|


  

    



In onze dromen creëren we
onbewust een eigen subjectieve ervaringswereld, die we ten onrechte
voor de werkelijkheid aanzien. Toch blijkt het soms mogelijk om
tijdens een droom te beseffen dat we aan het dromen zijn. Deze
merkwaardige toestand, waarbij we als het ware wakker zijn in onze
droom, biedt ongekende mogelijkheden. (Zie ook "Alfa").
Op een nacht in 1913 stak de auteur Frederik van Eeden een sigaar op
toen hij zich herinnerde dat hij deze gewoonte had afgezworen.
Meteen daarna besefte hij echter dat hij aan het dromen was, zodat
hij ongestraft nog een paar trekken kon nemen. Triomfantelijk stapte
hij met de sigaar in zijn mond de kamer van een vriend binnen: 'Ik
zei tot hem, zeer wel overlegd en bedachtzaam: 'Zie je wat ik doe?'
En toen hij me niet begreep, vervolgde ik: 'Ik rook. En toch heb ik
mij voorgenomen niet meer te roken. Maar nu droom ik, en nu rook ik
toch in mijn droom, en ik heb er al het plezier van.' Toen ik dit
gezegd had, trok ik nog met vol overleg aan den sigaar en ik had
genoegen omdat ik mijn voornemen niet had gebroken en toch het
plezier van roken had.'
Van Eden was zich er in zijn droom van bewust dat hij aan het dromen
was. Hij noemde zulke ervaringen heldere dromen en hield er in
hetzelfde jaar een voordracht over voor een parapsychologische
vereniging in Londen. Van Eden vertelde zijn gehoor dat hij in de
afgelopen vijftien jaar al 352 heldere dromen had genoteerd. Tijdens
deze dromen had hij naar eigen zeggen een min of meer volledig
zelfbesef. Hij kon zich zijn dagleven meestal goed herinneren, hij
kon doelbewust handelen en hij kon de droomwereld zeer duidelijk
waarnemen, terwijl hij tegelijkertijd wist dat hij nog steeds sliep.
De heldere dromen traden bijna altijd in de vroege ochtend op, ze
duurden vrij kort en gingen vaak gepaard met een groot geluksgevoel.
De droom over de sigaar is niet karakteristiek voor de heldere
dromen die Van Eden rapporteerde. Gewoonlijk koos hij het luchtruim
en vloog over fraaie landschappen onder zonnige, blauwe luchten. Ook
zijn religieuze gevoelens kwamen daarbij naar boven, want hij voelde
meestal een sterke behoefte om God te danken. De stadsgezichten die
hij soms zag, boeiden hem minder. En tegen de wulpse droomvrouwen
die hem probeerden te verleiden, stelde hij zich immer krachtig te
weer.

Remslaap

Van Eden rapporteerde dat hij zich altijd wel iets van een droom
herinnerde wanneer hij op een willekeurig tijdstip in de nacht
ontwaakte. Daarom twijfelde hij aan het bestaan van een volkomen
droomloze slaap. In de jaren '50 werd dit vraagstuk door
wetenschappers in slaaplaboratoria onderzocht. Zij ontdekten dat hun
proefpersonen vier tot vijf keer per nacht in een toestand geraakten
waarbij hun ogen snelle bewegingen maakten. Als de proefpersonen uit
deze remslaap (Rapid Eye Movements) werden gewekt, rapporteerden ze
in ruim tachtig procent van de gevallen een levendige herinnering
aan een voorafgaande droom.
Bijna een kwart van de nacht wordt in remslaap doorgebracht. Deze
perioden duren langer naarmate de nacht vordert en kunnen in de
ochtend wel drie kwartier beslaan. Wie 's ochtends langzaam uit
remslaap ontwaakt, zal zich vaak het laatste deel van een droom
kunnen herinneren. Mannen kunnen gemakkelijk vaststellen of ze in
remslaap verkeerden, omdat ze dan gewoonlijk met een erectie wakker
worden.
Ondanks het duidelijke verband tussen dromen en remslaap
rapporteerden de proefpersonen zo nu en dan ook gedetailleerde
dromen wanneer ze werden gewekt op een moment dat hun ogen geen
snelle bewegingen maakten. Deze dromen konden niet worden
toegeschreven aan een voorafgaande remfase, want ze traden ook op
voordat de eerste remperiode had plaatsgevonden. Bovendien
herinnerden de proefpersonen zich vaak losse gedachtenflarden
wanneer ze buiten de remslaap werden gewekt. Van Eden kreeg dus
gelijk: onze geest is de gehele nacht actief, al treden de meest
visuele en verhalende dromen hoofdzakelijk tijdens de remslaap op.
Heldere dromen laten zich moeilijker onderzoeken omdat ze vrij
zeldzaam zijn. Minstens de helft van de bevolking schijnt nooit een
dergelijke ervaring te hebben gehad. Sommige critici meenden dat
heldere dromers zichzelf voor de gek houden en slechts dromen dat
hun bewustzijn helder is. Anderen betwijfelden of de toestand
tijdens remslaap kan optreden. Zij veronderstelden dat heldere
dromen een soort dagdromen zijn die zich voordoen wanneer iemand al
half wakker is of kortstondig uit een droom ontwaakt.

