|
Heermoes (Equisetum arvense) is een plant uit de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae). De plant wordt ook wel 'roobol', 'akkerpaardenstaart' of 'unjer' genoemd. Het is een maximaal 40 cm hoge vaste plant. In het voorjaar verschijnen er bladgroenloze stengels met sporenaren op de top. De infertiele stengels verschijnen daarna ongeveer twee weken later wanneer de fertiele stengels aan het verdorren zijn. De infertiele stengels hebben een holte die kleiner is dan de een derde van de doorsnede van de stengel. De zijtakken staan in kransen. De tanden van het lid met de zijtakken is korter dan het eerste lid van de zijtakken zelf. De stengel heeft maximaal zes ribben. De plant verspreidt zich via sporen die uitgroeien tot een prothallium of voorkiem, waarna de bevruchting kan plaatsvinden. Alleen op open grond lukte deze vorm van voortplanting. De soort maakt ook veel wortelstokken die diep de grond in gaan en horizontale vertakkingen vormen. De soort komt in allerlei milieus voor. De prothallia kunnen alleen kiemen in open, vochtige en matig voedselrijke grond. Maar de plant kan zich goed handhaven in andere milieus. Heermoes is een kosmopoliet van de gematigde en koude streken van het noordelijk halfrond. Het is een lid van de groep planten die voor het verschijnen van moderne planten de aarde domineerde. Soortgenoten groeiden uit tot tientallen meters hoge 'bomen' die grotendeels de huidige steenkoollagen vormden. Tijdens het tijdperk van de dinosauriërs was deze plantengroep de meest voorkomende. De plant is een overlever en was de eerste die na de uitbarsting van de vulkaan 'Mount St. Helens' weer vaste voet op de hellingen kreeg. Ook op industriële terreinen met zware vervuiling of uitgeputte en zwaar samengepakte grond is de plant vaak de eerste die komt of de laatste die verdwijnt.
* Gebruik:
Heermoes kan zijn
groeiplaats domineren. Heermoes is voor bepaalde planten Heermoes heeft ook eigenschappen die als gunstig worden beschouwd. De plant gedijt op afvalhopen bestaande uit slakken. De zware metalen zijn voor veel planten giftig, maar heermoes slaat ze op in het eigen weefsel, waardoor de plant meer zware metalen bevat dan de bodem. De plant wordt in de homeopathie aangewend als geneesmiddel. Heermoes wordt ook wel schuurkruid, schaafkruid of tinkruid genoemd, omdat men het vroeger gebruikte om kookpotten, braadpannen en tin mee te poetsen.
Heermoes of
paardenstaart is net als de
mossen en
varens een oerplant. In de volksmond wordt hij
ook wel schaafstro of tinkruid genoemd omdat hij gebruikt werd voor het schuren
van metalen huisraad en keukengerief. Dit merkwaardige kruid is de moeite waard
om eens goed te bekijken want het verraad ons door zijn bouw al wat zijn gave
is. Het bevat meer mineralen dan de meeste andere planten en is bijzonder rijk
aan
kiezelzuur, dat ons lichaam nodig heeft voor de
opbouw van botten, haren, nagels en kraakbeen. Ook voor de huid en de genezing
van wonden is kiezelzuur belangrijk. Ook uitwendig kent heermoes vele
toepassingen bijvoorbeeld bij zwembadeczeem
en zwerende wonden en als zitbad bij ontstoken en gevoelige nieren. Een
aftreksel van heermoes is ook probaat als plantenwater voor zwakke planten met
roesten
of
meeldauw. Als enige groene plant mag heermoes
lang trekken (± 20 minuten) en het mag zelfs gekookt worden, dit om de oplossing
van het
kiezelzuur mogelijk te maken.
* Werking:
Versterkend,
aanvullend, weerstandsverhogend, bloedzuiverend.
Het kiezelzuur, wat
een heel goed middel is tegen bestrijding van heel wat
schimmels. Het werkt niet verdelgend, maar het
verstevigt de celwanden van de planten waardoor ze zich beter kunnen beschermen
tegen schimmelplagen. * Heling (healing): Een tekort aan silicium komt vaak op oudere leeftijd voor, met andere woorden, dit kruid is geschikt voor de ouderwordende mens. Een gecontroleerde heermoeskuur kan dan een gunstige uitwerking hebben op de pezen en de spieren.
