Na Imbolc (2 februari) zie je gewoon dat de natuur weer ontwaakt uit een grote winterslaap. Takken lopen uit. De krokussen, sneeuwklokjes, druifjes en andere bollen laten zich weer zien en de vogels fluiten weer vrolijk in de morgen. De zon is weer voelbaar en het wordt langer licht. En is het dan toevallig dat het juist nu carnaval is? Dat Carnaval al lang, heel lang bestaat zal niemand wel in twijfel trekken. Waar wel discussie over is, is over de eigenlijke oorsprong van het Carnaval en carnavalogen zijn daarover nog steeds niet eens geworden.

Als we alle theorieën op een hoop gooien en daaruit dan de gelijkenissen distilleren en aan elkaar toetsen komen we tot de vaststelling dat Carnaval een soort smeltkroes is van heidense en godsdienstige rituelen die, zo niet het nieuwe jaar, dan toch een nieuwe lente inluiden (met, zo niet een nieuw, dan toch in ieder geval veel geluid).
Al in 2600 voor Christus werd in Mesopotamië een soort nieuwjaarsfeest georganiseerd waarbij een misdadiger voor een dag tot koning werd gekroond, feestelijk werd rond gevoerd in een boot op wielen, en dan al even feestelijk werd terechtgesteld.
Nil novi sub sole, niks nieuws onder de zon: vandaag wordt nog steeds met praalwagens rondgereden, een Prins Carnaval verkozen en een pop (die Prins Carnaval moet voorstellen) feestelijk in brand gestoken.

In latere culturen vinden we veel dan deze elementen terug. Zo werd in het oude Egypte gedurende de laatste 5 dagen van het jaar niets ernstigs meer ondernomen om de Goden niet te misgenoegen en werd er op 21 December een houten stier op wiel voorgetrokken onder het zingen van obscene liederen. In die stoet werden ook nog reuze fallussen meegedragen, dit alles ter verering van de vruchtbaarheid.

In Griekenland vierden ze iets gelijkaardigs op 21 maart. De zinnelijke God Dionysus werd er rondgereden op een wagenschip van waaruit versnaperingen naar de toeschouwers werden gegooid.

Dankzij het sjoemelen met de kalender door de Romeinen gingen al die feesten rond Nieuwjaar samenvallen met het begin van de lente. Julius Caesar verschoof immers de nieuwjaarsdatum naar 1 januari. Vandaar dat bijvoorbeeld oktober, de achtste maand, nu de tiende maand werd, november de elfde i.p.v. de negende maand, enz. De eindejaarsfeesten grepen van dan af plaats op het einde van februari. De Romeinse keizer had er evenwel niet aan gedacht dat je de kalender zoveel kan veranderen als je maar wil, maar dat seizoenen daar geen rekening mee houden.
De Saturnaliafeesten moesten volgens de nieuwe kalender rond 1 januari plaatshebben, maar dat ging niet omdat die feesten de zaaiperiode inluidden en je kan bezwaarlijk het kostbare zaad aan de hardbevroren aarde toevertrouwen. Van dan af hebben wij lekker twee redenen om te feesten: zowel Nieuwjaar en Carnaval (het begin van de lente).
Tijdens de Saturnaliafeesten werden de slaven vrijgelaten en mochten ze een week lang hun bazen treiteren. Het ligt voor de hand dat ze dat liever incognito deden en maskers gingen dragen.
Bij die gelegenheid werd eveneens een schijnkoning verkozen.

De Romeinen vierden het feest van de saturnalia, wat veel kenmerken van het hedendaagse carnaval had zoals drank- en eetgelagen, een soort 'prins carnaval', vermommingen en optochten door de straten.
Het 'heidense' carnaval werd en wordt nog steeds in heel Europa gevierd.
In Rusland, bvb., wordt dit feest van oudsher gevierd onder de naam 'maslenitsa' (boterfeest).
Gedragswijzig gezien is het carnaval een omkeringsritueel, waarin maatschappelijke rollen worden omgedraaid en waarin al onze opgelegde normen over gewenst gedrag worden afgeschaft.

