Het begrip 'Pan' kent haar oorsprong nog voor het oude Babylon (Mesopotamië).
Het oude Paganisme heeft haar voordragers in die tijd naar het gewone (niet ingewijde) volk toe gericht, en haar eigen diepe geheimen die gedeeld werden middels de oude broederschappen (denk hierbij aan de geheimenissen der druïden, sjamanen, enz...), enkel en alleen toegankelijk voor ingewijden (pagans).
Pan wordt gerelateerd aan de Keltische Cernunnos en Herne de jagersgod.
Herne zelf staat spreekwoordelijk bekend als 'De Groene man' in de "heksencultuur".
Deze term is een verdraaide versie van het woord 'De Zonne-man', daar de term voor de 'Zon' in het Gaelic 'Grainne' is, en vertaald werd als 'Green' (groen). Herne word over het algemeen gezien als een 'bosgeest' ook al zou het volgens de verhalen ooit een personage zijn geweest zoals u en ik. 'Grainne' was overigens in de Keltische mythologie ook de dochter van Cormac Mac Airt, één van de meest beroemde oude Koningen van Ierland. Dus is 'grainne' eveneens een vrouwelijk begrip.
Lady Raglan legde in 1939 voor het eerst de connectie met de oude afbeeldingen van 'de met bladeren bedekte gezichten' die in diverse oude Kerken te vinden zijn, en de Folkloristische verhalen over de Groene Man. Deze 'groene man' wordt ook wel 'Jack in the Green' genoemd. Ook is de 'groene man' in connectie te trekken met de neef van Koning Arthur, Sir Gawain. Sir Gawain nam het in het verhaal 'Sir Gawain and the Green Knight' op tegen een reusachtige 'groene ridder'. Toen het gevolg van King Arthur aan het feesten was, stormde de reus bewapend met een bijl naar binnen, en daagde het hof uit tot een gevecht. King Arthur wilde de uitdaging aannemen, maar Sir Gawain, de jongste tafelridder nam de uitdaging aan, waarna hij de reus het hoofd afhakte.
De reus was niet dood, pakte zijn hoofd op en vertrok. De reusachtige groene ridder stelde dat Sir Gawain hem na een jaar en een dag zou ontmoeten bij de 'groene kapel'.
Een jaar later trok Sir Gawain erop uit, gekleed in zijn beste wapenuitrusting om de Groene Kapel te vinden, en het gevecht te hervatten. Op zijn schild prijkte een pentakel.
(Zie "Kelten" ~ "Verhalen").

 

 

Pan, Griekse god van het bos en de herders, zoon van Hermes en een nimf, beschermer van kudden en jagers, was vooral in Arcadië populair. Hij zou uit Kreta afkomstig zijn.
Hij wordt voorgesteld als satyr met horens en bokkenpoten, of als een bok. Hij achtervolgt de nimfen in bossen en over bergen en vermaakt hen met zijn spel op de panfluit.
Plots opduikend veroorzaakt hij 'paniek' (in de slag bij Marathon) of 'panische schrik'.
Pan behoort tot het gevolg van Dionysus. Hij is ook een voorspellende godheid en aan enkele van zijn heiligdommen waren orakels verbonden.
Holen en spelonken waarin men bij slecht weer het vee onderbracht, zijn 'Pansholen'.
Naar Pan zijn eveneens de zogenaamde Panisken genoemd, een soort "bosduivels", in christelijke termen uitgedrukt.
Pan's Romeinse pendant is Faunus en zijn Keltische pendant en, na Faunus de meest gelijkende, is Cernunnos (Herne), die ook wel met Jupiter, Mercurius of met Hermes vergeleken wordt.


'Pansholen'

Pan is de Natuurgod, de Herdersgod, die door velden en bossen dartelde.
Hij werd geëerd door geitenhoeders en herders.
Wie zijn ouders waren is een beetje verwarrend. De ene keer is hij weer de zoon van Hermes en Penelope (de vrouw van Odysseus) dan weer van Zeus en de nimf Callisto en dan weer de zoon van Hermes en Amalthea.
Pan word afgebeeld met bokkenpoten en het lichaam en het een hoofd van een man met horens erop. Hij was vaak het symbool van vruchtbaarheid omdat het zo'n wellustig wezen was.
Vele eeuwen later maakten de Christenen hem tot duivel, Satan.
Pan zat altijd achter de Nimfen aan en werd ook altijd verliefd op hen, maar deze vluchtten altijd voor hem want zij vonden hem afzichtelijk (lelijk).


Pan & Syrinx.

