|

  

  
  

  


  
Of er
werkelijk sprake is geweest van een volk waarvan de leden
zichzelf beschouwden als "Kelt" is niet zeker. Waarschijnlijk
was de eerste groep waarvan hun identiteitsgevoel uitging hun
eigen plaatselijke stam, die vaak met andere Keltische stammen
rivaliseerde, en was een meer "universeel" Keltisch gevoel niet
zo belangrijk.
Wel is zeker dat er sprake is geweest van een
Keltische cultuur met veel gemeenschappelijke elementen. De
Kelten maken vaak gebruik van prehistorische bouwwerken om er
hun eigen feestelijkheden in te houden (bvb. in de steenkringen
in
Carnac in Frankrijk, in
Stonehenge in
Wiltshire,
Verenigd Koninkrijk). Zo
vermengt hun cultuur zich met die van nog oudere
bevolkingsgroepen. Volgens verslagen van Romeinse schrijvers
waren de Kelten zeer krijgshaftig: ze streden dikwijls naakt met
hun haren met kalk en leem opgestijfd tot een soort
'punkkapsel'. Vaak werkten de strijders zich op tot een staat
van razernij/extase waardoor ze in de strijd geen vermoeidheid
of angst meer voelden en doorgingen tot ze overwonnen of
sneuvelden. De Romeinen gaven dit de toepasselijke naam ‘furor’. Ook bij de
Germanen worden deze 'berserkers'
waargenomen door de Romeinen. Hun uiterlijk wordt beschreven als
over het algemeen grote gespierde kerels, roodharig of blond met
hangsnorren en vaak tatoeages op hun lichaam. Bij de strijd
verfden ze hun lichamen met "oorlogskleuren". Om hun nek hadden
veel Kelten een gouden gevlochten halsband,
torques. Metaalbewerking was
bij de Kelten trouwens tot een zeer hoog niveau ontwikkeld en de
Romeinen en Grieken spraken hierover vol bewondering. Opgravingen van prachtig bewerkte metalen voorwerpen bevestigen
dit beeld. Volgens de schriftelijke bronnen was de bewerking van
textiel eveneens van hoog niveau, helaas is daarvan bijna niets
teruggevonden. De druïden nemen een zeer belangrijke plaats in binnen de
Keltische samenleving. Zij zijn meer dan priesters: ze treden ook op als rechters en
als raadsheren van de Keltische leiders. Zij zijn zeer nauw
verbonden met de natuur en baseren hun raadgevingen en
voorspellingen voornamelijk op
(voor-)tekens uit de natuur. Ze fungeerden eveneens als het 'geheugen' van de stam. Ze waren
beroemd om de hoeveelheid kennis die ze van buiten konden leren
en ze hadden vaak een complete bibliotheek in hun geheugen.
Helaas zijn er pas veel later, in de Vroege Middeleeuwen,
Keltische overleveringen op schrift gesteld. Tegen die tijd
waren de meeste Kelten al christen geworden en was de
druïdenklasse verdwenen en met hen ook hun kennis. Naast de druïden waren er ook nog de "vates".
Vates waren zieners. Het was een zekere klasse van priesters die
vanwege hun hoge kennis en kunde hoog aanzien genoot. Ze hadden
de functie van intellectuelen, astronomen, bemiddelaars,
rechters, en ook waarzeggers. Ze bestaan nog steeds als 'travelers'
of 'tinkers'. Deze mensen waren in staat helder te zien en de
toekomst af te lezen uit bijvoorbeeld de studie van levers van
schapen en geiten of van kadavers. De minderen onder hen werden
volgens
Strabo beschouwd als natuurfilosofen.
Ook vrouwen waren vates of priesteressen, al konden zij geen druïde worden.
Wel
zouden priesteressen naast de druïden hebben gestaan om
goddelijke wraak over de vijanden, zoals de Romeinen, af te
roepen, toen die bijvoorbeeld
Mona op het eiland Anglesey
bestormden. Het meeste wat we weten zijn verhalen en mythen van de Ierse en
Britse Kelten. Van de Gallische,
Iberische en overige 'continentale' Kelten
weten we bijna niets meer van hun verhalen, cultuur of mythen.
De christenen ontnamen ons dat allemaal, zodat culturele waarden
van ons verleden volledig opgeruimd werden. (Proficiat
jongens)! Vanaf 100 v. Chr. dwongen de Romeinen - die hun imperium aan het
uitbreiden zijn - de Kelten samen in de uiterst westelijke delen
van Europa voor geld en macht. Tot op heden zijn sporen van de Keltische cultuur - alsook nog
levende Keltische talen - merendeels terug te vinden in die
uiterst westelijke delen:
Frankrijk: Bretagne, Normandië, Lyon, en de Baskische taal
(zuid Frankrijk) zou ook nog overgebleven zijn uit de
Keltische periode in Frankrijk en in Spanje. (Van Baskenland
tot Asturias)*.
Engeland, Wales en Schotland.
Geheel
Ierland.
België: regio 's van,
o.a.,
Hotton, Marche-en-Famenne en Neufchateau, alsook ooit in
Diepenbeek (steencirkels
in Diepenbeek), maar daar werd
alles weggehaald door het stadsbestuur van Hasselt. Hierbij
voegen we dan niet
de plaatsen in Vlaanderen
die nog méér verdoken en (of) herbewerkt werden ... .
Na de
verovering door de Romeinen van de meeste Keltische gebieden in
Europa kwam een proces van romanisering op gang door de
culturele overheersing van de Romeinen en verdwenen de Keltische
taal en cultuur binnen een paar generaties van het toneel. In
Gallië ontstond een
Gallo-Romaanse mengcultuur. De huidige bevolking van België, Frankrijk, Spanje,
Groot-Brittannië, Schotland en Ierland is nog steeds grotendeels
Keltisch van oorsprong.


