|
  

  






Bron:
Wikipedia.
Hazelaar.

Familie van de Betulaceae (Berkenfamilie).
Corylus Avellana.
Het woord hazel komt van het Angelsaksische "haes" (bevelen).
Corylus is afgeleid van het Griekse woord "korys" (helm) en
betrekking heeft op de vruchthuls.
Avellana verwijst naar de streken Abellana in Klein-Azië of Avelino bij
Napels. In beide streken worden veel hazelnoten geteeld. De oude Grieken
voerden hazelnoten uit Pontus aan de Zwarte Zee in als Pontische noten.
De hazelaarsstaf was namelijk een teken van gezag. Daarom is dit ook het
beste hout om er een "Wand" uit te maken. Hazelaar (zon, lucht): goed voor "Wanden" voor alle doeleinden.
Kan gebruikt
worden als wichelroede. Bind 2 hazelaartakjes samen met een rode of gouden
draad om een zonnekruis te maken, voor geluk.
De hazelaar kan eigenlijk in iedere tuin groeien. Het mannelijke deel van de
plant vormt reeds in de winter de zogenaamde katjes. Aan het eind van de
winter vormen de geel geworden katjes een fraaie aanblik. In de zomermaanden
verschijnen de noten, welke maar al te graag opgehaald worden door eekhoorns
en gaaien. Zij stoppen de noten in het bos weg om als wintervoorraad te
gebruiken.

De hazelaar is een bladverliezende, meerstammige grote heester of kleine
boom.
Zijn noten zijn geliefd bij mens, eekhoorntjes, hazelmuizen, gaaien,
spechten en boomklevers.
Bij gunstig weer bengelen de mannelijke katjes al
in januari aan de takken.
Zij trekken zich van de winterse temperaturen
niets aan.
In België noemt men de hazelaar ook netheze, baardneute, nokke of planaboom.
De naam van de Belgische stad Hasselt zou afgeleid zijn van de hazelnoot.
Wanneer de bladeren verschijnen kan je hazelaar gebruiken als voedsel.
Beschouw hazelaar wel als bijvoedsel, en geef het in combinatie met ander
voedsel.
De hazelaar heeft wel een nadeel. De takken zijn er gek op, maar de
blaadjes verdorren vrij snel, worden snel bruin, en dikwijls gaan ze snel
schimmelen.
Zorg er zeker voor de dit voedsel altijd vers is.
De hazelaar heeft een lichte voorkeur voor een vruchtbare, goed doorlatende
bodem. Hij kan in de zon of in de halfschaduw staan.
De hazelaar is een brede middelgrote struik, tot 4 meter hoog en even breed.
Door zijn opgaande groeivorm is het mooie heester voor de tuin, zowel voor
zonnige als schaduwrijke plaatsen. Van januari tot en met april zitten er
katjes aan de struik, die later uitgroeien tot lekkere hazelnootjes. De
hazelnootjes zijn rijp in september - oktober, wees er op tijd bij want ook
vogels, eekhoorntjes…zijn verzot op deze lekkernij. (door de hazelnoten te
bewaren in hun vruchthulzen blijven ze langer goed)
De hazelaar is de vroegste bloeier onder de inheemse houtige gewassen. Hij
groeide hier al na de laatste ijstijd 10.000 jaar geleden, toen zich de
eerste bossen ontwikkelden.
Deze hazelnoten zijn één van de voedzaamste producten van onze inheemse
planten. Hazelaars werden dan ook dikwijls aangeplant (ook bij de Grieken en
de Romeinen).
De vruchten worden ook geapprecieerd door Gaai, eekhoorn,
muizen,… die er een wintervoorraad mee aanleggen. Bij het haastig gesleep
gaan heel wat noten 'verloren' die de kans krijgen om uit te groeien tot een
nieuwe struik. En niet alleen de noten zijn in trek, ook het hout is
bruikbaar. De
takken zijn bovendien zeer buigzaam en werden bij oude Franse kastelen
gebruikt om er loofgangen in de wijngaarden mee te bouwen. Dichter bij ons
werden er van hazelnoothout schuimspanen voor de bier- en azijnproductie
gemaakt.
Bij de wortel van de Hazelaar zou overigens een slangachtig dier
wonen dat we nu kennen als de Hazelworm.
Klik op
deze foto:

Groeide er
op een oude hazelaar een maretak (Viscum album) – ook symbool van de
eeuwigheid – en zaten er gaatjes in de bladeren, dan wist men dat daar de
slangenkoning woonde.
Wie het lukte hem op de Sint-Jansdag uit te graven en
te vangen, die ontving bijzondere krachten en kon zich onzichtbaar maken.