Oogsignalen

De Britse psycholoog Keith Hearne maakte een einde aan alle
twijfels. In 1975 ontdekte hij een manier om het bestaan van heldere
dromen objectief aan te tonen. Zijn proefpersoon was Alan Worsley,
die zeer regelmatig helder droomde. Hearne liet hem vele nachten in
zijn laboratorium slapen en gaf hem de opdracht zijn ogen acht keer
naar links en rechts te bewegen op het moment dat hij zich van een
droom bewust werd. Worsley bleek daadwerkelijk signalen te kunnen
doorgeven via zulke afgesproken oogbewegingen. Gelijktijdige
metingen van zijn hersenactiviteit wezen uit dat hij ondertussen in
remslaap verkeerde en zich niet van zijn omgeving bewust was.
Worsley probeerde ook via een drukknop signalen door te geven. Maar
dat lukte niet, al was hij er in zijn droom soms van overtuigd dat
hij de knop had ingedrukt. Dit onvermogen lag in de lijn der
verwachting omdat de spierspanning tijdens remslaap wegvalt, zodat
de ledematen niet kunnen worden bewogen.
Hearne schreef een dissertatie over zijn onderzoek, waarop hij in
1978 promoveerde. Toevallig voerde de Amerikaanse psychofysioloog
Stephen LaBerge op dat moment een gelijksoortig onderzoek uit dat
hem twee jaar later een doctorstitel opleverde. LaBerge had zelf
ongeveer één keer per maand een heldere droom en slaagde erin deze
frequentie enorm op te voeren. Tijdens een reeks van twintig nachten
die hij in het laboratorium doorbracht, had hij zeventien heldere
dromen. Daarbij slaagde hij er veertien keer in door middel van
oogbewegingen een afgesproken teken door te geven. Enkele andere
proefpersonen die door LaBerge waren onderwezen in de kunst van het
helder dromen, boekten vergelijkbare resultaten.
In de jaren '80 verschenen er in vakliteratuur enkele tientallen
wetenschappelijke artikelen over heldere dromen, die meestal lucide
dromen worden genoemd. Verschillende onderzoekers lieten de
proefpersonen tijdens hun dromen bepaalde opdrachten uitvoeren en
probeerden de effecten daarvan te meten. Zo stelde men vast dat
heldere dromers in staat zijn om hun adem even in te houden. Ze
konden ook met hun ogen hun vinger volgen wanneer ze die in hun
droom van links naar rechts door hun blikveld bewogen. Als wakende
proefpersonen deze opdracht in hun verbeelding uitvoeren, bewegen
hun ogen met kleine schokjes. De ogen van de heldere dromers maakten
daarentegen een vloeiende beweging, net alsof ze de vinger echt
zagen.
Hoewel de dromers hun slapende lichaam niet konden bewegen, werden
er wel kleine spieractiviteiten gemeten die overeenstemden met de
bewegingen die zij in hun dromen maakten. Vooral met hun vingers en
tenen bleken zij nog signalen aan de buitenwereld te kunnen
doorgeven. Ook hun hersengolven werden beïnvloed door hun gedroomde
activiteiten. De meest spraakmakende ontdekking was dat heldere
dromers een echt orgasme kunnen beleven, waarbij mannen echter geen
zaadlozing krijgen.
Helaas is het aantal wetenschappelijke publicaties over lucide
dromen de laatste jaren sterk afgenomen. Wel verscheen er eind 1995
een rapport over een serie parapsychologische experimenten die in
opdracht van de CIA was uitgevoerd. Bij een van deze experimenten
probeerden heldere dromers, die door LaBerge waren geïnstrueerd,
helderziende waarnemingen te doen. Zij kregen een ondoorzichtige en
verzegelde envelop waarin een foto uit de National Geographic zat.
's Avonds legden ze de envelop naast hun bed en namen zich voor om
die tijdens hun eerstvolgende heldere droom te openen. Na afloop
gaven ze een beschrijving van hun waarnemingen, die ze samen met de
gesloten envelop naar de onderzoekers terugstuurden.
Een onafhankelijke beoordelaar kreeg een aantal foto's te zien en
probeerde aan de hand van de beschrijving vast te stellen welke foto
de proefpersoon had ontvangen. In totaal werden er 21 beschrijvingen
beoordeeld, die een statistisch significant resultaat opleverden (de
kans om toevallig zo'n resultaat te boeken was kleiner dan 5
procent). Helaas was het effect niet groter dan bij andere soorten
parapsychologische experimenten en waren er geen proefpersonen die
de foto nauwkeurig konden beschrijven.

Droom ik nu?