  

De Kelten
behoren tot de Indogermaanse (=
Indo-Europese) volksstammen.
De
eerste Kelten (ongeveer 1800 v. Chr.), woonden in het gebied van
de Boven-Rijn en Boven-Donau. Langzaam werd de groep groter en
door overbevolking en interne conflicten zwermden ze uit.
Meestal gebeurde dit door vreedzame kolonisatie, soms ook door
veroveringstochten. De verspreiding nam ettelijke eeuwen in beslag... .
Het westen (Frankrijk, Britse eilanden en Ierland) bevolkten ze
in de 6e eeuw v. Chr. Rond de 4e eeuw v. Chr. verspreidden ze
zich over Italië en in 390 v. Chr. plunderden ze Rome. In het
begin van de 3e eeuw overspoelden ze Griekenland. Later staken
ze de Bosporus over en vestigden zich in
Klein Azië.
  
  
De Kelten
woonden oorspronkelijk in het gebied van Noord-Zwitserland,
Zuid-Duitsland en West Oostenrijk. Ze veroverden steeds meer
gebieden en van de zesde tot de eerste eeuw voor Christus
domineerden ze een groot deel van Europa. Deze bloeiperiode van
de Kelten wordt de La Tène cultuur genoemd, naar een
archeologische vindplaats in Zwitserland. Gallië werd in de
vijfde eeuw voor Christus al veroverd. De Kelten waren eigenlijk niet één volk, maar een groep van
stammen. Hun kunst en cultuur vertoonde wel grote eenheid. Over
het algemeen waren het boeren. De metaalbewerking stond
technisch gezien op een hoog niveau. Wat we weten over de
levenswijze en de cultuur van de Kelten, weten we uit de
vondsten van archeologen en uit de Latijnse geschriften van
Caesar en Tacitus. Hun beschrijvingen worden deels door de
moderne wetenschap bevestigd, deels weerlegd (het christendom
leidde ertoe dat veel informatie van de Kelten vervormd
"heraangepast" werden doorgegeven).
Leefden de Kelten
in stamverband? De mensen in Keltisch Europa leefden in verschillende stammen
onder leiding van een hoofdman. Het aantal Kelten was zeer
groot, toch leefden de Kelten niet in één grote groep.
Daarentegen waren er wel zeer veel stammen met een beperkt
aantal Kelten per groep. Doordat de stammen klein waren en de
verschillende stammen niet met elkaar samenleefden waren de
migraties van de Kelten niet zo heel erg ingrijpend. Op die
manier konden ze ook snel met de lokale bevolking integreren. De
meeste Kelten waren landbouwer of veehouder en woonden in kleine
dorpjes. Maar vlak voordat de Romeinen in Brittannië en
Gallië
kwamen vormden zich grotere
Keltische (Gallische) nederzettingen die op
steden begonnen te lijken.
Keltendorpen. De Kelten woonden in kleine dorpen met huizen en graanschuren.
Om het hele dorp was een rechthoekige palissade gebouwd: een
omheining van palen in de grond met aan de bovenkant scherp
geslepen punten.
De eerste Keltische steden begonnen zich rond 200 voor Christus
te ontwikkelen. In deze Gallische steden waren de huizen niet
dicht tegen elkaar gebouwd zoals in het Middellandse Zeegebied.
De steden waren onderverdeeld in wijken met een gespecialiseerde
bestemming. Zo waren er aparte wijken voor de textiel, de
metaalambacht, de bronsgieters, de smeden, de leerlooiers, etc.
De mooie huizen van de edelen en de godentempels lagen in het
midden van de stad. De straten vormden een rechthoekig patroon,
om de tien meter stonden er woningen met daartussen grote
stukken grond waarop gewassen verbouwd werden of weidegrond voor
dieren. De steden werden rondom beschermd door stenen
vestingwallen met boomstammen er tussenin gevoegd. Bij
vijandelijke aanvallen konden deze de schokken van grote blokken
steen, die erheen geslingerd werden, opvangen.
Etymologie. De Romeinen noemden dit volk Galli, de Grieken noemden hen
Galatai (er is nog steeds een gebied in Zuid Oost Europa dat
Galatië noemt) maar meestal werd de term Keltoi (misschien van
het oude griekse woord dat verborgen mensen betekent) gebruikt.
De Hallstatt en La Tène periode van Europa leveren in geschreven
bronnen de eerste vermeldingen op van de term
Kelten ; de "Keltoi". De vroegste vermeldingen spreken al van een bevolkingsgroep (een
taalgroep) rond 500 BC (Miletius) en 450 BC (Herodotus).
Ondergang. De
Keltische samenleving bestond uit verschillende stammen die
af en toe een onderlinge strijd voerden maar over het algemeen
in vrede met elkaar leefden. Ze bezaten de basis om een machtig
rijk te vormen maar hadden daar nauwelijks nood aan. Juist dat
gebrek aan onderlinge eenheid wist Ceasar goed te gebruiken. Hij
wendde de onderlinge jaloersheid tussen de stamhoofden en edelen
aan en overwon langzaam maar zeker heel Gallië. In het jaar 58
v.C. begon Caesar met de 'pacificatie' van Gallie. Ondanks het
verbeten verzet van de Galliers, vanaf 52 v.C. onder leiding van
Vercingetorix, was hij na acht lange jaren vol strijd heer en
meester in het land.
Vercingetorix, afkomstig uit een van de meest vooraanstaande
adellijke families van de Kelten,
de Arverni, was het enige
stamhoofd dat in 54 voor Christus een deel van de Gallische
hoofdmannen ervan heeft kunnen overtuigen dat ze zich onder zijn
bevel moesten scharen om de Romeinen het hoofd te bieden. Na een
jarenlange strijd waarin hij de machtige Romeinse veldheren vele
nederlagen toebracht werd hij uiteindelijk omringd door de
Romeinse legers in zijn heuvelfort in
Alesia in Gallië. Na meer
dan een jaar van belegering en verhongering gaf Vercingetorix
zich uiteindelijk over. Hij werd gevangen genomen en weggevoerd
naar Rome.
De Keltische
cultuur na Ceasar. Na Ceasar's verovering van Gallië en het huidige Engeland
verdween de Keltische cultuur daar praktisch geheel. Rond de
vijfde eeuw werd Ierland bevolkt door katholieke monniken, deze
legden de vele verhalen en mythen vast, maar dat gebeurde enkel
op hun eigen "christelijke" wijze, waardoor de waarheden
volledig in het niets verdwenen. Die monniken graaiden alles
rondom zich het christendom in en stuurden hun eigen visie op de
Keltische verhalen de wereld in. Onwaarheden, waarvoor ze zo
bekend staan. Ware Keltische verhalen zijn daar nog te vinden,
waar er geen christelijke noch Romeinse inmenging van het
verhaal mee gepaard gaat. (Op een uiterst paar Romeinse uitzonderingen
na "en dan nog...").
Slechts in Ierland bleef de Keltische samenleving voortleven,
ver van de Romeinse onderdrukking en de latere kerstening. Het
Gaelic, de Keltische taal wordt nauwelijks nog gesproken maar de
geest leeft nog steeds verder in de wereld van vandaag,
vervangen in liederen, verhalen en onvergetelijke literaire
prestaties zoals
Finnegans wake van
James Joyce.



