  
Net zoals bij de
Kelten, werden ook de Noordse feestdagen gekoppeld aan hun voorname godheden
(pantheon).
Het
pantheon van de Germaanse en Noordse goden is vrij complex. Ongetwijfeld is
het over een ruime tijdspanne ontstaan en hebben er in die tijd talloze
invloeden meegespeeld, waaronder niet in het minst de
volksverhuizingen. Er was in feite niet
zoiets als 'dé
Germanen'. Dit is slechts een algemene verzamelnaam voor min of
meer losse stammen of
etnieën die gebieden in het midden en het noorden van
Europa bevolkten.
Wel konden de verschillende stammen zich in de eerste
eeuwen na Christus nog onderling verstaanbaar maken, omdat zij dialecten van
dezelfde taal, het
Oergermaans, spraken.
Rond het jaar 1000 was ook het noorden
gekerstend, maar de oude godheden
overleefden in de literatuur, zij het vaak vervormd, vermomd en vermengd.
Er is met name literatuur overgeleverd over de goden waaraan in
Scandinavië in de
Vikingtijd werd geloofd. Over de Germaanse
goden uit andere gebieden en periodes is veel minder bekend.
Zo
bleven eveneens van de Noordse goden de namen van onze weekdagen over!
  



Midgard
Tijdens de
jaarfeesten wordt de voortgaande schepping gevierd; de eeuwige kringloop van
de natuur. Door het volgen van de loop der seizoenen zijn ze van oudsher
voor een groot deel gebaseerd op het bewerken van het land en goede invloed
te krijgen op het weer: "Het zaaien, oogsten enz.".
De Germaanse
Traditie kent 9 jaarfeesten:

 
20 december t/m 6 januari
(De 12 Joeldagen van 26 dec. t/m 6 jan.)
6 januari wordt beschouwd als het
definitieve einde van de Joeltijd.
  
eind januari
 
eind februari
 
21 maart
 
nacht van 30 april op 1 mei
 
21 juni
 
begin augustus
 
21 september

vanaf 31 oktober
Een
paar van deze jaarfeesten dragen de naam van een god of godin. Deze feesten
zijn dan ook in de eerste plaats aan hen opgedragen. Voor de overige
jaarfeesten is de keuze aan welke goden het ritueel op te dragen of om welke
goden aan te roepen afhankelijk van de reden van het feest en persoonlijke
voorkeur. Vruchtbaarheid speelt bij alle jaarfeesten een rol. Veel van de
goden hebben ook een vruchtbaarheidsaspect. Wie kies je dan uit bij welk
ritueel? De goden of godinnen met wie er een sterk verbondenheid ervaren
wordt. De rituelen voor de jaarfeesten kunnen geopend worden met een
algemene oproep voor alle goden, godinnen, Alfar, Disir en andere godheden
die ons goed gezind zijn. Op deze wijze manier wordt aan alle goden en
andere theologische wezens eer gebracht en kan het ritueel verder aan één of
meer specifieke goden worden opgedragen.

Disir
...Immers, wij staan aan het begin van het Joeltijdperk, eertijds gewijd aan
Wodan, als god der vruchtbaarheid, maar ook aan de schimmen, de
afgestorvenen, meer algemeen: het tijdperk der vruchtbaarheid en der
bevruchting, gedurende hetwelk genoten en gegeven wordt en nieuwe gaven
worden verhoopt van de aarde, sluimerend en welhaast zich dekkend met het
mollige blanke dekkleed van sneeuw... (Nederlandsche Volkskunde, Dr. J.
Schrijnen, p 139).
De joelperiode loopt van de zonsondergang van 20 december t/m de zonsopgang
van 1 januari. Gedurende die Twaalf Joelnachten ontmoeten de Negen Werelden
elkaar in Midgard; de goden en godinnen, de levenden en de doden, de reuzen,
elven, trollen, feeën...........
Het is de tijd van de "Wilde Jacht" en de tijd waarop de zon op haar laagste
punt staat. (Yule).