Symboliek en mythen:
De hazelaar is het symbool van de eeuwigheid en daardoor verbonden met de
zon.
Hyppocrates, de vader van de geneeskunde beweerde, dat de noot hoest
verzacht.
De hazelnoot is symbool van vruchtbaarheid.
Zij was gewijd aan de
Germaanse vruchtbaarheidsgod Donar/Thor, beschermheer van de rechtspraak.
Oude gerechtsplaatsen werden met dunne hazelgarden afgezet om het volk op
een afstand te houden.
Een dergelijke omheining was heilig. Trouwens, de hele struik was heilig en mocht
(net als de eik) niet zomaar gekapt
worden. In de Keltische traditie werden nabij hazelaars vaak riten uitgevoerd.
De Kelten gebruikten ook alles van de hazelaar. De bladeren om te eten, de
sappen en de schors voor healing en het hout om huizen te bouwen. Heksen en pagans gebruiken geregeld hazelaarstruiken om in te mediteren. De staven van hazelaar symboliseren magie en genezing.
Als je magische
bescherming nodig hebt, kun je snel een cirkel om je heen trekken met een
tak van hazelaar. Om de hulp van de fairies te verkrijgen hang je een tak aan een koord in
huis of rituele plaats.
Het meest bekend is waarschijnlijk de wichelroede. De wichelroede wordt
gemaakt van een gevorkte tak van ongeveer gelijke lengte en dikte. Wanneer
je de roede snijdt (geen ijzeren mes gebruiken !) dank dan vrouw Hazel, de
goede fee uit het sprookje van Assepoester. De gaffelvorm herinnert aan de
oude wijsheid. De wichelaar houdt de uiteinden van de vorm in de handen
terwijl de uiteinden uiteen getrokken worden. Als het uiteinde begint te
bewegen, trillen, omhoog te buigen, is er datgene aanwezig waarvoor de
wichelroede gebruikt wordt: meestal water, ook edele metalen, ondergrondse
stenen bouwwerken of (fluister) verborgen schatten.
Wichelroede maken. Gebruik de kracht van de hazelaar door een eigen wichelroede te maken. Splijt de tak een stukje in tweeën. Bedank de boom brandend wierook en zeg dat je de mysteries van de natuur
wilt leren begrijpen. Trek met beide handen het uiteinde van de gespleten tak uit elkaar.
Als je over een waterbron of energiebron loopt, zal de wichelroede bewegen. Ontdek met je wichelroede de energieën van de heilige plekken, oude gebouwen
en zelfs van je eigen huis. Om de reden van de aantrekking (in dit geval van de vissen) wordt het
onderste deel van een hengel van hazelhout gemaakt. Bij de Germanen werden
dieren met een hazelroede geslagen om ze vruchtbaar te maken.
De hazel
brengt lente, leven en onsterfelijkheid: de hazel wordt wel verbonden met
Brigid en Hecate, in samenhang met dood en wedergeboorte.
De kracht van
een roede van de hazelaar is zo groot dat men zelfs een afwezige met een tak
van hazelaar kan afranselen. Dan dient men wel de tak af te snijden op goede
vrijdag voor zonsopgang, in naam van de heilige drievuldigheid met het
gelaat naar het oosten en stilzwijgend, liefst in 3 sneden.
Men sloeg op een
oud kledingstuk wanneer degene voor wie de aframmeling bedoeld was afwezig
was.

