Cernowain is de god van de natuur en alle wilde dingen. Hij staat symbool voor mannelijkheid, vruchtbaarheid, dieren, fysieke liefde, wouden, rijkdom, handel en krijgers. Heksen doen dikwijls een beroep op hem.
Hij belichaamt de geest van de groei, magie en is de god van bossen en bomen. Hij staat daarom ook bekend als "De Groene Man".
Hij wordt vaak afgebeeld als een gehoornde man en is de Heer van de Wilde Jacht. Ook wel gezien als de Aardevader. Met het heilige gewei van de Hertenbok op zijn hoofd vertegenwoordigd de Gehoornde God de levenskracht van de natuur en hij zet in de lente de sluizen van het leven open.
Andere namen: Cernunnos/Cernenus/Cernowain/Kernaya/Herne de Jager/De Groene Man/De Gehoornde Man/Kernaya/enz...
De Groene Man is in de eerste plaats de voorstelling van hulst, (Blijvend Groen), alsook van de Eik, welke in het Wiccageloof de grootste rol spelen in de loop van het Jaarwiel (Sabbats).
"De Groene Man" is altijd alom aanwezig, het hele Jaarwiel door.

Onze verre voorouders zeiden tegen onze moeder Aarde "Wij zijn de jouwe".
De moderne mens zegt tegen de Natuur "Jij bent van mij". (Verkeerde instelling)!
De Groene Man is teruggekeerd, als levend gezicht van de hele aarde, zodat we door zijn mond tegen het universum kunnen zeggen: "Wij zijn één".

De Groene Man, beter bekend als the Green Man, wordt sinds vele eeuwen aangetroffen op allerlei plaatsen. Opvallend is dat het merendeel van die plaatsen een religieuze c.q. godsdienstige achtergrond of basis hebben.

De Groene Man komt voor in houtsnedes van voor C.E. (Common Era). Ook op de muren van paganistische tempels zijn schilderingen van hem gevonden. Vooral in de tijd dat het christendom op begon te komen werden er veel afbeeldingen van de Green Man gemaakt. Ze worden gevonden in kerken en kathedralen, in kloosters en andere heiligdommen. In de victoriaanse tijd werd het symbool zelfs als decoratief motief gebruikt.

Er wordt gespeculeerd dat de makers van de oude kerken, de mensen die in die tijd 'bekeerd' werden, toch nog een paganistisch hart hadden. Om die reden wilden ze een deel van hun eigen overtuiging vasthouden in het maken van beeltenissen van de Groene Man.

Het meest voorkomende beeld is een gezicht waarbij uit de openingen (mond, neus, oren en soms ook de ogen) bladeren en takken groeien.
Er is geen geschreven informatie meer over hem. Die is plots verdwenen met de opkomst van het christendom. Evenals de kennis van de Dolmen in Carnac!
De naam dook voor het eerst terug op in 1939, toen Lady Raglan een verbinding legde tussen de met bladeren bedekte gezichten in Engelse kerken, en de folkloristische verhalen over de Groene Man ("Jack in the Green").
                                                                  (Waarom niet "Jantje in de Kervelsoep")?
De naam "Groene Man" is blijven hangen, alhoewel de verbinding tot op heden nog steeds omstre
den is vanuit het standpunt van de "ongelovigen".
Deze term "The Green Man" is een verdraaide versie van het woord "De Zonne-man" (The Sun Man), daar de term voor de 'Zon' in het Gaelic 'Grainne' is, en verkeerd vertaald zou zijn geweest als 'Green' (groen).
Herne word over het algemeen gezien als een 'geest' ook al zou het volgens de verhalen ooit een personage zijn geweest zoals u en ik.  'Grainne' was overigens in de Keltische mythologie ook de dochter van Cormac Mac Airt, één van de meest beroemde oude Koningen van Ierland. Dus is 'grainne' eveneens een vrouwelijk begrip. Ook is de 'groene man' in connectie te trekken met de neef van King Arthur, Sir Gaw
ain. Sir Gawain nam het in het verhaal 'Sir Gawain and the Green Knight' op tegen een reusachtige 'groene ridder'. Toen het gevolg van King Arthur aan het feesten was, stormde de reus bewapend met een bijl naar binnen, en daagde het hof uit tot een gevecht. King Arthur wilde de uitdaging aannemen, maar Sir Gawain, de jongste tafelridder nam de uitdaging aan, waarna hij de reus het hoofd afhakte. De reus was niet dood, pakte zijn hoofd op en vertrok. De reusachtige groene ridder stelde dat Sir Gawain hem na een jaar en een dag zou ontmoeten bij de 'groene kapel'. Een jaar later trok Sir Gawain erop uit, gekleed in zijn beste wapenuitrusting om de Groene Kapel te vinden, en het gevecht te hervatten.
Op zijn schild prijkte een pentakel. Dit verhaal, afkomstig van een Christelijk gedicht uit de 14e eeuw, geeft dus te kennen dat de 'groene man', uitgebeeld als een 'groene ridder' door de Christelijke auteur zelf, geassocieerd werd met 'het kwaad'. We zien hier weldegelijk elementen die veel ouder zijn, evenals het 'afgehakte hoofd' (denk aan Johannes de doper) wat in de Keltische mythologie geen onbelangrijke plaats inneemt. Bij het 'Pentakel op het schild' van Sir Gawain, doet het ons denken aan het schild van Salomon. Daarbij kreeg Sir Gawain een 'groene gordel' die hem zou beschermen tegen deze groene ridder, en hem feitelijk onschendbaar maakte (onsterfelijk). De 'groene ridder' komt ook voor in de verhalen over Prins Saladin. De Arabische Saladin bevocht zogezegd de Kruisvaarders, maar werd enorm gerespecteerd door zijn 'vijanden'. De groene ridder in de verhalen over Saladin had 'horens op zijn helm'. We zien hier veel van dezelfde 'patronen' terug, over 'elkaar bestrijdende' grootheden. Johannes de Doper (als hij al onder die benaming bestond) kende men onder meerdere benamingen, en één daarvan was de Arabische term 'El Khidr', wat interessant genoeg 'de groene man' of 'De Groene' betekent in de Islamitische folklore.

