








 |

    
~ Odin - Wodan(Wotan):

Zie ook
  
~ Wodan(Wotan):
wordt vereenzelvigd met de Scandinavische Odin, de stamvader van het
geslacht van de Asen. Beiden zijn één!
Wodan staat centraal tijdens
het
Joelfeest, dat de Germanen vieren
rond de midwinter zonnewende. Wodan is de leider van het dodenleger,
de Wilde Jacht of Wilde Heir, dat door de lucht jaagt.
Wotan is de oppergod uit de operacyclus Ring des Nibelungen van
Richard Wagner (1813-1883). Zijn personage is gebaseerd op de mythen
rond Noordse god Odin en de Continentaal-Germaanse Wodan. De
Walkuren zijn dochters van Wotan en Erda.
Er zijn twee belangrijke dingen te vermelden over Wotan. Hij heeft
slechts één goed oog en hij draagt een speer.
* Het
oog van Wotan:
Wotan, op zoek naar wijsheid, ging naar de bron van Mímir.
Wie uit de bron van Mímir drinkt, verkrijgt wijsheid. Maar
om uit de bron van Mímir te mogen drinken, moet er iets
worden geruild. Wotan ruilde een van zijn ogen voor de
wijsheid van de bron van Mímir.
* De speer
van Wotan:
Wotan breekt een tak af van de wereld-es en snijdt daaruit
zijn speer. De wereld-es is in de Noordse mythologie de boom
waar de wereld op rust. Doordat Wotan zijn speer van de
wereld-es heeft afgesneden is het verval van de wereld
begonnen. In deze speer heeft Wotan de verdragen gekerfd
waaraan hij zich gehouden heeft. Wotans macht staat of valt
bij zijn verdragen.
* Sinterklaas:
Yule (het oorspronkelijke 'Kerstfeest') hangt af van Wodan.
Ook Sinterklaas, onderdeel van het Yulefeest (De
Wilde Jacht), werd aan
Wodan
gespiegeld om hem zodoende te kunnen
kerstenen en het grote
feest naar
christelijke hand te
vervormen en het aan waarde te doen verliezen.
Het rijden over de daken gaat terug op de Noordse
oppergod Wodan, die deze kunst ook beheerste (zie ook
De Wilde Jacht).
Nicolaas' uiterlijk komt sprekend overeen met het uiterlijk
van Wodan.
Wodan reed op een schimmel, de achtbenige
Sleipnir, waarmee hij door
de lucht vloog. Meer Sinterklaastradities stammen af van
Germaanse tradities. Tijdens het Germaanse
zonnewendefeest vroegen
jonge meisjes aan Wodan een afbeelding van hun nog onbekende
toekomstige geliefde. Tegenwoordig zijn dat de
speculaaspoppen ('vrijers'). Het gooien van cadeaus in
schoorstenen stamt af van Germaanse offerplaatsen
(vuurplaatsen). En ook de Zwarte Pieten stammen hiervan af:
Odin werd bijgestaan door de 2 zwarte raven
Huginn en Muninn.
Vandaar ook de veer die Zwarte Piet op zijn pet, of in z'n
oorring draagt.