Hazelnoten bieden naast fysieke voedingsbronnen ook spiritueel voedsel.
In
graven zijn hazeltwijgen en hazelnoten gevonden, de Kelten hebben hun
legenden over de zalm en de hazelnoot: alleen de heilige zalm mocht eten van
de universele wijsheid, elke noot vormt een zwarte stip op zijn lichaam. Als je 2 noten in één schil vindt: eet er 1 op, doe een wens en gooi de
ander over je linkerschouder. Een pas getrouwd stel kreeg een zak hazelnoten mee voor vruchtbaarheid en
geluk en een hazelstaf tegen impotentie. Slapen onder een hazelaar geeft voorspellende dromen.
Hazelnoten speelden een rol bij trouwceremonies. In Oostenrijk zegt men dat
de nachtegaal slechts in Hazelnootstruiken zingt. Een hazelnoot als hanger
beschermt je tegen gevaren. De hazelaar heeft altijd al het magische
hout voor wichelroeden geleverd om daarmee waterbronnen, goudaders en andere
schatten op te sporen en om misdadigers te ontmaskeren. De beste
wichelroeden kun je op St.Jan (24
juni)snijden en wel van gevorkte, eenjarige twijgen. Van hazelnoothout
werden ook zalf en andere geneesmiddelen bereid. Het hout is wit tot
roodachtig, taai en licht en laat zich makkelijk slijpen.
De legende van Finn MacCool (Fionn mac Cumhaill). Rond de bron van de rivier Boyne (de bron van Conla) groeien 9 hazelaars en
de zalm in de bron voedt zich met de noten. Een jonge man met de naam Deimne ging naar de oever van de Boyne om poëzie
te leren. Daar ontmoette hij Finneces (Witte Wijsheid) die meer dan 7 jaar
op zoek was naar de zalm van wijsheid. Het was voorspeld dat hij op een dag
de zalm zou vinden, zou opeten en alles zou weten. En inderdaad, hij vond de
vis en gaf hem aan Deimne om de vis klaar te maken, met de waarschuwing dat
hij absoluut niet van het vlees mocht eten. Maar terwijl Deimne de vis aan
het bereiden was, brandde hij zijn duim aan een spetter van de kokende zalm.
Hij stopte onmiddellijk zijn duim in zijn mond stopte en zoog eraan. Hierdoor
ontving de jongen de wijsheid van de zalm. Finneces, de oude dichter,
realiseerde zich dat niet hij maar de jongen bedoeld werd in de
voorspelling, en hij gaf de jongen de naam Fionn (de schone). Dit verhaal
heeft veel overeenkomsten met dat van Gwion en de ketel van Cerridwin.
Betoveringen:
Maak een toverstok van een rechte hazelaartak. Laadt deze op tijdens volle
maan en gebruik het bij betoveringen energie te richten. Trek met een hazelaartak een cirkel om je bed om nachtmerries op afstand te
houden. Een maaltijd met hazelnoten en zalm voor een examen verhoogt je concentratie
en geheugen. De hazelaar stimuleert je creativiteit en inspiratie, maak er thuis en op je
werk gebruik ervan.
Meditatie oefening verhoogt je creativiteit en ontwikkelt je intuïtie. Benader de boom vanaf het noorden tot je bij de takken bent.
Maak je kenbaar en vraag om dichterbij te mogen komen. Loop om de boom heen met de klok mee. Voel de geest van de boom en open je hart. Ga met je rug tegen de boom aan zitten en haal diep adem. Voel de energie van de boom.
Is het op Sint Jan warm, dan komen er veel hazelnoten. Hazeltakjes werden in
de stal gehangen om en het vee voor ziektes te behoeden.
Wanneer men takjes
van de hazelaar rond pas ingezaaide akkers steekt, dan zal de oogst
overvloedig zijn.
De
"Oude Kelten" bouwden hun huizen met de hazelaar en ook alle andere delen
van de hazelaar werden door hen volledig gebruikt. Ook de bladeren van de
hazelaar kunnen gebruikt worden in salades en als groente.
Niets van de hazelaar is giftig of toxisch, en dus eetbaar en bruikbaar.
En hier spreken we nog niet van de hazelnootjes! (Mmmm)!







* Toverhazelaar: Engels: "witch hazel". Duits: "hexenhazelstrauch".
Frans: Hamamélis de
Virginie, café du diable, noisetier des sorcières.
De benaming kan zowel slaan op de magische wijze waarop de zaden worden
weggeslingerd als op het merkwaardige tijdstip van de bloei in herfst en
winter.
Heksen gebruiken de takken van de toverhazelaar voor hun Ostaraboom. De Toverhazelaar groeit traag, wordt van tot 2 tot 4 meter hoog. De takken
hebben een visgraatachtige twijgen. Het jonge hout is specifiek grijsbruin,
nadien wordt het van jaar tot jaar donkerder tot bijna zwart. Het blad is
nogal groot en niet symmetrisch van bouw. De nerven beginnen aan de bladvoet
en eindigen in de bladrand. De struiken vragen een humusrijke grond en verdragen een goede kalkrijke
bodem. Ze koesteren zich op een warme plaats in de zon en liefst bevrijd van
de noordelijke wind. Hoe meer hij zich kan baden in de zon hoe mooier en
grilliger de bloemen worden. Het is een plant die geen specifieke snoei nodig heeft. Men kan gelijk
wanneer een niet gewenste tak boven een zijtakje wegknippen. Eén van de mooiste winterbloeiers is de toverhazelaar die met een overvloed
van clusters gele, rode, witte of roodbruine bloemen minstens een maand lang
bloeit en de vorst weerstaat. De bloemblaadjes krullen op bij mist, regen of
kou, om zich te beschermen, maar bevriezen niet. Zodra de zon schijnt zullen
ze zich weer ontvouwen. De bloemen zitten heel dicht op de takken. Zij
worden door de wind bestoven.
Het gebrek aan bladeren is hierbij een
voordeel.


