Winter is één van de vier seizoenen in de gematigde en polaire streken.
De winter wordt veroorzaakt door de schuine stand van de aardas.
In de winter staat op het noordelijk halfrond de aardas van de zon af gewend en in de zomer juist naar de zon toe gericht.
Op het zuidelijk halfrond is dit omgekeerd zodat de winter zich daar juist afspeelt tijdens de zomer van het noordelijk halfrond.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen de astronomische winter en de meteorologische winter.
De astronomische winter begint op het noordelijk halfrond rond 21 december.
De zon staat dan 's middags aan de Steenbokskeerkring loodrecht aan de hemel, de naam is afgeleid van het sterrenbeeld steenbok dat rond midden december begint, deze dag valt daarom ook samen met de kortste dag op het noordelijk halfrond.
De astronomische winter eindigt meestal op 20 maart, soms op 21 maart, wanneer de zon 's middags aan de evenaar loodrecht aan de hemel staat (equinox).
Hierna begint de lente.
Bij ons begint de winter op 21 of 22 december.
De nacht duurt dan het langst en de dag het kortst, slechts 7 uren en 44 minuten.
Daarna worden de dagen weer langzaam langer tot 21 juni wanneer de zomer begint.
De seizoenen zijn op de wereld niet overal hetzelfde.
Zo zijn de seizoenen op het zuidelijk halfrond (de landen die onder de evenaar liggen) precies het omgekeerde van bij ons.
Begint in Zuid-Afrika de winter dan begint bij ons de zomer.
Drie maanden dragen de winter met zich mee.
Elk van die maanden heeft zijn specifieke eigenschappen.
Het Pagannieuwjaar start vanaf 31 oktober (Halloween), daarom starten we hier met de winter (december) en de Joelperiode (Yule).
De Grote God wordt herboren met Yule en brengt ons weer meer licht.
De winterperiode is voor heksen de periode van het vergaan en het herverrijzen van het licht.
Imbolc is het eerste feest naar de lente toe en eert de vruchtbaarheid.
Het ene leid naar de dood, het andere terug naar het leven.
Kies hieronder één van de wintermaanden.
De Paganfeesten tijdens de wintermaanden zijn Yule en Imbolc.