Pan's naam in het Latijn is Faunus.
In een verhaal werd verteld dat Pan achter een kuise Nimf aanzat die Syrinx heette. Net toen hij haar wilde pakken, veranderde één van haar zusters haar in riet langs de rivier Ladon.
Toen Pan niet wist welk stukje riet zij was, sneed hij enkele rietstengels af en maakte er een fluit van. Deze werd zijn handelsmerk, de Panfluit (een panfluit bestaat uit 7 pijpjes, of meer, van aflopende grootte).


Panfluit

Ondanks dat hij zo lelijk uiterlijk had en de meeste nimfen van hem wegvluchten, had
Pan toch een paar kinderen: Iynx van de nimf Echo en Crotus van Eupheme.
Hij mocht nooit gezellig bij de Olympianen op visite maar mocht hen wel vermaken, want Pan kon heel mooi op zijn panfluit spelen. Zelf Hermes maakte de panfluit van Pan na.
Het begrip "paniek" werd afgeleid van Pans naam en zijn karaktertrekken.
Een reiziger die eens 's nachts door het bos liep, hoorde rare geluiden en werd hierdoor zo bang dat hij hierdoor in paniek raakte. Die rare geluiden werden natuurlijk veroorzaakt door Pan.


De Grote God Pan.

Hermes was de Griekse god van reizigers en wegen, kooplieden en handel, kortom van alles waarbij behendigheid en list te pas komen. Hij is geboren in Arcadië als zoon van Zeus en de nimf Maia.
Al in de wieg vindt hij de lier uit en als kind steelt hij vijftig runderen van Apollo, die de god hem laat houden in ruil voor de lier.


Bachanale onder de beeltenis van Pan.

 

 

 

 

 

Hermes, de vader van Pan, is de meest listige, sluwste en meest mensvriendelijke god van de Olympus.
Hij is de snelle bode van de goden, begeleidt de schimmen van de overledenen naar de onderwereld (vandaar zijn titel 'psychopompos' = begeleider van de schimmen), beschermt dieven en bedriegers, maar als 'nomios' (= weidegod) ook de weiden en de herders.


Hermes & Argos.

Het is Hermes die de reus met honderd ogen Argos weet te doden.
Men ziet in hem ook de schenker van welbespraaktheid en overredingskracht en de uitvinder van het schrift, de wiskunde, de astronomie en van allerlei nuttige en aangename zaken als lier, fluit, maten
en gewichten, sport e.d. Hermes is ook bedreven in waarzeggerij en toverkunst en wordt daarbij geholpen door zijn herautstaf, een met banden versierde olijftak, omwonden door twee slangen.
Met deze staf of met zijn gouden toverstaf opent en sluit hij ogen.
Hij was bijzonder populair bij de lagere standen en als energiek reiziger met zijn gevleugelde
sandalen werd hij bij ieder kruispunt geëerd met een 'herrne', een vrij hoge pilaar bekroond door een Hermeskop of buste.
Hermes wordt afgebeeld als jongeman met vleugels aan helm of schoeisel en met de herautstaf (ook met een geldbuidel) in de hand of als herder die een ram draagt.
Hij is de Mercurius van de Romeinen.


Mercurius.



De god Dionysus, ook bekend onder de naam Bacchus, gold in de Oudheid als de god van de extase, de wijn en het toneel, waar ook de god Pan toe behoorde.
De antieke Grieken deden het voorkomen alsof Dionysus pas laat tot hun cultuur is doorgedrongen, maar er zijn aanwijzingen dat hij al heel oud is, want hij wordt in de vroegste teksten genoemd.
De geboorte van Dionysus is bijzonder geweest, men vertelt zelfs dat hij tweemaal is geboren.
Dat kwam zo: Zeus was onder de bekoring gekomen van Semele, de betoverend mooie dochter van Cadmus, de koning van Thebe, en hij had haar zwanger gemaakt.
In zijn verliefdheid beloofde hij dat hij elk verlangen van haar te vervullen. Hierop had Hera, jaloers als altijd, gewacht.
Zij verkleedde zich als de oude buurvrouw van Semele en overreedde de jonge vrouw om van haar minnaar te eisen dat hij zich in zijn ware gedaante aan haar vertoonde.
Pas dan kon zij vaststellen dat hij in werkelijkheid een machtige god was en geen monster.


Dionysus' kinderjaren ~ Dionysus (Bacchus) & Pan.
Dionysus werd geboren, zowel uit een vrouw als uit een man.
Dionysus (Bacchus), Pan en Aphrodite zijn 1 en dezelfde godheid.