Wodan's Wilde Jacht
Ten
tijde van onze heidense voorouders werden de winterfeesten gevierd van begin
november tot begin januari. Met wat wij nu Winternachten noemen werd deze
feestperiode ingezet.
Winternachten is net als Joel (Yule) een feest waarbij de voorouders geëerd
worden.
Vanaf dit tijdstip worden de sluiers tussen de werelden dunner en begint de
"Wilde Jacht".
De Twaalf Joelnachten is een tijd om alle goden eer te bewijzen, hen te
vragen ons de winter door te helpen en om ons het komende jaar voorspoed en
vruchtbaarheid te brengen. Toch zijn er een aantal van hen die in deze
periode duidelijker op de voorgrond treden. In de eerste plaats natuurlijk
Wodan, als de Leider van de Wilde Jacht, maar ook van Vrouw Holle is bekend
dat zij mee gaat met de Wilde Jacht. Ik vermoed dat Nehellenia hier ook aan
meedoet. Zij is immers ook een godin van dood en vruchtbaarheid. Joel is de
tijd om invloed uit te oefenen op het lot.
De godinnen die daar heel specifiek bij horen zijn de Nornen en Frigga.

Nornen
De
eerste Joelnacht is Moedernacht (20 december), opgedragen aan de
moedergodinnen en de Disir (voormoeders). Mr. W. Van de Poll beweert in zijn
boekje "Nederlandsche Volksfeesten" dat dit feest haar naam te danken heeft
aan het feit dat uit Moedernacht het nieuwe jaar geboren wordt.
Het Moedernacht - ritueel is bedoeld om de godinnen en Disir eer te bewijzen
en hen te bedanken voor alle hulp die we het afgelopen jaar van hen
ontvingen.
Daarnaast kunnen we hun vragen ons te beschermen tijdens de Twaalf
Joelnachten en natuurlijk of ze ons ook het komende jaar weer willen helpen
en beschermen.

Frigga
Het
belangrijkste Joelritueel vindt plaats gedurende de nacht van de
winterzonnewende; de langste nacht van het jaar. Tijdens de gehele nacht
brandt de joelkaars, als symbool van het licht dat zelfs in de grootste
duisternis voortleeft. De meeste feest- of vreugdevuren zijn van heidense
oorsprong. Er wordt wel verteld dat met Joel de vuren werden gedoofd en met
het Midwinterfeest weer ritueel werden aangestoken. Dit noemt men het
noodvuur, Oud Saksisch nôdfiur, hierin is nôd- verwant met het Oud -
Hoogduitse nûan 'stuk wrijven'. Dit noodvuur ontstond door een stukje hout
in de opening van een ander stuk hout te wrijven tot het vlam vatte.
Oudejaarsnacht is een feestnacht, om twaalf uur wordt met een hoop kabaal
het oude jaar verjaagd en het nieuwe jaar begroet. Deze nacht wordt veelal
gebruikt om geloften en voorspellingen te doen voor het nieuwe jaar. De
dagen worden alweer langer en de kracht van de zon neemt toe, maar half
januari tot half februari kan het koudste gedeelte van de winter zijn. De
ijsreuzen hebben het land nog in hun greep. Tijd om de hulp in te roepen van
onze machtige reuzenrammer!
Tijdens het ritueel, eind januari, bedanken we Donar voor het verdrijven van
de duisternis en doen we een beroep op hem om de ijsreuzen te verjagen.
Deze
god doe je altijd een plezier met een stevige pot bier.
  