El-Khidr wordt gezien als een onsterfelijke, die het eeuwige leven verkreeg (zoals Elijah). El-Khidr wordt eveneens gezien als een 'beest' of een 'slang' in de Arabische Folklore. Daarnaast waren er ook de zogeheten 'El-Khidr' Orden. Het is interessant dat de 'Tempels' van de Tempelridders in bepaalde gevallen ronde gebouwen waren, die gebaseerd zouden zijn op de Tempels van de El-Khidr Orden. El-Khidr zelf, staat bekend als een personage die gekleed is met een 'groene jas', waarbij een 'vis hem draagt over het water' zoals Jezus liep over het water en we denken hier ook gelijk aan het Jonas verhaal - El-Khidr wordt getoetst aan de profeet Mohammed/Mahomet. In de Islamitische traditie word hij gelijk gesteld aan de 'kok' en de 'generaal' van Al-Sikandar, die op zijn beurt geassocieerd wordt met Alexander de Grote (!!!!). Uitgaande van eerdere Islamitische historici, was El-Khidr de minister van Zul-Qarnain. Het Arabische Zul-Qarnain betekent "de dubbel-gehoornde", en Alexander de Grote staat eveneens op oude munten met horens op het hoofd.  Al-Sikandar wordt in de Arabische Folklore gezien als een 'heilige profeet' wiens legers het oosten en het westen veroverd hadden. Daarbij 'viel' El-Khidr zelf, in een 'bron' waarna hij het eeuwige leven kreeg. Dit lijkt echter zeer veel weg te hebben van 'de doop', waarbij we weer onvermijdelijk denken aan het verhaal van Johannes de Doper die 'Jezus doopte'. Nog interessanter word het, wanneer we weten dat de 'onsterfelijke god' bij de Grieken bekend stond als Dionysos, en bij de Joden als Elijah (waarvan ik geloof dat het verhaal van Elijah ook een letterlijke betekenis heeft). Daarbij wordt in zeer veel gevallen Johannes de Doper gezien als de "voorloper van Jezus" wat zou betekenen, dat Jezus het prototype van Johannes de Doper zou zijn 'geweest'. De ingewijde die de nieuweling inwijdt. In de oude Paganistische folklore zien we dan ook dat de 'zonne-god' opgesplitst is tussen twee rivaliserende 'persoonlijkheden', dus elkaar bestrijdende 'goddelijke broeders'.
De god van het 'licht' en de god van de 'duisternis', de dualiteit der dingen vervat, in één en dezelfde 'persoonlijkheid'. Zij zijn Sir Gawain en de Groene Ridder, Gwyn en Gwythyr, Lugh en Balor, The Holly King en The Oak-King, Jezus en Lucifer, Jezus en Johannes enz. Het heeft eerder te maken met de 'god
en' der seizoenen, en dus, de dualiteit in alle dingen.

Over het algemeen wordt aangenomen dat de Groene Man vroeger stond voor de wedergeboorte, de regeneratie. Tegenwoordig wordt hij "gekoppeld" aan onder andere de Levensboom, en wordt het beeld door diverse organisaties als symbool gebruikt voor steun aan en behoud van de natuur.
De Groene Man is niet enkel een Europees verschijnsel. Ook in Amerika zijn op verschillende plaatsen afbeeldingen en beeltenissen van de Groene Man (en Vrouw) gevonden.
Maar niet enkel in de westerse wereld is de Groene Man bekend. Ook in het verre Oosten, India bijvoorbeeld, zijn op diverse tempels afbeeldingen van de Groene Man ontdekt.
Ook de christelijke kerk maakt gebruik van de Groene Man en zelfs in de Islam is er sprake van een Groene Man. Het is dus zowat algemeen, al weet men er weinig of niets over.
De Groene Man wordt niet overal gezien als een op zichzelf staand archetype of 'persoon'.
In de wicca hebben we Cernunnos, de Keltische god van de jacht en het woud, die wordt vaak in verband gebracht met de Groene Man. Cernunnos werd zowel in Engeland als in Frankrijk vereerd.
De gehoornde God wordt in veel paganistische stromingen gezien als de metgezel van de Godin. Hij is de brenger van het leven, heer van dood en wederopstanding, god van zaad, fruit en vruchtbaarheid. Ook is hij de heer van de dans.