Helder dromen schijnt een vaardigheid te zijn die de meeste mensen
kunnen leren. Een eerste vereiste is, dat we ons iedere nacht
minstens één droom kunnen herinneren. Zodra we 's morgens of
gedurende de nacht wakker worden, dienen we ons meteen af te vragen:
'Wat was ik daarnet aan het dromen?' Het is daarbij belangrijk om
met gesloten ogen roerloos te blijven liggen terwijl we de
droombeelden proberen terug te roepen. Het is ook raadzaam om ze
vervolgens op te schrijven. Als we voldoende gemotiveerd zijn en
iedere avond gaan slapen met het verlangen onze dromen te
herinneren, kan ons herinneringsvermogen al binnen een paar weken
het gewenste niveau bereiken.
Ons waakbewustzijn is in de droom al in zekere mate aanwezig, want
anders zouden we ons daar na afloop niets van kunnen herinneren. In
normale dromen beschikken we echter nog niet over onze kritische
vermogens, zodat er allerlei onwaarschijnlijke dingen kunnen
gebeuren zonder dat die ons verbazen. Het is nuttig om vertrouwd te
raken met locaties, symbolen, situaties en gebeurtenissen die
regelmatig in onze eigen dromen voorkomen. Daarmee vergroten we de
kans dat we deze typerende kenmerken tijdens de droom gaan opmerken
en ons herinneren dat we al eerder iets dergelijks hebben gedroomd,
waardoor we ons plotseling realiseren dat we niet in de
werkelijkheid verkeren.
Volgens de Duitse psycholoog Paul Tholey kan men heldere dromen
bevorderen door zich dagelijks verscheidene malen serieus de vraag
te stellen 'Ben ik nu aan het dromen?'. Men dient deze vraag met
name te stellen wanneer er iets vreemds of verrassends gebeurt,
wanneer men sterke emoties heeft of wanneer men iets ziet of
meemaakt dat aan de droomwereld doet denken. De vraag kan ook worden
gekoppeld aan een bepaalde routinehandeling, zoals het openen van
een slot. Tholey stelt dat zo'n kritische houding door de macht der
gewoonte geleidelijk in onze dromen zal doordringen.
Wie zich in een droom afvraagt of de eigen zintuiglijke ervaringen
overeenstemmen met de werkelijkheid, komt lang niet altijd tot de
juiste conclusie. Het vermogen tot kritische reflectie is vaak nog
niet zo groot en de droomwereld ziet er zo realistisch uit dat men
daar al spoedig weer volledig door in beslag wordt genomen. Daarom
is het raadzaam een zogenoemde realiteitstest uit te voeren. Zo kan
men proberen na te gaan wat er in het afgelopen kwartier is gebeurd.
In dromen lukt dat vaak niet goed of realiseert men zich dat de
omgeving er kort tevoren nog heel anders uitzag.
La Berge adviseert een stukje tekst lezen, vervolgens even naar iets
anders te kijken en het daarna opnieuw te proberen. Als er woorden
of letters veranderen, is het duidelijk dat men in een droomwereld
verkeert. Dit kan worden bevestigd door een luchtsprong te maken,
waarbij men zal merken dat de zwaartekracht veel zwakker is dan
normaal. Dromen kunnen zich ook verraden doordat lichtschakelaars en
elektrische apparaten vaak niet naar behoren functioneren.
Lucide dromen duren gewoonlijk maar enkele minuten en zijn lang niet
allemaal even helder. Vaak is de dromer zich er niet ten volle van
bewust dat alles zich in zijn of haar eigen geest afspeelt. Zo
maakte ik tijdens een droom een bandopname zonder te beseffen dat ik
die 's morgens niet meer kon afspelen. Ook uittredingservaringen,
waarbij jezelf vanuit een hoger gelegen standpunt in bed ziet
liggen, kunnen halflucide dromen zijn. De droom eindigt wanneer het
zintuiglijk contact met de buitenwereld wordt hersteld en je je
eigen fysieke lichaam weer voelt. Als je dreigt te ontwaken is het
volgens La Berge raadzaam om je droomlichaam enige tijd snel rond te
draaien. Op die manier kunnen signalen uit de buitenwereld worden
onderdrukt.

