Net zoals bij de Kelten, werden ook de Noordse feestdagen gekoppeld aan hun voorname godheden (pantheon).

Het pantheon van de Germaanse en Noordse goden is vrij complex. Ongetwijfeld is het over een ruime tijdspanne ontstaan en hebben er in die tijd talloze invloeden meegespeeld, waaronder niet in het minst de volksverhuizingen. Er was in feite niet zoiets als 'dé Germanen'. Dit is slechts een algemene verzamelnaam voor min of meer losse stammen of etnieën die gebieden in het midden en het noorden van Europa bevolkten.
Wel konden de verschillende stammen zich in de eerste eeuwen na Christus nog onderling verstaanbaar maken, omdat zij dialecten van dezelfde taal, het Oergermaans, spraken.

Rond het jaar 1000 was ook het noorden gekerstend, maar de oude godheden overleefden in de literatuur, zij het vaak vervormd, vermomd en vermengd.

Er is met name literatuur overgeleverd over de goden waaraan in Scandinavië in de Vikingtijd werd geloofd. Over de Germaanse goden uit andere gebieden en periodes is veel minder bekend.

Zo bleven eveneens van de Noordse goden de namen van onze weekdagen over!




Midgard

Tijdens de jaarfeesten wordt de voortgaande schepping gevierd; de eeuwige kringloop van de natuur. Door het volgen van de loop der seizoenen zijn ze van oudsher voor een groot deel gebaseerd op het bewerken van het land en goede invloed te krijgen op het weer: "Het zaaien, oogsten enz.".

De Germaanse Traditie kent 9 jaarfeesten:


20 december t/m 6 januari
(De 12 Joeldagen van 26 dec. t/m 6 jan.)
6 januari wordt beschouwd als het
definitieve einde van de Joeltijd.


eind januari

eind februari


21 maart


nacht van 30 april op 1 mei


21 juni


begin augustus


21 september


vanaf 31 oktober

Een paar van deze jaarfeesten dragen de naam van een god of godin. Deze feesten zijn dan ook in de eerste plaats aan hen opgedragen. Voor de overige jaarfeesten is de keuze aan welke goden het ritueel op te dragen of om welke goden aan te roepen afhankelijk van de reden van het feest en persoonlijke voorkeur. Vruchtbaarheid speelt bij alle jaarfeesten een rol. Veel van de goden hebben ook een vruchtbaarheidsaspect. Wie kies je dan uit bij welk ritueel? De goden of godinnen met wie er een sterk verbondenheid ervaren wordt. De rituelen voor de jaarfeesten kunnen geopend worden met een algemene oproep voor alle goden, godinnen, Alfar, Disir en andere godheden die ons goed gezind zijn. Op deze wijze manier wordt aan alle goden en andere theologische wezens eer gebracht en kan het ritueel verder aan één of meer specifieke goden worden opgedragen.


Disir

...Immers, wij staan aan het begin van het Joeltijdperk, eertijds gewijd aan Wodan, als god der vruchtbaarheid, maar ook aan de schimmen, de afgestorvenen, meer algemeen: het tijdperk der vruchtbaarheid en der bevruchting, gedurende hetwelk genoten en gegeven wordt en nieuwe gaven worden verhoopt van de aarde, sluimerend en welhaast zich dekkend met het mollige blanke dekkleed van sneeuw... (Nederlandsche Volkskunde, Dr. J. Schrijnen, p 139).

De joelperiode loopt van de zonsondergang van 20 december t/m de zonsopgang van 1 januari. Gedurende die Twaalf Joelnachten ontmoeten de Negen Werelden elkaar in Midgard; de goden en godinnen, de levenden en de doden, de reuzen, elven, trollen, feeën...........
Het is de tijd van de "Wilde Jacht" en de tijd waarop de zon op haar laagste punt staat. (Yule).


Wodan's Wilde Jacht

Ten tijde van onze heidense voorouders werden de winterfeesten gevierd van begin november tot begin januari. Met wat wij nu Winternachten noemen werd deze feestperiode ingezet.
Winternachten is net als Joel (Yule) een feest waarbij de voorouders geëerd worden.
Vanaf dit tijdstip worden de sluiers tussen de werelden dunner en begint de "Wilde Jacht".

