De woorden heks en druďde roepen bij vele van ons een verlangen op naar de wijsheid van het verleden en van onze verre voorouders. Ze roepen beelden op van mysterie en magie, van eeuwenoude kennis van de Aarde en haar seizoenen, van sterren– en kruidenleer, van oerwijsheid en innerlijk weten.
Het zijn ook woorden die bezorgdheid oproepen. Sommige mensen geloven dat heksen en druďden leden zijn van gevaarlijke culten en hoewel wij weten dat dit nonsens zijn, heeft het geen zin of net te doen alsof de woorden ‘heks’ en ‘druďde’ niet beladen zijn. Sommige mensen denken meteen aan zwarte kunst en satanisme - zij zien de heksen uit de verzonnen kinderverhalen die kinderen opeten en vleermuizenbloed met paddenogen in borrelende toverketels gooien, of het plegen van mensenoffers.

 

 

 

Deze negatieve beelden van hekserij en van het druďdenrijk zijn bijna allemaal ontstaan als gevolg van bangmakerij door fundamentalistische christen groeperingen en de aanpalende producties van film– en uitgeversbedrijven. Het genre van de "horrorfilm" moet constant gevoed worden, en al die spookachtige hekserij uit de latere volksmond zorgt hier voor voldoende materiaal om een logisch natuurlijk geloof in een slecht daglicht te stellen ten bate van een onwaardige concurrentie, hoe dan ook.

Het is waar dat Romeinse schrijvers meldden dat er bij het brengen van mensenoffers
druďden aanwezig waren maar eveneens waren er bij de ‘heksenprocessen en
heksenverbrandingen christelijke priesters of bisschoppen aanwezig.
Trouwens, in de oudheid kwamen mensenoffers in vele samenlevingen voor.
De Romeinen hadden trouwens ook hun “brood en spelen”, waar mensenoffers schering en inslag waren, tot groot jolijt van het publiek dat het kolossale Colosseum tot in de nok vulde. Momenteel is er trouwens ook nog steeds een christelijke priester aanwezig bij de terechtstelling (executie) van een ter dood veroordeelde gevangene.


De brandstapel.

Het is ook waar dat gedurende de heksenjachten van de vijftiende zestiende en zeventiende eeuw mensen bekenden dat ze heks waren, anderen vervloekten en een seksuele relatie met de Satan hadden, maar alleen echt domme mensen zullen geen verband zien tussen deze bekentenissen en het feit dat ze door marteling werden afgedwongen, om tenslotte deze persoon levend te kunnen verbranden en al zijn (haar) bezittingen zelf toe te kunnen eigenen.
Dat is trouwens de grondslag van de rijkdom en de macht van de Roomse kerk.


Christelijke "naastenliefde".

Elke religie of spirituele stroming kent haar deel van krankzinnige en onaangename
mensen en daden. Zo zullen er waarschijnlijk ook wel kwaadaardige heksen en druďden
geweest zijn, net zoals er talloze kwaadaardige christenen zijn, en er nóg zijn...
Als wij echter de inquisitie en de kruistochten in ogenschouw nemen, steekt het dodental van dat laatste ongetwijfeld zeer ongunstig af bij dat van het eerste.


Kerkelijke duivelswaanzin.

Een andere misvatting is dat heksen en druďden zich met duivelaanbidding bezighouden.
Om dit te doen moet men geloven in een wezen dat Satan heet en om dat te beoefenen
moet men een omgekeerd christelijk ritueel uitvoeren dat bekend staat als een “zwarte
mis” of een “Satansdienst”, terwijl het begrip van “zwarte mis” ook volledig in een foute context geplaatst werd in de middeleeuwen.
Een “originele” zwarte mis is niets meer dan een heksenritueel naar de natuurgoden toe, of het maanritueel van een heks. Sommige heksen deden en doen dat volledig naakt. Daardoor kwam men op het idee dat er liefde bedreven werd met een wezen, ongekend in de heksenwereld maar niet in de christenwereld, “Satan” of “den duvel” (de duivel). Dit, terwijl het skyclad beleven van een ritueel even seksueel geladen is dan een picknick in een nudistenkamp.
Daarbij, heksen en druďden geloven niet in de joods-christelijke “Satan”, noch in een wezen dat zich zou gedragen op de manier waarop Satan geacht wordt zich te gedragen.
Ze voeren in ieder geval geen omgekeerde christelijke ceremoniën uit, van welke aard dan ook, tenzij de Satanistische heksen, en daar is ook niks mis mee.
Sommige heksen en druďden zijn zelfs christelijk. Die bewijzen zien we nu nog steeds elke dag. Heel veel hedendaagse druďden en heksen weten helemaal niets meer af van hun
ouderlijke goden, door toedoen van de “brainwashing” van de kerk en het christendom.
En hoeveel christenen doen niet aan "hekserij", zonder dat ze het zelf beseffen?
Ook de twee oorspronkelijke denkers die druďdendom en hekserij in de moderne tijd hebben ontwikkeld, Nichols en Gardner, waren beide gewijde christenen.
Indien je dus graag bang gemaakt wilt worden, dan moet je naar iets anders uitzien dan naar hekserij of druďdisme!


