(1 mei)



Vlaams Volksliedje bij de Meiboom.

Is er in het ganse land wel één maand die in ‘t volksleven zo vreugdevol is dan de groene
lieve Mei? Op “de buiten” en ook in vele Vlaamse steden werden nog niet zo lang geleden
nog de Meiplanting naar het voorvaderlijk gebruik uitgevoerd en gevierd.
Nu, bij de aanvang van de 21ste eeuw is daar nog weinig of niets van overgebleven.
De mens van nu houdt er steeds meer materiële principes op na, waardoor de betere waarden uit ons cultureel verleden verloren gaan. De mens vervreemd in steden en dorpen. “De achteruitgang van de vooruitgang” noemt men zoiets.
Maar waar komt dit volksgebruik, deze lenteviering, vandaan?
In Vlaanderen is het voorzeker al meer dan twintig eeuwen oud. De Oude Germanen en
de Oude Kelten huldigden de Godheid die hen het vernieuwen van het landgoed gunde, op
zulke wijze dat het jeugdig groen ter hare glorie geofferd werd. De oude eikenstam werd
toen met jonge twijgen en groene slingers omwonden, de lente versluierde de winter en de
bewoners van het land dansten er rond en zongen blije huldeliederen, de zomer tegemoet.




Meiboomdans in meer sociale en glamoureuse tijden.

Wanneer de christen geloofsopdringers de Germanen en de Kelten tot hun “ware geloof”
brachten, konden en wilden zij niet zo meteen de oude gebruiken uitroeien.
Dan zijn ze die prachtige volkse (paganistische) gebruiken maar gaan beginnen kerstenen en verwringen naar hun beleid toe, om zo de bevolking tot overgang te kunnen overhalen. (Goedschiks ~ kwaadschiks).
Daardoor hebben al die feesten aan originaliteit ingeboet en werden ze meer en meer waardeloos tegenover het originele doelpunt waar zij moesten voor staan.
Het prachtige natuurgerichte oude volksgeloof werd omgezet tot 1 grote onmiskenbare waardeloze leugen, vervorming en de oorspronkelijke waarden ervan gingen volledig mee de lucht in om zo verder te verwateren.
De mens voelt zich boven de natuur verheven, denkt enkel aan zichzelf en zal daardoor spoedig ten onder gaan, dankzij de nieuwe mentaliteit die het christendom met zich meebracht uit de hebreeuwse regio's. Een godsdienst die ons niet kon (kan) dienen.
Nadien werden de eeuwen- en eeuwenoude originele paganfeesten als verderfelijk, satanisch en goddeloos afgeschilderd (letterlijk en figuurlijk), wat tot een bijna totale bekrompenheid en inzichtloosheid geleid heeft van de "mens" van vandaag de dag.
Nog steeds leven de mensen naar meer bekrompenheid toe, die hun opgedrongen en ingeprent werd door een "nieuw (vreemd) geloof", waar geen enkele Kelt, Germaan of Galliër baat bij had (heeft). "Wij hadden toch reeds eeuwenlang ONZE godsdiensten"!

Hoe gingen die nieuwe christenen te werk tegen ONS oeroude geloof in?
Aan de oude bomen waaraan het Germaanse geloof gehecht was, hingen zij een
“heiligenbeeld”, doorgaans het beeld van hun “Heilige Maagd” Maria… en van toen af
weerklonk er ter plaatse het lied “Maria ter ere”, in plaats van de oorspronkelijke
waardevolle gezangen naar de vruchtbaarheid van de natuur en de kosmos toe.
Het Meifeest is tweezijdig. Het ware volksfeest met de plaatsing van de meiboom, met
daarboven in een haan, waaronder het wielrad van het jaar met daaraan de kleurrijke
linten voor de uitvoering van de meidans. Daarnaast is er ook nog het plaatsen of
overhandigen van de meitak aan de woonst van je geliefde of die van de huwbare dochters.
Tot ver in de vorige eeuw zag men nog overal op het platteland de meiboom prijken voor
de viering van de lente, naar de komst toe van de zomer en een geslaagde oogst, alsook
met de hoop op, en het werken naar, een nakende vereniging van de geliefden.
Beltane huldigt ook de verloving en het komend huwelijk in tussen de Godin en de God.
De Meiviering is een feest voor de verliefde en verloofde koppels (Mensen).

