








 |

~ Tiamat
(godin):
  
Marduk (rechts)
vecht met Tiamat (links).
Tiamat (ook Ghanna) is de
oergodin in de
Sumerische- en
Babylonische mythologie en speelt
een centrale rol in het
Enuma Elish'
scheppingsverhaal. Zij wordt aanzien als monsterlijke belichaming
van de
oerchaos en wordt, als
oerslang, zonder substantiële
aanleiding door sommige bronnen gelijkgesteld met een draak en
foutief als zeeslang voorgesteld. Ze is later de personificatie van
het principe van zoutwater oceaan als tegenpool van haar gemaal
Apsu, principe van zuivere
zoetwater oceaan.
Nadat de jonge goden, hun kindskinderen, haar en
Apsu met hun lawaai en
bedrijvigheid gewekt hebben, wil
Apsu de rustverstoorders
tenietdoen. Maar omdat hij zelf door
Enki/Ea gedood wordt, zweert Tiamat
wraak en gaat een verbond aan met haar zoon
Kingu, aan welke jonge
god ze grote macht verleent. Samen
met een leger van monsters wil ze nu haar kindskinderen bekampen.
Maar die sturen
Marduk, de zoon van
Enki/Ea er tegenaan.
Deze overwint Tiamat in een tweekamp, splijt haar lichaam in twee en
maakt uit de twee helften het firmament en de wereld (scheppingsdaad).
~ Naambetekenis:
Men neemt aan dat
vrouwelijke godheden ouder zijn dan
de mannelijke in
Mesopotamië en Tiamat zou ontstaan
zijn als onderdeel van de
moedergodincultus rond
Nammu, het vrouwelijk principe van
de waterige scheppende kracht, met even sterke banden met de
onderwereld, die ouder is dan de
verschijning van
Ea-Enki.
De naam betekent zij die allen baarde, aangezien zij samen met
Apsu in de oertijd vóór de
schepping de eerste generaties goden voortbracht (Lahmu
en Lahamu o. a.).
Als
concept is Tiamat moeilijk na te
trekken. Ze belichaamt tegelijk de persoonlijkheid van de godin en
het principe van de zoute
oeroceaan. Hetzelfde geldt voor
Apsu, wiens naam als persoon later
ook voor het verblijf van de god
Enki (of Ea) gebruikt wordt.
Alhoewel Tiamat door moderne auteurs vaak wordt omschreven als een
zeeslang of
draak, bestaat er in de oude teksten geen duidelijke associatie
daarmee. De
Enuma Elish zegt uitdrukkelijk dat
Tiamat het leven schonk aan draken en slangen, maar die zijn slechts
deel van een veel grotere algemenere lijst monsters, met o.a. ook
schorpioenen en meerminnen. Dit impliceert dus niet dat de moeder op
de kinderen zou moeten lijken of zelfs dat ze slechts tot
waterwezens zouden beperkt zijn. De beschrijving in de
Enuma Elish meldt: een staart, een
dij ("lagere delen" die samen schudden), een onderbuik, een uier,
ribben, een nek, een hoofd, een schedel, ogen, neusgaten, een mond,
en lippen. Ze heeft binnenzijden (mogelijk "ingewanden"), een hart,
aders en bloed. De strikt moderne afbeelding van Tiamat als
veelkoppige draak werd in de zeventiger jaren populair gemaakt als
fictief wezen van het spel
Dungeons & Dragons dankzij eerdere
bronnen die Tiamat met de latere mythologische
Lotan hadden geassocieerd.
Op
bas-reliëfs wordt Tiamat meestal
afgebeeld als
draak, in navolging van de
zogenaamde
chaosdrakenstrijd:
John C. L. Gibson, in de
Ugaritische samenstelling van
Canaanite Myths and Legends,
bemerkt dat "tehom"
in de
Ugaritische tektsten, ca.
1400-1200
v.Chr. voorkomt in de eenvoudige betekenis van de
"diepten van de zee". Zulke gedepersoniseerde Tiamat (de -at uitgang
maakt haar vrouwelijk) is "Het
Diepe" (Hebreeuws
tehom), dat aan het begin van het
boek van
Genesis aanwezig is.
Haar naam schijnt uiteindelijk
Sumerisch, waar Ti = Leven en Ama =
Moeder, lijkt te suggereren dat haar oorspronkelijk naam “de
moeder van alle leven” betekende.
Deze titel werd ook verleend aan de vergoddelijkte eerste koning van
de derde
Dynastie van
Kish, Kubau, die in de
Hurritische mythologie heropduikt
als
Kheba (geïdentificeerd met de “moeder
van de Goden” —
Hannahanna) – en met de
Hebreeuwse naamgenote Havva (Eva,
die ook “de moeder van alle levenden” wordt genoemd in
Genesis).
~ Functie en positie:
Voor de wereld zoals deze nu
is, die door
Marduk werd gemaakt, bestond een
wereld die wij ons amper kunnen voorstellen, omdat hij enkel uit
'vloeistof' bestond, de rusteloze eindeloze oceaan. Tiamat en haar
echtgenoot
Apsu heersten in die wereld die aan
de onze voorafging, en er leefden drie generaties goden.
Tiamat was als godin reusachtig groot, vruchtbaar en heftig van
aard. Ze werd voorgesteld als een draak of zeeslang met twee
vertakte geweien.
Marduk was haar tegenstrever.
Marduk (zonnegod) ging op weg in zijn wagen. De elf bondgenoten van
Tiamat sloegen ervan op de vlucht. Tiamat lag hem op te wachten,
maar de zonnegod ving haar in een net van licht. Hij slingerde een
orkaan tussen haar waterkaken en schoot pijlen dwars door haar.
Daarna sneed hij ze als een
platvis in twee. Haar gespikkelde
bovenhelft spande hij uit als firmament, de onderste helft werd de
wereld met alle zeeën en oceanen. Zoals de god van het
Oude Testament begon
Marduk daarna
de natuur te vormen en te ordenen zoals wij die kennen.
Daarbij
schiep hij ook het
mensdom.

