| |





    

  

  
Hoort
nu
aan, "de heksenwoorden",
Geheimen die wij in de nacht verborgen.
Toen wij verbleven in donkere oorden,
Wij kunnen ze je nu weer openbaar bezorgen.
De
geheimen van water en vuur,
Van de wijde lucht en de aarde.
Door de verborgen essentie kennen wij deze, in dit uur,
En moesten wij zwijgen tot de nieuwe tijd weer daagde.
De geboorte en
wedergeboorte van de gehele natuur,
Het voorbijgaan van de lente en de winter.
Delen wij met het Universele bestuur,
En wij verheugen ons in de magische cirkel.
Vier keer per jaar
keren de Grote Sabbats weer,
Dansend, met Kaarsen~ en Lammerenmis.
Worden de heksen gezien, keer op keer,
Op één mei-avond en Samhain, gewis.
Wanneer de dag gelijk
is aan de nacht,
Wanneer de zon is op haar hoogste,
Worden de vier mindere Sabbats aangeroepen met kracht,
En komen de heksen weer samen om te feesten en te oogsten.
Dertien zilveren manen
in een jaar,
Dertien mensen bij een heksenschare, is het aantal.
Dertien keren maken Esbats ons vrolijk, bij elkaar,
Voor elk gouden jaar en een dag, voorwaar.
Sinds tijd en jaren
begonnen, weleer,
Werd de macht doorgegeven aan anderen.
Van persoon tot persoon, elke keer,
Totdat een eeuw weer over glijd in een andere.
Wanneer de magische
cirkel getekend was,
Door de machtige athame of het zwaard
Lag tussen twee werelden zijn windroos,
Op dat uur, in het land der schaduwen bewaard.
Het weten is deze
wereld niet geboden,
Daar de achterwereld niets vertellen zal.
Daar worden aangeroepen de Oude Goden,
En vervaardigd wordt het magische werk daar al.
Twee magische zuilen,
met heel hun pracht,
Staan aan de poort van het heiligdom.
Tweedelig is de natuur haar macht,
De Goddelijke vormen en krachten alom.
Volgen elkaar op,
donker en licht,
In elkaar, de tegengestelden, overgaan.
Voorgesteld als de God en de Godin, allicht.
Dit zijn de lessen van onze voorouders, zowaar.
's
Nachts is Hij de
berijder van de wilde wind,
De Gehoornde van de schaduwen is Hij, de Heer.
Overdag is Hij de koning van het bos en het wild,
De bewoner van groene wouden, telkens weer.
Zij
is jong of oud, zoals het Haar behaagd,
Met Haar bootje bezeilt Zij de gescheurde wolken.
De heldere zilveren Dame van middernacht,
De Oude Wijze Vrouw, die spreuken weeft,
In het donker van de nacht.
Meester en
Meesteres,
van de Magie
Die zich in het diepste van de geest bevind.
Onsterfelijk en altijd opnieuw vernieuwd zijn die,
Met de macht die ons bevrijd en die ons bind.
Drink dus de goede rode
wijn voor de Oude Goden,
En dans en bedrijf de liefde ter hunner glorie.
Tot Elphame's Feeënrijk ons wilt gedogen,
Op het einde van onze dagen, in vrede te mogen togen.
Doe wat je wil, is de
uitdaging nu,
Zo zal het met liefde zijn, en schaad niemand, want,
Dit is het enige dat wij gebieden aan u,
Zo zal het geschieden, door oude magie, aan ons verwant.
© Lady Bastet & Vzw. M.-H.
  






Onthoud ALTIJD
de Wet van Drie!



Hou
de Wet
van Drie
in
Ere,
Uw
daden zullen
Driemaal
keren,
Leer
de Wet
en leer ook
Goed,
Dat
wat je
Zaait,
je Oogsten
moet.

Deze lessen ook
Moet je ALTIJD leren.
Je krijgt ALLEEN wat je VERDIEND!
Want jouw daden zullen zich Driemaal Keren.
  



1. K en
Jezelf.
2.
Ken
jouw
Magie.
3.
Leer
steeds meer en meer.
4. Combineer
Kennis
met
Wijsheid.
5. Verwezenlijk
Balans.
6. Gebruik
je woorden in goede orde.
7. Gebruik
je gedachten op een goede manier.
8. Geniet
ten volle
van het
Leven.
9. Stem
af met de
Cyclussen der
Aarde. 10.
Adem
en
Eet
netjes.
11.
Houd
je lichaam in conditie en in ere.
12.
Mediteer
en
Leer.
13.
Eer
de
Moedergodin
en de Vadergod.
Naar een
vertaling van Garden Stone


    
  
|
|