  
Lok geen ruzie uit met minder intelligente mensen, een gek
spreekt meer kwaad dan hij bedoelt.
Wanneer een verdorven heks je pad kruist, is het beter je weg te
vervolgen dan te blijven staan, zelfs als de nacht je overvalt.
Vermijd ruzie met dronken krijgers die zich te buiten gaan aan
smaad en beledigingen: alcohol neemt bij velen de rede weg.
Blijf steeds op je hoede voor gelijk welk gevaar en wees zelfs
waakzaam tegenover je eigen vrienden.
Gedraag je vriendelijk en gul ten opzichte van vrouwen, kinderen
en wijze dichters, wees niet grof tegen minderen.
Laat je nooit verlammen door angst en twijfel, ze beperken en
vernietigen alles.
Beslis wat je denkt te moeten doen, onderneem wat je beslist en
werk af wat je onderneemt.
Bemoeilijk je weg naar de top niet door een onnodige ballast van
hoogmoed en verwaandheid.
Maak er een erezaak van alleen jezelf tot dienaar te zijn.
Beschouw nooit andermans goed als beloning voor je daden.
Overtref jezelf nooit: heb geduld, bewaar je vreugde en je lach,
kies voor harmonie.
Denk in beelden, verduidelijk je gedachten en vat alles samen
tot een symbool dat je heilig is.
  
  



 
In het
Keltisch tijdperk was er nog geen sprake van steden, enkel van
dorpen. Om jullie een idee te geven hoe zo'n Keltisch dorp eruit zag,
heb ik opzoekingen gedaan en ben ik op deze leuke afbeelding gevallen. Extra voeg ik er onderaan nog één aan toe, om een beter
idee te krijgen over het levensgevoel van de oude Kelten. Er bestaan geen compleet intacte huizen meer uit de Keltische
tijd, maar toch hebben archeologen voldoende bewijzen gevonden
om te weten hoe ze eruit zagen en om er constructies van te
maken. Ze weten dat de huizen meestal rond van vorm waren, maar
soms ook ovaal, rechthoekig of vierkant. De muren werden gemaakt
van steen of van takjes en leem, afhankelijk van het materiaal
dat in de buurt voorhanden was. De daken waren met stro of riet
bedekt. Soms waren de huizen gedeeltelijk ondergronds en waren
ze via nauwe gangen met elkaar verbonden. Een Keltisch huis had maar één grote kamer. Het vuur brandde in
een vuurhaard in het midden en zorgde voor warmte en licht. Het
werd ook gebruikt om op te koken. De vloer werd gemaakt van
stevig aangestampte modder, maar het rieten dak leverde groot
brandgevaar op. Er was namelijk geen schoorsteen en daarom
konden de vonken van het vuur het dak gemakkelijk in vuur en
vlam zetten. Daar moet ik nog aan toevoegen, dat de Kelten een befaamd en
geëerd krijgsvolk waren.