H
et carnaval, zoals wij dat vandaag de dag kennen, is dus een smeltkroes van de Saturnalia en de Lupercalia, die door de oude Romeinen gevierd werden, echter om het échte ontstaan van het carnaval te vinden gaan we best grasduinen in het oude Soemerië en Mesopotamië, of zelfs wel tot in het oude Anatolië, waar ooit alles begon qua onze (huidige) westerse samenleving en religie.
Het ontstaan van de benaming van "carnaval" zoeken wij dan weer best in de regio van Venetië (Italië), waarvan ons huidige carnavalfeest is afgeleid.
In die context wordt de term afgeleid van het Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees).
Een andere mogelijke verklaring voor de term is het eveneens Latijnse carrus navalis ofwel 'scheepswagen', hetgeen zou verwijzen naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Keltische Germanen uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten.
Het feest bestaat dus al veel langer dan de huidige 'christelijke' traditie laat doorschijnen.
De kerk heeft er nadien eerder voor gekozen om het heidense carnaval in een katholiek kleedje om te steken, dan het uit te roeien of te verbannen. ( Dit voor hun eigen profijt natuurlijk!).
Dat is overigens ook met andere voorchristelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk een 'heidens' midwinterfeest was (Yule - Joel - Jul) en Pasen (Ostara).

Ons carnaval stamt regelrecht af van het Rheinland carnaval wat, op zich, dan weer afstamt van het Venetiaanse carnaval. Venetië wordt dan ook aanzien als de oorspronkelijke bron van het carnaval van vandaag. Vele carnavalvieringen beginnen reeds op 14 februari (Wallonië), terwijl de voorbereidingen meestal aanvangen vanaf 11 november("11" wordt aanzien als het getal van de gekken).
De meest gekende vieringen in België zijn de carnavals van Herenthout, Binche, Aalst, Zichem en Aarschot.





Mardi Gras is het carnaval in New Orleans (Louisiana, VS).
Mardi Gras is Frans voor Vette dinsdag, de dag voor aswoensdag. Het is een verkleedfeest en een paradefeest. De meest gebruikte kleuren zijn paars, groen en goud.
Het is de gewoonte om kralen naar elkaar toe te werpen. Men vraagt er zelfs om.
"Throw me something" (gooi me wat) is een veelgehoorde kreet.
De gekte om zoveel mogelijk spulletjes te verzamelen heeft ertoe geleid dat vrouwen hun borsten ontbloten om iets te krijgen. De kreet "Show me your tits" is dan ook vaak te horen in Bourbon street in de Franse wijk. (Ook mannen doen hieraan mee!).
Op vele andere plaatsen in de stad is het zogenaamde "flashen" verboden.
Het feest is heel populair in Amerika, vooral het New Orleans Carnaval.
Ook in de "Gay scene" is Mardi Gras een reuzenknaller.






Al in de oudheid waren er feesten die iets carnavalesk hadden, d.w.z. iets anarchistisch, waarbij de wereld zoals men hem kent, op de kop werd gezet. Zo kenden de oude Romeinen nogal wat dergelijke uitspattingen, zoals de Kalendae (nieuwjaarsfeesten), Saturnaliën (in de derde week van december) en de Bacchanalen of Lupercalia (in februari).
Deze laatste waren typische lentefeesten, waarbij het einde van de winter en het begin van de lente gevierd werden: vruchtbaarheidsfeesten dus. Niet alleen de vruchtbaarheid van het land werd hierbij afgesmeekt, ook die van de mens. Bij de lupercalia zaten de mannen gehuld in vellen van wolven (lupus) of andere offerdieren de vrouwen achterna met riemen gesneden uit geitenvel (februa). Enerzijds werden met deze roeden de vrouwen 'gereinigd' van hun gedane zonden, anderzijds zou de bedoeling zijn de vruchtbaarheid er letterlijk in te rammen.