Donar
Als
de ijsreuzen verslagen zijn , kan het land weer bewerkt worden. De stilte en
rust van de winter zijn voorbij. Waar de godinnen met Moedernacht om
bescherming gevraagd werd, vragen wij hen met het Feest van de Ploeg, eind
februari, om vruchtbaarheid. In de eerste plaats is dit een feest voor de
godinnen en de Disir net als Moedernacht. Na de winterfeesten zijn de
lentefeesten aan de beurt. Er zijn nog vele volksgebruiken in de maanden
maart, april en mei die hun sporen hebben in een ver heidens verleden. Denk
hierbij aan het plaatsen van de meiboom. Later in verkleinde versie
overgegaan in de palmpasentak. J.H. Nannings zegt dat de meiboom onder
kerkelijk invloed op de palmzondag terecht is gekomen. Verder vertelt hij
dat de palmpasentak versierd werd met vijf zwaantjes, broodvogeltjes met
krentenoogjes, en een rad (een broodkrans). Hij heeft het er ook nog over
dat de broodkrans een haarvlecht voorstelt. Dit zou afkomstig zijn van de
oeroude haaroffers die weer in de plaats waren gekomen van een vrouw of
slaaf. "In een ver verleden was het offeren van mensen niet ongewoon". Het
offeren van dieren is nog veel langer blijven bestaan.
Ook in het christendom werden deze "offervormen" uitgevoerd! Buiten het
levensoffer van hun "christus" en het "offerlam" hadden zij ook nog de
"Heilige Inquisitie".
Beide Germaanse vormen van offeren zijn overgegaan in symbolische offers
o.a. in de genoemde broodkrans en dieren in broodvorm. (De christenen
krijgen nu hun "hostie", maar de wijn is alleen voor de pastoor). 't Komt
hun anders misschien te duur uit zeker?
  
Feest van de Ploeg


Eén
van de bekendste volksgebruiken tot op de dag van vandaag is het versieren
van paaseieren.
Ook bestaan er veel verschillende spelletjes met eieren. Dr. C.C. v.d. Graft
beschrijft een aantal van die spelletjes. Op Schiermonnikoog speelde de
jeugd het 'ooileivèjèn'. De kinderen verkochten de gekleurde, gekookte
eieren voor een paar centen. De koper wierp het ei weg met de bedoeling het
stuk te gooien. Ging het ei stuk dan behield hij het ei zonder betaling,
bleef het heel dan kreeg de verkoper het terug en behield het geld.
  
Het
is nog heel lang in vele dorpen de gewoonte geweest vreugdevuren te
ontsteken, hier omheen te dansen en/of over het vuur heen te springen. Van
Ootmarsum is het vlöggelen of vleugelen bekend. Een reidans, waar een groot
gedeelte van het dorp aan deelnam, die begon op de paasweide.
Men danst onder het zingen van een lied het dorp door.
Bij huizen waarvan de voor- en achterdeur openstonden danste men de woning
door.
Met Estara vieren we dat Donar de ijsreuzen verslagen heeft, dat de zomer de
winter heeft overwonnen, en dat de goden en godinnen ons door de winter
geholpen hebben.
Dit feest heeft haar naam te danken aan de godin Estara van wie weinig meer
bekend is dan dat ze een godin is van lente, vruchtbaarheid en
wedergeboorte. Tijdens dit feest worden in eerste instantie de god/innen die
met vruchtbaarheid te maken hebben aangeroepen: o.a. Frey, Freya, Estara,
Iduna, Nehelennia, Njord en Nerthus. (Estara:
Zie in onze Index of Jaarwiel ~ "Ostara").

Freya
De
appel is één van de belangrijkste symbolen van vruchtbaarheid binnen de
Noordse Traditie:
"De vrucht die het zaad in zich draagt". Dit symbool kan verwerkt worden in
het ritueel.
Ieder van de deelnemers eet een appeltje als symbool voor de verbondenheid
met de natuur en de goden en godinnen. De klokhuizen met het zaad worden
terug gegeven aan de aarde.
Mensen die bekend zijn met de runen kunnen eerst de drie
vruchtbaarheidsrunen in de appel kerven:
Perthro, Berkana
en Inguz.
  