  
Hallstattcultuur: Dit is de eerste
Keltische cultuur (900-500 v.
Chr.), die haar naam haalde van een marktstadje in Oostenrijk. Deze invloed strekte zich uit van de Bohemen tot het
tegenwoordige Parijs.
  
La Tène-cultuur:
Daarop volgde de
La Tène-cultuur van
500 tot
1 v. Chr. Deze verspreidde zich van Ierland tot in
Klein Azië.
De Hallstatt-periode liep van de
8ste tot de
6de eeuw v.Chr en wordt ook wel het
begin van de Keltische beschaving genoemd. In Hallstatt ligt de
oudste zoutmijn op de wereld.
In deze periode creëerden de Kelten handelsnetwerken door heel
Europa en verrijkten ze zich met schatten in ruil voor zout en
wapens, deels geproduceerd in Hallstatt. Zo verspreidde de
Hallstatt-cultuur zich door heel Europa, van Slovenië tot aan het
Iberisch Schiereiland en van Brittannië en Ierland tot Noord-Italië.
De La Tène-periode liep van
450 v.Chr. tot de Romeinse
verovering van Groot-Brittannië.
De Keltische cultuur was aan het begin van de La Tènecultuur
dominant in Frankrijk, Zwitserland, Zuid-Nederland, België,
Oostenrijk, Zuidwest-Duitsland, Tsjechië, Slowakije, Turkije,
Hongarije, het
Iberisch Schiereiland, Brittannië
en Ierland.
Zowel binnen als buiten het gebied van de La Tène cultuur bloeide de
handel.
Of de ontwikkeling van en binnen de La Tènecultuur geheel onder
invloed van de Kelten plaatsvond, is onwaarschijnlijk. Een volk
ontwikkelt zich altijd in reactie op zijn omgeving. Genetisch gezien
vormden de Kelten niet één enkele cultuur, maar eerder een samengang
tussen de Keltische cultuur van Hallstatt en de lokale bevolking.
Dit verklaart ook het feit dat de politieke, materiële en
taalkundige elementen per plaats verschilden. Onze kennis over deze
culturele stroming komt van verschillende bronnen.
Griekse en Romeinse geschiedschrijvers als Caesar maken
verschillende malen melding van de Kelten, maar zijn vaak niet
betrouwbaar. Archeologische opgravingen geven een veel genuanceerder
beeld van de La Tènecultuur. Zij geven aan dat de Kelten een
hoogontwikkelde beschaving hadden, die weliswaar niet was gebaseerd
in steden, maar een eigen, unieke vorm van samenleving had.
Voor meer over deze periode en cultuur: "Klik
Hier".
Hallstatt (link in
afbeelding):



  