Februari staat sindsdien bekend als de reinigings- en vruchtbaarheidsmaand.
Door de verovering van onze streken door de Romeinen raakten dergelijke feesten ook hier verspreid. En vermengd met de oude inheemse Keltisch en Germaanse vruchtbaarheidsfeesten en lenterituelen. Zo was het gebruikelijk tegen het einde van de winter, in ruil voor offergaven, de wintergeesten te laten verdrijven door mannen die daarbij vooral een heleboel herrie maakten. Ook verkleedpartijen kwamen eraan te pas, waarbij de voorouders en de wintergeesten uitgebeeld werden. De termen 'vasten' en 'Vastenavond' zouden volgens linguïsten terug kunnen gaan op het oud Germaanse 'faseln', wat 'vruchtbaar maken' betekent, in uitbreiding - dankzij de feesten daarrond allicht - ook 'gek doen'.






Zoals dat ook bij andere 'heidense' gebruiken is gebeurd, zijn ook de lentefeesten door het zich verspreidende christendom ingepikt. Het valt niet moeilijk te begrijpen dat de jonge Kerk het lastig had met het anti-autoritaire aspect van de lentefeesten. We moeten daarom de inpassing van de vruchtbaarheidsriten in het Vastenavond gebeuren zeker gedeeltelijk zien als een poging van de Kerk om ze te kunnen beheersen.
Anderzijds kon zelfs een instituut als de Kerk het volksgebruik niet tegenhouden. Dat Vastenavond vieringen in georganiseerd verband het eerst opdoken in kloosters en kapittelkerken hoeft niet te verbazen: de strikte hiërarchie van de Kerk vroeg er gewoon om eens op de kop gezet te worden. Bovendien was het strenge en sobere religieuze leven voor sommigen nauwelijks dragelijk als daar niet eens per jaar een 'geleide' uitspatting tegenover stond.
Aanvankelijk waren vooral scholieren en lagere clerus ontvankelijk voor de zottenfeesten waarin de rangordes werden omgekeerd en er in overvloed gedronken en gegeten werd. De zottenfeesten waren zeker verwant aan gebruiken op Onnozele kinderendag en Sinterklaas waarbij de scholieren zelf een bisschop verkozen, die op een enigszins gewijzigde manier vereerd werd: door vals te zingen, door keukenlatijn te declameren, door pis in plaats van wijwater te gebruiken enzovoort.
Later namen ook de hogere standen deze gebruiken over, die steeds buitensporiger en obscener werden, zodanig zelfs dat in de late middeleeuwen regelmatig verboden uitgevaardigd werden door de kerkelijke overheden om bepaalde losbandigheden in te dijken. Het ging er ook vrij liederlijk aan toe - zeker als je bedenkt dat het voornamelijk om geestelijken ging hier: ronddansen in de kerk, verkleed als vrouw of muzikant, zingen van schunnige liederen, nabootsen van processies, waarin exhibitionisme zéker niet afwezig bleef…





Van de nep-processies tot het carnaval op straat: het is een kleine stap. Door de jaren en eeuwen heen krijgt het eens religieus bedoeld feest een profaner karakter. Het idee erachter is typisch menselijk: zich nog eens goed laten gaan alvorens de vasten te moeten ingaan.
Waarom blijft het gebruik vandaag dan nog behouden als er nog nauwelijks of niet gevast wordt voor Pasen? Dat carnaval steeds minder verband houdt met de vasten, is zichtbaar in het huisgezin (waar nog nauwelijks op Vette Dinsdag Vastenavond gevierd wordt) én in het straatbeeld: carnavalsstoeten slingeren zich door de dorpen en steden lang na het Vastenavondweekend, dwars doorheen de vastenperiode. Al is men toch nog niet zo plat na Pasen nog de carnavalszot uit te hangen; dat zouden pas échte vijgen na Pasen zijn.
Het antwoord is: de commercie heeft vat gekregen op het feest: reclamecaravans die stoeten mogelijk maken, handel in carnavalswagens, een massa carnavalsartikelen (waarvoor de Nederlandse Keuringsdienst van Waren onlangs nog waarschuwde dat ze nog al te vaak gemaakt zijn uit zeer brandbaar spul). Men kan dat (zoals ook belangrijkere feesten als de kerst of Pasen door de middenstand geclaimd worden) betreuren, maar zonder zou het gebruik misschien al lang verdwenen zijn. Of misschien ook niet: ten noorden van Rijn en Maas wordt nog nauwelijks carnaval gevierd, dus moet het toch iets met de rooms-katholieke achtergrond van de feestvierder te maken hebben…