Gebruiken:
In de herfst verkleuren de bladeren van de Toverhazelaar naar bleekgeel.
Naast de mooie bloemen in de winterperiode vormen de verkleurde bladeren de
redenen, waarom deze boom als sierheester wordt aangeplant. Maar ook op
andere manieren heeft de Toverhazelaar voor de mens nut. Uit de bladeren,
twijgen en de schors van de "Common Witch hazel" worden medicinale extracten
gemaakt, die verwerkt worden in lotions en zalven. Deze middelen zijn
bloedstelpend en ontstekingenremmend.
Hamamelissoorten hebben al lang medische betekenis. Al in 1870 constateerde
de Amerikaan T. Pond dat de Indianen met een aftreksel van hamamelistakken
brandwonden, abcessen, haemoriden en allerlei soort wonden behandelden. De
toverhazelaar is rijk aan looistoffen, flavonoïden en etherische oliën. Geneesmiddelen op basis van hamamelisbladeren worden o.a. voorgeschreven bij
acute diarree, lichte huidverwondingen, eczeem, spataderklachten en een
gevoelige huid.

Hamamelis is de toverplant van de Noord - Amerikaanse Indianen. Uit plantdelen
die men in een kom gooide, ontving men advies voor ondernemingen en
besluiten die genomen moesten worden. Vorkvormige takken werden als
wichelroede gebruikt om water op te sporen. De Toverhazelaar kan 6 tot 9 meter hoog worden en heeft zachte ovale
bladeren, die op de bladeren van de Hazelaar lijken. Waar het voorvoegsel
"tover" vandaan komt, is niet helemaal duidelijk. In sprookjes zouden de
takken van de toverhazelaar gebruikt worden als toverstaf door heksen en
tovenaars. Daarnaast zijn er aanwijzingen, dat het hout van deze boom
vroeger gebruikt werd als wichelroede bij het zoeken naar water. Het kan ook
zijn, dat het woordje "tover" wijst op de vreemde bloei van deze boom,
namelijk in de winterperiode van het jaar (betoverende bloei). De gele
bloemen van de H. virginiana verschijnen in de late herfst
(oktober/november), de H. mollis, de Chinese Toverhazelaar bloeit midden in
de winter. Deze laatste soort is daarom een ideale boom voor mensen, die ook
in de winter bloemen willen zien. Overigens rolt deze plant zijn
bloemkroonblaadjes op als het gaat vriezen om in een latere periode verder
te bloeien. Men heeft uit de Chinese en de Japanse toverhazelaar hybriden
kunnen ontwikkelen, die onder de naam Hamamelis intermedia worden gekweekt. De bloemen van de Toverhazelaars worden door de wind bestoven. De familie
Hamamelidaceae behoort waarschijnlijk tot de plantengroepen, die in een
vroeg stadium van de evolutie van de Zaadplanten zijn ontstaan. In die tijd
waren de insecten nog niet optimaal ontwikkeld en daarom is de bloeiwijze
van deze bomen blijven 'steken' in de fase van de windbestuiving. In bossen
is het ‘s zomers moeilijk om bloemen door de wind te laten bestuiven. Bomen,
die in de winter bloeien, hebben dan ook een selectief voordeel ten opzichte
van exemplaren, die dat in de zomer doen. Dat is de mogelijke verklaring
voor het ontstaan van de winterbloei bij deze bomen.