De
Keltische kunst is geen zoals wij ze kennen in schilderijen,
beelden, en zo. Ze bestaat eerder uit "kunstige" versieringen op
gebruiksvoorwerpen en af toe wel eens juwelen. Dit is
waarschijnlijk zo omdat de Kelten eerder praktisch aangelegd
waren.
De Keltische kunst die hier besproken wordt is voornamelijk
kunst uit de La Tène- en de Hallstattcultuur; deze twee culturen
zijn de basis voor alle latere Keltische culturen. Deze twee culturen zijn genoemd naar de twee grootste sites uit
de Vroeg-Keltische periode en zijn ongeveer rond de vierde à
vijfde eeuw voor Christus ontstaan in de streek rond Oostenrijk
en Midden Frankrijk. De Keltische kunst is daarna alleen nog door de Grieken en het
christendom beïnvloed. Keltische kunstvormen worden vooral gekenmerkt door de vele
geometrische figuren en de grote symbolische waarde ervan.
Levensgetrouwe figuren komen zelden voor en afbeeldingen van
dagelijkse taferelen zijn al helemaal uit den boze.
Symboliek: De Kelten maakten in hun kunst zeer veel gebruik van
geometrische symbolen. Het belangrijkste en het meest voorkomende symbool is zonder
enige twijfel de gewone spiraal. De spiraal stond bij de Kelten
voor de zon maar ook voor groei en "kosmische energie".
Deze
negatief georiënteerde spiraal stelt net als de gewone spiraal
de zon voor en volgens sommigen stelt ze zelfs de zon in eclips
voor, wat niet onwaarschijnlijk is want de Kelten waren tamelijk
ver gevorderd in hun astronomische kennis. Van dit symbool is de betekenis lang onduidelijk geweest. Maar
toen een professor op het lumineuze idee kwam om stand van de
sterren van de voorbije duizenden jaren te vergelijken met het
patroon van de spiraal, bleek dat het patroon overeenkomt met de
stand van de helderste sterren tijdens de zonne-eclipsen van
ongeveer 2000 jaar geleden. Dit is iets wat erop zou kunnen
duiden dat de vroege Kelten dit symbool gebruikten om een eclips
voor te stellen en dat de latere Kelten het hebben overgenomen
zonder te weten waarom. Sommigen beweren ook dat de eerste spiraal de kleine winterzon
voorstelde en de derde de grote winterzon. Van deze dubbele
spiraal denkt men dat ze staat voor het water of de zee maar dit
zijn slechts veronderstellingen. Aannemelijker is dat ze de
equinox, wanneer dag en nacht even lang zijn, voorstelt. Dit de
symbool is kenmerkend voor de Keltische dualiteittheorie en
stelt het evenwicht tussen mens en natuur voor. Deze drievoudige spiraal, de spiraal van het leven genoemd,
staat voor de seizoenen, de
drie-eenheid van het leven;
geboorte, leven en hergeboorte in het hiernamaals. Dit symbool (de triskele) beeldt de vermeende eenheid van de Keltische stammen
uit. Dit symbool, ook wel eens de "triskelion" genoemd (naar het
Grieks voor drie benen), stelt de vooruitgang en competitie
voor. De cirkel is het meest elementaire symbool in de Keltische
symboliek. Ze heeft meer dan één betekenis waaronder de zon, de
maan, het vogelnest, de opening waardoor we allemaal geboren
zijn, de oneindigheid, het "Al"... .
Keltische literatuur, daarentegen, bestaat niet. Het Keltisch
schrift (runen) werd uitsluitend door de Druïden gebruikt voor
hun magie en hun rituelen. Het Keltisch schrift was daardoor een "geheime taal" ook wel
"geheimschrift". Later hebben Ierse christelijke paters en monniken dan een soort
"Keltische literatuur" ontworpen die gericht is uit HUN EIGEN
OOGPUNT en dus nooit echt Keltisch kan zijn, uit origineel
Keltisch oogpunt of overlevering bekeken. (Verzinsels). Om de originele en waardevolle Keltische cultuur niet verder te helpen "verkrachten"
gaan we daar hier dan ook niet verder op in. Het continentale Keltisch is al uitgestorven in de 6de eeuw na
Christus. Het Keltisch van de eilanden bestaat uit het
Gaelisch en het
Brits (Brythonisch).
Uit het Gaelisch is het Iers (Ierland), het Schots
(Schotland) en het Manx ((het eiland Man (uitgestorven)) ontstaan.
Uit het Brits is het Welsh (Wales), het Cornisch ((Cornwall (uitgestorven)) en het Bretoens (Brittannië) geëvolueerd. De Keltische talen tonen als eigenaardig kenmerk mutaties (=
veranderingen van het woordbegin) die het opzoeken van woorden
in een woordenboek bemoeilijken. Als schrift gebruikten de Kelten het Oghamalfabet. De naam Ogham
komt van de Keltische godin van literatuur en welsprekendheid: "Ogma". Het
Ogham alfabet bestaat uit 20 en 5 extra letters. De namen
van de 20 letters verwijzen naar namen van bomen die gewijd
waren aan de druïden, vb. de letter Q komt van de boom Quert (=
appelboom). De letters bestaan uit 1 tot 5 strepen die loodrecht of schuin op
een lijn staan. Op stenen wordt het Ogham van beneden naar boven gelezen, op
manuscripten van rechts naar links.

+
  

De Kelten
spraken 6 verschillende
talen. Deze talen noemt men samen het Keltisch dat behoort tot de
Westelijke talen van de
Indo-Europese talenfamilie.
(Zie ook kader hierboven). Veel werd er door hen niet opgeschreven behalve in Ierland en
West Engeland kende men een schrift nl. het
Oghamalfabet. Voor dat befaamde Keltisch schrift kun je terecht in deze site,
onder "Magische Geschriften" (Ogham), of ga in deze site naar
"Runen" voor een gedefinieerde beschrijving van dat
oeroude magische schrift. Hier volgen de 6 verschillende Keltische hoofdtalen vanaf 400
AD:
Bretons
De
Bretonse
taal wordt vandaag de dag in verschillende dialecten in
Bretagne
gesproken; de Breton sprekers spreken ook het Frans. Ontwikkelde
tussen de 4de en 6de eeuwen door bewoners van Wales en Cornwallse ballingschappen en vluchtende indringers, het
verschilt van het Welsh en Cornish van hun vaderland in zijn
gebruik van neusklanken en loanwords (leenwoorden) uit het Frans.
Cornish (Uitgestorven taal)
Ooit de
taal van
Cornwall,
Cornish is al uitgestorven sinds de late 18de
eeuw, ondanks recente inspanning om het te laten herleven. Het
overleeft enkel in enkele gepaste namen en zekere woorden in het
Engelse dialect dat in Cornwall gesproken wordt.
De
bewoners van Wales (Welsh)
De bewoners
van
Wales, geroepen
Cymraeg of Cymric door zijn sprekers, is de
moedertaal van Wales en de meeste florerende van de Keltische
talen. Het wordt in Wales, (waar de meerderheid van zijn
gebruikers ook het Engels spreekt) en in sommige gemeenschappen
in de Verenigde Staten en Argentinië gesproken. De bewoners van
Wales hebben woorden in deze perioden van het Latijns,
Angelsaksisch en het
Normandisch Frans geleend en vooral
uitgebreid van het
Engels, maar het heeft nog steeds een grote
inheemse woordenschat van
Keltische oorsprong. Veertig
dialecten werden in
Wales geïdentificeerd. De normale bewoner van Wales
heeft zowel een Noordelijke als Zuidelijke variatie.
Iers (Uitstervende taal)
Iers of het
Iers Gaelic/Gaeilge, is het oudste van de
Goidelic groep van
Keltische talen. Oude geschreven voorbeelden bestaan in de ogham
inscripties, op ongeveer 370 grafstenen die door heel het
zuid-westelijke Ierland en Wales verspreid zijn. Het wordt
hoofdzakelijk in de westelijke en zuid-westelijke delen van de
Republiek van Ierland gesproken, waar het een officiële taal is
ook wordt het in sommige delen van in Noord-Ierland gesproken.
In de voorbije eeuw is het aantal Iers sprekende personen
verminderd van 50 procent en van de bevolking van Ierland naar
minder dan 20 procent. (Bureaucratische Moedertaal-verloochening).
Gaelic
Een vorm
van
Gaelic werd door Ierse indringers naar Schotland over de 5
eeuw gebracht, waar het een oudere
Brythonische taal verving.
Tijdens de 15 eeuw met de aanwas van Noors en Engelse loanwords,
verschilde de Schotse tak beduidend genoeg van het Ierse om een
definitie te machtigen als een afzonderlijke taal. Het Schots
Gaelic bestaat in twee hoofddialecten, Noordelijke en
Zuidelijke, ongeveer geografisch vastgelegd door een lijn op de
Firth van Lorne naar de stad van
Ballachulish en dan over naar
de Grampian Mountains, die het volgt. Het Schots Gaelisch heeft
ook enkele duizenden sprekers in
Nieuw Schotland. (Alba Nuadh).
Manx (Uitgestorven taal)
De taal van
de
Isle of Man is als een dialect van Schots Gaelic, met sterke
Noorse invloeden. Het begon in de 19 eeuw te verminderen en in
de vroege 20 eeuw het was praktisch uitgestorven. De eerste
geschreven verslagen zijn van de 17 eeuw en Manx literatuur, die
apart staan van "ballads en carols", zijn te verwaarlozen.
Daarbij
spraken ze in onze regio nog een ZEVENDE TAAL!!! Een taal die nog altijd bestaat, maar steeds meer en meer
weggewerkt wordt!!! Een oude taal, zowel uit Keltische als uit
Germaanse origine
ontsproten! Lees hier verder, hoe ook de
Vlaming stilaan zijn eigen taal
verloochend!!!
Het
Belgisch! (Bureaucratisch-Uitstervende
Belgische taal)