Droomlicht

Recent onderzoek van LaBerge bood sterke aanwijzingen dat men
heldere dromen kan stimuleren door de slaap 's morgens vroeg te
onderbreken. De beste resultaten werden geboekt wanneer de
proefpersonen de opdracht kregen een uur eerder op te staan en
gedurende zestig minuten in een boek over heldere dromen te lezen.
Daarna moesten ze weer naar bed gaan om nog anderhalf uur te slapen.
Bij het inslapen namen ze zich voor in hun volgende droom helder te
worden. Dat lukte in ruim zestig procent van de gevallen. Daarbij
dient wel te worden aangetekend dat de proefpersonen onder normale
omstandigheden al ongeveer één keer per week helder droomden. Deze
dromen traden eveneens hoofdzakelijk tegen de ochtend op.
LaBerge probeerde ook zijn proefpersonen van buitenaf signalen te
geven. Als hij ze tijdens de remslaap via een bandrecorder de
boodschap 'You are dreaming' liet horen, resulteerde dat geregeld in
een heldere droom, die echter maar luttele seconden duurde. Het
geluid maakte veel proefpersonen uit hun droom wakker. Lichtsignalen
bleken betere resultaten op te leveren. LaBerge ontwikkelde een
masker met lampjes, dat men 's nachts kan dragen. In het masker zijn
sensoren aangebracht die de oogbewegingen registreren. Wanneer er
snelle oogbewegingen optreden, beginnen de lampjes enige tijd te
knipperen. Hierdoor kunnen zich in de droom allerlei ongewone
lichteffecten voordoen, die de gemaskerde dromer eraan herinneren
dat hij zich niet in de werkelijkheid bevindt.
Onlangs voerde LaBerge een gecontroleerde proef uit om zijn
droommasker te testen. Veertien personen die regelmatig helder
droomden, sliepen in totaal 162 nachten met het masker voor hun
ogen. Ze wisten niet dat de sensoren tijdens 81 nachten buiten
werking waren gesteld, zodat de lampjes niet knipperden. In totaal
rapporteerden zij 32 heldere dromen. Daarvan hadden 22 zich
voorgedaan tijdens de nachten dat het masker in werking was, ruim
tweemaal zoveel als in de controlenachten.



Een gelukkiger wereld?

Ruim tien jaar geleden publiceerde LaBerge de bestseller Lucid
Dreaming, waarvan meer dan 120.000 exemplaren werden verkocht. Hij
kreeg zoveel vragen en reacties van lezers, dat hij een paar jaar
later in Californië het Lucidity Institute oprichtte. Wie helder wil
leren dromen kan daar literatuur bestellen, een cursus volgen of een
droommasker aanschaffen. Ook via het Internet kan men er informatie
verkrijgen (ftp.lucidity.com). Donateurs van het instituut worden
aangemoedigd om thuis deel te nemen aan droomexperimenten waarvan de
resultaten verschijnen in de driemaandelijkse nieuwsbrief.
LaBerge bekende dat zijn belangstelling voor veranderde
bewustzijnstoestanden voor het eerst werd gewekt toen hij in 1967
als 19-jarige scheikundestudent in contact kwam met psychedelische
drugs. Later werkte hij met financiële steun van NASA aan de
ontwikkeling van nieuwe hallucinogene middelen. Maar toen de
geldkraan werd dichtgedraaid, ontdekte hij een beter alternatief en
groeide uit tot een man met een missie. Volgens LaBerge kunnen
heldere dromen de wereld een stuk gelukkiger maken.
Heldere dromen kunnen onze ervaringen verrijken. Ze bieden ons de
mogelijkheid om alles te doen wat we willen, waarbij we slechts
beperkt worden door onze verwachtingen, ons voorstellingsvermogen en
eventueel door onze normen en waarden. Ze zijn veel levensechter dan
dagdromen of visualisaties. In tegenstelling tot bioscoopfilms
kosten ze niets en doen ze een beroep op onze eigen creativiteit. Ze
kunnen ook gebruikt worden om angsten te overwinnen, frustraties af
te reageren, problemen uit te praten of nieuwe vaardigheden te
oefenen. Vooral nachtmerries kunnen er effectief mee worden
bestreden. Als de dromer zich ervan bewust wordt dat het gevaar een
illusie is, hoeft hij er niet meer voor op de vlucht te slaan.
Heeft helder dromen ook nadelen? Daarover verschillen de meningen.
Enkele heldere dromers bekenden dat ze verslaafd waren geraakt aan
deze paradoxale bewustzijnstoestand. Ze lagen bij voorkeur hele
dagen in bed omdat ze hun droomwereld veel plezieriger vonden dan de
harde realiteit. Er waren ook mensen die rapporteerden dat ze soms
moeite hadden om onderscheid te maken tussen droom en werkelijkheid.
Op het Internet (in de newsgroup alt.lucid.dreams) staan soms
noodkreten van heldere dromers die in de problemen zijn geraakt. Zo
was er een vrouw die zich in een heldere droom door een bende had
laten verkrachten en daardoor later met zichzelf in conflict was
gekomen.
Toch zijn er geen aanwijzingen dat zulke problemen structureel zijn.
Het risico dat de droomwereld uitgroeit tot een alternatief voor de
echte wereld, is vrij klein. Misschien blijkt daaruit dat de meeste
mensen niet uitsluitend op zoek zijn naar aangename ervaringen. Een
andere oorzaak is echter dat heldere dromen niet door middel van een
pil kunnen worden opgewekt. Het vereist veel wilskracht om dit
vermogen zodanig te ontwikkelen dat men er wekelijks een half uur
gebruik van kan maken. Daarom zal helder dromen waarschijnlijk nooit
een echte rage worden.