Het
volgende feest, dat we hier bespreken, is Vanadisnacht beter bekend onder de
gekerstende naam Walpurgisnacht. Het feest wordt gevierd in de nacht van 30
april op 1 mei.
Dit is een magische nacht geschikt voor seidh en spá (het doen van
voorspellingen).
Vanadis (dis van de Wanen) is één van de namen van Freya, de godin van magie
en mysteriën en van liefde en lust. Vanadisnacht is vergelijkbaar met het
Keltische Beltane. Het is een feest waarop in oude tijden de vreugdevuren
ontvlamden en jonge (en oude) geliefden elkaar vonden.
...Op Sint - Jansnacht drijven, evenals op Walpurgisnacht, de geesten hun
spel: het is één der geheimzinnige tovernachten.
Dan snijdt men de wichelroede, dan plukt men Sint - Janskruid, dan durft de
schipper niet uitvaren op het Haringvliet. Dan legt men doeken buiten, om
den Sint - Jansdauw op te vangen, en deze dauw geneest voortreffelijk bij
oogziekte... (Dr. J. Schrijnen: "Nederlandsche Volkskunde").

Sint-Janskruid
Sint - Jansnacht is de gekerstende versie van midzomer, de viering van de
zomerzonnewende.
Het tijdstip waarop dit feest gevierd kan worden is enigszins variabel:
ergens tussen 20 en 24 juni. Wij houden meestal 21 juni aan, daar de nacht
van de zomerzonnewende één van de meest magische nachten van het jaar is.
(Zie "Litha").
In deze periode is de kracht van de zon het sterkst en dit is voor velen een
reden om een heildronk aan Balder uit te brengen. Het is van oudsher ook de
tijd dat Tyr en Forseti geëerd worden.

Tyr
In
de maanden augustus en september zijn door heel België en Nederland vele
kermissen en harddraverijen te vinden. In zekere zin zijn dit oogstfeesten.
De meeste mensen zullen zich er echter niet bewust van zijn dat dit
overblijfselen zijn van de oude traditionele oogstfeesten.
Deze feesten bestonden niet alleen uit kermissen of harddraverijen, maar
uit allerlei soorten vermaak. Het Nederlands Filmarchief heeft ooit een
video uitgegeven getiteld: "Neerland's Volksleven in den Oogsttijd anno
1926". Op de achterkant van de hoes is de volgende tekst te lezen:
"...De dankbaarheid voor de oogst wordt op allerlei manieren tot uitdrukking
gebracht. Tijdens deze vrolijke periode werden de mooiste klederdrachten
gedragen, terwijl allerlei vormen van vermaak bezocht werden zoals,
schuttersfeesten, processies, kermissen, gondelvaarten en volksdansen....".
Misschien is deze video nog wel verkrijgbaar. (Vraag ernaar in jouw
gemeente).

Forseti
Een
bekend gebruik uit de oogsttijd is de gewoonte de laatste korenschoof op het
land achter te laten. Op de bovengenoemde video is te zien dat de laatste
schoof niet altijd op het land werd achter gelaten. In sommige dorpen was
het gebruikelijk de laatste schoven van verschillende akkers tegen de kerk
aan te zetten. In andere dorpen gooide de dominee of burgemeester de laatste
schoof op de wagen, of droegen de boer en boerin samen de schoof naar de
boerderij.
Er is één overeenkomst die duidelijk opvalt: "Een stevige neut om de oogst
te vieren".

