Bilzekruid is een hallucinerende plant, groeit graag op zandbanken in de rivier.

Hyoscyamus niger (Bilzekruid) is een zeldzame en zeer giftige vertegenwoordiger van de nachtschade familie die al duizenden jaren bekend is als artsenijplant.
Zij komt in België en in Nederland voor op droge, voedselrijke standplaatsen op voedselrijke zand- of kleibodem in de duinen en langs de grote rivieren en wordt daar steeds zeldzamer.
In de buurt van Kerkerdom groeit zij onbestendig op de overgang van rivierstrand naar hoger gelegen rivierduinen.
In 2003 bleek Bilzekruid daar weer present, nadat zij er al bijna 10 jaar niet meer was waargenomen.

Het Bilzekruid (Hyoscyamus niger) is een één- tot tweejarige, 0,3-0,6 m hoge plant in de Nachtschadefamilie.
Aan de kleverige stengel zijn de onderste bladen stengelomvattend en de bovenste gesteeld.
De wortel is spoelvormig.
De bladeren zijn langwerpig en grof golvend getand.
De onderste bladeren zijn stengelomvattend, de bovenste bladeren smal en gesteeld.

De trechtervormige bloem is vuilgeel van kleur en violet geaderd.
De bloemen staan in de bladoksels.
De vrucht is een ongeveer 1,5 cm lang klokvormige doosvrucht, die bij rijp worden openspringt.
Deze wordt door de kelkbladen omvat.
Het zaad is grijsbruin en 1x1,3 mm groot.



Gebruik:

De gehele plant is zeer giftig!
De belangrijkste gifstoffen zijn de zogenaamde tropane alkaloiden Scopolamine, Hyoscyamine, Atropine en Flavonoide.
De verschijnselen zijn een opgezwollen buik en hevige krampen.
Hierop volgt eerst verlamming en ten slotte de dood.

In de volksgeneeskunst werd de narcotisch en hallucinaties opwekkende gifplant als kramp-oplossend middel en bij astma ingezet.
De bladeren, en ook de gemakkelijker doseerbare zaden, werden voor hun roesopwekkend effect gerookt. Het gebruik is nu verouderd, omdat het gehalte aan giftige stoffen sterk varieert en gemakkelijk tot vergiftiging kan leiden.
De oude volksnamen Dolkruid en Mallewillempjeskruid wijzen ook op de giftigheid van de plant.

Volgens een oude legende is het bilzekruid een onderdeel van de beroemde heksenvliegzalf.
Heksenkruid, zigeunerkruid en profetenkruid zijn andere Nederlandse namen voor dit kruid dat net zoals de meeste heksenkruiden tot de familie van de nachtschadegewassen behoort, in het latijn de Solanaceae. Bilzenkruid behoort tot de meest giftige in het wild voorkomende planten en heeft bij inwendig gebruik de dood tot gevolg. Die treedt in na heftige pijnen en krampen.
Een ander oud verhaal vertelt ons dat bilzenkruid ook wel gebruikt werd om na lange perioden van droogte regen af te dwingen. Om dit te bereiken werd een bilzenkruidstengel in een bron gedoopt waarna de droge aarde met dit vocht besprenkeld werd.

Ook staat geboekstaafd dat heksen dit kruid niet alleen in zalven (5) voor eigen gebruik toepasten, maar tevens in bossen plantten om onweer teweeg te brengen.
 
Door hedendaagse heksen wordt de plant niet meer gebruikt voor medische of magische toepassingen, omdat een verkeerde dosering dodelijk kan zijn.

Tot in de 17e eeuw werd ook bier met het zaad van het Bilzekruid versterkt.