Duivelse christelijke fictie.

Zowel heksen als wiccans noemen hun traditie “De Kunde der Wijzen”, en de historische figuren met wie veel mensen zich het sterkst identificeren zijn diegene op wie in een gemeenschap een beroep werd gedaan om genezing te bieden. Daardoor heeft wicca ook de oosterse technieken in optie genomen. Die nieuwe traditie heeft echter niet veel met de oorspronkelijke Keltische of Keltisch– Germaanse traditie te maken. De échte oude Westerse heksen gebruiken enkel kruiden, stenen en handopleggingen voor genezing.
Ook in die tijd konden zij genezing bieden, kinderen ter wereld helpen, stervenden
begeleiden naar hun volgende belangrijke stap, mensen of objecten vinden met
bovennatuurlijke gaven en hulp bieden in tijden van individuele of gemeenschappelijke
moeilijkheden. Heksen en druďden leefden steeds ‘naast’ de maatschappij met een logisch
inzicht op de fouten en de noden van die maatschappij.
Je partner deelt het bed met een ander, er is al maanden geen regen gevallen, het vee sterft aan een geheimzinnige ziekte, je beste mes is gestolen, je baby blijft maar hoesten, je weet dat je doodgaat en je bent bang - het zijn allemaal problemen die in het verleden onder ogen gezien moesten worden, net zoals in het heden.
Tegenwoordig wenden we ons tot wetenschappers, adviseurs, dokters, dierenartsen,
politieagenten en ‘geestelijken’. In het verleden ging men naar mannen en vrouwen die
kennis hadden van de mysteriën van het leven, op wie een beroep werd gedaan om te
genezen en te helpen. Door hun eigen ervaringen, door hun nauwe contacten met geesten
en leraren uit de “Andere Wereld”, en door de instructie van diegenen die zich vóór hen tot de Oude Wegen voelden aangetrokken en er kennis van hadden, werden zij bekend en
gerespecteerd als de plaatselijke wijze vrouw of man van hun gemeenschap.
In delen van de toenmalige wereld stonden zij bekend als "de Kundigen" ofwel "de Wetenden".
Zij waren de mensen met “kennis en levenservaring" en wisten wat ermee aan te vangen.


Natuurkundige Healingtechnieken.

Historici geloven nu dat het onwaarschijnlijk is dat deze mensen ooit samen kwamen in
heksenkringen (‘covens’) om aan magie te doen op de manier die heksenzieners en
moderne schrijvers hebben beschreven.
Het lijkt veel aannemelijker dat ze werkzaam waren als de plaatselijke wijze man of
vrouw en gebruik maakten van hun kennis van toverformules, kruidenleer en natuurlijke
magie om de plaatselijke gemeenschap op de beschreven manier te helpen. Het is ook
waarschijnlijk dat ze één of twee andere mensen in hun vak opleidden, vaak iemand uit
hun eigen familiekring. Het is duidelijk dat dit “wijze volk” zeer invloedrijke positie in de eigen gemeenschap innam. Zij leken over de macht van leven en dood te beschikken, over “geheime kennis”, en als zij er niet in slaagden om een leven te redden, of als de toestand van een aan hun zorg toevertrouwde dorpeling achteruit ging, kan men zich de haar voorstellen die dit opriep. Machtige mensen roepen respect en bewondering op, maar kunnen al snel een weerstand opwekken die even intens is als het ontzag dat zij
inboezemen. Om een ‘wijze persoon’ te worden waren toewijdingen en moed nodig,
evenals zowel praktische als bovennatuurlijke vaardigheden. Net als bij alle andere
beroepen waarin het gebruik van macht vereist is, treft men er altijd gewetenloze
beoefenaren aan die uit zijn op de goedgelovigheid en het bijgeloof van andere, en die
alles doen voor geld of voor gunsten. Vandaar de angst voor ‘boze heksen’ of ‘duivelse
tovenaars’ - mensen die, tegen een prijs, hun talenten gebruiken om kwaad te doen in
plaats van te genezen. Vandaag de dag weten we reeds heel goed dat je daar geen heks of geen druďde moet voor zijn, maar dat het een “algemeen” fenomeen geworden is onder het christendom en ver daarbuiten. Het vernielen en negeren van de natuur gaat alsmaar
verder en verder, tot diezelfde natuur zijn vreselijke wraak zal nemen. Daar zijn we
trouwens niet ver meer van af! Dat proces is reeds begonnen, dankzij het mensdom!