De Twaalf Joelnachten is een tijd om alle goden eer te bewijzen, hen te vragen ons de winter door te helpen en om ons het komende jaar voorspoed en vruchtbaarheid te brengen. Toch zijn er een aantal van hen die in deze periode duidelijker op de voorgrond treden. In de eerste plaats natuurlijk Wodan, als de Leider van de Wilde Jacht, maar ook van Vrouw Holle is bekend dat zij mee gaat met de Wilde Jacht. Ik vermoed dat Nehellenia hier ook aan meedoet. Zij is immers ook een godin van dood en vruchtbaarheid. Joel is de tijd om invloed uit te oefenen op het lot.
De godinnen die daar heel specifiek bij horen zijn de Nornen en Frigga.


Nornen

De eerste Joelnacht is Moedernacht (20 december), opgedragen aan de moedergodinnen en de Disir (voormoeders). Mr. W. Van de Poll beweert in zijn boekje "Nederlandsche Volksfeesten" dat dit feest haar naam te danken heeft aan het feit dat uit Moedernacht het nieuwe jaar geboren wordt.
Het Moedernacht - ritueel is bedoeld om de godinnen en Disir eer te bewijzen en hen te bedanken voor alle hulp die we het afgelopen jaar van hen ontvingen.
Daarnaast kunnen we hun vragen ons te beschermen tijdens de Twaalf Joelnachten en natuurlijk of ze ons ook het komende jaar weer willen helpen en beschermen.


Frigga

Het belangrijkste Joelritueel vindt plaats gedurende de nacht van de winterzonnewende; de langste nacht van het jaar. Tijdens de gehele nacht brandt de joelkaars, als symbool van het licht dat zelfs in de grootste duisternis voortleeft. De meeste feest- of vreugdevuren zijn van heidense oorsprong. Er wordt wel verteld dat met Joel de vuren werden gedoofd en met het Midwinterfeest weer ritueel werden aangestoken. Dit noemt men het noodvuur, Oud Saksisch nôdfiur, hierin is nôd- verwant met het Oud - Hoogduitse nûan 'stuk wrijven'. Dit noodvuur ontstond door een stukje hout in de opening van een ander stuk hout te wrijven tot het vlam vatte.

Oudejaarsnacht is een feestnacht, om twaalf uur wordt met een hoop kabaal het oude jaar verjaagd en het nieuwe jaar begroet. Deze nacht wordt veelal gebruikt om geloften en voorspellingen te doen voor het nieuwe jaar. De dagen worden alweer langer en de kracht van de zon neemt toe, maar half januari tot half februari kan het koudste gedeelte van de winter zijn. De ijsreuzen hebben het land nog in hun greep. Tijd om de hulp in te roepen van onze machtige reuzenrammer!
Tijdens het ritueel, eind januari, bedanken we Donar voor het verdrijven van de duisternis en doen we een beroep op hem om de ijsreuzen te verjagen.
Deze god doe je altijd een plezier met een stevige pot bier.



Donar

Als de ijsreuzen verslagen zijn , kan het land weer bewerkt worden. De stilte en rust van de winter zijn voorbij. Waar de godinnen met Moedernacht om bescherming gevraagd werd, vragen wij hen met het Feest van de Ploeg, eind februari, om vruchtbaarheid. In de eerste plaats is dit een feest voor de godinnen en de Disir net als Moedernacht. Na de winterfeesten zijn de lentefeesten aan de beurt. Er zijn nog vele volksgebruiken in de maanden maart, april en mei die hun sporen hebben in een ver heidens verleden. Denk hierbij aan het plaatsen van de meiboom. Later in verkleinde versie overgegaan in de palmpasentak. J.H. Nannings zegt dat de meiboom onder kerkelijk invloed op de palmzondag terecht is gekomen. Verder vertelt hij dat de palmpasentak versierd werd met vijf zwaantjes, broodvogeltjes met krentenoogjes, en een rad (een broodkrans). Hij heeft het er ook nog over dat de broodkrans een haarvlecht voorstelt. Dit zou afkomstig zijn van de oeroude haaroffers die weer in de plaats waren gekomen van een vrouw of slaaf. "In een ver verleden was het offeren van mensen niet ongewoon". Het offeren van dieren is nog veel langer blijven bestaan.
Ook in het christendom werden deze "offervormen" uitgevoerd! Buiten het levensoffer van hun "christus" en het "offerlam" hadden zij ook nog de "Heilige Inquisitie".
Beide Germaanse vormen van offeren zijn overgegaan in symbolische offers o.a. in de genoemde broodkrans en dieren in broodvorm. (De christenen krijgen nu hun "hostie", maar de wijn is alleen voor de pastoor). 't Komt hun anders misschien te duur uit zeker?