~
Genealogie:
Tiamat was de schitterende
godin van zout water die brulde en tekeer ging in de chaos van de
originele schepping. Zij en
Apsu vulden de kosmische afgrond
met de oerwateren. Zij is daarom ook “Ummu-Hubur die alles vorm
gaf”.
Bij Tiamat verwekte
Apsu (of Abzu, van het Sumerisch Ab
= water, Zu = ver) de oudere goden
Lahmu en Lahamu (de "modderige"),
een titel ook verleend aan de wachters van de
Enki Abzu tempel in
Eridu.
Lahmu en Lahamu waren op hun beurt
de ouders van de as van de hemel
Anshar (An = hemel, Shar = as of
draaispil) en van de wereld (Kishar).
Anshar en
Kishar werden beschouwd elkaar aan de horizon te raken,
waardoor zij de ouders werden van
Anu en
Ki.
~ Lotgevallen van de
goden:
De jongere god
Enki (later Ea) geloofde terecht
dat
Apsu verveeld zat met de
chaos die de jongere goden hadden
geschapen en deze wilde ombrengen. Daarom bracht Enki Apsu
om.
Dit vertoornde
Kingu, hun zoon, die het gebeuren
aan Tiamat meldde. Daarop begon zij monsters te vormen die de goden
zouden bestrijden. Ze bracht ze zelf voort: zeeslangen,
stormdemonen, viswezens, schorpioenwezens en veel andere soorten.
Tiamat was ook in het bezit van de “Tafels van het Lot” en in de
eerste strijd gaf ze die aan
Kingu, de god die ze had gekozen
als haar minnaar en als aanvoerder van haar leger. De Goden
beraadslaagden in angst, maar
Anu (vervangen eerst door
Enlil en na de
1ste Dynastie van Babylon, door
Marduk, de zoon van
Ea, in de late versie die is
overgebleven), ontrukte hen eerst de belofte dat hij als “Koning van
de Goden” zou worden vereerd, en overwon haar daarna, gewapend met
de pijlen van de winden, een net, een knots en een onoverwinnelijke
speer. (Dit laat me denken
aan "Lugh").
En de
Heer stond op haar achterdelen,
En met zijn onmeedogende knots sloeg hij haar de schedel in.
Hij sneed door de vaten van haar bloed,
En hij liet het door de Noordenwind wegvoeren naar geheime
plaatsen.
Hij splijt ze in twee en maakt
uit de helften het firmament en de wereld. Haar tranende ogen werden
de bron van de
Tigris en van de
Eufraat. Met instemming van de
oudere goden nam hij van Kingu de Tafels van het Lot over en
installeerde zich als hoofd van het
Babylonisch pantheon.
Kingu werd gevangen en later
omgebracht. Zijn rood bloed mengde met de rode klei van de aarde om
er het lichaam van het
mensenras van te maken, dat als
dienaars van de jongere
Igigi goden zou functioneren door
het land voor hen te bewerken.
  

Bron:
Wikipedia
 |