Hoewel het
"Nederlands" vrijwel geheel op het
Germaans is terug te voeren
zijn er nog wel een paar Keltische woorden in aan te treffen,
bijvoorbeeld ambt, ambacht, kar en gijzel- en eed. Ook de namen
van metalen zoals ijzer en lood zijn waarschijnlijk op de Kelten
(die als smeden beroemd waren) terug te voeren. Ook duin,
lei(steen), bok, eed, erf(genaam), kade, klok en vrij. Een
budget was oorspronkelijk een 'zak'. Plaatsnamen op -ik, -rijk (Doornik,
Kortrijk,
Kamerijk) komen
van
Keltisch -acum en hetzelfde geldt voor -dunum als in
Loosduinen of
Lugdunum (Fort van Lugh). Menhir is "steen (men) lang (hir)". Ook woorden als "broek" (De
Romeinen spraken spottend over
Gallia bracata),
Mouton en
Ardennen zijn ook van Keltische origine.
Via het Frans kwamen ook woorden als baret, bek, broche, bruusk,
changeren, crème, graveel, lans, mijn (als ertsader), saai,
tronie (allen uit het Gallisch). Uit het
Bretoens erfden we
woorden als: bijou, dolmen (letterlijk "tafelsteen"), harnas,
menhir. Uit het Schots
Gaelisch komen woorden als clan, cairn (steenstapel),
plaid, slogan (letterlijk: "oorlogskreet"). Uit het Iers: brogue
(schoentype), whiskey, uit het Welsh: corgi "dwerghond", cromlech
"kromme steen", flanel, pinquin "witkop". Volgens betrouwbare bronnen zou in de Lage Landen noch Keltisch,
noch Germaans zijn gesproken, maar een taal daartussenin:
"Belgisch" (Vlaams). Er zou ook
een aristocratie vanuit Duitsland zijn geleverd, wat tot een
zekere
Germanisering
leidde. Die invloed is heel goed te horen in Nederland en in Limburg. De Vlaamse moedertaal wordt nu stilaan door haar eigen volk
verworpen. Dat wordt dan weer een "gat in de Belgische cultuur" (het
zoveelste.........................). Roekeloos geldbejag (de staat) en machtsoplegging (van
hogerhand) vieren hier hoogtij als nooit tevoren! Welig bloeit
de
bureaucratie! Ze hebben nu zelfs wel het lef om over "Nederlands" te spreken,
wanneer ze de nieuwe kunstmatig opgedrongen "Belgisch Vlaamse
taal" beduiden! (En verder spreken ze zelf merendeels Frans,
want ze werken allemaal in "den
Bruxelles")! Maar ja, de Vlaming staat ervoor bekend om z'n eigen cultuur de
nek om te wringen. Nu verloochenen ze zelfs reeds hun eigen moedertaal: "Het
originele
Vlaamse dialect"! In België is er nog 1 Vlaams dialect dat, van oudsher, niet
onderhevig was aan de andere dialecten van rondom, door toedoen
van zijn ligging "in het
Hageland aan de voet van het
(verdwenen)
Kolenwoud" en dat is het "Aarschots
dialect" wat, tot op heden, nog
steeds in de regionale volksmond ligt, al steekt ook hier de
Vlaamse vernederlandsing (kerstening...) spijtig genoeg de kop
op. Stad Aarschot was vroeger ooit het "Hertogdom Aarschot".
(Misschien ook daarom?). Het "Waals
dialect" wordt in Wallonië haast niet meer gesproken, omdat
de meerderheid van de Walen van Italiaanse en Arabische origine
zijn. (De koolmijnen*).