Als je moet afgaan op sommige media, krijg je de indruk dat Carnaval in ons land alleen maar een zaak van de 'ajoane' van Aalst is. Nochtans is in de Lage Landen carnaval een algemeen katholiek verschijnsel: in Nederland concentreren de carnavalsverenigingen en -feesten zich bezuiden de Grote Rivieren, in Brabant en Limburg. In België is Carnaval algemeen verspreid.
In ons land zijn echter vooral berucht: de Aalsterse en Maaslandse Carnavals en het Carnaval in en rondom Binche (Wallonië).
Hoe klein ons land ook is: er zijn duidelijke accentverschillen in carnavalsgebruiken zichtbaar tussen oost en west. Denk maar aan de Gilles de Binche, die de toch wel lokaal gebruikte carolle dansen. In de Oostkantons kent men de oudewijvennacht en -bals. Het Rijnlands carnaval zou ook weer iets héél anders zijn dan bijvoorbeeld het Bourgondische Carnaval van Brabant.
Eén ding is zeker, het hangt allemaal samen en komt uit dezelfde bron (Venetië).
Het ge-Alaaf, de opzichtig verklede en getooide prinsen: het schijnt typisch Rijnlands te zijn.
Wat ze in ieder geval allemaal gemeen hebben, is zotte en zatte Anarchie.
(JOLIJT)!

  Carnaval:

Er bestaat nogal wat discussie over de herkomst van het woord 'Carnaval'. Volgens de ene komt het van het Latijnse 'carne vale' (letterlijk: 'vlees, vaarwel').
Anderen wijzen op de Latijnse term 'carrus navalis' (letterlijk: 'scheepskar'), waarbij verwezen wordt naar het narrenschip of naar de intocht van de vruchtbaarheidsgoden.
In later tijden wordt bij de vastenavondfeesten een gelijkaardige omgekeerde koning verkozen. In de middeleeuwen soms zelfs een ter dood veroordeelde, die dan enkele dagen de plak mag zwaaien. En nadien alsnog terechtgesteld wordt, of geofferd, zo u wil.
Ook nu nog kiest de stad of gemeente een alternatieve 'burgemeester', de "Prins Carnaval".
Al wordt die tegenwoordig niet letterlijk meer na de festiviteiten geofferd, maar in de vorm van een stropop verbrand. Dit gebruik is niet overal meer in voege omdat, door teveel bemoeizucht van anderen, de ware essentie van het gebruik merendeels, zoniet totaal, verwaterd is.


 

De bisschop:

Nog een andere is dat de term uit het Italiaans of neo-Latijn komt: 'carne lavare' of 'carnem levare', het 'wegnemen van vlees'. Waarbij uitgedrukt wordt dat het gedaan is met vlees eten zolang de vasten duurt. Wat ook weer niet helemaal lekker zit, want toen het woord ontstond, at de gewone mens nauwelijks vlees. Ik gok dus op de 'scheepskar'.
Het enige wat zeker is, is dat het woord pas in de 17de eeuw in onze taal opdook.
'Vastenavond' of 'Vastelavond' zijn de benamingen die in gebruik gesteld zijn door de Kerkelijke "overname" van dit enorme heidense paganfeest.
"Vastenavond" heeft NIETS met het originele "Carnaval" te maken, daar de "vasten" ingevoerd werd door de neo christenen en 600 jaar later bijgestaan werd door de Islam, de "Ramadan".
Ten tijde van het ontstaan van het Carnaval kenden de mensen geen "vasten" periode.

 
Alaaf:

De Alaaf-groet getuigt ook weer van gezonde anarchie. Het naar de linkerslaap brengen van de toppen van de gestrekte rechterhand is een parodie op de militaire groet. Dat de uitroep 'Alaaf' uit het Duitse Rijnland komt is dus niet verwonderlijk: de eenmalige Pruisen stonden bekend om hun militarisme. Dansmariekes - nog zo'n Rijnlands carnavalsgebruik - herinneren in hun uniformpjes nogal aan het Pruisische soldatengebeuren. Achter de letterlijke betekenis van 'Alaaf' moet niet meer gezocht worden dan een krom 'hallo', op z'n Rijnlands. Ter info: in het Jiddisch (de Duitsachtige taal van Centraal-Europese joden) betekent 'Alaaf' 'de eerste'.
In het Israëlische leger heet de opperbevelhebber de 'aluv'.