Amper deed Semele aan Zeus haar dwaze verzoek om zich in zijn ware gestalte te laten zien of hij kreeg spijt van zijn roekeloze belofte, maar de jonge vrouw stond erop dat haar wens zou worden ingewilligd. De volgende avond betrad de oppergod in al zijn waardigheid, met rommelende donder en vurige bliksems, haar kamer. Als gevolg hiervan vatte de arme vrouw vlam en stierf ter plekke. Haar ongeboren kind zou eveneens verbrand zijn, als Zeus het niet vlug uit haar buik had gesneden en in zijn eigen dij had geplaatst, waar het kind drie maanden lang werd gevoed totdat het voldragen was. Op die manier is Dionysus zowel uit een moeder als uit een vader voortgekomen.
Volwassen geworden ging de god een wereldreis maken die hem tot in Egypte, India en zelfs het Amazonerijk, in het tegenwoordige Zuid-Rusland, bracht. Hij had zich ten doel gesteld om in alle landen de wijncultuur te verbreiden.
Aan deze activiteit ontleende hij zijn eretitel: vreugde van de mensen.
Meestal zat hij op een wagen die getrokken werd door leeuwen, panters of tijgers.
Hij was steevast omringd door vreemdsoortige figuren, zoals satyrs, silenen en maenaden. Satyrs zijn menselijke wezens met hoorns en een geitenstaart en ze lopen op bokkenpoten.
Silenen hebben paardenbenen en, net als de satyrs, spitse oren. De beroemdste sileen is wel Silenos, die meestal wordt uitgebeeld als een dikbuikige, dronken oude man, gezeten op een ezel of een wijnvat en getooid met een bokkenbaard. Hij gold als de leermeester van Dionysus.


Silenos

Meestal zat hij op een wagen die getrokken werd door leeuwen, panters of tijgers.

Van de satyrs is vooral Marsyas berucht geworden.
Deze bewoner van Ftygië, in Klein- Azië, vond op een onheilsdag een fluit.
Het instrument was eigenlijk door Athena uitgevonden.
Terwijl de godin in de hemel erop probeerde te spelen, konden Hera en Aphrodite hun lachen niet houden. Athena begreep de reden van hun vermaak niet en zij daalde van de Olympus af om in haar eentje het Frygische woud binnen te gaan, waar zij aan de oever van een meer de fluit aan haar mond zette en haar spiegelbeeld bekeek. Bij de ontdekking dat haar wangen door het fluiten opgeblazen werden en er lelijk uitzagen, wierp zij het voorwerp vol afkeer van zich af en vervloekte een ieder die het zou oprapen.
Marsyas was met zijn vondst bijzonder ingenomen en bekwaamde zich ijverig in het fluitspel.
Hij achtte zichzelf zo virtuoos dat hij in zijn overmoed Apollo, de god van de muziek, uitdaagde voor een wedstrijd.

De getergde Apollo ging akkoord, mits de overwinnaar mocht doen en laten met de verliezer wat hij wilde. De Muzen zouden als scheidsrechter optreden.
Omdat de wedstrijd onbeslist leek te blijven, draaide Apollo zijn lier om en bracht op die manier een sonore hymne ter ere van de Olympische goden ten gehore.
Natuurlijk konMarsyas niet dezelfde kunstgreep met zijn fluit toepassen, en hij moest zich gewonnen geven.
De straf die Apollo voor hem bedacht, was afgrijselijk: hij hing de satyr met zijn armen op aan een boom en vilde hem levend.




Maenaden heten ook wel bacchanten. Zij droegen lange gewaden en hadden over hun schouder het vel van een panter of een hert geslagen. Met de handen zwaaiden ze de zogeheten thyrsos-staf, een staak die aan de bovenkant was voorzien van een granaat- of pijnappel en die omwonden was met wijnranken en klimop. De maenaden voerden geëxalteerde dansen uit en voedden zich met rauw vlees dat ze met hun blote handen van hun slachtoffers afscheurden.
Vanaf het ogenblik dat Dionysus in Griekenland zijn eredienst wilde invoeren, stuitte hij op verzet van de machthebbers. In Thracië moest koning Lycurgus niets van de nieuwkomer weten, en hij wilde de god met een ossenprikkel te lijf gaan. De geschrokken Dionysus zag zich gedwongen zijn heil te zoeken in de onderwatergrot van Thetis en hij deed op zijn grootmoeder Rhea een beroep om hem bij te staan. De oude godin sloeg Lycurgus met waanzin.