Lees:
Nederlandstalig =
Vlaams (=
dialect) en een "soort opgedrongen
Nederlands".
Franstalig
=
Belgisch Frans &
Waals.
Duitstalig
= Belgisch Frans &
Duits.
Tweetalig =
Belgisch Frans,
Brussels dialect en een "soort Nederlands"
(ternauwernood).
"Soort
Nederlands" = opgedrongen taal aan de
Vlaming, door hun eigen
bureaucraten.
Zó lees je
dus, in ware verhouding, de
exacte versie van de taalverdeling
in Belgenland, waarvan Vlamingen en "Vlaams" de hoofdgroep
(zijn) zouden moeten
uitmaken. En NEEN! Ik ben geen aanhanger van het "Vlaams Blok" (noch van
welke andere politieke partij dan ook). Laat mij maar gewoon
"Vlaming" zijn, die nog "plat Vlaams" praat én diverse
Vlaamse dialecten begrijpt, PLUS Nederlands, Duits, Engels, Frans
én Spaans. (Een échte Belg dus)!!!
Keltisch
Algemeen

Het
Keltisch, dat samen met het Grieks en het Latijn de drie grote
talen van de Europese Oudheid vormt, is nu bijna helemaal
verdwenen. Het Latijn, dat het Keltisch van het Europese
continent verdreven heeft, was niet meer dan een plaatselijk
Italisch dialect in
Midden-Italië, toen het Keltisch gesproken werd van de
Atlantische kust tot aan de Donauvlakte. Daar is nu alleen nog
maar een klein steunpuntje van over in de plaatselijke dialecten
van Wales, Bretagne, Ierland en Schotland.
Tweeduizend jaar geleden werd het Keltisch gesproken over de
hele breedte van Europa. Zij kwamen uit de streek die zich
uitstrekt van het noordoosten van Frankrijk, het noorden van
Zwitserland tot in Zuidwest-Duitsland. Een Keltische stam, de
Helveten, gaf trouwens aan Zwitserland zijn klassieke naam
Helvetia. Een snelle
bevolkingsaangroei en de daaruit volgende sociale spanningen
vormden, zoals vaak het geval is, waarschijnlijk voor de Kelten
de reden om weg te trekken uit hun moederland.
Rond de 5e eeuw v.Chr. sprak heel Frankrijk ten zuiden en westen
van de Rijn Gallisch-Keltisch. Via de oostelijke Pyreneeën had
de taal, in een vorm die later
Keltiberisch genoemd werd, een
groot deel van Spanje gekoloniseerd. Caesar schreef dat Gallië
in drie volken was verdeeld: Galliërs, Belgen, die zeker wel, en
de
Aquitaniërs, die zeker geen
Keltisch spraken maar een taal verwant aan het
Baskisch.
In deze periode van expansie (1000 - 500 v.Chr.) bereikten de
eerste Kelten de Britse Eilanden. Van de Kelten, die gedurende
meer dan 5 eeuwen Brittannië binnenstroomden, waren de
Goidels of Gaels, de voorouders
van de huidige
Ieren, de eersten en de Belgen
de laatsten.
Op het continent bleef het Keltisch zich verspreiden. Onder de
naam
Lepontisch had het zich tegen
de 5e eeuw v.Chr. in Noord-Italië gevestigd. Andere stammen
bereikten de Zwarte Zee en zelfs via de Bosporus Klein-Azië. De
Grieken noemden hen
Galaten en de apostel
Paulus richtte zelfs een brief
aan hen.
Op het hoogtepunt van hun macht trokken hun legers zelfs door
Italië en versloegen de Romeinse legioenen. In 390 v.Chr.
verwoestten ze zelfs de poorten van Rome. Maar na dit hoogtepunt
zou hun taal en cultuur geleidelijk overvleugeld worden door het
imperialistische Rome. Meer naar het noorden, waar resten van
het Keltisch zich hadden kunnen handhaven buiten de grenzen van
het Romeinse Rijk, was bovendien een nieuw en krachtig volk
opgedoken: de Germanen. De opkomst van de Kelten op het
vasteland zou in snelheid nog overtroffen worden door hun
neergang. De laatste echo's van het Keltisch klonken
waarschijnlijk niet later dan de 6e eeuw in de hoger gelegen
dalen van Zwitserland. Alles wat er van de oude taal is
overgebleven, moet men nu zoeken op de Britse Eilanden en in
Bretagne, waar het vanuit Brittannië terugkeerde.
(Bron: lambda.radiotequila.be).