De hedendaagse term Alaaf is een carnavalsgroet afkomstig uit de Keulse Carnavalstraditie. Een "Rijnlandgroet".

De oudste schriftelijke vermelding van het woord is te vinden in een petitie van Vorst Metternich aan de Keulse Keurvorst in het jaar 1635. Oorspronkelijk is het een uitroep bij het uitbrengen van een dronk. Sinds het begin van het moderne Carnaval in 1823 wordt "Kölle Alaaf" in Keulen gebruikt als begroeting tussen Carnavalsvierders. In andere Duitse steden luidt de carnavalsgroet: Helau.

Over de herkomst van het woord Alaaf bestaan twee lezingen. Sommigen zeggen dat Alaaf een verbastering is van het woord elf. Elf is immers het "gekkengetal", denk aan de "Raad van Elf". Anderen zeggen dat Alaaf afkomstig is uit het oud-Keulse dialect; "all af", hetgeen zou betekenen "alles weg"; Dit is gegrond op de oorsprong van de carnaval, namelijk dat voor de vastentijd al het goed spijs en drank op moest; "Kölle Alaaf" ("Keulen Alaaf") zou verder ook kunnen betekenen "(behalve) Keulen, alles weg" of "Keulen voor alles". Het gebruik van het woord Alaaf komt voor in veel carnavalstradities, voornamelijk op de linkeroever van de Rijn. Ook in carnavalstradities in Nederland wordt de term gebruikt, met name in plaatsen langs de Duitse grens zoals Kerkrade.

In veel Brabantse plaatsen, waar men doorgaans het Bourgondisch carnaval viert, wordt de uitroep niet gebruikt; en kan men bij gebruik rekenen op rare blikken.

Ook in België maakt men volop gebruik van de term. In grote carnavals zoals Aalst, Halle, Zichem, Herenthout, Aarschot en Ninove begroeten vierders elkaar steevast met

 

De Belgische carnavalsteden bij uitstek, zijn Binche en Aalst.






Omdat overal ter wereld mensen eens een keer uit de band willen springen, duiken wereldwijd gebruiken op die iets carnavalesk hebben. En dat is niet altijd het dwingende keurslijf van het katholicisme dat men wil ontsnappen. Ook joden hebben een gelijkaardig gebruik: in het Poerim- of Lotenfeest vieren zij de redding van de joden door koningin Esther.
Zelfs de moslims kennen iets gelijkaardigs, dat weliswaar niet voor maar ná hun vasten of ramadan gevierd wordt: het suikerfeest.
Noordelijker dan de Lage Landen zal er in Europa niet veel Carnaval gevierd worden; zuidelijker des te meer: van Spanje tot Polen en van Italië tot Kroatië. In het voormalige Oostblok kent het carnaval sinds het wegvallen van het communisme een echte revival. Carnavalsverenigingen schieten er als paddenstoelen uit de grond. Zelfs tot in Rusland wordt Carnaval tegenwoordig gebruikt om westerse toeristen te lokken.
Daar heeft men in Brazilië ook een handje van weg, zodanig dat we hier de indruk krijgen dat daar het hele jaar door Carnaval gevierd wordt. In ieder geval wel in betere klimatologische omstandigheden. Zomercarnavals zijn ook in Europa en de VS een nieuwe trend aan het worden, waarbij vooral gebruik gemaakt wordt van de Braziliaanse, in die tijd van het jaar werkloze carnavalsbands. Bekend is al het Notting Hill Carnaval in Londen, in juli.
Ook elders ter wereld - zelfs op de meest opmerkelijke plaatsen als Namibië - is Carnaval doorgedrongen. Maar daar is het meer een erfenis van de voormalige kolonisatoren, verworden tot een plaatselijk gebruik dat nu weer de afstammelingen van die kolonisatoren, de toeristen, vermaakt.