  
Proost!
Begin augustus is een goed moment om stil te staan bij het binnenhalen van
de oogst.
In letterlijke zin: "Het voedsel dat er toch weer altijd voor ons is".
In figuurlijke zin: "Projecten die we tot een goed einde hebben gebracht".
Het Oogstfeest en de Herfstnachtevening bieden beide een leuke creatieve
traditie in de zin van het maken van graan- of grasfiguren. Deze kunnen
gedurende de feesten als versiering worden neergezet of opgehangen en later
weer als offer worden teruggeven aan Moeder Aarde.
In het offeren van deze figuurvormen vinden we ook weer een verwijzing naar
de oude mens- en dieroffers terug.
De Herfstnachtevening valt ook onder de oogstfeesten. Het is de tijd dat
fruit en noten rijpen en geoogst kunnen worden. Vanaf de Herfstnachtevening
worden de nachten weer langer en begint de natuur evenals de mens zich
alweer voor te bereiden op de winter. (Zie "Mabon").
Net als bij de andere jaarfeesten die hun betekenis vooral ontlenen aan het
zaaien en oogsten zullen we de invulling van de Herfstnachtevening in een
meer symbolische betekenis moeten zoeken.

Oogstfeest
Een
dankwoord aan Moeder Aarde voor al haar gulle gaven is hier zeker op zijn
plaats.
Daarnaast past het om ook stil te staan bij al die mensen die op het land
werken, en bij de goden en godinnen die voor vruchtbaarheid gezorgd hebben
en voor bescherming van de gewassen.
Wat
meer informatie over "De Wilde Jacht" tijdens de "Winternachten"...
... Als de stormwind begon te huilen door de ontbladerde bomen, dan stormde
het doden-, het geestenheir, door het luchtruim en in de aanvang van dit
tijdperk vierden de Oude Germanen hun dodendag...
(Kelten vieren dat met "Samhain").
Met Winternachten breekt de tijd van de winterfeesten weer aan.
Het is een feest om de voorouders te eren. Volgens J. Schrijnen werd na de
invoering van het Christendom dit feest gekerstend en kreeg het de naam
"Allerzielen".
Het waren niet langer de voorouders die vereerd werden, maar vanaf dat
moment werd het ook 'de gemeenschap der heiligen' die werd vereerd. De gebruiken
om
de grafheuvels te bezoeken en offers aan de voorouders te schenken werden
afgeschaft of gekerstend.
Met Winternachten de tijd van de Wilde Jacht weer begint en de sluiers
tussen de werelden dunner gaan worden. Wodan, in zijn rol van leider van de
Wilde Jacht, neemt een belangrijke plaats in gedurende deze periode.
Het is de tijd van de mysteriën van de dood. Immers, gedurende deze dagen
dwalen de doden door Midgard.
Leven en dood ontmoeten elkaar.
Volgens het Germaanse geloof rijdt tijdens de Joel de zogenaamde Wilde Jacht
door de nachtelijke hemel. Dit is een luidruchtig razende stoet van
overledenen, ook wel het dodenleger genoemd.
Deze stond van oorsprong onder leiding van Odin of Wodan, de woedende God
van onder meer de dood en de stormen.
Hij berijdt een achtbenige schimmel met de naam Sleipnir door de hemel en
heeft hierbij een speer in de hand. Die heeft hij volgens de Germaanse
mythologie nodig bij zijn jacht op de wolf Fenrir, die de zon verslindt
waardoor het altijd donker zal zijn.
Het doel van de Wilde Jacht is om de Fenrir (wolven) te verjagen en zo het licht
terug te krijgen.
Om Wodan bij zijn belangrijke taak te helpen deed men wat men kon om de
Wilde Jacht zo groot mogelijk te doen lijken: men imiteerde de geluiden die
met deze jacht gepaard gingen, onder andere door op ossenhoorns te blazen --
het zogenaamde "stormen en hoornblazen".
In Twente en de Achterhoek herinnert onder andere "Derk met 'n beer" nog aan
de wilde jacht. Hier is Odin verworden tot een zekere Derk die, gezeten op
een wild zwijn, door de lucht vliegt en alles meeneemt wat rond de huizen
slingert.
Ook zijn er, in Nederland, nog verwijzingen naar het "Sint Steffen's rien".
Volgens oud gebruik werden op Sint Steffen, de dag na "mirreweenter", de
paarden door de "jonge kearls" van stal gehaald en bereden. Dit zonder
zadel, want die had men op de buiten niet.
Wel werd er overal onderweg aangelegd om een borreltje te drinken; vandaar
dat men het ook wel "Zoepsteffen" noemde.
In Zweden is een vorm van Sint Steffensrijden bekend, waarbij de ruiters met
maskers of zwartgeverfde gezichten en gekleed in stro of witte hemden naar
een rivier trokken.
Deze Zweedse ruiters herinneren zonder meer aan de Wilde Jacht, want ze
stonden onder meer onder aanvoering van een zekere Trond, die een lange
baard had en wiens ogen niet in orde waren. Dit doet denken aan Odin, die
namelijk ook maar één oog had.
Het andere had hij geofferd in ruil voor wijsheid.
Verder is bekend dat in de vroege middeleeuwen de Germanen onder het bisdom
Utrecht (Nl) bij het afnemen van de doopgelofte het "stormen en hoornblazen"
moesten afzweren.
Dat maakt meteen heel duidelijk dat we hier wel degelijk met een
voor~christelijk gebruik te maken hebben, anders zou de kerk niet getracht
hebben om dit permanent te verbannen (uit te roeien).

