Weegbree - "Plantago".

Weegbree (Plantago) is een van plantengeslacht uit de Weegbreefamilie (Plantaginaceae).
Het geslacht bestaat uit windbestuivers en heeft aarvormige bloeiwijzen.
De bladeren zijn parallelnervig, wat eerder een kenmerk is voor eenzaadlobbigen.
Door deze twee kenmerken doen ze wat aan grassen denken.
Bij de meeste in West-Europa voorkomende soorten staan de bladeren in een wortelrozet bij elkaar.

Enkele soorten weegbree zijn tredplanten: ze groeien op een onverhard pad verder naar het midden toe dan bijna alle andere planten en grassen, omdat deze laatste door regelmatige vertrapping uiteindelijk verdwijnen. Dat ze goed tegen betreding kunnen komt onder meer door de vlezige bladeren. Andere soorten zijn graslandplanten. Ook telt dit geslacht planten die zich in zilte vegetaties thuis voelen.

Uit de zaden van sommige soorten weegbree wordt een product gemaakt dat voor de stoelgang wordt gebruikt: psylliumzaad. Het zwelt op als het samen met voldoende vocht wordt gebruikt en verteert niet, zodat een zachtere, meer volumineuze ontlasting ontstaat. Van welke weegbreesoorten dit zaad wordt gewonnen is niet geheel duidelijk, zowel Plantago ovata, P. ispaghula als P. psyllium worden genoemd. (De naam psyllium komt van het Latijn voor vlo).

Soorten:
In de Benelux komen de volgende soorten voor:

* Getande weegbree (Plantago major subsp. intermedia)
* Grote weegbree (Plantago major)
* Hertshoornweegbree (Plantago coronopus)
* Ruige weegbree (Plantago media)
* Smalle weegbree (Plantago lanceolata)
* Zandweegbree (Plantago arenaria)
* Zeeweegbree (Plantago maritima)

Deze familie (Plantaginaceae) kent enkele soorten met grotendeels gelijkaardige eigenschappen. Wij nemen, in deze pagina, een kijkje op de gewone of grote weegbree, Plantago major, de ruige weegbree, P. media en de smalle of kleine weegbree of P. lanceolata. Ook hertshoornweegbree, P. coronopus, is interessant, maar die laten we hier toch grotendeels achterwege. De belangrijkste zijn de grote- en de kleine- of smalle weegbree.

Weegbree is vermoedelijk één van de bekendste inheemse kruidenplanten. Weegbree kom je zowat overal tegen; aan de wegkant, in weiden, bossen en op dijken. De plant is ook over zowat de hele wereld verspreid. Weegbreesiroop zou goed zijn tegen keelontsteking, hoest en darmstoornissen.

Vooral de jonge bladeren van de smalle weegbree en de hertshoornweegbree zijn interessant voor de keuken. Oudere zijn al gauw te taai. In ieder geval verzamel je ze best vooraleer de bloemstengels verschijnen, dus liefst in de lente. Je voegt ze fijngehakt in kleine hoeveelheden toe aan een slaatje of haalt ze door beslag om te frituren.

Weegbree bevat vitamine C (tot 70 mg per 100 g in de bladeren), provitamine A, gom, het glycoside aucubine, tannine, flavonoïden, bitterstoffen, eiwitten, enzymen, saponien, kiezelzuur, antibiotica en mineralen (K, Ca).
Weegbree doe ik fijngesnipperd bij de sla. Ik plet een weegbreeblad als er iemand een blaar op zijn voet heeft en van de smalle weegbree maak ik thee tegen verkoudheid, want weegbree heeft een slijmoplossende werking. Als er iemand een insectensteek heeft of te dicht langs de netels liep, staat de weegbree altijd paraat.
En als constipatie je parten speelt, eet dan zaden van de grote weegbree. Twee theelepels ongemalen zaden in een glas warm water 5 minuten laten weken en dan alles doorslikken.
Dit herhaal je één tot driemaal per dag.

Laten we even nota nemen van de 3 hoofdsoorten van de weegbree.
Alle drie soorten (de grote, de smalle en de ruige weegbree) zijn een geliefd konijnenvoer. Ze zijn even waardevol als de paardenbloem. Darmstoornissen veroorzaken zij niet, ook niet als zij in grote hoeveelheden worden gevoerd, daar zij de darmfuncties regelen.

Grote Weegbree:
(Plantago major L.)