Slapen maakt slim

Als we slapen, zijn onze hersenen bij vlagen zeer actief: alsof er
een motor begint te draaien. Wat gebeurt er dan eigenlijk?
Onderzoekers denken dat slaap essentieel is voor het geheugen.
Een nacht niet slapen en de volgende dag ben je gebroken. Er zitten
louter watten in je hoofd. Werken gaat redelijk, maar vooral omdat
je handelt op de automatische piloot. Creatieve of intelligente
oplossingen hoeven vandaag niet van jou te worden verwacht. Je hoopt
dat de dag snel om is, zodat je kunt toegeven aan die onbedwingbare
behoefte aan slaap.
Waar is slapen eigenlijk goed voor? Waarom besteden we er een derde
van ons leven aan? En vooral: wat gebeurt in het hoofd als we
slapen? Met deze vraag worstelen wetenschappers al decennia. En in
feite weten ze tot op heden nog betrekkelijk weinig. We kunnen een
Hubble telescoop de ruimte in sturen en ter plekke voorzien van een
nieuwe lens. We kunnen onbemande karretjes op Mars laten landen. We
kunnen dieren en misschien straks ook mensen klonen, maar zoiets
alledaags als het waarom van slaap is nog grotendeels terra
incognita. Eén ding is wel duidelijk: zonder slaap gaat de mens
binnen afzienbare tijd dood. Ratten die de slaap wordt onthouden,
sterven binnen acht dagen. Ze kunnen hun lichaamstemperatuur niet
meer regelen en koelen af. Ze eten tegen de klippen op, maar
vermageren toch. Uiteindelijk laat het afweersysteem het afweten, ze
sterven aan een of andere infectieziekte. Slapen lijkt dus goed te
zijn voor herstel van het lichaam. Gedurende de slaap piekt het
groeihormoon ook. Dat zorgt voor de aanmaak van stoffen als eiwitten
waarmee weefsels worden hersteld of nieuwe weefsels gemaakt. Als
kinderen slecht slapen, groeien ze beduidend minder hard.
De mens kan niet 24 uur per dag doorgaan, ook al zou hij nog zo
graag willen. Geen enkel dier kan dat en in feite geen enkel
organisme: ook planten hebben een dag- en nachtritme. Er zijn wel
dieren die heel weinig slapen, maar die leven niet lang. Een
opvallend verschil is dat tussen de veldmuis en de vleermuis,
zoogdieren van dezelfde grootte. De veldmuis slaapt maar twee tot
drie uur per nacht en leeft niet langer dan twee, drie jaar. De
vleermuis leeft maar liefst twintig jaar. Dit dier slaapt dan ook
achttien uur per dag en houdt ook nog een flinke winterslaap. En ook
bij mensen is een dergelijke relatie gevonden. Mensen die minder dan
vier uur slapen, lijken minder lang te leven (zie kader Pas op voor
slaapschuld)
Een flinke pauze is dus onmisbaar voor het lichaam. Toch is
onduidelijk waarom we niet gewoon kunnen uitrusten. Gemakkelijk
zitten op een stoel bijvoorbeeld, of desnoods even liggen. Waarom
draagt de natuur ons op daarvoor half buiten bewustzijn te raken en
te dromen? Een situatie die ons ook nog eens uiterst kwetsbaar
maakt. We zijn dan immers een gemakkelijke prooi voor de vijand:
niets makkelijker dan iemand in zijn slaap te verrassen.
Wetenschappers lijken langzaam een vinger te krijgen achter dit
grote raadsel. De laatste jaren stapelen de aanwijzingen zich
namelijk op dat slapen van essentieel belang is voor het geheugen en
daarmee het leervermogen van de mens, zo wordt gesteld in een
artikel in het Amerikaanse tijdschrift Science. En één stadium in de
slaap lijkt daar met name goed voor: de remslaap.

Wilde beelden

Slaap verloopt via een aantal stadia. Je begint eerst te doezelen.
Je ogen vallen dicht en rollen weg. Je spieren verslappen en maken
soms onwillekeurige bewegingen. Je krijgt hallucinaties: het lijkt
op dromen, maar het verhaal is realistischer, doorgaans gebaseerd op
concrete gebeurtenissen van die dag. De golven in je hersenen worden
trager en trager. Je zakt steeds verder weg, totdat je in een half
uur tot drie kwartier in een diepe slaap bent beland. De zintuigen
geven nauwelijks meer signalen door, je bent vrijwel onbereikbaar
voor de buitenwereld. Zijn er overdag verschillende kernen van de
hersenen actief, nu deinen alle zenuwcellen synchroon mee op
dezelfde golven. Na deze diepe slaap die ongeveer twintig minuten
duurt slaap je weer een stuk lichter en kom je in een zogeheten
remslaap terecht. Het brein wordt opeens zeer actief. Er lijkt een
storm aan golven door de hersenen te gaan. De ogen schieten van
links naar rechts Rapid Eye Movement , vandaar REMslaap en
meestal verschijnen de wildste beelden in je hoofd: je droomt.
De afwisseling van remstadium naar diepe slaap en weer terug,
gebeurt meerdere keren in de nacht, waarbij de diepe slaap naar de
ochtend toe steeds minder diep wordt en de remslaap steeds langer
gaat duren (zie plaatje).
En dan is die remfase, die van essentieel belang is voor het
geheugen en het leervermogen, denken veel wetenschappers, waaronder
hoogleraar biopsychologie Gerard Kerkhof, werkzaam aan de
Universiteit Leiden, de Universiteit van Amsterdam en het Centrum
voor Slaap- en Waakstoornissen in Den Haag. "Wij denken dat
gedurende die remfase belangrijke ervaringen van die dag op de goede
plek in het geheugen worden gezet en de onbelangrijke ervaringen
worden weggegooid."
Experimenten met dieren ondersteunen dit idee. Zo duurt de remslaap
langer wanneer ratten gedurende de dag allerlei nieuwe taken krijgen
aangeleerd. Bij deze dieren neemt de remslaap weer normale
proporties aan wanneer ze de nieuw geleerde taak onder de knie
hebben. Werden de diertjes gestoord in hun remslaap, dan voerden ze
recent aangeleerde taken minder goed aan dan hun niet gestoorde
soortgenoten.