Wat kan de aanleiding geweest zijn van de "Groene Man"?

De hulst gaf bescherming, tegen bliksem, kwade geesten, om welke reden een plant vlak bij de behuizing aanbevolen werd door bvb. de Native Americans en Plinius. Ook in de middeleeuwen was dit gebruik wijdverspreid. Omgekeerd versierden druïden hutten die een onderkomen boden aan de geest of de godheid van de bossen in de wintermaanden. Een twijg werd bij de indianen tijdens de bevalling gedragen tegen de pijn en om gezondheid op te roepen voor het aankomende kindje. De Romeinen versierden tijdens de Saturnalia het huis met hulst en geschenken met een hulsttakje werden naar vrienden gestuurd.

Dicht bij huis planten van een hulst is belangrijk om zo kwade geesten op een afstand te houden.

Waarschijnlijk het meest bekend is de associatie van de eikkoning en de hulstkoning, de god van het toenemende jaar en de god van het afnemende jaar. In de loop der geschiedenis vinden we veel sporen van het elkaar afwisselend onthoofden van een soort Eik- en Hulstkoning met de zonnewendes. Zo is er de legende van Gawain en de Groene Ridder, waarbij de Groene Ridder een knuppel van Hulst gebruikt: hier is dus Gawain de Eik- en de Groene Ridder (Groene Man) de Hulstkoning. De combinatie van een gaande en komende god, koning en macht komt in allerlei vormen voor in de mythologie, bvb. ook die van Johannes(de harige man) versus Jezus(de gladde man). In de christelijke tijden werd het feest van Johannes de Doper op Litha geplaatst (Johannes werd onthoofd). Johannes de Doper is dus de Eikkoning, want die wordt met Litha 'verslagen'. Johannes was de voorloper van de profeet van Nazareth: deze is dus zijn opvolger en zijn feest moet dan ook op Midwinter komen. De associatie van de profeet van Nazareth met Hulst vinden we misschien het duidelijkst terug in de Noorse benaming van Hulst: Kristtorn.

Natuurlijk berust hele plaatsing van de christelijke feesten op de oude paganistische heilige dagen op misverstanden en onbegrip: immers Christus wordt verondersteld 'geboren' te zijn met Yule, terwijl de Hulstkoning juist 'verslagen', wordt met Yule.

In het stuk over de Eik is aangehaald hoe men in de wortels van bepaalde woorden het verband tussen Eik en Hulst terug kan vinden: Eikensap en eikenschors bevat looizuur, een looier in het Engels is "tanner' en het Keltische woord voor Hulst is "finne". Deze zelfde stam vinden we terug in het Duitse woord 'Tannen-baum', en zelfs in het Nederlandse "dennen-boom". Blijkbaar is er dus ook een link tussen de Hulst en de spar. Er is een gebruik dat mooi de overgang van Hulst naar Eik illustreert met Midwinter: De Hulst bloeit in juli (Litha), en van zonsondergang 7 juli tot zonsondergang 4 augustus is er de Hulstmaan. Dat het precies deze maand is, die bij de Romeinen oorspronkelijk Quintilis heette, die men ter ere van de "Goddelijke Julius', (Caesar) de naam Juli gegeven heeft, wijst misschien ook op de betekenis van de Hulst en de Hulstkoning als 'Vooraan in de strijd' want dat was Caesar in elk geval wel.

Als gevolg van een weddenschap moet Elfin, de zoon van koning Gwyddno Garanhir, in een paardenrace sneller lopen dan de vierentwintig paarden van koning Maelgwn Gwynned. Taliesin komt hem te hulp met 24 verkoolde hulsttakjes waarmee hij de paarden op hun billen moet kletsen, telkens hij er één inhaalt. De 24 paarden stellen de 24 uren van de kortste dag voor (Yule). Dit is de laatste dag van de regering van de Hulstkoning. (Uit de Keltische mythologie. Zie
"De buitenkans van Elphin").
Vermoedelijk wijst het feit dat de takjes verkoold moeten zijn op destructieve magie, waarmee "het Goddelijk Kind van de wassende Zon" de laatste 24 uur van zijn rivaal één voor één achter zich laat.






Gedeeltelijke bron, ter aanvulling: http://nlpagan.net/greenman.php?taal=nl .