  

  

Net zoals
in de
Noors/Germaanse traditie is er in de Keltische- en dan
vooral de Ierse overlevering sprake van een aantal, "elkaar
vijandig gezinde", godengeslachten. Voor een volledig overzicht van deze godengeslachten, zie "Lughnasadh"
voor de Kelten en zie "Germanen" onder "Paganisme" voor een deel
van de Germaanse goden. Daarnaast kun je nog naar "Imbolc" voor de Keltische godin "Brighid"
(Bruid). Naast de bovenvernoemde godenwereld is er ook nog de Welshe,
waar we hier niet verder in detail gaan over uitwijden, daar ons
dat te ver zou brengen voor de siteruimte. De Welshe godenwereld komt verweg overeen met de Keltische. De
namen verschillen. Hier gaan we dus verder met de 2 hoofdgroepen van de Keltische
godenwereld;
De Fomore: Zij waren de oorspronkelijke inwoners van Ierland. Iedereen die
Ierland binnenviel moest met hen slag leveren. Uiteindelijk
werden zij door hun aartsvijanden de Tuatha De Danann verslagen
bij de tweede slag van Meg Tuired. Zij leven sindsdien als
demonen/reuzen in de onderwereld. De belangrijkste
vertegenwoordigers zijn Balor, Bres, Tethra en Erui. (Zie "Lughnasadh").
Tuatha
Dé Danann: Keltisch Godengeslacht, Gesticht door Dana (vandaar Tuatha Dé Danann
: "Volk van de Godin Dana"). Alvorens naar Ierland te komen
vervolmaakten zij zich in de magie op de Eilanden in het Westen,
dat is de andere wereld. Zij landden op een 1ste mei in Ierland,
reizend op een wolk. In de beide veldslagen van Mag Tuired
versloegen zij de Fomore, maar later werden zij door het volk
van Mil – de voorouders van de Gaels – naar de feeënheuvels, de
Sidhe (uitspraak = Sjie) verbannen. Daar leven zij onzichtbaar
voort als Ban Sidhe (Banshee), het kleine volkje. Hun
belangrijkste vertegenwoordigers zijn : Dagda, Nuada, Lugh
(Licht), Dian-Cecht, Ogma, Lir, Dan, Brighid en Morrigan. Meer hierover kun je, her en der, vinden in deze website, bvb.
onder "het Jaarwiel".

  

  

  
De Kleding
De
Keltische kleding was kleurrijk, verfijnd en vaak geruit. Ze
hechtten veel belang aan hun verschijning om elkaar te imponeren
en hun vijand te laten schrikken.
De kleding
van de mannen
De
Keltische mannen droegen lange broeken, de bracca genoemd, met
lange wijde pijpen en lussen eraan om te voorkomen dat ze
tijdens het paardrijden zouden opkruipen. Boven de broeken droegen ze gewoonlijk hemden met lange mouwen,
de tunica genaamd. De Kelten droegen soms ook mantels met grote
armsgaten en een kap. Deze werden vooral tijdens de winter gedragen.
Als schoeisel droegen ze stevige lederen schoenen.
De kleren werden vervaardigd uit inlandse wol, linnen of bont en
alleen de rijken gebruikten soms enige zijde. Ze werden in alle kleuren geweven: rood, paars, zilver, goud,
stoffen met spiralen, met strepen, met bloemen, met zonnen of
met allerlei grillige figuren. In die tijd bestonden geen knopen of ritsen maar gebruikte men
veiligheidsspelden (sluitspelden), de fibulae genoemd.
De kleding
van de vrouwen Vooral droegen de Keltische vrouwen een peplos die bestond uit
twee rechthoekige stukken stof, aan de zijkanten vastgemaakt en
op de schouders vastgezet met twee fibulae, die soms onderling
verbonden waren door een decoratieve hangketting. Vaak is er ook
sprake van een geruite wikkelrok die men op de kuit of enkels
droeg om modderspatten te voorkomen. Men gebruikte dezelfde stoffen als bij de mannen. Tot nu toe
zijn over de schoenen geen aanwijzingen.
Haartooi
bij de mannen De mannen zagen er ruig uit vanwege hun lange haar, hun baarden
en de grote snorren van de aristocraten. Het maken van piekhaar door het in kalkwater te wassen, moest
wellicht hun angstaanjagendheid op het slagveld vergroten.
  
De
haartooi bij de vrouwen De vrouwen droegen hun haar lang met ingewikkelde haardrachten.
Ze zaten urenlang voor hun bronzen spiegels om hun haren te
wassen, te kammen en te vlechten.
  
De sieraden

De Kelten
hielden van vertoon in sieraden, zoals armbanden en halsringen.
De
sieraden bij de mannen Ze droegen sierspangen die eigenlijk gemaakt waren om kleding
vast te zetten. Ze konden zeer mooi bewerkt zijn. De mannen droegen ook vaak armbanden, maar het beroemdste
sieraad is toch wel de metalen nekring. De sieraden kunnen gediend hebben als symbool van rang of stand,
adeldom of macht en ze kunnen verband hebben gehouden met de
godsdienst. De sieraden bij
de vrouwen
 De Keltische vrouwen waren dol op sieraden. Teenringen,
vingerringen, armbanden en enkelbanden uit brons en uit andere
materialen waren bijzonder algemeen.
Men droeg ook halsversieringen. In de eerste plaats de torques
maar daarnaast ook kettingen van koraal, barnsteen of glazen
kralen. Later verdwenen de enkelbanden weer en kwamen er bronzen
heupgordels en verving men de bronzen armbanden door glazen
armbanden met schitterende kleuren. De sieraden bij de vrouwen kunnen ook gediend hebben als
indicator van leeftijd, rijkdom en status als getrouwde vrouw of
moeder.

Blessings en "Slán Go Foíll".

  
  

    
 |