De cadeautjes voor
het paard van Sinterklaas,
die voor de kachel worden gezet zodat ze door de schoorsteen
meegenomen kunnen worden, verwijzen naar de
offers die aan de god
werden geschonken.
Vreugdevuren (bonfires)
werden vervangen door een vuur
open haard en tegenwoordig
worden de schoenen zelfs voor de radiator van de
centrale verwarming gezet.
Slechte kinderen worden door de Zwarte Pieten of Sinterklaas
in de zak gestopt en meegenomen naar Spanje.
De gebruiken hebben overeenkomsten met kersttradities in
verschillende landen, zoals de
oger
Grýla die met de
Jólasveinar rond
midwinter naar de
mensenwereld komt en beloningen en straffen uitdelen (zoals
het meenemen van stoute kinderen, zij worden opgegeten door
de
Kerstmiskat). De schoenen
voor de schoorsteen zetten komt in meerdere landen voor,
tijdens het kerstfeest worden sokken voor de schoorsteen
gehangen. In Griekenland worden juist de schoenen verbrand
(zie ook
Kallikantzaros). De
Kerstman rijdt in zijn
vliegende arrenslee, getrokken door rendieren, op kerstavond
door de lucht om cadeautjes te brengen. Dit heeft overeenkomsten met
de
Wilde Jacht. Sinterklaas blijkt hierdoor dus niet zomaar uit de lucht
gegrepen, maar, originaliteit is dan ook weer héél wat
anders ... .
~ Odin:
(Oudnoords:
Óđinn,
Zweeds en
Deens: Oden) wordt gezien als de
oppergod in de
Noordse
mythologie.
West-Germaanse namen van Odin zijn
Weda (Oudfries),
Woden (Angelsaksisch
en
Oudsaksisch), Wodan (Frankisch),
Wuodan (Alemannisch),
Wotan of Wothan (Germaans)
en Guodan (Lombardisch).
In het
Nederlands leeft de naam van de god
nog voort in "woensdag".
In het
Engels herinnert de naam van Wodan
nog bij
Wednesday (Wodansdag), in het Duits
was het
Wotanstag tot de
RK-kerk de woensdag tot
Mittwoch (Midweek) maakte.
Voor de betekenis van de naam WODAN (van Watanaz = Wetende god) zijn
er veel verklaringen, zoals "wetende" en ook "water".
De naam WODAN voor de
oppergod
van onze (Eburoonse)
voorouders was algemeen in
West-Europa: in veranderde vorm
komen we hem later tegen in het westen, noorden en oosten; maar
vooral in
Noord-Europa als Odin.
De naam is verwant met
Oudnoords
óđr, in de betekenis van
"geestdrift", "excitatie," "furie", "universele wijsheid" of
"poëzie", en kan verbonden worden met
Welsh "gwawd" (gedicht) en
Oud-Iers "fáth" (voorspelling).
Odin wordt aldus in verband gebracht met zowel wijsheid (kennis,
wijsheid, poëzie en literatuur) als kracht (energie, strijd en
oorlog). Odin woont in
Gladsheimr maar verblijft ook
regelmatig in
Valaskjálf waar zijn zetel
Hlidskjalf ruim uitzicht over de
werelden biedt.
Hij heeft daar nog een speciale hal
Valhöll, met vele poorten en bedekt
met schilden, waar hij alle gesneuvelde en uitverkoren strijders
ontvangt.
Naast
Frigg, zijn echtgenote, beminde
Odin vele andere vrouwen. Tot zijn zoons behoorden
Donar,
Baldr en de blinde
Hodr (ook wel Hod of Hodur). Met
Jörd (Aarde) heeft hij een zoon
Thor en met een reuzin een zoon Vidar, die hem in de eindstrijd zal
wreken. Met Rindr (winterse bevroren aarde) heeft hij de zoon
Vali.
* Opperste kennis en
wijsheid:

Proza-Edda,
Gylfaginning, 7:
Odin
was de meest begaafde onder hen en van hem leerden ze alle
(althans de meeste) kunsten, want hij beheerste ze als
eerste allemaal. En als men verklaren moet waarom Odin
zozeer geëerd werd, dan was dat om de volgende redenen: als
hij bij zijn vrienden zat, was hij zo mooi en indrukwekkend
om te zien, dat het eenieder warm om het hart werd.
(Ref.
Snorri Sturluson – Over de
noordse goden – Verhalen uit
Edda en
Heimskringla – Nederlandse
vertaling 1983 door P. Vermeyden.
ISBN 9029019018 - uitg.
Meulenhoff).
Odin is in de
Edda het levend symbool van
opperste macht en wijsheid. Hij is in die hoedanigheid zelf tot
stand gekomen via de
reus
Ymir die aspecten van een levende
plant kreeg waaruit allerlei wezens groeien zoals de reuzen
Búri of
Borr en
Bestla die zelf Odin,
Vili en
Vé voortbrengen.
De
laatste drie scheppen samen
Midgard, een wereld waar
mensen kunnen leven.
Als materiaal daarvoor gebruiken zij de oerreus
Ymir, die door hen wordt
opgeofferd. (De schedel van de reus wordt het uitspansel,
gedragen door vier
dwergen: noord, zuid, oost
en west. De hersenen worden wolken, de botten gebergten enz.
Alven veranderen het bloed
van de reus in water en zee, en zijn vlees in aarde en
klei).
Odin heeft veel gezichten en
evenveel namen (in
Grimnismal alleen al vijftig).
Zo wordt Odin ook Alvader genoemd, omdat hij één van de scheppers
van de wereld is.
Hij wordt eveneens 'de wandelaar' genoemd, omdat hij altijd onderweg
is en tussen de mensen aanwezig, om nieuwe kennis op te doen. Hij
kan van gedaante veranderen, en beleeft aldus vele avonturen. Hij
heeft niet altijd even makkelijke karaktertrekjes, want behalve wijs
is hij ook tegelijk sluw.
Hij heeft een oog afgestaan aan de dwerg
Mímir om van de bron van wijsheid
te mogen
drinken en dat ligt nu helemaal op de bodem van de bron:
Die
bron bevond zich op het gebied van Mímir, die er alle dagen
van dronk en steeds tegen zichzelf
schaak speelde. Odin mocht
van de bron drinken, op voorwaarde dat hij er een prijs zou
voor betalen. Odin zei dat hij er wel een oog wou voor
afstaan waarop Mímir hem zei dat dit dan ook de prijs was
die hij vroeg. Mímir was echter niet kwaadwillend, hij wou
enkel aantonen dat wijsheid zijn prijs heeft. Hij verzorgde
Odin dan ook zo goed mogelijk. Later, wanneer de
oppergod terugkeerde naar
de
Asgard, werd hij vergezeld
van
Mímir, die voortaan de
raadsheer van de goden zou zijn en regelmatig met Odin een
spelletje schaak speelde.
Aan dit avontuur hield Odin de naam "de Eenogige" over.

Odin met Huginn en Muninn
Kennis en wijsheid moeten de
ondergang van de wereld uitstellen, want Odin weet dat hij zelf zal
worden meegesleurd in de
Ragnarök. Hij heeft wel macht over
zijn schepping, maar niet over het noodlot dat door de
Nornen wordt ineen gesponnen.
In de
Völuspá verhaalt de
Wolwa (zieneres) hem hoe het ging
en zal gaan.
Zijn kennis van de toekomst bedrukte Odin. Hij zat ook met de vraag
waar hij alleen het antwoord op wist, de
Odinsvraag. En de
Germaanse
mythologische
cyclus was begonnen met een
bloedbad toen Odin en zijn broers
Vili en
Vé, de mensenwereld uit het lijk
van de oerreus
Ymir schiepen, en zou eindigen met
het bloedbad
Ragnarok, waar het bloed van de
reuzen zelf zou vloeien. De
proloog tot
Ragnarok was de dood van Odins zoon
Baldr, die de goden deed beseffen
dat
Loki
’s listigheid een verduivelde macht was geworden. Odin kan de
catastrofe niet voorkomen. Zijn
enige troost ligt in de wetenschap dat
Baldr als
oppergod vereerd zal worden in een
nieuw land dat uit de
Oeroceaan zal oprijzen. Baldr komt
over als een soort veredelde heruitgave van Odin: zonder zijn kleine
kantjes.
* Odin's offer:
  
Aldus vertelt Odin/Wodan hoe
hij de runen der wijsheid verwierf:
Negen
nachten hing ik aan de boom, gewond door de speer, die aan
Odin gewijd is. Mijzelf geofferd aan mijzelf.
Hangend aan die boom, weet niemand waar de wortels zijn.
Niemand gaf mij brood, niemand gaf mij water.
In de afgrond tuurde ik om de runen te grijpen, met een
luide kreet ...
... en ik verloor het bewustzijn.
Welbevinden was mijn beloning en ook de wijsheid.
Ik groeide en ik had vreugde van mijn groei.
Van woord werd ik geleid naar woord,
van één daad naar de andere.
Net als Wodan is van Odin ook
bekend, hoe hij een oog offerde en juist daardoor alziend en
alwetend werd.
* God van strijd en
oorlog(?):