Terwijl het ‘Wijze Volk’ individueel of in kleine groepjes werkte, en de rol vervulde van de plaatselijke wijze personen en genezers in plattelandsgemeenschappen, waren de druďden een georganiseerde elite, vrijgesteld van oorlogsvoering en het betalen van belastingen. Zij traden op als rechters, leraren, filosofen en adviseurs voor stamhoofden, koningen en koninginnen. Ze verschillen zeer van het beeld dat wij van heksen hebben, totdat we hen nader onderzoeken.

De oorsprong van het druďdenrijk is verloren gegaan in de nevelen van de tijd.
Het enige dat we erover kunnen zeggen is dat tijdens de opeenvolgende volksverhuizingen uit verre streken als Anatolië en de Kaukasus naar de Lage Landen, Ierland en de Britse eilanden, hun spirituele overtuigingen en magische gebruiken zich vermengden met die van de inheemse bevolking en dat die op een bepaald moment geconcentreerd werden binnen de grote steencirkels.
Later, toen er meer volksverhuizingen plaatsvonden, vestigden stammen die men als Keltisch is gaan bestempelen zich in deze gebieden en ontwikkelde het druďdenrijk zich als een spirituele en culturele macht die zich uitstrekte van Ierland in het Westen tot Bretagne in het Oosten en wellicht zelfs tot aan Anatolië, het huidige Turkije.
Het druďdenrijk bloeide gedurende meer dan duizend jaar, totdat het christendom zich
opdrong.
Tegen de zesde eeuw bestond het niet langer in zijn complete vorm, en pas in de zeventiende eeuw, dus na nóg eens duizend jaar, kwam het opnieuw naar de  oppervlakte. Al die tussentijd leefde het "ondergronds" en gedogen, naar overleving toe.

De ovaten waren zieners en waarzeggers en naar alle waarschijnlijkheid ook genezers of healers, kruidenkenners en vroedvrouwen.
Door de klassieke schrijvers zijn zij onder meer
aangeduid als Vates, Uatis en Euhages, en het woord ‘ovaat’ is wellicht ontleend aan het Indo - Europese stamwoord uat - ‘geďnspireerd zijn’ of ‘bezeten zijn’. De klassieke schrijver Strabo beschreef de ovaat als ‘een verklaarder van de natuur’. Het waren de ovaten die bedreven waren in het lezen van voortekenen en het doen van voorspellingen - of het nu
aan de hand van de vlucht vogels was, de vorm van wolken of het gedrag van dieren of
het weer - en het waren ook de ovaten wier taak het was om met gebruik van hun kennis
van kruiden en toverformules mensen en vee van ziekten te genezen.
De ovaat lijkt in talloze opzichten identiek te zijn aan het type persoon dat vele mensen als een “heks” zouden beschrijven. Maar wat is er van de ovaten geworden?

Nadat tegen de zesde eeuw het christendom alle inheemse geloven op de Britse eilanden
had overwonnen, zette de Bardische Traditie zich tot de zeventiende eeuw voort met
Bardische Scholen in Ierland, Wales en Schotland. De druďden, de professionele elite,
werden in het nieuwe stelsel opgenomen. Er wordt echter niets meer vernomen van de
ovaten, die simpelweg lijken te verdwijnen. Of toch niet? Als je wist hoe je iemand moest
genezen, zou je daar dan mee stoppen onder een nieuwe religieuze orde? Zou je ervan
afzien om je kennis aan je kinderen of je leerlingen door te geven, zodat ook zij anderen
zouden kunnen genezen? Hetzelfde geldt voor de vaardigheden van vroedvrouwen, de
kennis van bomen, kruiden en dieren, en voor het vermogen om magie te verrichten,
toverformules uit te spreken en toverdranken te maken. Het is waarschijnlijk dat met de
komst van het christendom de ovatische stromingen in het druďdendom ondergronds ging
maar niet uitstierf: men kan niet voorkomen dat dit soort kennis wordt doorgegeven -
hoewel ze in de loop der tijden kan veranderen.

Het is mogelijk dat de ovatische stroming in het druďdenrijk door mondelinge overlevering één van de bronnen werd die de latere generaties genezers en volgers van de Oude Wegen voedden, totdat zij bekend werden als het “Wijze Volk”. Het zijn voornamelijk deze ‘kundige mensen’ die heden ten dage als heksen worden beschouwd.