Voor de huid helpt
het bij
eczeem, je kunt het zowel uitwendig als
inwendig gebruiken. Het heeft een uitdrogende werking op eczeem.
Voor uitwendig
gebruik doe je 15 gram gedroogd kruid in een halve liter koud water en laat het
een paar uur trekken. Breng het vervolgens aan de kook en laat het 20 minuten
zachtjes pruttelen om het
mineraal er goed uit te
destilleren en laat het daarna afkoelen.
Gebruik 3 of 4 keer per dag 50ml. Deze bereiding kan ook als gorgeldrank
gebruikt worden bij mondinfecties of na het trekken van een tand. Bovendien kun
je er
compressen mee maken voor open benen,
zwemmerseczeem of andere wonden die niet willen helen.
Voor inwendig
gebruik maak je
heermoesthee. Die kun je
dan weer gebruiken voor kwalen zoals;
osteoporose, zwakke nagels,
oedeem,
cariës, aderverkalking, tennisarm, reuma, en
tendinitis.
*! Bepaalde contra's bij het heermoes theegebruik:
* Nevensoorten:
* Equisetum
myriochaetum (Mexicaanse heermoes, reuzenpaardenstaart of
Equisetum giganteum
) is een andere
soort die veel hoger wordt (tot
12 meter), en deze
schijnt het bloedsuikergehalte omlaag te brengen. Het jonge scheutje van deze
plant komt overeen met gewone heermoes, echter, deze plant wordt een heuse boom
en kan uitgroeien tot een heel woud. Deze soort is te vinden in regio's in
Mexico en Zuid Amerika.
* Weer een andere soort, 'Equisetum Palustre' schijnt licht giftig te zijn, in plaats van helend, zoals equisetum arvense. (Zie afbeelding hieronder, van jonge plant).
* Reuzenpaardenstaart: De reuzenpaardenstaart (Equisetum telmateia) is een vaste plant, die behoort tot de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae). De plant komt van nature voor in Europa tot aan de Kaspische Zee en in het westen van Noord-Amerika.
De plant wordt
30-180 cm hoog en vormt donkerbruine, knolvormende wortelstokken. De ivoorwitte,
holle stengel is ongeveer 1 cm dik en heeft in dichte kransen schuin afstaande
of iets overhangende, groene zijtakken. De holte is meer dan twee derde van de
doorsnee van de stengel. De in kransen staande bladeren bestaan uit kleine
schubben, waarbij de bleekgroene bladscheden met elkaar vergroeid zijn tot een
los aanliggende stengelschede. De tot 2 cm lange, bleekgroene stengelscheden
hebben priemvormige, bruine, smalvliezig gerande tanden. De sporen hebben bladgroen en twee springdraden (elateren) die in droge toestand om de spore zijn gewikkeld. Wanneer de springdraden nat worden strekken ze zich en duwen de spore uit de aar. Er zijn twee typen sporen, mannelijke en vrouwelijke. De sporen groeien uit tot bladgroenhoudend voorkiemen (prothallia). In dit stadium vindt de bevruchting plaats waarna de paardenstaart tot een volledige plant kan uitgroeien. De prothallia zijn gebonden aan een zeer open groeiplaats. De plant komt voor op natte, matig voedselrijke grond.
~ Verspreiding:
Een andere
eigenschap van de soorten binnen de paardenstaartenfamilie is dat ze
kiezelzuur gebruiken voor hun stevigheid. Dit heeft als gevolg dat
de soort moet groeien op een bodem waar het element silicium in
voorkomt, zoals op zand en kleibodems. De meeste paardenstaarten zijn lage gewassen, maar in Amerika komt een soort voor die 12 meter hoog kan worden. (Equisetum myriochaetum). Equisetum gaat
vooral slijtage in verschillende organen tegen, niet alleen in de
gewrichten en op de huid, maar mogelijk ook in
pancreas en lever. In die zin kun
je het een echt anti-verouderingskruid noemen, wat niet hetzelfde is
als verjongingskruid.
|