Ajuin -
Juin -
Ui:
De naam ui (Allium
cepa) (ook wel "ajuin" of "juin" genoemd in Zuid-Nederland en
Vlaanderen) wordt meestal gebruikt voor Allium cepa, ook de tuinui
genoemd. Het is een plant uit de lookfamilie (Alliaceae).
Uien hebben een sterke smaak en geur, die verminderen bij verhitting. Ze
hebben in het algemeen een papierachtig buitenste vel over een gelaagde
kern. Ze worden wereldwijd gebruikt in de keuken, en bestaan in allerlei
vormen en kleuren.
De
ui is een bolgewas en is verwant aan de Sint-Jansui, prei, bieslook en
knoflook. Deze bolgewassen slaan voedsel op in een bol die de winter
overleeft en daardoor kunnen ze als eerste planten in de lente boven de
grond komen en bloemen vormen en zich voortplanten. Bolgewassen bevatten
veel suiker, waardoor ze niet snel doodvriezen en lang zonder voedsel
kunnen.
Aloë
Vera:
Aloë Vera is één van de oudste en meest bekende heilzame planten ter
wereld.
Al 6000 jaar wordt zij door de mens gewaardeerd om het heilzame effect
dat zij heeft op de gezondheid van mens en dier.
De eerste serieuze beschrijving van het gebruik vinden wij in de
Egyptische Papyrus Ebers, een medische beschrijving van vele
ziektebeelden en hoe deze te behandelen, die werd geschreven circa 1550
voor Christus. Daarin wordt Aloë Vera twaalf maal vermeld voor zowel in~
als uitwendig gebruik.
In het begin van onze jaartelling werd door de Griekse arts Dioscorides,
die jarenlang in dienst van de Romeinen met de legioenen was
opgetrokken, het boek ‘De Materia Medica’ geschreven. Hij gaat daarbij
zeer enthousiast in op de kwaliteiten die hij aan deze plant
toeschrijft, bij het gebruik voor allerlei in– en uitwendige ongemakken.
Hij prijst de Aloë om zijn gezondheid bevorderde eigenschappen.
In de Middeleeuwen was het zeker één van de meest gebruikte ‘heikruiden’
voor het bevorderen van de gezondheid. Er was echter een probleem; je
moest altijd de hele plant in de buurt hebben, want nadat het blad van
de plant is gesneden, verliest de gelei in het blad al binnen enkele
uren haar heilzame eigenschappen doordat het zich verbindt met zuurstof
uit de lucht.
In 1968 is Bill C. Coats er als eerste in geslaagd de gel te
stabiliseren door er natuurlijke antioxidanten aan toe te voegen in de
vorm van Vitamine C en E. Nu kan de gel vier jaar bewaard worden in een
container en bij opening is zij nog net zo effectief als het verse blad.
Alruinwortel
~ Mandragora:
De alruin ofwel Mandragora officinarum, is afkomstig uit Palestina en
het Nijldal.
De plant heeft een warm klimaat nodig om zich in stand te
houden.
De vruchten die de vorm hebben van een appeltje werden door de
Egyptenaren evenzeer gewaardeerd als de speciale wortel van de plant.
De
ware naam is in feite "mardon ghiah" wat "manswortel" betekent.
De
wortel wordt gezien als een erotisch symbool en wordt daardoor "fallus
der velden" genoemd.
De mandragora zou liefde opwekkende eigenschappen
bezitten.
De Egyptenaren hadden zelfs een gebed waarin ze de God Ra
bedankten voor deze plant.
Alsem ~
Absint ~
Absinthe:
Absint, het
mysterieuze groene goedje waarrond een alom gevreesde mythische legende
schuilt.
Verhalen
over hallucinaties, over verslaving, over vergiftiging, over absintisme..........over
dood. (Een ware "heksenjacht")!
Op datum van 23 februari 2005, verscheen in het Belgisch Staatsblad de
goedkeuring van een wet tot afschaffing van andere wetten. In die wet
vinden we onder andere artikel 7: "De wet van 25 september 1906 waarbij
het vervaardigen, invoeren, vervoeren, verkopen, alsmede het ter verkoop
in voorraad hebben van alsemlikeuren is verboden,
werd opgeheven"!
Met andere
woorden, absint is terug legaal in België.
In bijna een volledig verstreken eeuw werd de drank zo goed als compleet
vergeten
in ons landje.
De Nachtuil introduceert de Belg terug met absint, de vermaarde heksen-
en pagandrank bij uitstek!
De fundamenten hiervoor zijn ontstaan uit de passie voor de groene fee,
de inhoud ervan en de kracht van haar magie. Voor wie eenmaal verleid is door haar
mystiek, onthult ze haar hemelse smaak en streelt ze de smaakpapillen
van de hopeloos verliefde wiens wereld voor eeuwig en altijd verandert
en weer groen wordt gekleurd.