Zij die vandaag de dag een druďdenstudie doen, ontdekken dat zij bij het betreden van de
ovaatperiode van hun studie precies die delen van zichzelf tegenkomen en ontwikkelen
die tegenwoordig met de heks worden geassocieerd en dat ander edelen zich associëren met de sjamaan, waaronder het vermogen om de weg te vinden in de innerlijke wereld en
zienerschap en ontwikkelen.
Wanneer die twee werelden van hekserij en druďdenrijk worden samengevoegd, treffen we op de plek waar zij elkaar ontmoeten de ovaatheks aan die het gezag uitoefent over een kennis van de mysteriën van leven en dood. De toverketel van de ovaatheks biedt de
wijsheid die in het druďdenrijk algemeen bekend staat als ‘Heldere Kennis’.




De woorden van de bard leiden ons een innerlijke wereld binnen, de ‘Andere Wereld’, het
gebied dat voorbij de dood ligt en dat we soms in onze dromen en meditaties bezoeken.
Hoewel de beelden, geluiden en ideeën die we daar gewaarworden misschien minder
substantieel lijken dan de ‘werkelijkheid’ van onze fysieke wereld, brengen zij ons vaak
inspiratie en voorzien zij ons van een leidraad aan ideeën en gevoelens die ons helpen om
ons leven beter aan te voelen. Als we eenmaal geleerd hebben om de wegen te betreden die
naar deze Andere Wereld leiden, bevinden we ons in het rijk van de ovaatheks, een rijk dat onder leiding staat van de Grote Moedergodin met haar steeds aanwezige wederhelft “de Vruchtbare God” ook wel “Cernunnos, Herne of Kernaya” genoemd.

Het is hier dat we over de mysteriën van de dood en wedergeboorte leren en over de kracht die ons door dit proces heen leidt, de kracht van het leven zelf, “seksuele energie”. Stel jezelf deze kracht voor als een kristallen, fonkelende vloeistof in een toverketel van de Godin, die zonder ophouden geroerd wordt door de vruchtbare God. Druppels die uit deze ketel vallen geven energie en scheppende kracht aan wie en wat zij maar aanraken.
Verander het beeld van de toverketel in dat van een heilige bron. Het water in de bron is diezelfde energie, brengt dezelfde kracht over en je ziet het water van een heilige bron naar een beekje stromen, dat in een rivier terecht komt, die op haar beurt weer in zee uitmondt.
Water stroomt door de wereld, door onze lichamen en schenkt ons het leven.
In de dood worden we via het water naar de Gezegende Eilanden in het westen gevaren, totdat wij na een periode in het Zomerland opnieuw geboren worden via de wateren van de baarmoeder in een nieuw leven op Aarde.
Dit rijk van water, van de toverketel, van levenskracht, brengt niet alleen sensueel plezier en wedergeboorte, maar ook genezing en diepe verademing. Als je bij volle maan naar het oppervlak van deze heilige bron staart, ben je wellicht in staat om voorbij de tijd of door de tijd te kijken, om een diepere kennis van jouw eigen wezen en het lot van de wereld te leren beseffen.
Dit is het rijk van de ovaat en tegelijk het rijk van de heks.
De uiterlijke verschijningsvormen van de ovaatheks of van druďden- en wiccapraktijken mogen misschien verschillen, maar het is dezelfde bron waarmee beide in contact hopen te komen. De manier waarop we dit kunnen doen is door te luisteren naar de oude verhalen, want dat is de manier waarop in deze orale traditie de spirituele leer altijd is doorgegeven.




Met de komst van het christendom naar de Lage Landen en naar Ierland gingen veel
“heidense” gebruiken niet allemaal verloren, ze namen gewoon een christelijke tint aan.
Van het nieuwe systeem mochten de reeds gevestigde Bardische Scholen leerlingen blijven
aannemen, zodat zij aan de zeventiende eeuw in Ierland, Wales en Schotland bloeiden,
waardoor de herinnering aan de oude verhalen en de leer van de Scheppende Kracht van
muziek en stem bewaard bleven.

Zo ziet men iets verbazingwekkends gebeuren. De spirituele traditie van de druďden en
ovaatheksen zoals belichaamd in de barden en hun verhalen, wordt gedurende meer dan
duizend jaar in een aangepaste, door christelijke ideeën beďnvloede vorm onderwezen in de Bardische Scholen. Tegen de tijd dat de laatste van deze scholen haar deuren sloot, waren de oude verhalen stevig verankerd in het collectieve geheugen, in de folklore en de
volksverbeelding. Zelfs het landschap van Ierland en de Britse eilanden is doortrokken
van deze verhalen en het enige dat wij hoeven te doen om opnieuw contact te leggen met
hun kracht en de wijsheid die zij overbrengen is, waar je ook bent, het land in reizen en
opnieuw naar deze oude verhalen luisteren.
(Ook België komt hiervoor in aanmerking!!!).

De verhalen zullen dan onze leraar worden en de wildernis met het woud onze school.
Zo zien we maar, dat het heksenrijk en het druďdenrijk naderbij staan dan men denkt.