Hij viel in zijn verstandsverbijstering zijn eigen zoon met een bijl aan, denkend dat de jongen een wijnstok was, en bestond het om de oren, neus, vingers en tenen van de knaap af te hakken, in de veronderstelling dat hij de plant snoeide. Als gevolg van deze euveldaad werd het hele land dor en onvruchtbaar. Toen de uitgehongerde bewoners naar het strand gingen en daar Dionysus aanriepen, dook de god uit de golven op en zei hun dat er weer vruchten op het veld zouden groeien wanneer Lycurgus voor zijn gruweldaad was gestraft. Op zijn instigatie heeft de plaatselijke bevolking haar koning aan vier paarden gebonden en zijn lichaam laten vierendelen.


Lycurgus.

Faunus, Ouditalische bos- en herdersgod, zou volgens een traditie koning van Latium zijn geweest, een zoon van Picus en kleinzoon van Saturnus. Volgens andere overleveringen was hij een Romeinse aardgod die werd gelijkgesteld aan de Griekse bos - en berggod Pan.
Hij zou een kleinzoon zijn van Saturnus en profetische gaven bezitten. Deze gave inspireerde de Romeinen soms als ze op het slagveld aan de verliezende hand waren.
Wellicht werd hij daarom wel eens beschouwd als de nazaat van de oorlogsgod Mars.
Zijn sterfelijke zoon Latinus was koning van Latium ten tijde van Aeneas' komst in Italie.
Na zijn dood ontstond voor hem een cultus van orakelgod in een heilig bos bij Tibur (thans Tivoli) en werd hij Fatuus genoemd.
Al vroeg werd hij vereenzelvigd met de Griekse Pan en kreeg hij ook diens bokkenpoten en horens. Als beschermer van het vee kreeg hij de bijnaam Lupercus ('die de wolf afweert').
Op 15 februari (de stichtingsdatum van zijn tempel op het Tibereiland te Rome) werd zijn groot feest, de Lupercalia, gevierd: dan trokken de priesters van de god (de Luperci) bekleed met een bokshuid, door de straten van Rome en sloegen zij de toeschouwers met uit bokshuiden gesneden riemen. Soms jaagt Faunus de mensen schrik aan in kwade dromen, vandaar de bijnaam Incubus (= nachtmerrie). Zijn vrouwelijke pendant is Fauna, soms vereenzelvigd met Bona Dea.


Fauna.


Bona Dea.

Cernunnos (Herne) is een Keltische god die in Frankrijk en Brittannië werd vereerd.
Hij wordt meestal naakt afgebeeld in kleermakerszit en met een kralenketting rond de hals.
Hij heeft een imposant gewei en zijn naam betekend 'de gehoornde', wat aangeeft dat hij een god van het woud en de wilde dieren is, al beschouwd men hem ook als god van de overvloed en vruchtbaarheid.
Meestal wordt hij ook afgebeeld met bokkenpoten, net zoals Pan en Faunus, wat terugslaat op het levend wild in bossen en wouden.
Hij verpersoonlijkt kracht, strijdvaardigheid, potentie, sensualiteit, vruchtbaarheid en voortbestaan (gesymboliseerd door het gewei en, in de meeste gevallen, de fallus ).
De Romeinen stelden hem gelijk aan hun boodschappergod Mercurius, al gelijkt hij (uiterlijk) meer op hun eigen Faunus. Maar zij gingen voort op de inhoud van de godheid en niet op het uiterlijk.


Cernunnos (Herne).

In het middeleeuwse Ierland kreeg de duivel het gewei van Cernunnos die zij omvormden tot hun Satan. Sommige Romeinse steles, afkomstig uit Dacië ( Roemenië ), vereenzelvigen hem met Jupiter, de Heer van de hemel.
Cernunnos stemt ook overeen met het beeld van de Griekse gehoornde bosgod Pan en de Romeinse Faunus. Ook zij worden afgebeeld met bokkenpoten en het lichaam en het hoofd van een man met horens erop. Ook Cernunnos wordt later door de christenen afgeschilderd als Satan of de duivel, net als de Griekse bosgod Pan en de Romeinse god Faunus.
Daarnaast wordt hij ook afgebeeld als de “Groene Man”, de Keltische god van de bossen en van alle gewassen. Als “Gehoornde” sterft hij met Lughnasadh en wordt herboren met Yule, als “Groene Man” regeert hij het hele jaar door over bos en groen, samen met koning Eik en koning Hulst.
Deze meervoudige mannelijke godheid behoort tot de stam van het Keltische Godenrijk.


"De Groene Man" ( foto: "De Nachtuil" ~ "V.Z.W. Mystiek Hageland" ).