Honing heeft in veel culturen een zuiverende betekenis vanwege zijn zoetheid.
In het oude China was honing al bekend als zoetmiddel in de brede zin van het woord; het was dan ook een symbool voor seksueel genot.
Ook in Indiase mythen speelt honing een belangrijke rol.
Honing is een natuurlijke zoetstof die door honingbijen wordt gemaakt, met de door hen verzamelde nectar als hoofdingrediënt. Nectar is afkomstig van bloemen en bevat diverse suikers, mineralen en sporenelementen. De bijen veranderen de nectar in honing door er enzymen aan toe te voegen en door het overtollige vocht van de nectar te laten verdampen.

Smaak, geur en kleur van honing variëren al naargelang de soort bloemen waar de nectar uit is gewonnen: zo bestaan er bijvoorbeeld lindehoning, lavendelhoning, rozenhoning, klaverhoning en heidehoning.

Baby's
onder één jaar kunnen uit voorzorg het beste nog geen honing eten.
Het maag- en darmstelsel van zuigelingen tot 12 maanden is nog niet volledig ontwikkeld en daardoor nog instabiel. Het kan niet uitgesloten worden dat sporen van Clostridium botulinum, die overal voorkomen, ook in honing aanwezig zijn en in een enkel geval zuigelingenbotulisme zouden kunnen veroorzaken.

Heide-honing bevat benzoëzuur van de struikhei
Oude honing bevat oxaalzuur
Gegiste honing bevat alcohol en furfural (C5H4O2) en furfurol (C5H6O2)

Volgens onderzoekers van de Amerikaanse San Diego State University, zou het
vervangen van suiker door honing een goed alternatief kunnen zijn. Het grootste
voordeel is dat de smaak van honing meer uitgesproken is dan die van suiker
en dat er minder honing gebruikt moet worden om dezelfde zoete smaak te bekomen.
Maar de grootste troef van honing is dat het interessante voedingseigenschappen biedt, daar waar suikers alleen suiker en calorieën opleveren.
Honing heeft net als saccharose of klontjessuiker een gematigde glycemische index , wat niet het geval is van alle toegevoegde suikers.
En zelfs in bescheiden hoeveelheden bevat honin
g een groot aantal mineralen (kalium, calcium, magnesium, ijzer…) en oligo-elementen. Honing bevat ook essentiële vetzuren en bepaalde vitamines, onder meer uit de B groep.
De kleur van honing (van licht tot donker) wijst op de aanwezigheid van pigmenten, vooral carotenoïden en flavonoïden en dat zijn krachtige anti-oxydantia.

Honing bevat ook kleine hoeveelheden oligosacchariden die een prebiotisch effect zouden hebben in de darmen.
Ze stimuleren meer bepaald de groei van de bifidus in de intestinale flora.
Tenslotte bevat honing ook natuurlijke antibiotische moleculen waarvan men nog niet weet welk effect ze hebben op de mens. Aan dit positieve profiel van honing wordt een beetje afbreuk gedaan door de aanwezigheid van bepaalde vervuilende substanties (lood, cadmium) of resten van geneesmiddelen die een bewijs zijn van de invloed van de mens op de natuur. Maar hoe dan ook biedt honing een alternatief voor mensen die niet zonder suiker kunnen!





Toverplanten, hekserijkruiden of magische planten behoren tot de vrij grote groep planten die tegenwoordig meestal met de verzamelterm psychoactieve planten worden aangeduid, of, om de titel van een boek van professor Richard Evans Schultes te volgen, "Planten der Goden".
Het gaat om een groep planten, waarvan de inhoudstoffen een sterke werking op de psyche en het bewustzijn van de mens hebben, naast een meestal ook schadelijke invloed op het organisme bij onoordeelkundig gebruik.
In de juiste dosis en onder deskundige begeleiding kunnen deze planten ook therapeutische waarde hebben, veelal in homeopathische verdunningen toegepast.

Al naar gelang de werking zijn er tientallen verschillende namen voor dit soort planten voorgesteld.
Een van de bekendere, voor een bepaalde groep, is: hallucinogenen, omdat de planten in die groep hallucinaties of waanvoorstellingen kunnen oproepen.
Een viertal al sinds de klassieke tijd in Europa heel bekende planten die een dergelijke hallucinogene werking hebben, behoort tot de Nachtschade familie (Solanaceae), dezelfde familie waartoe ook de aardappel en de tomaat behoren: de Alruin, de Wolfskers, het Bilzekruid en de Doornappel.
Ook het Drakenbloed en de Hennep vallen onder de bijzondere heksenkruiden.

Verzamelen, drogen en bewaren van magische kruiden.