Laat je verleiden en treedt haar wereld binnen...ontdek de magische
rituele
wereld van de Groene Fee!
Belladonna:
Belladonna is een
veelbesproken heksenkruid.
Om hierover meer te weten te komen zie
"Wolfskers".
Door HIER
op "Belladonna" te klikken, kom je automatisch terecht in de pagina
onderaan van
"Wolfskers"!
Berenklauw:
Het sap van
deze planten bevat een bijtende stof die in combinatie met zonlicht
reageert als een zuur. Er ontstaan rode, jeukende vlekken die enkele
uren later overgaan in een scherp begrensde ontsteking van de huid met
zwelling en blaarvorming. Deze letsels kunnen er uitzien als echte
brandwonden en genezen slechts traag. Na genezing kunnen ze een
bruinverkleuring van de huid achterlaten. Als het sap in de ogen
terechtkomt, kan permanente blindheid ontstaan. Het sap van de
berenklauw is ook giftig! Er zijn al mensen gestorven nadat ze een
kleine hoeveelheid van het giftige berenklauwsap inslikten.
Bernagie:
Bernagie- of
Borage-olie bevat een hoog gehalte aan Gamma-linoleenzuur (GLA) evenals
zink, magnesium, vitamine B6 en biotine. Als een van de voornaamste
natuurlijke bronnen van GLA heeft Borage-olie een grote vlucht genomen
in de voedingssupplementen industrie.
Een aftreksel kan enkele malen per dag als thee worden gedronken tegen
reuma, nierontstekingen, ter bevordering van urine-afdrijving, en tegen
borst- en slijmvliesontstekingen. Dosering: twee eetlepels bloemen met 1
liter water, even koken en laten trekken. De werking is twijfelachtig.
In wijn zouden de bloembladen helpen tegen neerslachtigheid. Reeds bij
de Grieken stond de plant om zijn opbeurende werking bekend.
Bijvoet:
Bijvoet is een
inheemse plant met paarsachtige stengels, donkergroene bladeren en
kleine gele bloemen, die vaak in het wild groeit.
In
de Middeleeuwen meende men dat bijvoet bescherming bood tegen hekserij
en de duivel.
De plant groeit langs paden en karrensporen en staat mensen bij op hun
"levenspad".
Bijvoet hoort tot dezelfde familie als dragon en alsem. Het werd vroeger
veel als kruiderij gebruikt, vooral bij bereiding van vet vlees, alsook
bij het bereiden van gevogelte.
Ze hoort thuis in de composieten familie. Een familie die van oudsher
kruiden levert die goed zijn voor de spijsvertering. Dat is ook meteen
waarvoor de bijvoet gebruikt werd. Als toekruid bij zwaar verteerbare
gerechten. En niet te vergeten: ze was en is een waardevol ingrediënt
van vele kruiden- en maagbitters en likeuren.
Bijvoet behoort tot de kruiden die sinds mensenheugenis een rol spelen
in magie en geneeskunde. Men maakte er een drank van die de levenskracht
zou opwekken. Ook werd er een smaakstof voor bier aan onttrokken. De
bijvoet groeit langs heggen, in bermen en op stortplaatsen.
De faam als geneeskrachtig kruid vindt zijn oorsprong in middeleeuws
bijgeloof. Het kruid werd gebruikt om reizigers te beschermen tegen boze
geesten en wilde dieren. Met Bijvoet in de schoenen kon men voettochten
maken zonder dat de voeten moe werden, vandaar de naam bij~voet. Ook
heden wordt het nog wel gebruikt als additief in voetbaden.
Klik hierboven op de titel om nog veel meer te weten te komen over dit
belangrijk heksenkruid.
Bilzekruid:
Hyoscyamus niger in Latijn. Ook benamingen als: heksenkruid,
zigeunerkruid en profetenkruid. Het is familie van de
nachtschadegewassen en groeit één- tot tweejarig. Bilzekruid behoort tot
één van de meest giftige planten die in het wild voorkomen.
Bij inwendig
gebruik heeft de plant een dodelijk effect.
In de geneeskunde wordt
enkel een homeopatisch middel op basis van bilzekruid toegepast.
Blaaswier:
In 1811 ontdekte Courtois hoe hij uit blaaswier jodium kon bereiden.
Door de as van verbrande zeealgen, dat eerst gemengd werd met
geconcentreerd zwavelzuur, te verhitten, ontweken daaruit violette
dampen. Door de dampen nu af te koelen, ontstonden jodiumkristallen.
In 1862 stelde Duchesne-Duparc vast, dat blaaswier de vetopstapeling
in het lichaam tegenwerkt.