De Wilde Jacht
Een
manier je bezig te houden met de doden is om voor jezelf na te gaan wat
degenen die ons zijn voorgegaan nu nog voor ieder van ons betekenen. Dit kan
familie zijn, maar het kunnen ook mensen zijn uit kennissenkring,
vriendenkring of mensen die verder van je afstaan.
Dit kunnen zelfs personen
uit de geschiedenis zijn die je persoonlijk nooit hebt gekend.

Wodanrune

Maar, wat met de "Belgen"?
  
De Oude Belgen
Sommigen komen op
met het idee dat Belgen niet zouden afstammen van de Oude Belgen.
Dit is totaal onwaar en verzonnen. Waar ze het vandaan halen weet ik niet.
In ieder geval kan het onmogelijk uit een officiële bron komen, want alle
betrouwbare bronnen spreken dit totaal tegen.
Daarom heb ik opzoekingen gedaan, om hier wat meer (een beetje) klaarheid in
te scheppen.
De beste informatieve teksten die ik vond, komen uit "Wikipedia".
Ziehier een aantal flarden uit het relaas over de Oude Belgen, uit deze
online encyclopedie.
Oorspronkelijk waren
de Belgen in hoofdzaak van
Keltische afkomst, ook al hadden ze een
gedeeltelijke
Germaanse afkomst.
Zij leefden in dat deel van
Gallië dat begrensd wordt door de
Noordzee en de rivieren
Marne,
Seine en
Rijn. Julius Caesar schreef dat de de
Belgae ongeveer 110.000 krijgers telden.
Dit zou kunnen betekenen dat men de totale bevolking op zo'n half miljoen
kon schatten.
In het hedendaags taalgebruik worden met "Belgen" meestal de inwoners van
het land België, dat in 1830 werd opgericht, mee aangeduid en noemt men deze
bewoners uit de Oudheid "de
Oude Belgen". Opgemerkt moet worden dat in de periode hiervoor
ook Nederland tot
Belgica behoorde en de Nederlanders toen
dus ook
Belgae genoemd werden. Zo heette de
Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in het Latijn
Belgica Foederata, letterlijk vertaald, de
Belgische Federatie.
In
57 v Chr. trok Caesar naar het noorden om
het laatste gebied aan de de Romeinse kant van de Rijn in te lijven. Dan kon
de
Rijn als verdedigingslijn met
Germania gebruikt worden. Aanvankelijk
werden de Belgen onderworpen, maar na enkele jaren ontstonden er opstanden
tegen de
Romeinse bezetter die de Romeinen zware
verliezen toebrachten.
Als gevolg roeide Caesar verschillende Belgische stammen uit.
Caesar vermelde over de Belgen het volgende: "Van hen allemaal zijn de
Belgen de dappersten, omdat ze het verst verwijderd wonen van de cultuur en
de beschaving van de
provincia, omdat er slechts zelden kooplui
tot bij hen komen en dingen invoeren die bijdragen tot het verwekelijken van
de geesten, en ze vlakbij de Germanen zijn, die over de Rijn wonen, en met
wie ze voortdurend oorlog voeren".
Trier en
Reims groeiden uit tot belangrijke steden