Toverhazelaar werd al veel gebruikt door de indianenstammen van de
oostelijke gebieden van Noord-Amerika, zoals de Osage, die het gebruikten
voor zweren en tumoren op de huid, de Potawatomi, plaatste de takken op de
hete stenen van de zweethut, om de dampen de huid te genezen. Omdat de boom
in de late herfst bloeide werd ze ook als speciaal gezegend door de Grote
Geest gezien. in koloniale tijden werden de takken gebruikt als wichelroede,
net als in Engeland daarvoor de Olm werd gebruikt, de Engelse naam
Witch hazel is dan ook niet afkomstig van de Heksen, maar van het oude
Saksische woord voor buigzame takken 'wych', verwant aan ons woord 'twijg'.
De eerste kruidenboeken met geneeskrachtige kruiden uit de Verenigde Staten
noemde de Toverhazelaar al als geneeskrachtig kruid. Men gebruikt het jonge blad en de bast van jonge twijgen, deze bevatten de
meeste looistoffen, men kan de bladeren het best verzamelen in de vroege
zomer, terwijl de bast verzameld wordt in de lente, hier worden aftreksels
en tincturen van gemaakt. Er bestaat ook een distillaat van Toverhazelaar,
voor dit doel worden de takken van de Toverhazelaar in herfst geoogst
tijdens de bloei, de takken worden versnipperd en in een roestvrijstalen
distilleerketel gedaan, door middel van stoomdistillatie wordt een kleine
hoeveelheid pure alcohol verkregen. De zalf is goed zelf te maken van de
bast. De zaden werden door een aantal zuidelijke indianenstammen wel
gegeten, de smaak zou op die van pistachenoten lijken. De Indianen geloofden dat de goden de struik in het verkeerde seizoen lieten
bloeien, om zo de aandacht te trekken van de mensen. daardoor zouden zij dan op het idee komen om gebruik te maken van de
bijzondere eigenschappen van deze struik. Ze ontdekten dat de drankjes en de extracten van de toverhazelaar het beste
werken wanneer de plant in bloei staat. De medicijnman kookte er een drankje van. Voor de indianen had de toverhazelaar ook een rituele betekenis. De Menominee - stam gebruikte de donker glanzende zaden van de boom als
heilige kralen tijdens hun ceremonies voor de zieken. Vrouwen reinigden hun gezicht met de melk van de toverhazelaar, dat eveneens
een lekkere geur verspreid.
Klik in deze kader:






De schijnhazelaar (Corylopsis)
is een geslacht met meer dan 30 vertegenwoordigers, afkomstig uit China en
Japan, waarvan enkele zogenaamde naaktbloeiers belangrijk zijn voor de tuin, met
name: Corylopsis pauciflora, Corylopsis sinensis en Corylopsis spicata. Ze doen
het alledrie het best op niet te droge, humeuze, zure grond in de halfschaduw.
Corylopsis is nauw verwant aan het geslacht Hamamelis (toverhazelaar), wat
duidelijk te zien is aan de bladeren die ovaalrond zijn, met duidelijke nerven
en al net zo verkleuren in de herfst. De bloemen zijn echter minder
vorstbestendig en het is daarom aan te raden de struik op een beschutte plaats
te planten. De bloemen steken af tegen een (winter)groene haag of muur.
* Corylopsis
pauciflora:
Deze schijnhazelaar is
het best verkrijgbaar en ziet men dan ook het meest in onze tuinen. De struik
groeit meer compact dan de Corylopsis sinensis(tot ongeveer 1.50 m-3 m hoog en
breed). De bloei die al in februari kan beginnen toont wat minder rijk (pauci-weinig,
flora-bloemen) dan van bijvoorbeeld Corylopsis sinensis, omdat de
lichtgele,klokvormige bloemen in groepjes op afstand aan de takken zitten. De
schutbladen blijven nog lang na de bloei aanwezig. Als alle schijnhazelaars
groeien de struiken relatief langzaam.

* Corylopsis
sinensis:
De Corylopsis sinensis
(sinensis betekent: afkomstig uit China) groeit in het wild in de bergen van
1300-2000 m hoogte. De struik kan fors worden, tot ongeveer vier meter hoog en
breed heeft de grootste bloemen van het geslacht. De bloei valt wat later,
meestal in april, met als voordeel dat de bloemen minder kans hebben op
aantasting door vorst.
Corylopsis sinensis f. veitchiana is een van de meerdere in Europa
geïntroduceerde, Chinese schijnhazelaars door de plantenzoeker Ernest Henry
Wilson en is genoemd naar zijn belangrijke opdrachtgever James Veitch van de
gelijknamige kwekerijen. Deze vorm, f. staat voor forma blijft kleiner, heeft
wat minder bloemen, met opvallend roodbruin gekleurde schutbladen.
* Corylopsis
spicata:
Deze schijnhazelaar
werd als eerste uit Japan in Europa geïntroduceerd door Philipp Franz von
Siebold. Kenmerkend zijn de vrij grote schutbladen rond de lichtgeurende,
lichtgele bloemen die nog lang na de bloei aan de takken blijven zitten en de
zig-zagvorm van de takken, als bij de haagbeuk (Carpinus betulus). De struik
groeit meer open dan de andere en zal ongeveer twee meter hoog en breed worden.



   

|