Plantago major werd zo'n 4000 jaar geleden voor het eerst in Europa gevonden.
Dit was toen de mens voor het eerst de grond ging cultiveren.
Weegbree werd vanuit Europa door de hele wereld verspreid. De Indianen noemde het "De voetstap van de blanke", omdat het overal werd gevonden waar de Europeanen geweest waren. De soortnaam "Plantago" is hieraan ontleend. Plantago komt van het Latijnse woord "planta", wat voetzool betekend.
Weegbree staat al eeuwen bekend als een medicinale plant. In Scandinavië is de plant het beste bekend om zijn wond helende eigenschappen. De Noorse en Zweedse naam voor weegbree is Groblad wat helende bladeren betekent.
Weegbree werd ook veel gebruikt in de tijd van Shakespear en wordt ook genoemd in het stuk "Romeo en Juliet" ActI, Scene II van de periode 1592 tot 1609.
Studies hebben aangetoond dat verschillende delen van plant in veel verschillende landen over de wereld werden gebruikt voor het genezen van verschillende ziekten zoals huidproblemen, infecties, spijsverteringsstoornissen, ademhalingsproblemen, circulatie problemen, tegen pijn en tegen koorts.

Beschikbaarheid: mei - november.

Hoogte: tot 25 centimeter

De grote weegbree is een 10 tot 50 cm grote plant. De bladeren van de grote
weegbree vormen een rozet . De plant komt algemeen voor als onkruid in veel tuinen en langs wegen en paden. Het wordt ook wel spottend het "voetspoor van de blanken" genoemd.

De bloemen vormen een aar die rolrond is en 10 tot 15 cm lang kan worden. De grote weegbree staat in bloei van mei tot november.

De tweeslachtige bloemen zijn groenachtig geel. De stempel komt het eerste te voorschijn.
De helmknoppen zijn eerst lila, maar worden later geelachtig. De schutbladen zijn bruin en hebben een groene kiel en spits. De grote weegbree draagt een doosvrucht met een grootte van 2 tot 5 mm.
Elke vrucht bevat vier donkerbruine zaadjes of meer.

* Benamingen:

~ Nederlands: Grote weegbree
~ Engels: Greater Plantain
~ Frans: Grand Plantain
~ Duits: Breit-Wegerich
~ Wetenschappelijk: Plantago major
~ Familie: Weegbreefamilie, Plantaginaceae

Beschrijving:
Opmerking: 'Er zijn 2 onderverdelingen'.

Grote weegbree (Plantago major subsp. major) en
Getande weegbree (Plantago major subsp. intermedia).

Afmeting:

* Grote weegbree: 10 tot 50 cm.
* Getande weegbree: 2 tot 30 cm.
* Levensduur: Overblijvend.
* Beschikbaarheid: Mei t/m november.
* Stengels: Rechtopstaande bloeistengels.

Bladeren:

* Grote weegbree: Een rozet, vrijwel horizontaal uitgespreid of schuin omhoog, bijna rond tot eirond, soms langwerpig, kaal of verspreid behaard, een vrij lange steel.
* Getande weegbree: Een rozet, meestal smaller, eirond tot elliptisch, een min of meer wigvormige voet die geleidelijk in de steel versmald, vaak (vooral aan de voet) gegolfd-getand, 3 tot 5, soms 7 nerven, meestal fijn behaard, de vaatbundels minder taaibij het doorscheuren van een blad eerder afbrekend.

Bloemen:

* Grote weegbree: aarstelen korter tot iets langer dan de bladeren, aren lang, rolrond, bloemkroon bruinachtig tot groenachtig geel, 3 mm, helmdraden witachtig, meeldraden lichtpaars, later geelbruin.
* Getande weegbree: Bloeiwijzenstengel opstijgend, korte aar (vooral onderaan meestal minder dichtbloemig), aan de voet afstaand behaard, bloemkroon bruinachtig, helmdraden witachtig.

Vruchten:

* Grote weegbree: Doosvruchten met 4 of meer zaden.
* Getande weegbree: Doosvruchten met 12 tot 26 zaden, meestal tussen de 15 en 18, vaak steenrood, de deksel van de vrucht onderaan bedekt door de toppen van de kelkslippen.

Biotoop:

* Bodem: Grote weegbree: Zonnige, open plaatsen op vochtige tot matig droge, matig voedselrijke tot vaak voedselrijke, omgewerkte of betreden grond.
Getande weegbree: Zonnige, open, 's winters vaak onder water staande en 's zomers droog vallende plaatsen op vochtige tot vaak natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, vaak kalkhoudende, verdichte grond. Ook op brakke grond.
* Groeiplaatsen: Grote weegbree: Stukgetrapte weilanden, omgewerkte grond, bermen, voetpaden, belopen grasvelden, ruderale plaatsen, speelvelden, recreatieterreinen, parken, akkers, duinvalleien, uiterwaarden, waterkanten, langs kreken en drinkpoelen en afgravingen.
* Getande weegbree: Akkers, open plekken in grasland, duinvalleien, uiterwaarden, waterkanten, ruderale plaatsen, natte delen van afgravingen en omgewerkte grond.