van het rijk. Door de handel kwamen er ook nieuwe goederen naar Belgica.
Vele Romeinen weken uit naar Belgica en zo werden culturen uitgewisseld.
Deze cultuur wordt
Gallo-Romeins genoemd.
De Romeinse overheersing wordt beëindigd met de invallen van
Salische Franken en andere
Germaanse stammen.
Na de
Grote Volksverhuizingen werd nagenoeg de
hele Keltische bevolking vermengd met de nieuwe Germaanse bevolking. In
Wallonië hield de
Gallo-Romeinse levenswijze wel nog stand.
(Een massa Vlamingen (anti Romeins) zijn in die periode naar
Rusland uitgeweken).
Hoewel de kerkprovincie
Reims (met o.a. de ondergeschikte bisdommen
Doornik en
Kamerijk) in Rome ook onder de Latijnse
naam
Belgica bekend bleef, vinden we het woord
Belgen een hele tijd niet meer terug in de
geschiedenisboeken. De inwoners worden geregeerd door de Franken (Merovingen
en Karolingen). Ze leerden de Bourgondiërs en de Spanjaarden kennen. Nadien
volgden Oostenrijkers, Fransen en Nederlanders.
Het gebied van de huidige
Belgische provincies
Limburg en
Luik oorspronkelijk een deel van
Germania Inferior kijkt terug op een
geschiedenis die dan weer totaal anders verloopt.
Het begrip Belgen krijgt weer inhoud onder de regering van
Napoleon Bonaparte en
Willem I van Nederland om definitief
ingevuld te worden wanneer
België in 1830 onafhankelijk wordt.
Het bestaan van Belgen als volk wordt vaak ter discussie gesteld. Het meest
bekende citaat is van de Waalse socialist
Jules Destrée, die in
1912 aan koning
Albert I meldde: "Il y a des Flamands et
des Wallons. Il n' y a pas de Belges." ("Er zijn Vlamingen en Walen. Er zijn
geen Belgen"). Hij was echter één uitzondering vergeten, een bekend gezegde
is juist dat de
koning de enige overgebleven
Belg is.
Velen voelen zich echter
Vlaming en
Belg, of
Waal en
Belg.
Al met al kunnen we stellen, dat de
Belgae (Galliërs)
een samengestelde mengeling van godsdiensten kenden en daarnaast ook over
hun eigen goden en vieringen beschikten.
Hierover is, dank zij het christendom, weinig of niets overgebleven om na te
kunnen vertellen.
Geloofwaardig is, dat de
Belgae hun rituelen verschilden van streek
tot streek (Keltisch - Germaans).
Onze huidige Germaanse feestdagen zijn Yule (Joel - Jul), Ostara Eostre of
Eastre (Oster - Easter) en Litha (Midzomer). De Kelten lieten ons Imbolc of
Imbolg, Beltane, Lughnasadh en Samhain.
Mabon is een nieuwe feestperiode, die uitgestippeld werd door A. Crowley en
Mabon is Welsh.
Door toedoen van Alex Sanders kwam, in 1960, Mabon terecht in ons huidige
moderne jaarwiel.
Mabon of Maponus werd door de Romeinen vereerd als "Apollo". (Zie ook "Het
Jaarwiel").

België (Anno 2000), of wat overblijft van "Belgica".
  
  

  

      
 |