(Apium graveolens L.)

Witte selder:

 

Witte selder is een kruidachtige plant met sterk ontwikkelende bladstelen. De stelen zijn groen-geel van kleur. Vaak zit er aan de stelen nog blad. Bleekselderij is nauw verwant aan de blad- en knolselderij. Vroeger was bleekselderij een echte kookgroente, nu staat de groente vooral bekend als saladegroente. Bleekselderij heeft een vochtafdrijvende werking. De groente is het hele jaar door verkrijgbaar. Ze komt uit eigen land en wordt ook geïmporteerd uit ondermeer Israël, Spanje en Frankrijk.

Groene selder:
Groene selder wordt ook "snijselder" genoemd. Hiermee onderscheidt hij zich van witte selder en knolselder.

Aankoop en bewaren:
Bleekselderijstruiken zijn meestal verpakt in open plastic zakken. Bij aankoop moet een struik bleekselderij stevig zijn, fris ruiken en mooie groene of groen-gele stengels zonder bruine plekken hebben. De groente kan op een koele plaats enkele dagen en in de koelkast ongeveer een week bewaard worden. Reken bij aankoop op 250 gram per persoon voor koken en voor rauw gebruik op 100 gram.
Bleekselder kan ook worden ingevroren.
Blancheer de bleekselderij voor het invriezen 3 minuten inkokend water.

De groene selder regelmatig bestuiven met water. Bewaren bij een temperatuur van 2 tot 5 graden.

Bladselder wordt zowel gebruikt in soepen als in groentegerechten. Het zijn vooral het blad en de bladsteel die voor consumptie gebruikt worden . Groene selder wordt niet in tomatensoepen gebruikt omwille van zijn bittere smaak die het het hier nalaat. Gele selder is minder sterk van smaak als groene en de bladstelen worden hier gebruikt als stoofgroente en in witte sausen.

Knolselder waarvan de verdikte wortel gebruikt wordt in zowel soepen, rauwkost of als gekookte groente in saus is minder sterk van smaak als de bladselder.
Het is raadzaam om de selder niet te lang te bewaren. Enkele dagen in de groentenlade van de koelkast kan wel.
Vooraleer de selder verwerkt wordt, moet deze eerst grondig gespoeld worden.
Het onderste witte gedeelte met fijne worteltjes wordt afgesneden.
De blaadjes bovenaan kan u net zoals de stengels verwerken in soepen of andere gerechten.
Bleekselder kan door zijn zachtere smaak ook rauw gegeten worden, bijvoorbeeld als hapje met een dipsaus of bij een kaasschotel.
Selder kun je koken, stoven of roerbakken.
Selder heeft een pittige reputatie om mensen op romantische momenten ter hulp te snellen.
Door zijn zuiverende werking past hij goed in vermageringsdiëten en is hij in onze keukens haast onmisbaar geworden. Het is een goede medicinale plant, rijk aan vitaminen en mineralen.
De bakermat van deze plant bevindt zich in Indië. Van daaruit werd hij door reizigers en koopvaardijers naar Zuid-Europa meegebracht. Daar groeide hij vooral aan de zeestranden en in zoutwater moerassen. Vanuit het Middellandse - Zeegebied verspreidde de groente zich over de rest van Europa.
De oude Grieken en Romeinen ontdekten er de genezende krachten van. Bij de Romeinen was de plant gewijd aan Pluto, de heerser van de onderwereld. Vandaar dat selder vooral gegeten werd bij dodenmalen en dat men hem ook aan de doden meegaf, alsook dat men selderijloof op de grafzerken ging leggen, om de god Pluto blijvend gunstig te stemmen.
Alles bij elkaar beschouwde men de selder, in die tijd, toch als een geluksbrengende plant: men hoopte voor zichzelf op een lang leven en voor de afgestorvenen op een goed lot in "Hades" (de onderwereld).
Ook in Egypte werden vroeger pittig geurende kransen geweven, van de selderbladeren.

Reeds vroeg gebruikte men de plant als groente en het zaad als toekruid.
Bleekselderij werd in de 16de eeuw door Italiaanse tuinders uit een wilde selderij plant gewonnen, maar tot in de 18de eeuw werd hij vooral als geneeskrachtig kruid gebruikt vanwege zijn bloedzuiverende werking.
Bij ons, in de Lage Landen, werd de plant ingevoerd omstreeks de 17de eeuw.


 

Selder heeft, omwille wellicht van zijn gelijkenis met het mannelijke orgaan, wel een zeer krachtige reputatie als afrodisiacum en vindt men in haast alle culturen van de oudheid tot nu terug. Franse zegswijzen, zoals:
"Si l'homme savait l'effet du céleri, il en remplirait son courtil" en
"Si la femme savait que le céleri vaut à l'homme, elle en irait chercher jusqu'a Rome", zijn in dat verband veelbetekenend.
In Rome was de selder trouwens het symbool voor sommige bordelen...
Omdat het onvermogen tot erectie of tot ejaculatie door mannen altijd al als zeer frustrerend en stigmatiserend wordt ervaren, is het niet te verwonderen dat, door de eeuwen heen, in talrijke rituelen en volksgebruiken middeltjes zijn beschreven die tot doel hadden de mannelijke potentie te bewaren of op te krikken.
Al deze mengsels en kruidenaftreksels worden afrodisiaca genoemd, letterlijk "geslachtsdrift stimulerend middel", naar de Griekse godin Aphrodite: de godin van de vruchtbaarheid, de zinnelijke liefde en de schoonheid.
(Zie afbeelding met Pan).
Van geen enkel afrodisiacum dat in de loop der eeuwen werd beschreven, kan echter een objectieve farmacologische werking bewezen worden. Veel hangt af van de persoon in kwestie.