Sterk dromen

Bij de mens zijn de afgelopen jaren vergelijkbare resultaten
geboekt. De Amerikaan Robert Stickgold, hoogleraar psychiatrie aan
de Harvard Medical School in de V.S., leerde proefpersonen
afwijkende patronen herkennen in een matrix: op een scherm vol met
rechtopstaande letters T was er bijvoorbeeld een letter T
omgevallen. Mensen moesten in een keer de matrix kunnen overzien en
de afwijkende T aanwijzen. Ze blijken dat steeds beter te kunnen na
training. Als de onderzoekers deze proefpersonen normaal lieten
slapen, voerden ze deze taak in de loop van de week steeds beter
uit. Werden hen een nacht de remslaap onthouden, dan daalde de
prestatie.
En de Belg Piere Maquet van de Universiteit Luik keek via een
petscan welke hersendelen actief werden wanneer mensen een
computertaak kregen aangeleerd. Vervolgens bekeek hij de hersenen in
de remslaap erna. Hij zag dat dezelfde kernen 's nachts activiteit
vertoonden.
Kerkhof: "Wij denken dat tijdens de remslaap de ervaringen worden
teruggespeeld die van belang zijn voor het uitvoeren van de taak. In
de diepe slaap zorgt het groeihormoon ervoor dat er bouwstenen
worden aangemaakt. In de remslaap worden die bouwstenen vervolgens
op de juiste plek gezet in het lange-termijn-geheugen. Er vindt als
het ware een reorganisatie plats, bepaalde zenuwcontacten die van
belang zijn voor het uitvoeren van een taak worden versterkt. Het
proces dat in de diepe slaap is ingezet, wordt afgemaakt in de
remslaap."
Waarom we in deze remfase ook sterk dromen, weten de wetenschappers
niet. "De meeste denken dat dromen het 'lawaai van de motor' is. Het
brein is volop aan het draaien, allerlei geheugensporen worden
geactiveerd om de nieuwe ervaringen aan te koppelen, en dat gaat
gepaard met een hoop visueel kabaal: beelden van oude herinneringen
verschijnen en worden geassocieerd met nieuwe beelden", schetst
Kerkhof. In deze hypothese is een droom dan ook een weerspiegeling
van wat er in je hoofd is opgeslagen. Allerlei luikjes worden
geopend. Die vertellen iets over wat jij als persoon uit het leven
hebt gefilterd.
Dat er zo druk geassocieerd, gekoppeld en geknoopt wordt in deze
periode van de slaap, blijkt volgens Kerkhof uit een andere proef
van de Amerikaan Stickgold. Daarin liet hij proefpersonen reageren
op woordparen. Sommigen hebben iets met elkaar te maken (gras en
groen) de zogenoemde gerelateerde woorden anderen niet
(hijskraan en bankstel). Als mensen overdag deze taak krijgen
voorgelegd, reageren ze sneller p de gerelateerde woorden dan op de
niet gerelateerde. Het woord groen bereidt de hersenen als het ware
voor op gras, zo is de veronderstelling.
Maar als de proefpersonen deze taak moeten uitvoeren niet (hijskraan
en bankstel). Als mensen overdag deze taak krijgen voorgelegd,
reageren ze sneller op de gerelateerde woorden dan op de
niet-gerelateerde. Het woord groen bereidt de hersenen als het ware
voor op gras, zo is de veronderstelling.
Maar als de proefpersonen deze taak moeten uitvoeren nadat ze worden
gewekt uit hun remslaap, gebeurt er iets anders. Dan reageren de
mensen juist langzamer op de gerelateerde dan op de
niet-gerelateerde woordparen. "Een duidelijk teken dat het brein in
deze fase anders is georganiseerd. Er is een lossere associatie van
gedachten." Een promovenda van Kerkhof, Margreet Kolff, probeert
deze experimenten nu te herhalen in het eigen laboratorium.
Kerkhof benadrukt dat de remslaap met name invloed lijkt te hebben
op het impliciete geheugen. Vooral de complexe taken worden na een
goede remslaap vastgelegd. Het expliciete geheugen het deel van de
hersenen waarmee je bijvoorbeeld bewust rijtjes woorden uit het
hoofd kunt leren lijkt vooralsnog onaangetast door onthouding van
remslaap.