Feest van de Ploeg

Eén van de bekendste volksgebruiken tot op de dag van vandaag is het versieren van paaseieren.
Ook bestaan er veel verschillende spelletjes met eieren. Dr. C.C. v.d. Graft beschrijft een aantal van die spelletjes. Op Schiermonnikoog speelde de jeugd het 'ooileivèjèn'. De kinderen verkochten de gekleurde, gekookte eieren voor een paar centen. De koper wierp het ei weg met de bedoeling het stuk te gooien. Ging het ei stuk dan behield hij het ei zonder betaling, bleef het heel dan kreeg de verkoper het terug en behield het geld.

Het is nog heel lang in vele dorpen de gewoonte geweest vreugdevuren te ontsteken, hier omheen te dansen en/of over het vuur heen te springen. Van Ootmarsum is het vlöggelen of vleugelen bekend. Een reidans, waar een groot gedeelte van het dorp aan deelnam, die begon op de paasweide.
Men danst onder het zingen van een lied het dorp door.
Bij huizen waarvan de voor- en achterdeur openstonden danste men de woning door.

Met Estara vieren we dat Donar de ijsreuzen verslagen heeft, dat de zomer de winter heeft overwonnen, en dat de goden en godinnen ons door de winter geholpen hebben.

Dit feest heeft haar naam te danken aan de godin Estara van wie weinig meer bekend is dan dat ze een godin is van lente, vruchtbaarheid en wedergeboorte. Tijdens dit feest worden in eerste instantie de god/innen die met vruchtbaarheid te maken hebben aangeroepen: o.a. Frey, Freya, Estara, Iduna, Nehelennia, Njord en Nerthus. (Estara: Zie in onze Index of Jaarwiel ~ "Ostara").


Freya

De appel is één van de belangrijkste symbolen van vruchtbaarheid binnen de Noordse Traditie:
"De vrucht die het zaad in zich draagt". Dit symbool kan verwerkt worden in het ritueel.
Ieder van de deelnemers eet een appeltje als symbool voor de verbondenheid met de natuur en de goden en godinnen. De klokhuizen met het zaad worden terug gegeven aan de aarde.
Mensen die bekend zijn met de runen kunnen eerst de drie vruchtbaarheidsrunen in de appel kerven:

Perthro, Berkana en Inguz.

Het volgende feest, dat we hier bespreken, is Vanadisnacht beter bekend onder de gekerstende naam Walpurgisnacht. Het feest wordt gevierd in de nacht van 30 april op 1 mei.
Dit is een magische nacht geschikt voor seidh en spá (het doen van voorspellingen).

Vanadis (dis van de Wanen) is één van de namen van Freya, de godin van magie en mysteriën en van liefde en lust. Vanadisnacht is vergelijkbaar met het Keltische Beltane. Het is een feest waarop in oude tijden de vreugdevuren ontvlamden en jonge (en oude) geliefden elkaar vonden.

...Op Sint - Jansnacht drijven, evenals op Walpurgisnacht, de geesten hun spel: het is één der geheimzinnige tovernachten.
Dan snijdt men de wichelroede, dan plukt men Sint - Janskruid, dan durft de schipper niet uitvaren op het Haringvliet. Dan legt men doeken buiten, om den Sint - Jansdauw op te vangen, en deze dauw geneest voortreffelijk bij oogziekte... (Dr. J. Schrijnen: "Nederlandsche Volkskunde").


Sint-Janskruid

Sint - Jansnacht is de gekerstende versie van midzomer, de viering van de zomerzonnewende.
Het tijdstip waarop dit feest gevierd kan worden is enigszins variabel: ergens tussen 20 en 24 juni. Wij houden meestal 21 juni aan, daar de nacht van de zomerzonnewende één van de meest magische nachten van het jaar is. (Zie "Litha").

In deze periode is de kracht van de zon het sterkst en dit is voor velen een reden om een heildronk aan Balder uit te brengen. Het is van oudsher ook de tijd dat Tyr en Forseti geëerd worden.