Traditioneel worden wild en orgaanvlees (zoals niertjes, zwezerik en dergelijke, maar ook merg, dat in het Frans trouwens amourette heet), oesters en kreeft, kaviaar, truffels en diverse paddenstoelen (o.m. morieljes en Shiitake) en de meest uiteenlopende kruiden als afrodisiaca beschouwd.


Ook sommige groenten zoals asperges, selder en artisjok worden, waarschijnlijk vanwege hun vorm, al eeuwenlang geacht de lust op te wekken. Terwijl duif en fazant wellicht omwille van hun ‘verliefd’ gedrag als afrodisiaca worden aanzien. Ook champagne en absinthlikeuren zoaks Pernod - Ricard - Pastis..., en meerdere van die alcoholische lekkernijen, worden als stimulerend beschouwd.
In Frankrijk bestond vroeger zelfs een soort brandewijn met een adder erin, ‘Aqua vipere’, dat als aphrodisiacum werd verkocht. En in Luxemburg wordt dan weer aan de Maitrank (witte wijn met bloempjes van lievevrouwbedstro) bijzondere kenmerken gegeven. Ook de Chinezen laten zich niet onbetuigd en serveren een speciale kruidenalcohol met gedroogde hagedissen als marinade.

De Franse kok Bernard Loiseau noemde witte selder een “viriele groente”.
Grimod de la Reynière vond dat het een "opwarmend effect" had en daardoor een relatief sterk afrodisiacum was, vooral voor (koelere) mannen.
In verschillende talen vinden we dan ook spreekwoorden terug die dit karakter van de selder in de verf zetten. Zoals we hogerop reeds vermeldden in het Frans: “Indien vrouwen wisten wat selder bij een man veroorzaakt, zouden ze tot in Rome gaan om het te gaan halen”.
Of, zoals Urbanus het bezingt: "Mijne selder staat in bloei".
Selder was destijds ook een begeerde groente van "Madame de Pompadour"
Van selder gebruiken we vooral de sterk ontwikkelde, geelwitte bladstengels.
Van groene selder, ook wel bladselder of snijselder genoemd, gebruiken we ook de pittige bladeren.
Leg een paar blaadjes los in de keuken en de ruimte zal zich meteen vullen met een aangenaam en eetlust­opwekkend aroma!
Een klein stukje rauwe selder langzaam opkauwen voor het ontbijt verbetert de
afscheiding van de verteringssappen (speeksel, maag- en darmsap) en dus de spijsvertering.
Thuiscomposteerders kunnen selder (en walnootbladeren) ook gebruiken in hun compostvat.
De pittige geur schrikt de fruitvliegjes af.

Afrodisiacum recept: (100%)

Mosselen met Venkel en Pernod.

Benodigdheden:

Groene selder, Witte selder, Sjalotjes, Peterselie, Wortelen, Ajuin, Verse tijm, Laurier,
1 Venkel voor 2 kg mosselen, enkele peperbolletjes, Zout, Gemalen peper, Nootmuskaat,
1 klompje boter (geen margarine), 4 tot 6 Teentjes look, Pernod, of een andere Pastis drank.

Bereiding:

De groenten fijn snijden.
Leg een deel van de groenten op de bodem van de kookpot, met een blokje boter.
Gooi daarover de mosselen, met daarbovenop de rest van de groenten, met ook daarop nog een blokje boter.
Zie dat er zowel onder als boven knoflookteentjes tussen de groenten liggen.
Alles goed kruiden.
Overgiet het geheel met een flinke scheut Pernod en dek af.
Absinth kun je ook gebruiken, maar dat kan een nogal wrange bittere smaak geven.
Breng het geheel aan de kook. Wanneer de mosselen stilaan opengaan 1x flink opschudden.
Zijn alle mosselen open, dan kun je ze opdienen met brood of met knapperige frietjes.
Een koele pint blond bier smaakt lekker en verfrissend bij mosselen.

Voor de dipsaus:

Meng 2 soeplepels mayonaise (zéker geen zoete, maar échte!), 2 soeplepels tartaresaus en 2 koffielepels mosterd (Dijon). Meng daaronder, indien gewenst, nog wat saus van de mosselen.
Zorg ervoor dat de saus niet lopend wordt, maar smeuïg blijft.

Van de overschot van de saus van de mosselen kun je nadien nog soep klaarmaken.
Mosselen die nog overblijven, kun je uit de schelp halen, laten afkoelen en 's anderendaags door bakbloem rollen en bakken in de pan.
Zijn het grote mosselen, dan kun je die ook aan satéstokjes rijgen en ze heropwarmen in een bad van donker bier dat verhit wordt tot ±80 à 90°C. Zo heb je dan weer lekkere exotische Turkse mosselsaté's.
Opdienen met brood.

Vallen de mosselen klein uit, dan kun je ze een nacht, of ietsje meer, in zout water zetten met bloem er in. Geregeld omroeren hoort erbij.
Gebruik in je keuken STEEDS zeezout en GEEN keukenzout.

Het overblijvende sap en de groenten van de mosselen dat in je kookpot achterblijft, kun je gebruiken om er vissoep of mosselsoep van te maken.


Smakelijk eten!