Verspreiding:

* Wereld:

~ Grote weegbree: In alle werelddelen en klimaten, in de tropen meer in gebergten.
~ Getande weegbree: Plaatselijk in Europa, maar ook in andere werelddelen.

* België:

~ Grote weegbree: Algemeen.
~ Getande weegbree: Vrij algemeen.

* Nederland:

~ Grote weegbree: Algemeen.
~ Getande weegbree: Vrij algemeen.

Bijzonderheden:
De plant kan heel goed tegen betreding en kan daardoor heel goed langs wegen en paden groeien, het is een van de meest voorkomende kruiden.
Het is door Europeanen over de hele wereld verspreid en ook bekend als het voetspoor van de blanke. De bloemen zijn groen de plant heeft dan ook geen insecten nodig voor zijn voortplanting het is een, zogenaamde, windbestuiver.


Smalle Weegbree:
(Plantago lanceolata L.)

 

Plantago lanceolata of smalle weegbree, wordt tien tot veertig cm hoog. De smalle donkergroene lancetvormige bladeren hebben drie tot zeven in de lengte evenwijdige nerven, en vormen een wortelrozet. Afhankelijk van de omringende vegetatie kunnen de blaadjes lang en spits zijn of korter en breder. De ongebladerde bloeistengel is gegroefd en eindigt in een aar waaruit piepkleine bloempjes komen.
Dit wel bekende "on" kruid is meestal niet zo geliefd door de tuinier, omdat hij zich snel vermeerderd door zijn honderden zaadjes. Maar, als je weet wat voor goeds dit plantje kan doen, krijgt het misschien ook wel een plaatsje in jouw tuin?

Kenmerken:
Winterharde, 5-50cm hoge plant. Alle bladeren komen samen in een wortelrozet, lancetvormige, met uitstekende bladnerven. Bloemensteel rechtopstaand, aarbloem = cilindervormig.
Bloemenkroon bruinachtig, 2 - 3mm breed met ver uit de bloem naar buiten hangende helmknoppen.
Bloeitijd; mei – september.
Smalle Weegbree is een zeer veilig toe te passen kruid, ook voor kinderen en ouderen.

"De instant jeukverdrijver":
Het sap van een fijngewreven blaadje smalle weegbree doet wonderen bij een insectenbeet of een brandnetelprik. De irriterende jeuk verdwijnt direct. Dit is een ideale tip voor wandelaars want het groeit haast overal in de wegberm, boskant en weilanden.

"Voor de hoest":
Siroop of thee van de smalle weegbree is een uitstekend hoestmiddel tegen droge hoest, het verminderd de hoestprikkelingen en werkt slijmoplossend. Smalle weegbree bevat een natuurlijk antibioticum en de siroop is ideaal voor kinderen omdat het een smakelijke siroop is.
Voor de siroop of thee gebruik je enkel het blad, dat je oogst in mei-juni (voor het zaad rijp is).
In busseltjes hangen en goed laten drogen op een droge, warme en propere plaats.

* Thee: 1 eetlepel kleingesneden blad per kop kokend water. 5 minuten laten trekken, zeven en klaar.

* Siroop: Een sterke thee zetten van 2 eetlepels klein gesneden blad per kop kokend water, 15 minuten l aten trekken en dan zeven. Per deel thee een deel suiker toevoegen (het beste zijn ongeraffineerde suikers zoals bvb. rietsuiker) en op een zacht vuur laten indikken. In propere flessen gieten, goed afsluiten, en je hoestsiroop voor de winter is klaar. Een doeltreffend en goedkoop middel voor je kruiden huisapotheek. Zo zie je dat dit "on"kruid een echt nuttig en geneeskrachtig kruid is.

* In salade: Het jonge frisse blad van de smalle weegbree door de salade is een goede afwisseling in het menu.
De actieve plantenstoffen bouwen een bescherming op tegen infecties en bacteriën.

Beschikbaarheid: mei - september.

Hoogte: tot 40 centimeter.

* Benamingen:

~ Nederlands: Smalle weegbree
~ Engels: Ribwort Plantain
~ Frans: Plantain lancéolé
~ Duits: Spitzwegerich
~ Wetenschappelijk: Plantago lanceolata
~ Familie: Weegbreefamilie, Plantaginaceae

Beschrijving:

* Afmeting: 10 tot 80 cm.