Tyr

In de maanden augustus en september zijn door heel België en Nederland vele kermissen en harddraverijen te vinden. In zekere zin zijn dit oogstfeesten. De meeste mensen zullen zich er echter niet bewust van zijn dat dit overblijfselen zijn van de oude traditionele oogstfeesten.
 Deze feesten bestonden niet alleen uit kermissen of harddraverijen, maar uit allerlei soorten vermaak. Het Nederlands Filmarchief heeft ooit een video uitgegeven getiteld: "Neerland's Volksleven in den Oogsttijd anno 1926". Op de achterkant van de hoes is de volgende tekst te lezen:
"...De dankbaarheid voor de oogst wordt op allerlei manieren tot uitdrukking gebracht. Tijdens deze vrolijke periode werden de mooiste klederdrachten gedragen, terwijl allerlei vormen van vermaak bezocht werden zoals, schuttersfeesten, processies, kermissen, gondelvaarten en volksdansen....".
Misschien is deze video nog wel verkrijgbaar. (Vraag ernaar in jouw gemeente).


Forseti

Een bekend gebruik uit de oogsttijd is de gewoonte de laatste korenschoof op het land achter te laten. Op de bovengenoemde video is te zien dat de laatste schoof niet altijd op het land werd achter gelaten. In sommige dorpen was het gebruikelijk de laatste schoven van verschillende akkers tegen de kerk aan te zetten. In andere dorpen gooide de dominee of burgemeester de laatste schoof op de wagen, of droegen de boer en boerin samen de schoof naar de boerderij.
Er is één overeenkomst die duidelijk opvalt: "Een stevige neut om de oogst te vieren".



Proost!

Begin augustus is een goed moment om stil te staan bij het binnenhalen van de oogst.
In letterlijke zin: "Het voedsel dat er toch weer altijd voor ons is".
In figuurlijke zin: "Projecten die we tot een goed einde hebben gebracht".

Het Oogstfeest en de Herfstnachtevening bieden beide een leuke creatieve traditie in de zin van het maken van graan- of grasfiguren. Deze kunnen gedurende de feesten als versiering worden neergezet of opgehangen en later weer als offer worden teruggeven aan Moeder Aarde.
In het offeren van deze figuurvormen vinden we ook weer een verwijzing naar de oude mens- en dieroffers terug.

De Herfstnachtevening valt ook onder de oogstfeesten. Het is de tijd dat fruit en noten rijpen en geoogst kunnen worden. Vanaf de Herfstnachtevening worden de nachten weer langer en begint de natuur evenals de mens zich alweer voor te bereiden op de winter. (Zie "Mabon").

Net als bij de andere jaarfeesten die hun betekenis vooral ontlenen aan het zaaien en oogsten zullen we de invulling van de Herfstnachtevening in een meer symbolische betekenis moeten zoeken.


Oogstfeest

Een dankwoord aan Moeder Aarde voor al haar gulle gaven is hier zeker op zijn plaats.
Daarnaast past het om ook stil te staan bij al die mensen die op het land werken, en bij de goden en godinnen die voor vruchtbaarheid gezorgd hebben en voor bescherming van de gewassen.

Wat meer informatie over "De Wilde Jacht" tijdens de "Winternachten"...

... Als de stormwind begon te huilen door de ontbladerde bomen, dan stormde het doden-, het geestenheir, door het luchtruim en in de aanvang van dit tijdperk vierden de Oude Germanen hun dodendag... (Kelten vieren dat met "Samhain").

Met Winternachten breekt de tijd van de winterfeesten weer aan.
Het is een feest om de voorouders te eren. Volgens J. Schrijnen werd na de invoering van het Christendom dit feest gekerstend en kreeg het de naam "Allerzielen".
Het waren niet langer de voorouders die vereerd werden, maar vanaf dat moment werd het ook 'de gemeenschap der heiligen' die werd vereerd. De gebruiken om de grafheuvels te bezoeken en offers aan de voorouders te schenken werden afgeschaft of gekerstend.