Remslaap als Brainstorm

Deze experimenten geven echter slechts aanwijzingen dat remslaap
verband houdt met het geheugen, echte bewijzen zijn er nog niet,
vindt Ton Coenen, hoogleraar neurofysiologie aan de Universiteit van
Nijmegen. Alhoewel hij samen met Kerkhof het slaapexperiment van
Margreet Kolff begeleidt, is Coenen veel sceptischer dan zijn
collega. "Ik ben pas overtuigd van de invloed van remslaap op het
geheugen als andere laboratoria de experimenten van mijn
buitenlandse collega's kunnen herhalen. En dat is bij mijn weten nog
niet gelukt. Margreet Kolff heeft bijvoorbeeld het experiment van
Stickgold nog niet kunnen bevestigen."
Ook zelf boekte hij tot op heden vrij weinig resultaat. De afgelopen
jaren deed hij bij proefdieren onderzoek naar de relatie tussen
remslaap en geheugen. Hij vond inderdaad dat ratten in sommige
experimenten minder goed taken konden uitvoeren na onthouding van
remslaap. Maar in experimenten die op een andere manier werden
uitgevoerd, bleek geen enkel effect. "Dan vraag je jou af of de
methode van onderzoek voor een andere uitkomst zorgt en niet de
onthouding van remslaap. Kijk, die dieren kunnen ook gestrest zijn
doordat er met hen wordt geëxperimenteerd. Het stresshormoon
cortisol schiet omhoog en daarvan is bekend dat het van invloed is
op het geheugen. Het is natuurlijk een heel attractief idee dat de
remslaap een geheugenfunctie zou hebben. Want het is wel het element
van de slaap waarmee wij zoogdieren ons onderscheiden van andere
dieren. De link met cognitie, het verwerven en verwerken van kennis
waar wij zo goed in zijn, is dan al snel gelegd. Maar ik ben nog
niet overtuigd."
Als de remslaap er niet voor is om ons geheugen aan te scherpen, wat
voor functie kan dit vreemdsoortige slaapstadium dan wel hebben? "Er
zijn wetenschappers die denken dat onze hersenstorm zou moeten
voorkomen dat we buiten bewustzijn raken. We zouden in een remslaap
belanden omdat de hersenen weliswaar rust moeten hebben, maar niet
acht uur lang buiten werking kunnen treden. Dan gaan ze als het ware
roesten. Net als een waterleiding moet ook het brein periodiek
worden doorgespoeld. En dat gebeurt door de "brainstorm" van de
remslaap. Even worden de zenuwcellen elektrisch geladen en dan
kunnen ze weer verder uitrusten." Maar Coenen is ook geen aanhanger
van deze theorie. "Ik sta wat dat betreft vrij neutraal in dit
debat."
Kerkhof is er, zoals veel wetenschappers op dit terrein, inmiddels
van overtuigd dat de remslaap vooral een cognitieve functie heeft.
"Ik geef toe dat we de bewijzen nog niet rond hebben, maar zo
langzamerhand beginnen de neuzen wel dezelfde kant op te wijzen. Dat
onze promovenda de resultaten van Stickgold nog niet heeft kunnen
herhalen, bevreemdt mij niet. Het ging immers om een pilootstudie
met vrij weinig proefpersonen. Ik wil eerst een herhaling op grote
schaal zien voordat ik definitief conclusies trek." En ook het feit
dat experimenten met ratten wisselende resultaten geven, brengt hem
niet aan het twijfelen. "In veel rattenproeven worden heel simpele
leertaken getest. Terwijl nu blijkt dat de remslaap voor het
impliciete geheugen stimuleert. Het is dus heel belangrijk om te
weten welk type geheugentaak je in het experiment test".
Voor Kerkhof staat het als een paal boven water: slapen en dromen
zijn van essentieel belang voor het aanscherpen van het geheugen.
Wie het op een rijtje wil hebben, doet er goed aan voldoende te
slapen, en het liefst zo min mogelijk onderbroken nachten te maken,
want de remslaap lijkt de diepe slaap nodig te hebben om optimaal te
kunnen functioneren. "Wie het beste resultaat wil bereiken, moet het
geleerde vlak voordat hij naar dromenland vertrekt nog eens goed
inprenten. Want uit onderzoek blijkt: hoe minder verstoring door
andere ervaringen, des te beter het geleerde wordt opgeslagen."
In onze dromen creëren we onbewust een eigen subjectieve
ervaringswereld, die we ten onrechte voor de werkelijkheid aanzien.
Toch blijkt het soms mogelijk om tijdens een droom te beseffen dat
we aan het dromen zijn. Deze merkwaardige toestand, waarbij we als
het ware wakker zijn in onze droom, biedt ongekende mogelijkheden.