Het drogen en bewaren van magische kruiden mag dan nauwelijks verschillen met het drogen en bewaren van de overbekende geneeskrachtige kruiden, het verzamelen gebeurt op een ander tijdstip.
Plukt men de geneeskrachtige kruiden bij voorkeur in de prille ochtenduren, liefst bij droog weer als de dauw net opgedroogd is, heksenkruiden worden bij voorkeur geplukt op heldere zomeravonden, als de zon net ondergegaan is.
Ook wordt bij het verzamelen van heksenkruiden rekening gehouden met de stand van de maan die zulk een grote invloed heeft op al wat groeit en bloeit.
Tijdens de periode van wassende maan trekt de levensenergie van de plant naar boven en bevindt zich dan in de stengels, de bladeren, de bloemen en de vruchten van de plant.
Daarom is het goed om blad, bloem en vrucht van heksenkruiden te plukken in de periode tussen nieuwe en volle maan.
Maar wortels worden bij voorkeur geoogst in de periode tussen volle en nieuwe maan (duistere maan), dus in de periode van afnemende maan omdat dan alle energie van de plant vooral naar de wortel trekt.
Bedenk tijdens het plukken ook dat men een plant, struik of boom nimmer mag beschadigen tijdens de oogst.
Het is een oude heksenwijsheid dat men alle goed of kwaad dat men aanricht in drievoud terug krijgt: driemaal goed, driemaal kwaad luidt de heksenspreuk, dus beschadig nimmer een plant want dat kan zich wreken.
Oogst nooit meer dan een kwart van blad, bloem of zaad zodat de plant door kan leven.
Wie zich aan het ware heksenritueel wenst te houden die spreekt ook nog een paar woorden tot de plant om zich te excuseren.

Bijvoorbeeld:



Lieve bloem, ik snijd je af
Heel veel dank voor wat g' ons gaf.


Verder hoort men, nog steeds volgens oeroude heksentraditie, een stukje brood in te graven aan de voet van de bloemen, vruchten of bladeren beroofde plant als vergoeding voor datgene wat men weggenomen heeft.
Oogst men een wortel dan ziet het er slechter uit voor de plant die dan geen kans meer heeft om voort te leven.
Maar heksen zien de aarde als een groot organisme en vergoeden deze euveldaad ten behoeve van de mens door het ontstane gat op te vullen met brood en wijn, eventueel ook nog met enkele muntstukken.
De niet gebruikte stengels en bladeren blijven ter plekke liggen om aldaar te vergaan en weer opgenomen te worden door de aarde.
Het drogen van heksenkruiden verschilt niet van het drogen van andere kruiden die eveneens rijk zijn aan etherische oliën.
Bij het drogen gaat het er vooral op zo min mogelijk etherische oliën te verliezen. Daarom mogen de kruiden, na gereinigd en van aangevreten bladeren en/of bloemen ontdaan te zijn, nimmer in de zon of bij te hoge temperaturen gedroogd worden.
Een luchtige warme, maar niet te hete plaats waar de kruiden snel maar ook niet te snel drogen, is het best.
De bloemblaadjes van rozen, goudsbloemen en dergelijke worden van de bloem afgetrokken en afzonderlijk gedroogd, kleinere bloemen zoals bijvoorbeeld lavendel worden pas na het drogen van de stengel gehaald.
Wortels worden doorgaans één of meerdere malen doorgesneden om sneller te drogen en schimmelvorming tegen te gaan.
Zaden, met name van schermbloemige, worden bij voorkeur ondersteboven in een papieren zak gestopt.
Deze zak wordt op een droge luchtige plaats opgehangen en na enige tijd worden de zaadjes, waarom het allemaal begonnen is, eruit geschud.
Wanneer de kruiden zo droog zijn dat men ze met de hand kan verkruimelen worden ze opgeborgen in luchtdicht af te sluiten glazen potten, bijvoorbeeld lege inmaakpotten (steriliseerbokalen), of grote lege en gereinigde potten van mayonaise.
Doe dit nooit met kruiden die jijzelf nooit gebruikt of nodig hebt!
Gebruik de kruiden voordat hun versheid of bruikbaarheid vervalt, zoniet, geef ze dan terug aan Moeder Aarde op de, volgens jou, geschikte plaats.
Dit laatste doe je met een "Esbat" ritueel, vlak na de duistere (nieuwe) maan.



De potten (bokalen) op hun beurt worden weer uit de zon en uit het licht op een luchtige plaats gezet, nadat ze duidelijk met etiketten voorzien zijn, want het is heel moeilijk om gedroogde kruiden van mekaar te onderscheiden en dat laatste is vooral bij de vaak zeer giftige heksenkruiden van het allergrootste belang.
Evenals alle geneeskrachtige kruiden geldt ook voor heksenkruiden dat man ze niet te lang mag bewaren. Ze verliezen dan aan kracht.
Geldt voor gewone kruiden maximaal een termijn van een jaar, voor heksenkruiden houdt men het op zeven maanden.
Nog een verschil tussen het bewaren van gewone en heksenkruiden: de laatste mogen niet bewaard worden in kastjes waarin spijkers of andere metalen voorwerpen zijn verwerkt.
Dit zij hier opgemerkt voor allen die het nauw nemen met magische krachten.