Het planten ervan gaat gepaard met allerlei feestvieringen. Dagen op voorhand is men
gaan zoeken in bossen en kanten naar een effe - rechte Den, Berk of Es, en op de
Meiavond (30 april) wordt hij door de jeugdige bewoners uit de buurt naar de uiverkoren
plaats gebracht.
Gewoonlijk bevindt zich deze plaats aan een kruispunt van straten of op het centrale plein,
waar het opvalt en ieder uitgenodigd wordt tot deelname aan dit vruchtbaarheidsfeest.
Het is een waardevolle oud-volkse, paganistische herinnering die dit feest bezielt.
Jong en oud werken mee aan de plaatsing van de boom bij een uitbundig gelag van feestvieren.
Die avond (30 april) is het feest voor de ouderen. Zij feesten en dansen rond de meiboom
tot diep in de nacht bij het zingen van lenteliederen. De Belvuren worden ontstoken.
De dag van 1 Mei is gewijd aan de kinderen. Dan is het, die namiddag, hun beurt om te
feesten en te dansen.
Ter kroning van het feest wordt een Meikoningin en (of) een Meikoning gekozen en
gekroond met een gevlochten kroon van lentebloesems en lentegroen. Zij worden gehuld in een rode mantel, het symbool van liefde, geborgenheid en vruchtbaarheid.
Bij het feest wordt een wijde kring gevormd rondom de meiboom. Ieder deelnemer neemt
een gekleurd lint in de hand om, al dansend, de meiboom in gekleurde linten te wikkelen.

De deelnemers komen eerst met een meitak in de hand vooruit, één meisje blijft in het
midden staan terwijl haar gezellinnen de ronde vormen en het oude lied zingen:




‘k Heb een meiboom in mijn hand,
aan wie zal ik hem geven?
Aan een jong meisje van nevens mij
zal ik hem presenteren.
Dansen en springen,
kermis houden en zingen:
Al onz’ werken zijn gedaan,
wederom in den dans gegaan!
Hoepsa! Falderiere!
Hoepsa! Faldera!


Luister HIER naar de Pagan - Beltanechant.



En ondertussen kiest het meisje in de ronde een gezellin aan wie zij de meitak biedt, en
danst ermee in het rond.
Zo duurt het tot in de avond, de oudere jongere deelnemers die hun geliefde reeds
uitverkoren hebben, voegen zich bij de dans totdat zij allen samen in een vriendenhuis
rond de tafel verenigd zijn aan het feestmaal.
Het schenken van de Meitak aan iemand is het symbool voor een liefdesverklaring.
De vrijer had de gewoonte op Meiavond vóór het venster van zijn geliefde, of ook wel op het dak, een meitak te plaatsen.
Deze meitak, op sommige plaatsen nog in voege, wordt soms spottenderwijs gebruikt; waar vele huwbare dochters zijn worden er zovele geplaatst als er meisjes zitten te wachten. Een meisje of vrouw die zich te hoog waant voor de mannen van de woonplaats krijgt dan wel eens een vogelschrik in de plaats van een Meitak.
Een dartele meid, die eens of meermaals de jongens voor de gek hield, krijgt een strooien pop en een lichte deerne ontvangt dan ook een dorre tak. Het zal dan niet te verwonderen zijn wanneer men ‘s morgens vroeg de huwbare meisjes voor ‘t zonnegloren aan de deur ziet staan om te zien welke tak hun huis versiert om daardoor het gedacht te kennen dat de jongelingen van hen hebben.
Wanneer de “vrijage” door het dorp gekend is dan gebeurt het dat een ganse stoet der
gelukkige jongelingen naar de woonst van de dochter vergezeld met muziek en zang, en
dat de geliefde de Meitak boven op het dak moet planten. (Of boven de deur).
‘s Nachts worden grote Belvuren ontstoken om de natuurgoden te eren. Het huisvee wordt tussen de vuren doorgeleid voor reiniging, voorspoed, ziektebescherming en om de vruchtbaarheid van de dieren aan te wakkeren.