Op een nacht in 1913 stak de auteur Frederik van Eeden een sigaar op
toen hij zich herinnerde dat hij deze gewoonte had afgezworen.
Meteen daarna besefte hij echter dat hij aan het dromen was, zodat
hij ongestraft nog een paar trekken kon nemen. Triomfantelijk stapte
hij met de sigaar in zijn mond de kamer van een vriend binnen: 'Ik
zei tot hem, zeer wel overlegd en bedachtzaam: 'Zie je wat ik doe?'
En toen hij me niet begreep, vervolgde ik: 'Ik rook. En toch heb ik
mij voorgenomen niet meer te roken. Maar nu droom ik, en nu rook ik
toch in mijn droom, en ik heb er al het plezier van.' Toen ik dit
gezegd had, trok ik nog met vol overleg aan den sigaar en ik had
genoegen omdat ik mijn voornemen niet had gebroken en toch het
plezier van roken had.'
Van Eden was zich er in zijn droom van bewust dat hij aan het dromen
was. Hij noemde zulke ervaringen heldere dromen en hield er in
hetzelfde jaar een voordracht over voor een parapsychologische
vereniging in Londen. Van Eden vertelde zijn gehoor dat hij in de
afgelopen vijftien jaar al 352 heldere dromen had genoteerd. Tijdens
deze dromen had hij naar eigen zeggen een min of meer volledig
zelfbesef. Hij kon zich zijn dagleven meestal goed herinneren, hij
kon doelbewust handelen en hij kon de droomwereld zeer duidelijk
waarnemen, terwijl hij tegelijkertijd wist dat hij nog steeds sliep.
De heldere dromen traden bijna altijd in de vroege ochtend op, ze
duurden vrij kort en gingen vaak gepaard met een groot geluksgevoel.
De droom over de sigaar is niet karakteristiek voor de heldere
dromen die Van Eden rapporteerde. Gewoonlijk koos hij het luchtruim
en vloog over fraaie landschappen onder zonnige, blauwe luchten. Ook
zijn religieuze gevoelens kwamen daarbij naar boven, want hij voelde
meestal een sterke behoefte om God te danken. De stadsgezichten die
hij soms zag, boeiden hem minder. En tegen de wulpse droomvrouwen
die hem probeerden te verleiden, stelde hij zich immer krachtig te
weer.
Dromen zijn geen bedrog, maar een subjectieve werkelijkheid, zij het
van een andere orde. De vaak vreemde droomwerkelijkheid kunnen we in
een wakende staat leren kennen door hem opnieuw te ervaren en te
benoemen.
Precies zoals we het doen met de "gewone" werkelijkheid. Dromen en
waken hebben dus veel met mekaar gemeen. Het zijn allebei
toestanden van de subjectief doorstane werkelijkheid.
De grenzen tussen droom en waaktoestand zijn vloeiend.
Door de eeuwen is men er van uitgegaan dat dromen een bepaalde
betekenis hebben. Overal en in alle tijden lijken mensen dan ook
gefascineerd te zijn geweest door de droom. Bij natuurvolkeren was
en is de droom een bewijs voor het bestaan van de ziel,
die 's nachts zijn eigen weg gaat. Ook uit oudste geschreven bronnen
spreekt al een levendige belangstelling voor de droom, die vaak
wordt gezien als een manier van omgaan met hogere machten.
Hou jezelf wel steeds terzijde van de werkelijkheid in dromen en de
werkelijkheid in het dagelijkse leven.
Deze verschillen zijn meestal groot, soms heel groot, alhoewel het
ene tóch in verband staat met het andere.

Wat nu, tenslotte,
is de
inhoud van dromen?

Een droom is een gebeurtenis
die zich in de wereld van je onderbewustzijn manifesteert. Je
objectieve zintuigen worden hierbij grotendeels uitgeschakeld.
Grotendeels, want de ogen en de gedachten draaien volop in je
REMslaap.
Dromen zijn geestestoestanden die zich manifesteren in het
onderbewuste van je gedachten. Dromen kunnen dus wel zeker dingen
voorspellen die nog moeten gaan gebeuren, of oplossingen geven voor
je dagelijkse problemen of tekortkomingen.
Dromen kunnen je dus zowel het verleden als het heden als de
toekomst laten zien, in navolging van jouw eigen onderbewuste
gedachtengang die zich manifesteert in de dagdagelijkse
gebeurtenissen in jouw leven. In een droom komen dus jouw meest
verborgen gedachten (gevoelens) naar de voorgrond, waar ze door het
"dromen" bewerkt, of afgehandeld worden. (Of niet ...).
Zo kun je dagdromen of je kunt jezelf in Alfa dromen. (Zie "Alfa").
En ja, dromen zijn een gecompliceerd iets.
Tenslotte; dromen hebben altijd een betekenis voor jezelf en (of) je
omgeving.



      

 |