Met Winternachten de tijd van de Wilde Jacht weer begint en de sluiers tussen de werelden dunner gaan worden. Wodan, in zijn rol van leider van de Wilde Jacht, neemt een belangrijke plaats in gedurende deze periode.
Het is de tijd van de mysteriën van de dood. Immers, gedurende deze dagen dwalen de doden door Midgard.
Leven en dood ontmoeten elkaar.
Volgens het Germaanse geloof rijdt tijdens de Joel de zogenaamde Wilde Jacht door de nachtelijke hemel. Dit is een luidruchtig razende stoet van overledenen, ook wel het dodenleger genoemd.
Deze stond van oorsprong onder leiding van Odin of Wodan, de woedende God van onder meer de dood en de stormen.
Hij berijdt een achtbenige schimmel met de naam Sleipnir door de hemel en heeft hierbij een speer in de hand. Die heeft hij volgens de Germaanse mythologie nodig bij zijn jacht op de wolf Fenrir, die de zon verslindt waardoor het altijd donker zal zijn.
Het doel van de Wilde Jacht is om de Fenrir (wolven) te verjagen en zo het licht terug te krijgen.
Om Wodan bij zijn belangrijke taak te helpen deed men wat men kon om de Wilde Jacht zo groot mogelijk te doen lijken: men imiteerde de geluiden die met deze jacht gepaard gingen, onder andere door op ossenhoorns te blazen -- het zogenaamde "stormen en hoornblazen".
In Twente en de Achterhoek herinnert onder andere "Derk met 'n beer" nog aan de wilde jacht. Hier is Odin verworden tot een zekere Derk die, gezeten op een wild zwijn, door de lucht vliegt en alles meeneemt wat rond de huizen slingert.
Ook zijn er, in Nederland, nog verwijzingen naar het "Sint Steffen's rien".
Volgens oud gebruik werden op Sint Steffen, de dag na "mirreweenter", de paarden door de "jonge kearls" van stal gehaald en bereden. Dit zonder zadel, want die had men op de buiten niet.
Wel werd er overal onderweg aangelegd om een borreltje te drinken; vandaar dat men het ook wel "Zoepsteffen" noemde.
In Zweden is een vorm van Sint Steffensrijden bekend, waarbij de ruiters met maskers of zwartgeverfde gezichten en gekleed in stro of witte hemden naar een rivier trokken.
Deze Zweedse ruiters herinneren zonder meer aan de Wilde Jacht, want ze stonden onder meer onder aanvoering van een zekere Trond, die een lange baard had en wiens ogen niet in orde waren. Dit doet denken aan Odin, die namelijk ook maar één oog had.
Het andere had hij geofferd in ruil voor wijsheid.
Verder is bekend dat in de vroege middeleeuwen de Germanen onder het bisdom Utrecht (Nl) bij het afnemen van de doopgelofte het "stormen en hoornblazen" moesten afzweren.
Dat maakt meteen heel duidelijk dat we hier wel degelijk met een voor~christelijk gebruik te maken hebben, anders zou de kerk niet getracht hebben om dit permanent te verbannen (uit te roeien).


De Wilde Jacht

Een manier je bezig te houden met de doden is om voor jezelf na te gaan wat degenen die ons zijn voorgegaan nu nog voor ieder van ons betekenen. Dit kan familie zijn, maar het kunnen ook mensen zijn uit kennissenkring, vriendenkring of mensen die verder van je afstaan.
Dit kunnen zelfs personen uit de geschiedenis zijn die je persoonlijk nooit hebt gekend.


Wodanrune

Maar, wat met de "Belgen"?


De Oude Belgen

Sommigen komen op met het idee dat Belgen niet zouden afstammen van de Oude Belgen.
Dit is totaal onwaar en verzonnen. Waar ze het vandaan halen weet ik niet. In ieder geval kan het onmogelijk uit een officiële bron komen, want alle betrouwbare bronnen spreken dit totaal tegen.
Daarom heb ik opzoekingen gedaan, om hier wat meer (een beetje) klaarheid in te scheppen.
De beste informatieve teksten die ik vond, komen uit "Wikipedia".
Ziehier een aantal flarden uit het relaas over de Oude Belgen, uit deze online encyclopedie.

