|
  



  

De liefde
speelde een grote rol in de Ierse mythologie. Vaak was het een goede kracht, een symbool van universele
harmonie en voorspoed. Soms zorgde het ook voor ruzies die
rampzalige gevolgen hadden, zoals in de verhalen over Deirdre en
Diarmaid. Het was de verantwoordelijkheid van Oenghus om het pad
van de ware liefde te effenen. Oenghus was een nazaat van de
Dagda en Boann, de godin van de rivier
Boyne. Oenghus greep vaak in
als geliefden in gevaar verkeerden.
  



  
Oenghus was
zelf ook niet bestand tegen de liefde.
Een
verhaal vertelt hoe hij een jaar lang elke nacht droomde over
een beeldschone vrouw. Ze verscheen aan hem, en verdween als
hij zijn hand naar haar uitstak. De droom maakte Oenghus bleek en lusteloos en hij liet zijn eten
staan.
Oenghus schaamde zich ervoor de heelmeesters te vertellen dat
hij verliefd was op een droom. Ten slotte stelde één van de
beste heelmeesters van de Tuata Dé Danann, Fergne, de juiste
diagnose.
Boann, de moeder van Oenghus, werd ontboden en opgedragen heel
de Keltische wereld af te zoeken naar de mooie vrouw die Oenghus
in zijn dromen had gezien. Boann vond haar niet, waarna Oenghus'
vader, de Dagda, dezelfde opdracht kreeg. Ook hij vond haar
niet. Toen werden Boannes' broer Bobd Deag te hulp geroepen. Na een jaar het land te hebben afgespeurd, kwam hij terug met
goed nieuws. De vrouw was de dochter van een god van de Dananns en woonde aan
een meer in
Connacht. Oenghus vernam ook
naar naam: Caer. Oenghus zocht koning Ailill en koningin
Maeve van Connacht op. Ook de Dagda mengde zich in de zoekactie en Ailill ontbood Caers'
vader, Ethal.
Toen Ethal weigerde te komen, liet Ailill zijn mannen de
elfenheuvel van de god verwoesten, maar Ethal weigerde nog
steeds zijn dochter af te staan. Toen hem naar de reden werd gevraagd, zei hij dat haar
tovermacht groter was dan de zijne. Door betovering nam zij elke
dag van het ene jaar de gedaante aan van een mooie vrouw, maar
elke dag van het volgende jaar had ze de gedaante van een
sierlijke zwaan. Ten slotte vertelde Ethal dat als Oenghus haar
echt wilde, hij de volgende Samhain naar het meer moest komen.
Toen Oenghus bij het meer kwam, zwommen er honderd vijftig
zwanen op het water, onder wie ook Caer. Hij riep haar vanaf de
oever, maar ze zei dat ze alleen kwam als Oenghus haar weer als
zwaan zou laten gaan. Oenghus beloofdde dat en veranderde
zichzelf in een zwaan, zodat hij zich bij haar kon voegen.
Ze omhelsden elkaar en bedreven de liefde. Toen vlogen ze naar
het huis van Oenghus in
Newgrange. Daar namen ze weer
hun mensengedaante aan en gaven een groot feest, waar ze zo mooi
zongen dat hun gasten drie dagen en drie nachten in een diepe
slaap werden gewiegd.
  

  

  

|