Odin is op vele manieren een
strijder. Vooral met woorden. De woordkunst werd hoog aangeschreven
in de noordse beschaving. Er was een doorgedreven debatcultuur,
(waarbij de verliezer letterlijk het hoofd kwijt kon raken... ).
Wodan is feitelijk en in principe geen godheid van de oorlog; onze
voorouders riepen hem aan in hun verdedigingsstrijd tegen de
Romeinse agressors: Wodan was, is en blijft de God van de Liefde.
Nooit zette hij de mensen tot oorlog aan; dat heeft de mens altijd
zelf gedaan (en meestal Wodan/God de schuld ervan gegeven of ze
deden (doen) het onder "Zijn naam").
Proza-Edda,
Gylfaginning, 8:
Als hij echter ten strijde trok, leek hij afschrikwekkend in de ogen
van zijn vijanden. Dat kwam omdat hij de kunst verstond om op
velerlei wijze van uiterlijk en gedaante te veranderen, al naar hem
zinde. Ook kon hij zo vlot en goed praten dat een ieder die ernaar
luisterde, dacht dat alleen dat de waarheid was. Hij zei alles in
versvorm, zoals dat heden nog in de dichtkunst gebeurt. Hij en zijn
priesters heten ‘versmakers’, want zij zijn in de noordse landen met
die kunst begonnen.
Odin is verwant aan andere Indo-Europese goden zoals
Indra en
Zeus. Maar bij de oude Noordse
volkeren was er geen echte priesterstand, zodat de
stand of
kaste van
edelen (en krijgers) de hoogste
was. Daarom zou hun
oppergod ook als god van de oorlog
dienen en was die rol niet voor een ondergeschikte zoals
Mars bij de
Romeinen weggelegd. Volgens
Georges Dumézil heeft oorlog alles
gekleurd en ingepalmd in
ideologie en praktijken van de
Germanen.
Odin stond vooral bij de
Vikingen in hoog aanzien en zijn verering bereikte een hoogtepunt in
de
8e en
9e eeuw. De ruige zeelieden en plunderaars voelden zich
aangetrokken tot 'de vader der gesneuvelden', die in het
Walhalla de
Einherjar ('roemrijke doden') huisvestte.
In deze periode kwam de eenogige Odin vermoedelijk als
oppergod in
de plaats van
Týr, volgens de
Romeinen de
hemelgod van de
Noord-Europese volkeren. Ook Tyr was een
oorlogsgod, maar Odin
bezielde de fanatiekste krijgers. Hij kon mannen in een staat van
razernij brengen, zodat ze nergens bang voor waren en geen
pijn meer
voelden.
Proza-Edda,
Gylfaginning, 9:
Odin kon bewerken dat zijn vijanden in de slag blind, doof, of van
angst vervuld werden, en dat hun wapens net zo scherp werden als
bezems. Zijn mannen vochten zonder
harnas en gedroegen zich als
dolle honden of wolven, beten in hun schilden, waren sterk als beren
of stieren. Ze doodden mensen, en vuur noch ijzer konden hen
schaden.
Zoiets wordt
berserkerwoede genoemd.

Deze angstaanjagende 'berserkers'
stortten zich naakt en met luid kabaal in de strijd, het lichaam
geheel zwart geverfd. Ze waren een schrikbeeld voor de Romeinen.
Odins naam betekent zoveel als 'razernij' of 'waanzin', en
suggereert eenzelfde bezetenheid als die van de Ierse held
Cú
Chulainn. Uit het feit dat Odin
oppergod werd, blijkt hoe belangrijk
oorlogvoering voor de Germanen was geworden. Odin belichaamde
overigens niet de strijdlust: hij blies die slechts bij anderen in.
Odin zaait altijd conflicten en beval
Freyja eens twee vorsten
elkaar naar de strot te laten vliegen, zodat hun
vazallen op het
slagveld door plassen
bloed moesten waden.
Het bijeenbrengen van gesneuvelde krijgers in het
Walhalla is de
enige strategie die hij kan volgen met het oog op de
godenschemering. Hij heeft de
Einherjar, strijders in woord en daad,
hard nodig voor de definitieve slag tegen de vorstreuzen op de
Vigrid-vlakte, die bijna niemand zal overleven.
Tijdens de godenschemering wordt zelfs Odin gedood door de
alverscheurende wolf
Fenrir, één van de kinderen van
Loki.
De
scheppingsgod gaat mee ten onder met zijn schepping.
* God van magie en
geneeskunde:
Odin is tegelijk de god van
wijsheid en
tovenarij (kennis en kunde). Hij heeft bijna alles over
voor wijsheid. Zozeer zelfs dat hij zijn ene oog in de bron van Mimir had geworpen in ruil voor wijsheid. Hij kreeg initiële diepe
wijsheid door zich negen dagen op te hangen aan de wereldboom
Yggdrasil. Door deze vrijwillige dood en de daarop volgende
herrijzing (zijn zelf opgelegde
initiatie tot eerste
sjamaan)
verkreeg hij grotere wijsheid dan wie ook.