Oorspronkelijk waren de Belgen in hoofdzaak van Keltische afkomst, ook al hadden ze een gedeeltelijke Germaanse afkomst.
Zij leefden in dat deel van Gallië dat begrensd wordt door de Noordzee en de rivieren Marne, Seine en Rijn. Julius Caesar schreef dat de de Belgae ongeveer 110.000 krijgers telden.
Dit zou kunnen betekenen dat men de totale bevolking op zo'n half miljoen kon schatten.
In het hedendaags taalgebruik worden met "Belgen" meestal de inwoners van het land België, dat in 1830 werd opgericht, mee aangeduid en noemt men deze bewoners uit de Oudheid "de Oude Belgen". Opgemerkt moet worden dat in de periode hiervoor ook Nederland tot Belgica behoorde en de Nederlanders toen dus ook Belgae genoemd werden. Zo heette de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het Latijn Belgica Foederata, letterlijk vertaald, de Belgische Federatie.
In 57 v Chr. trok Caesar naar het noorden om het laatste gebied aan de de Romeinse kant van de Rijn in te lijven. Dan kon de Rijn als verdedigingslijn met Germania gebruikt worden. Aanvankelijk werden de Belgen onderworpen, maar na enkele jaren ontstonden er opstanden tegen de Romeinse bezetter die de Romeinen zware verliezen toebrachten.
Als gevolg roeide Caesar verschillende Belgische stammen uit.
Caesar vermelde over de Belgen het volgende: "Van hen allemaal zijn de Belgen de dappersten, omdat ze het verst verwijderd wonen van de cultuur en de beschaving van de provincia, omdat er slechts zelden kooplui tot bij hen komen en dingen invoeren die bijdragen tot het verwekelijken van de geesten, en ze vlakbij de Germanen zijn, die over de Rijn wonen, en met wie ze voortdurend oorlog voeren".
Trier en Reims groeiden uit tot belangrijke steden van het rijk. Door de handel kwamen er ook nieuwe goederen naar Belgica. Vele Romeinen weken uit naar Belgica en zo werden culturen uitgewisseld. Deze cultuur wordt Gallo-Romeins genoemd.
De Romeinse overheersing wordt beëindigd met de invallen van Salische Franken en andere Germaanse stammen.
Na de Grote Volksverhuizingen werd nagenoeg de hele Keltische bevolking vermengd met de nieuwe Germaanse bevolking. In Wallonië hield de Gallo-Romeinse levenswijze wel nog stand.
(Een massa Vlamingen (anti Romeins) zijn in die periode naar Rusland uitgeweken).
Hoewel de kerkprovincie Reims (met o.a. de ondergeschikte bisdommen Doornik en Kamerijk) in Rome ook onder de Latijnse naam Belgica bekend bleef, vinden we het woord Belgen een hele tijd niet meer terug in de geschiedenisboeken. De inwoners worden geregeerd door de Franken (Merovingen en Karolingen). Ze leerden de Bourgondiërs en de Spanjaarden kennen. Nadien volgden Oostenrijkers, Fransen en Nederlanders.
Het gebied van de huidige Belgische provincies Limburg en Luik oorspronkelijk een deel van Germania Inferior kijkt terug op een geschiedenis die dan weer totaal anders verloopt.
Het begrip Belgen krijgt weer inhoud onder de regering van Napoleon Bonaparte en Willem I van Nederland om definitief ingevuld te worden wanneer België in 1830 onafhankelijk wordt.
Het bestaan van Belgen als volk wordt vaak ter discussie gesteld. Het meest bekende citaat is van de Waalse socialist Jules Destrée, die in 1912 aan koning Albert I meldde: "Il y a des Flamands et des Wallons. Il n' y a pas de Belges." ("Er zijn Vlamingen en Walen. Er zijn geen Belgen"). Hij was echter één uitzondering vergeten, een bekend gezegde is juist dat de koning de enige overgebleven Belg is.
Velen voelen zich echter Vlaming en Belg, of Waal en Belg.
Al met al kunnen we stellen, dat de Belgae (Galliërs) een samengestelde mengeling van godsdiensten kenden en daarnaast ook over hun eigen goden en vieringen beschikten.
Hierover is, dank zij het christendom, weinig of niets overgebleven om na te kunnen vertellen.
Geloofwaardig is, dat de Belgae hun rituelen verschilden van streek tot streek (Keltisch - Germaans).
Onze huidige Germaanse feestdagen zijn Yule (Joel - Jul), Ostara Eostre of Eastre (Oster - Easter) en Litha (Midzomer). De Kelten lieten ons Imbolc of Imbolg, Beltane, Lughnasadh en Samhain.
Mabon is een nieuwe feestperiode, die uitgestippeld werd door A. Crowley en Mabon is Welsh.
Door toedoen van Alex Sanders kwam, in 1960, Mabon terecht in ons huidige moderne jaarwiel.
Mabon of Maponus werd door de Romeinen vereerd als "Apollo". (Zie ook "Het Jaarwiel").


België (Anno 2000), of wat overblijft van "Belgica".