* Levensduur: Overblijvend.

* Bloeimaanden: Mei t/m september.

* Wortels: Wortelstok met vaak meer koppen (1 plant met verscheidene rozetten).

* Stengels: Rechtop.

* Bladeren: Een wortelrozet, al dan niet behaard, gesteeld, 3 tot 7 nerven, lijnvormig tot langwerpig, niet of nauwelijks getand, sterk geribd, schutbladen meestal droogvliezig, eirond, toegespitst en kaal.

* Bloemen: Een korte eivormige tot cylindrische aar op een geribde 5-kantige steel, bloemen 4-tallig, doorschijnend, de slippen spits, bruinig, 2 tot 4 mm, meeldraden lang, lichtgeel, 4 kelkslippen, het lijken 3 doordat de beide voorste vergroeid zijn.

* Vruchten: Doosvruchten met 2 of 3 zaden.

Biotoop:
Bodem: Zonnige, open tot grazige plaatsen op droge tot vochtige, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende grond.
Groeiplaatsen: Dijken, grazige duinvalleien, oevers, omgewerkte grond, braakliggende grond, akkers, bermen, plantsoenen, ruderale plaatsen, tussen stoeptegels, zinkweiden, dijkbeschoeiingen en niet te zwaar bemest hooiland.

Verspreiding:

* Wereld:

~ Alle werelddelen, in gematigde gebieden en hier en daar in de tropen.
~ Smalle weegbree waaide uit Europa en West Azië.

* België:

~ Algemeen.

* Nederland:

~ Algemeen.

Een kruid dat iedereen kent, het volgt de mensen op hun weg en is ieder tot nut die de moeite neemt aandacht te schenken aan deze bescheiden weldoener van de mensheid.
Het mooie van Weegbree is dat je het altijd vindt wanneer je het nodig hebt.
Medicinaal worden de bladeren gebruikt, meestal in de vorm van een thee, tinctuur of kompres.

Toepassing luchtwegen:

Smalle Weegbree is zeer actief werkzaam tegen allerlei ziekteverwekkers die voor ellende kunnen zorgen in de luchtwegen, na wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het kruid succesvol in de aanval gaat bij ziekten veroorzaakt door o.a. strepto - en stafylokokken.
Naast deze antisceptische werking, versterkt de Smalle Weegbree ook het longweefsel omdat de plant veel silicium bevat en voert het slijm af en verzacht het door de vele slijmstoffen die de plant bezit. De thee en de tinctuur dan ook worden gebruikt bij (chronisch) hoesten, bronchitis, astma, kinkhoest. Vooral binnen de homeopathie wordt Smalle Weegbree ook gebruikt bij allerlei allergische klachten.
Voor klachten van de luchtwegen wordt meestal de thee of de tinctuur gebruikt.

Toepassing huid:
Een zeer goed wondkruid, ook bij snij - en steekwonden, zeer bloedstelpend en desinfecterend, dus ook van nut bij kleine zweertjes. Uitwendig kan men de gekneusde verse bladeren als een kompres op wonden plaatsen, maar ook een doek gedrenkt in de thee of verdunde tinctuur ( hiervoor weer 40 druppels tinctuur op een halve liter gekookt en wat afgekoeld water) werkt zeer goed als kompres. Zeer bekend is de werking van Smalle Weegbree bij Brandnetelprikken, snel met het gekneusde Weegbreeblad over de pijnlijke plekken en de pijn en jeuk is zeer snel verdwenen, net zo goed werkt het bij insectenbeten, dan kan men ook de eerder genoemde kompressen toepassen.

Omgeving:

In heel europa op velden ,wegbermen en op braakliggend land Geneeskrachtige delen; verzamel het blad in de bloeitijd .Het bevat slijm,looistoffen, saponien en het glycoside aucubine.

Toepassing:

Smalle weegbree is geschikt bij alle aandoeningen van de ademhalingsorganen zoals hoest ,astma en bronchitis maar ook als wondkruid bij verwondingen.
Leg voor dat laatste de verse geplette bladeren op de wonde.
Het versgeperste sap kun je theelepelsgewijs innemen.

Thee; zet 1 kopje van 2 theelepels van de gedroogde plant en laat 5 minuten trekken.
Voor bereiding van de siroop laat je het verse blad gisten met suiker.


Ruige Weegbree:
(Plantago media L.)

Bloeitijd: mei - augustus (-september).
Bloem: fraai lila.