Proza-Edda,
Gylfaginning,:
Ódin kon van gedaante veranderen. Dan lag zijn lichaam erbij alsof
het dood of ingeslapen was, en onderwijl was hij dan een vogel of
viervoetig dier of een vis of een slang, en zo ging hij vliegensvlug
naar verre landen om daar zijn zaken of die van anderen te
behartigen. Ook kon hij door middel van woorden alleen vuur doven, de zee tot
bedaren brengen en de wind laten waaien uit iedere richting die hij
maar wilde. Hij had een schip dat
Skíđblađnir heette, waarmee hij
grote zeeën bevoer; dat schip kon als een doek opgevouwen worden.
Ňdin had het hoofd van
Mímír altijd bij zich en dat vertelde hem
veel nieuws uit andere werelden. Soms wekte hij doden uit de aarde
op of ging onder gehangenen zitten. Daarom werd hij ook wel Heer van
de Doden of Heer van de Gehangenen genoemd. Hij
bezat
twee raven die hij had leren spreken. Ze vlogen de hele wereld
door en brachten hem vele berichten. Door dit alles werd hij
uitermate wijs. Al deze kunsten onderwees hij in
runen en liederen
die `toverzangen' heten. Daarom worden de
Asen ook wel `tovenaars'
genoemd. Ňdin beheerste de kunst die de meeste macht geeft, de `seidr', en
beoefende die zelf ook. Daardoor kon hij het lot van de mensen en de
toekomst te weten komen. Ook kon hij dood, ongeluk of ziekte van
mensen veroorzaken en hen van hun verstand of kracht beroven en die
aan anderen geven. Als dit soort rituelen plaatsvinden, gaat dat met
zo veel seksuele uitspattingen gepaard, dat men vond dat mannen
zulke rituelen niet zonder schande konden leiden, en daarom werd
deze kunst aan priesteressen onderwezen.
Ódin wist altijd waar geld in de grond verborgen zat en kende de
spreuken waardoor de aarde, de bergen, de rotsen en grafheuvels voor
hem opengingen, en met woorden alleen bond hij degenen die op de
schatten moesten passen, ging naar binnen en nam wat hij wilde. Door deze krachten werd hij zeer beroemd. Zijn vijanden vreesden
hem, maar zijn vrienden vertrouwden hem en geloofden in hem en in
zijn kracht. De meeste van zijn kunsten onderwees hij aan zijn
priesters. Ze waren bijna even wijs en bedreven in de toverkunst als
hijzelf. Vele anderen hebben er echter ook heel wat van geleerd en
zo heeft de toverkunst zich ver verbreid en is lang blijven bestaan.
De mensen brachten offers aan Ódin en aan de andere elf vorsten en
ze noemden hen hun goden en lange tijd geloofden ze in hen. Naar Ódin wordt iemand
Audun genoemd. en zo noemen de mensen hun
zonen, en naar
Thór heten mensen
Thorir of Thórarín of worden namen
als Steínthór of Hafthor afgeleid, en zo zijn er nog meer
mogelijkheden.
Odin laat zich verder op de hoogte houden van de ontwikkelende
kennis en gebeurtenissen in
de negen werelden, door
zijn twee trouwe
raven eropuit te sturen en hem verslag te laten komen uitbrengen.
* Runen:

Zoals eerder vermeld, hing Odin zichzelf aan
de levensboom
om zijn wijsheid te voeden. Eén van die dingen was het verkrijgen
van de magische runen (het runen ritsen). Deze tekens bestaan uit
krachtige lijnen. Dit met doel ze gemakkelijk te tekenen op rotsen,
metalen of hout. De runen zouden toegang geven tot de machtige
natuurkrachten.
* Attributen:
Ook beschikte hij over een achtbenig paard,
Sleipnir genaamd. Sleipnir was uiteraard het snelste paard van de
godenwereld. Het had al de 24 Runen op de tanden. Ook de naam
Yggdrasil betekent letterlijk 'felle hengst' en verwijst naar de
fervente 'woede' van Odin.
*
Odin's bekendste attributen:
*
Zijn speer
Gungnir, een speer die nooit haar doel mist.
*
Zijn ring
Draupnir beide door de dwergen gesmeed. De ring brengt om
de negen dagen negen gouden ringen voort.
*
De raven
Huginn en Muninn (gedachte en geheugen) zitten op zijn
schouders. Zij zijn afkomstig van de watergod
Mímir (hij die denkt).
Hij was de wachter van een bron die je kennis verhoogde. Mímir eiste
oog om oog, tand om tand. Dus offerde Odin zijn oog op. In ruil
kreeg hij deze 2 raven erbij. De raaf is vanzelfsprekend Odins
totemdier. Wodan had ook (nog) de twee wolven
GERI en FREKI
(begerige en vraatzuchtige).
*
Hij draagt vaak een beker in de hand, symbool van de kosmos (de
ketel), waaruit hij de
mede drinkt, die Oddroerir heet, die zijn
geest doet gisten en wijsheid en nieuwe kennis doet opborrelen.
*
Odin loopt rond met een staf waarvan de knop voortdurend frisgroene
bladeren en bloemen draagt.
*
Achter hem aan lopen de vraatzuchtige wolven
Geri (gulzigheid) en Freki (vraatzucht) die hij voedt. Zelf eet hij niet, maar drinkt
enkel de wijn.
Odin wordt ook geassocieerd met het concept van
de Wilde Jacht, een
lawaaierige, bulderend loeiende horde, die zich doorheen de ruimte
beweegt aan het hoofd van de verslagenen (direct vergelijkbaar met
de
Vedische Rudra en de Maruts).
Odin deelt het
Joelfeest (21 december) met de god
Ullr.
~ Religieuze
gewoonten:

Men vereerde de Noordse goden op verschillende
manieren. Grote beelden van
Thor, Odin en
Freyr stonden in de
indrukwekkende
tempel in Uppsala in
Zweden, waar onder andere ook
mensenoffers werden gebracht.
In de kleinere tempels brachten de
priesters
dienstoffers, vooral aan
Thor en
Freyr.
Men betoonde zijn eer ook op minder dramatische wijze: men bracht
offers aan heilige bossen, rotsen of stenen die men als
verblijfplaats van beschermgoden of
godinnen zag. Dit soort
offers
bestond meestal uit voedsel.
Tevens bouwde men eenvoudige altaren van opgestapelde stenen in de
open lucht.
De tempels waren vaak erg eenvoudig.
Men koos ook wel natuurlijke heilige plaatsen, zoals
Helgafell
(Heilige Berg) op
IJsland.
Thorolf Mostur-Beard, een devoot
volgeling van Thor, zei dat deze berg zo heilig was, dat niemand er
ongewassen naar kon kijken en geen levend wezen daar kwaad zou
worden aangedaan.
Dezelfde Thorolf volgde ook een wijdverbreide
gewoonte door de houten stijlen van zijn hoge stoel overboord te
gooien toen zijn schip
Ierland naderde.
Zo kon Thor hem naar de plek
leiden die zijn thuis zou zijn.
Thorolf beschouwde deze door
Thor aangewezen plek als heilig en
niemand mocht hem met bloed ontwijden.
Maar ook is bekend dat er in
Duitsland drie plaatsen met de naam
"Wolfsangel", vernoemd
werden naar
een
beschermende rune: "Im
Wolfsangel" (Koblenz),
"Wolfsangel,
Erwitte, Bad Westernkotten" en "Wolfsangel
Kaiserslautern" en in
België nabij
Dinant
de tuinen van Fre˙r, vernoemd naar
de
Noordse god (Freyr).
Fre˙r
is ook het grootste en hoogste
klimgebied van
België, gelegen aan de
Maas in de gemeente
Hastičre, een vijftal kilometers
stroomopwaarts van
Dinant.
Zie ook
  

    

Bron:
Wikipedia
 |