vinden.
Werkelijk deskundige informatie kreeg de publiciteit niet, en
heel waarschijnlijk juist daarom werden de verhalen in de pers
steeds erger.
Behalve die tegenstanders had AC ook aanhangers, die zich later
Thelemieten noemden, en ook nu nog bestaan die groeperingen
overal in Europa, de USA, Canada en Australië. De huidige
Thelemieten benadrukken, dat ze geen Crowleyanen genoemd willen
worden; die zijn er ook, en die menen, dat Crowley's
aanwijzingen stipt gevolgd dienen te worden, terwijl de
Thelemieten Crowley's leringen uitbouwden, ze verder
ontwikkelden.
Sinds 1922 was Crowley ook het algemeen hoofd van de hele
internationale O.T.O. geworden, en hij had het er lange tijd
druk mee steeds dieper in de geheimen van de magie door te
dringen en daarbij ook praktische ervaringen te verzamelen.
Op grond van deze theoretische en praktische studies schreef
Crowley veel boeken. Over astrologie, tarot, I Ching, kabbala,
numerologie, sufisme, seksuele magie en andere thema's
publiceerde hij fundamentele inzichten. Vandaag wordt als zijn
belangrijkste werk het uit vier delen bestaande "Boek Vier:
Magick" beschouwd, dat bestaat uit: deel 1; "Mystiek", deel 2;
"Magie", deel 3; "Magie in theorie en praktijk" en deel 4; "Liber
Al Vel Legis".
Deel 1 leidt de lezer door de verschillende stadia der
meditatie, die de basis vormen voor Crowley's opvattingen over
magie. Crowley steunt daarbij op de weg van de achtvoudige yoga.
Daarmee behoort hij tot een van de eerste Europeanen, die een
integratie van de oostelijke yoga met de westelijke magie op
praktisch niveau biedt.
In deel 2 voert Crowley zijn lezers door het geheel van de
symbolen van de ceremoniële magie; tempel, kring, altaar, staf,
kelk, zwaard en nog veel meer attributen van de ceremoniële
magie worden m.b.t. vervaardiging, doel en betekenis uitvoerig
verklaard.
In deel 3 verklaart Crowley zijn opvatting van magie, en geeft,
behalve theorie, ook veel praktische aanwijzingen. Hij geeft bvb.
duidelijke uitleg over de principes van het ritueel, over
formules voor elementaire wapens, over tetragrammaton, Albim,
IOA, Abrahadabra, over het belang van het zwijgen, van bepaalde
gebaren, van de eed, en over nog veel meer aspecten van de magie.
De
mens Crowley genoot enerzijds de publiciteit, en had zijn gedrag
daar ook duidelijk bij aangepast, om ook steeds opnieuw in de
kranten te kunnen komen, hij had de reputatie duivels te zijn,
en als de meest verdorven mens op de aarde te gelden, hij had
echter te laat bemerkt, dat hij dit grotendeels zelf opgebouwde
image niet meer kon beheersen en was daardoor niet in staat
ervan afstand te nemen toen het hem niet meer beviel en het
lastig werd.
Hij overlijdt in december 1947 in het Engelse Brighton, en
wanneer op zijn begrafenis vier dagen later, overeenkomstig zijn
laatste wens, teksten uit zijn boeken gelezen worden, gaat nog
een laatste golf van verontwaardiging door de Engelse pers.
Gerald Yorke, iemand die Crowley vele jaren lang uit directe
nabijheid gadesloeg en zijn werken verzamelde, schreef over hem:
"Was Crowley ook was, een charlatan was hij niet. Hij geloofde,
hij werkte, hij leed en hij had werkelijk Macht." Het lukte hem
niet om de religie Thelema tijdens zijn leven wereldwijd te
verbreiden, voor wie echter de aard van deze religie kent, zal
dat niet verwonderlijk zijn.
De christelijke wereld destijds zag AC als een representant van
de duivel, en onwetenden denken dat vandaag aan de dag nog
steeds. Crowley had zich bij verschillende gelegenheden
anti-christelijk geuit, ook om zijn image te versterken, maar in
feite was hij niet anti-christelijk. De heersende christelijke
religie interesseerde hem eenvoudig niet, hij had zijn eigen,
heel andere religie, zoals Hinduïsme, Asatru en Wicca heel eigen
religies zijn, zo was (en is) de religie Thelema ook een geheel
eigen religie.
Sinds Eliphas Levi was Crowley degene, die op het gebied van de
magie heel veel ontwikkelde, veel nieuwe ideeën aanreikte, heel
moedig en sterk de naar zijn mening blind geworden mensheid
nieuwe wegen wilde tonen, en ongetwijfeld als de grootste magiër
van de 20e eeuw gezien kan worden. Het lag aan zijn
gecompliceerde persoonlijkheid - op bepaalde gebieden van de
magie uiterst zwijgzaam, op andere terreinen veel en vakkundig
pratend, publiciteitszuchtig, de ene keer heel vriendelijk en
liefdevol, de andere keer afstotend, steeds bereid heel veel op
te offeren, - die er de oorzaak van was, dat zijn baanbrekend
werk op het gebied van de magie tijdens zijn leven slechts in
kleine kring gewaardeerd werd. Tegenwoordig horen veel boeken
van Crowley tot de standaardliteratuur voor diegenen, die zich
in de westelijke ceremoniële magie willen verdiepen. Veel nieuwe
richtingen der magie steunen op Crowley's werk; veel van hem is
bijvoorbeeld terug te vinden in de huidige magische praktijk van
de volgelingen van Kenneth Grant, Dion Fortune, Dolores
Ashcroft-Nowicky en ook de inmiddels meerdere richtingen der
Chaosmagie kunnen niet los gezien worden van AC's werken.
Veel te veel geïnteresseerden in de magie zoeken helaas de
kortste weg naar de magische praktijk, een fastfood-magie die
voornamelijk gevoed wordt door wensdenken en luchtkastelen. Niet
alleen, maar vooral zulke mensen zijn het, die Crowley's boeken
of helemaal niet, of slechts ten dele, fragmentarisch of in een
korte samenvatting lezen. Dat leidt onvermijdelijk tot
misverstanden, onbegrip, onjuiste interpretaties, anti-Crowley
uitingen en sjarlatanerie.
Crowley zelf zag de mensheid als zijn doelgroep voor Liber Al
Vel Legis en vandaag aan de dag zijn er groepen Thelemieten, die
"het onwetende volk" als blind vee zien, dat naar willekeur
gebruikt mag worden. Dat is echter niet de weg die Crowley liet
zien, het is decadentie in extreme vorm, uiteindelijk een
doodlopende weg. Maar het is ook niet verwonderlijk, dat er
zulke 'volgelingen' van Crowley zijn, want de essentie van AC's
religie is, en dat is nog een understatement, niet eenvoudig te
begrijpen.
* Bronnen en
aanbevelingen:

~ Ralph Tegtmeier, "Magie und Sternenzauber; Okkultismus im
Abendland", Dumont, 1995, ISBN: 3-7701-2666-1
Voor een ieder die zich over de geschiedenis van het occultisme
in Europa wil informeren, is dit boek eenvoudig het beste op dit
gebied. En daarbij laat het zich bijna als een roman lezen. Maar
ook degene, die niet zelf magie praktizeren wil, maar gewoon
goede informatie over belangrijke stromingen en personen en hun
invloeden zoekt, zou dit boek beslist moeten lezen.
~ Israel Regardie, "The Golden Dawn", Llewelynn, ISBN:
0-87542-663-8.
Dit boek bevat de grondslagen van de magie in de 20e eeuw. Voor
beginners op het pad der magie een van de beste startpunten.
Het boek is in verschillende talen vertaald. Omdat vertalingen
nooit echt voor 100 procent het origineel dekken, o.a. door
persoonlijke opvattingen en interpretaties van de vertaler, is
het aan te raden steeds naast een vertaling een boek in de
oorspronkelijke taal, het Engels, te gebruiken, zodat men bij
twijfel zelf kan vertalen en interpreteren.
~ Kenneth Grant, "Remembering Aleister Crowley", Skoob books
publishing, London 1991, ISBN: 1-871438-22-5. Dit, en de
volgende title zijn nuttige naslagwerken voor diegenen, die meer
willen weten over de persoon Aleister Crowley.
~ Sandy Robertson, "The Aleister Corwley Scrapbook", Foulsham
and company Ltd. 1988, ISBN: 0-572-01456-2.
Boeken van de hand van Aleister Crowley zijn er in overvloed.
Vooral in het Engels, maar toenemend ook in het Nederlands
vertaald.
Gerald B. Gardner heeft uit de
kennis van magie die Aleister Crowley bezat, het fenomeen Wicca
geweven. Zonder de overgebleven magische kennis van Aleister
Crowley zou het neo paganisme en Wicca er nu geheel anders
uitzien.

(Baphomet Altar ~ "Link")

    
 |