|
  

  




* Wolfsmelk:
Met zijn 300 geslachten
en bijna 2000 soorten is de wolfsmelkfamilie de op 3 na grootste plantenfamilie.
Het voornaamste verspreidingsgebied ligt in tropisch Amerika en Zuid-Afrika. Ze
komen ook nog voor in tropische en subtropische gebieden van andere werelddelen.
Slechts een paar geslachten zijn inheems in de gematigde zones van het
noordelijk en zuidelijk halfrond. Een gemeenschappelijk kenmerk is dat ze allen
een melksap bevatten, vandaar ook hun naam wolfsmelk.
Op grond van hun levensvorm kunnen we het wolfsmelk geslacht in verschillende
groepen onderverdelen:
eenjarige soorten, overblijvende vaste planten soorten, succulente kamerplanten,
e.a.

In België en in
Nederland komen enkele soorten in het wild voor zoals Euphorbia helioscopia.
Het is een uiteenlopende groep maar allen vormen aantrekkelijke schutbladeren.
Enkele tuinrassen zijn bij ons wintergroen. Sommige soorten prefereren een
vochtige, andere dan weer een droge standplaats.
In de Benelux komen een tiental soorten voor, alle kruidachtig.
Een algemeen onkruid op bouwland en in tuinen is kroontjeskruid(E. helioscopia),
een 5-30 cm hoog eenjarig plantje met een meestal vijfstralig scherm, waarvan de
stralen weer cumeus vertakt zijn (mei-herfst).
De randklieren van het cyathium zijn ongeveer elliptisch.
Een ander algemeen onkruid is de 7-30 cm hoge tuinwolfsmelk(E. peplus), waarbij
het scherm driestralig is (juli-herfst) en de randklieren zijn voorzien van twee
naar buiten gekeerde horens.
Heksenmelk(E. esula) komt voor in wegbermen, langs dijken en spoorlijnen, in de
uiterwaarden en in de duinen. Deze 30-70 cm hoge soort heeft sikkelvormige
randklieren en veelstralige schermen (mei-juli, soms later).
De soort is inheems in Europa en het gematigde deel van Azië. Inmiddels is hij
door toedoen van de mens in alle werelddelen te vinden, met uitzondering van
Australië. De plant heeft negatieve effecten op de plaatselijke plantengroei
doordat hij zijn buurplanten gemakkelijk overschaduwt en tevens met hen om water
en voedingsstoffen concurreert. Hij scheidt bovendien bepaalde toxinen af die de
groei van dichtbij staande planten remt.
In 2001 werd heksenmelk door de IUCN uitgeroepen tot een van de 100 soorten die
het meest schadelijk bleken te zijn voor de biodiversiteit in andere
ecosystemen.
 

Euphorbiaceae:
Wolfsmelk is een verzamelnaam voor alle Euphorbiaceae. Ze bevatten alle,
zonder uitzondering, melksap dat giftig is, soms zelf dodelijk.
Wolfsmelk is een goed gekozen naam voor een hele reeks bekende en minder
bekende tuinplanten. Sommige soorten wolfsmelk slaan onmiddelijk toe om
opengevallen plaatsen in de border te veroveren. Verder zijn de planten
onschuldig van aard hoewel sommige mensen gevoelig zijn voor het melksap
wanneer de huid daarmee in aanraking komt.
Wolfsmelk of
Euphorbia heeft niet alleen een kleurrijke en opvallende bloeiwijze; het
zijn ook heel decoratieve planten door de grijsgroene, blauwgroene en vooral
lijnvormige bladeren die soms merkwaardig op de stengel geplaatst zijn.
Wolfsmelk heeft een warme en vooral zonnige plaats in de tuin nodig.
Euphorbia
polychroma:

Euphorbia polychroma bloeit van april tot ver in mei. Het is een echte
voorjaarsbloeier. De bloei valt gelijk met de voorjaarszonnebloem (Doronicum)
en is daarmee in de border goed te combineren. De bloemen zijn hel
zwavelgeel. Bladeren en bloemen staan in dichte kransen bij elkaar.
Verscheidene planten bij elkaar gezet vormen pas echt een mooie, compacte
groep in de border. De hoogte en breedte van deze plant is zo'n 50 cm. De
bladeren zijn mooi frisgroen.
Vermenigvuldiging gebeurt door delen of scheuren van de plant.
Deze wolfsmelk is goed te combineren met grijsbladige planten of planten die
blauw bloeien.
Euphorbia cyparissias:

Euphorbia cyparissias komt in het wild voor. In heel Europa is de plant te
vinden op droge, zandige gronden. Het melksap is giftig. Het is een goede
bodembedekker die zichzelf door uitzaaien verspreidt. De bladeren zijn iets
groenblauw gekleurd en bevinden zich beneden de mat citroengeel gekleurde
bloemen. De bloemen staan op lange stengels en zijn schermvormig. De
bladeren zijn smal lijnvormig. Na de bloei blijft het blad lang mooi en
fris.
Deze wolfsmelk groeit goed in de schaduw of halfschaduw. Op een lichte en
humusrijke grond groeit de plant ongebreideld uit. Een mooie combinatie is
te maken met vrouwenmantel (Alchemilla mollis).
De kleine handvormige bladeren en de licht olijfgroene kleur van de
vrouwenmantel passen er heel fraai bij.
Euphorbia
characias:
(ondersoort wulfenii)

De
hoge en bossige Euphorbia characias ssp. wulfenii heeft bijna net zo'n lange
naam als de duur van zijn bloei. Vanaf mei tot ver in oktober zijn de
bloemen zichtbaar. Vroeg in de zomer staat deze wolfsmelk op z'n hoogtepunt
van bloei. De lichtgele bloemen zitten geborgen in ronde kleine groene
tuilen. De bladeren zijn afhangend smal lijnvormig en staan gekranst rondom
de stengel. Het is wat je noemt een 'architectonische plant'. Elke stengel
met bladeren en bloemen staat apart. Aan de tweejarige stengels komen het
ene jaar grijsgroene bladeren en het jaar daarop komen daarbij de bloemen.
Deze wolfsmelk wordt wel anderhalve meter hoog en één meter breed. Op een
humusrijke grond groeit te plant het beste. Mooie combinaties zijn te maken
met Ligularia, Epimedium en hoog groeiende Hosta-soorten. In het najaar
verkleuren het blad en de bloemen naar roestbruin-geel.
Ook dan is deze wolfsmelk van een bijzondere schoonheid.
Euphorbia
mellifera:

Euphorbia mellifera is buitengewoon fraai. De plant is moeilijk
verkrijgbaar. Het is een bossig groeiende plant met smalle lijnvormige
bladeren en een opvallende gele middennerf op het blad. De plant groeit
alleen maar op een warme en beschutte plaats in de tuin. Tegen een muur op
het zuiden zal deze wolfsmelk het uitstekend doen. Door z'n flinke hoogte
van 150 - 200 cm en een breedte van 150 cm is een ruime plaats nodig. De
bol-schermvormige bloemen zijn bruinoranje gekleurd. Daaronder bevinden zich
de bladeren in een krans rond de stengel. Bloem en bladeren lijken in hun
verschijningsvorm wel wat op een ster. De plant moet volop zon en ruimte om
zich heen hebben om goed te kunnen uitgroeien. Pas dan komt deze fabelachtig
mooie wolfsmelk goed tot z'n recht.
Euphorbia
lathyrus:

Euphorbia lathyrus komt vaak spontaan als ongenode gast te voorschijn.
Waarschijnlijk meegevoerd door compost of tuingrond verspreidt de plant zich
tot ver boven de grote rivieren. Deze wolfsmelk komt in Limburg vaker in het
wild voor. Oorspronkelijk komt deze wolfsmelk uit Zuid-Europa. Wanneer de
plant niet bewust gezaaid is, komt er meestal maar één exemplaar in de tuin
voor. Een grote groep gezaaide planten is een sierlijke aanwinst in de tuin.
Het is een tweejarige plant.
In het eerste jaar wordt de bruingroene stengel gevormd, waaraan kruisgewijs
de lancetvormige, diepgroene bladeren komen. In het tweede jaar komen er
onopvallende gele bloemen, waaruit na bevruchting een kogelvormig groengeel
vruchthuis ontstaat. De vruchten zijn giftig.
De plant wordt 50 - 100 cm hoog. Wanneer de vruchten in augustus rijp zijn,
schieten ze spontaan uit het vruchtomhulsel. Dit gaat gepaard met een
duidelijk hoorbare knal. Het wegschieten van de rijpe vrucht gebeurt in de
namiddag en is een gevolg van verandering in temperatuur. Het gevolg daarvan
is dat een volgend jaar de plant op de meest onverwachte plaatsen in uw tuin
te voorschijn komt.
Euphorbia
fulgens:

Euphorbia fulgens komt van oorsprong voor in Mexico. De plant is familie van
de kerstster, officieel bekend als Euphorbia pulcherrima. Euphorbia fulgens
mag rekenen op een warme belangstelling.
De compacte trossen lenen zich uitstekend voor exclusieve, gemengde
boeketten.
De planten zelf zijn moeilijk te houden.
De bloeiwijze van Euphorbia fulgens kent twee belangrijke schimmelbelagers,
die problemen in de teelt veroorzaken: Botrytis cinerea en Penicillium.
Botrytis cinerea geeft schade in de vorm van smet of pokken, die op de
bloemblaadjes verschijnen.
Dit zijn kleine donkerbruine-zwarte plekjes van ongeveer 1 mm doorsnede.
Deze schimmel geeft met name problemen in de teelt wanneer de
luchtvochtigheid hoog is, omdat de schimmel vocht nodig heeft om aantasting
te geven.
Penicillium komt met name voor in de bloemhartjes van Euphorbia fulgens en
vormt daar een dicht grijsgroen schimmelpluis. In de bloemhartjes bevindt
zich nectar en dit is een goede voedingsbodem voor Penicillium.
In de praktijk worden verschillende teeltmaatregelen genomen om aantasting
door Botrytis cinerea en Penicillium te beperken. Een aantal bedrijven
kiezen ervoor om zo droog mogelijk te telen waardoor Botrytis cinerea minder
kans krijgt. Een andere groep probeert juist door het afsproeien van de
bloemen de nectar te verwijderen waarbij Penicillium minder kans heeft. Het
moge duidelijk zijn dat deze laatste maatregel Botrytis cinerea juist meer
kans geeft omdat de luchtvochtigheid in het gewas zal toenemen.
In het onderzoek is gekeken naar de beste teeltmaatregel tegen Botrytis
cinerea en Penicillium. Daarnaast is onderzocht wat de huidige mogelijkheden
voor biologische bestrijding voor Botrytis cinerea en Penicillium zijn.

Alhoewel er veel
verschillende soorten wolfsmelk zijn, gebruikten de heksen in hun
heksenzalven meestal de Euphorbia helioscopia of kroontjeskruid. Behalve
kroontjeskruid noemt men de plant ook wel heksenmelk en deze naam spreekt voor
zichzelf.
Volgens Plinius komt de naam Euphorbia van Euphorbius, de lijfarts van koning
Juba II, koning van Maurethanië rond 50 voor Christus. Deze arts nam al proeven
met wolfsmelk om te zien op welke wijze deze plant in de geneeskunde gebruikt
zou kunnen worden. Het gedroogde melksap werd in vroeger eeuwen gebruikt ter
genezing van TBC-patiënten en als deze gevaarlijke behandeling succes had, namen
ze weer voldoende voedsel op. Tot een vijftiental jaren geleden werd onder de
naam euphorbium nog wel gedroogd melksap in de apotheek gebruikt.
Er werd aangenomen dat de heksen het melksap inkookten, om er dan adders in te
doden en het bekomen mengsel gebruikten om er zalven en drankjes van te brouwen.
Ook de alchemisten gebruikten grote hoeveelheden wolfsmelk, omdat het volgens
hen een zilvermakende plant was. Het witte melksap heeft tot deze
veronderstelling geleid.
Ook om wratten te verwijderen gebruikte men het wolfsmelksap.
Men moest dan wel de plant plukken voor zonsopgang terwijl men riep: "Gaat allen
mee, gaat allen mee".
* Algemeen
bekeken:
Eigenlijk vallen alle
euphorbiaceae onder de noemer wolfsmelk.
Zonder enige uitzondering
bevatten ze allemaal het zeer, soms zelfs dodelijk, giftige melksap.
Andere namen zijn Kroontjeskruid en Heksenmelk, de laatste naam spreekt voor
zich. De naam wolfsmelk houd verband met de bijtende, branderige smaak die even
pijnlijk is als een wolfsbeet. Er zijn vele toepassingsmogelijkheden voor
wolfsmelk, maar natuurlijk wel in de juiste hoeveelheden en op de juiste manier.
In de homepathie bijvoorbeeld word het gebruikt tegen diarree en bij
huidaandoeningen, in diergeneeskunde woerd het ingedikte sap op pleisters
gebruikt en in de volksgeneeskunde werd het gebruikt voor tandpijn en tegen
wratten.

    

|