Hoogte: tot 50 centimeter.

* Benamingen
Nederlands: Ruige weegbree
Engels: Hoary Plantain
Frans: Plantain moyen
Duits: Mittlerer Wegerich
Wetenschappelijk: Plantago media
Familie: Weegbreefamilie, Plantaginaceae

* Beschrijving
Afmeting: 30 tot 45 cm.
Levensduur: Overblijvend.
Beschikbaarheid: mei - september
Wortels: Een penwortel.
Stengels: Grijsachtig, vrij sterk behaard.
Bladeren: Meestal 1 bladrozet, vaak plat op de grond, bladeren langwerpig - eirond, een gave rand of zwak getand, 7 tot 9 nerven, gekromde haren, naar de voet in een heel korte steel versmald.
Bloemen: Aren rond, 2 tot 6 cm, veel
korter dan de aarsteel, wel langer dan de bladeren, geurend, bloemkroon 4 mm met witte kroonslippen, meeldraden wijd uit de aar stekend, paarsachtig roze, helmknoppen krijtwit tot lila.
Vruchten: Doosvruchten met 2 tot 5 zaden.

* Biotoop
Bodem: Zonnige plaatsen op matig droge tot vochtige, matig voedselarme tot matig voedselrijke, kalkrijke grond.
Groeiplaatsen: Rivierdijken, kanaaldijken, hellingen, bermen, spoorbermen, gazons, zandige ruggen in uiterwaarden, kalkgrasland en rivierduintjes.

* Verspreiding
Wereld: Een groot deel van Europa, oostelijk tot Midden Siberië. Ingevoerd in Oost Azië, Noord-Amerika en Nieuw-Zeeland.
België: Vrij zeldzaam.
Nederland: Tamelijk zeldzaam.
! Door toedoen van de zeldzaamheid van deze Ruige Weegbree is het uiterst geraadzaam om deze plant rustig te laten gedijen. (= Afblijven a.u.b.)!

Hertshoornweegbree:
(Korte samenvatting)

* Benamingen
Nederlands: Hertshoornweegbree
Engels: Buck's-horn Plantain
Frans: Plantain corne de cerf
Duits: Hirschhornwegerich
Wetenschappelijk: Plantago coronopus
Familie: Weegbreefamilie, Plantaginaceae

* Beschrijving
Afmeting: 5 tot 30 cm.
Levensduur: Eenjarig, meerjarig of overblijvend.
Beschikbaarheid: Mei t/m september.
Stengels: Vrij kaal tot vrij sterk behaard, aarstelen rond, meestal wijd boogvormig uit staand.
Bladeren: Recht opzij tot schuin
omhoog, lijnvormig, 1 duidelijke nerf, grote bladeren met een veervormige nervatuur, vaak met langwerpige, naar de voet versmalde zijslippen, die weer zeer kleine aanhangseltjes kunnen hebben (veerspletig), schutblaadjes eirond, aan de top priemvormig samengetrokken (een verschil met andere soorten weegbree).
Bloemen: Aren knikkend voor de bloei, zelden langer dan 0,5 dm, 4 kelkslippen, de bovenste 2 gekield, op de kiel een vliezig, gewimperd vleugelrandje, bloemen 3 mm, een behaarde buis, bleek strokleurige, doorzichtige slippen, meeldraden dof lichtgeel.
Vruchten: Doosvruchten eivormig, met hoogstens 5 zaden.

* Biotoop
Bodem: Zonnige, open plaatsen op vochtige tot droge, matig voedselarme tot voedselrijke, meestal zilte en verdichte, vaak kalkhoudende grond.
Groeiplaatsen: Groene stranden, hoge kwelders, droog grasland, betreden plaatsen, tussen bestrating, mestplekken in gras, konijnenkrabplaatsen, veepaadjes, mierenbulten, voegen van zeedijken, langs duinpaden, duinvalleien , langs kreken en brakke, steile slootkanten.

* Verspreiding
Wereld: West-Europa, rondom de Middellandse Zee en Zuidwest Azië.
Ingevoerd in Amerika en Australië.
België: Vrij algemeen langs de kust.
Nederland: Vrij algemeen langs de kust.

Literatuur:

* Meijden, R van der: Heukels' flora van Nederland, 22ste druk - Groningen 1996.
* Pelser, P: De ontmanteling van de helmkruidenfamilie (Scrophulariaceae).
* In Gorteria: Tijdschrift voor onderzoek aan de Wilde Flora, jaar 29 - 5, 20 oktober 2003.
* Weeda. E.: Nederlandse Oecologische Flora deel 3 - 1988.