Zie maar de diverse producten die in de dieetwinkels aangeboden
worden ter bestrijding van vetopstapeling en (of) zwaarlijvigheid.
Boerenwormkruid:
Volgens de Griekse mythe werd het kruid gebruikt om Ganymedes onsterfelijk
te maken, nadat Zeus een oogje op hem had laten vallen. Op de berg Olympus
werd hij vervolgens de waterdrager voor de goden (Aquarius) en de minnaar
van Zeus.
Boerenwormkruid werd vroeger veel gebruikt, zowel culinair als medicinaal,
maar is volledig in onbruik geraakt. In de keuken was het een vervanger voor
het zeer dure nootmuskaat en foelie.
Medicinaal zou het bloedzuiverend en wormverdrijvend werken. Vroeger werd
het "koekskeskruid" genoemd en werd in pannenkoeken verwerkt.
Het was een welkome aanvulling op een arm dieet in die tijden. Alleen de
jonge blaadjes zijn bruikbaar, de oudere zijn te hard en tamelijk
giftig.
Citroenkruid:
Andere planten die
soms met deze naam worden aangeduid zijn: citroenmelisse en citroengras.
Citroenkruid (Artemisia abrotanum) is een bossig struikje, dat behoort
tot de Composietenfamilie. De plant komt van nature voor in Zuid-Europa
en is in grote delen van de meer noordelijk gelegen gebieden van Europa
geïntroduceerd.
Citroenmelisse:
Citroenmelisse
(Melissa officinalis) is een vaste plant die tot de lipbloemenfamilie (Lamiaceae)
behoort. De plant ruikt naar citroen. De plant groeit voornamelijk in
Zuid-Europa, maar is in meer gematigde streken als Nederland en België
eenvoudig te vermeerderen aangezien de plant 's winters door middel van
wortelstokken voortleeft. De plant wordt circa 0,5 m hoog.
Dille:
Dille (Anethum
graveolens) is een plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
Uit dezelfde plantenfamilie komen venkel en kervel.
Dille heeft fijne, naaldachtige bladeren. Het is een kruid met een heel
verfijnde smaak. Het is de enige soort in het geslacht Anethum.
Het wordt ook gebruikt voor beschermingsmagie.
Dolik:
Lolium temulentum, een raaigrassoort met giftige zaden. Ook dit gras
wisten de heksen in oeroude tijden te onderscheiden van andere grassen
om het in hun zalven te gebruiken.
Dit raaigras wordt ongeveer 1 meter
hoog.
De zaadkorrels ervan zijn zeer giftig,
doordat er zich een soort schimmel aan vasthecht.
Ondeskundig gebruik van dit kruid kunnen doofheid
en blindheid veroorzaken.
Doornappel:
Datura stamonium. Deze Latijnse benaming duidt op
de giftigheid
van
de plant.
De naam is afgeleid van "dhatura", wat op zijn beurt weer is
afgeleid van het "sanskriet", "dhat", de naam van
een sterk werkend gif.
In de Franse taal noemt de plant endormie (slaperig).
De bijnaam
"mollenkruid" verteld ons dat men de granen ook wel gebruikt om mollen
te verdrijven.
Heksen en Inca hogepriesters dronken van het sap om in
extase te geraken en zo met de hogere machten in verbinding konden
komen.
De Nederlandse naam doornappel wijst naar de stekelige vrucht en duzelappel
heeft te maken met de bedwelmende werking van deze
giftige plant.
Drakenbloed:
Twijg of tak van de Drakenbloedboom.
Deze boom groeit aan de voet van
de Tide (vulkaan) in Tenerife.
De boom heeft de vorm van een enorme
omgekeerde paraplu.
In onze Lage Landen is drakenbloed als kamerplant te
verkrijgen in de plantenwinkels. Drakenbloed is een Beltanekruid en
wordt ook gebruikt om wierook van te maken.
Bij inwendig
gebruik is het drakenbloed giftig!
Duizendblad:
De Latijnse naam
Achillea verwijst naar de Griekse held Achilles, die met deze plant de wonden
van zijn krijgers genas nadat hij was gewezen op de bloedstelpende werking van
duizendblad.
De naam Millefolium verwijst naar de bladeren, mille betekent duizend en folium
betekent bladeren.
Dit kruid maakte
deel uit van de druïderituelen en werd in een amulet gedragen.
Gember:
Gember is een in
de keuken gebruikte specerij met een scherpe, maar voor de liefhebbers
aangename smaak. Gember wordt gewonnen uit de wortelstok van de
gemberplant, Zingiber officinale, uit de Gemberfamilie.
Gember is zeer gezond. Mensen met
klachten over slecht werkende darmen hebben er baat bij, maar de wortel
bevat veel sporenelementen die gember, naast zijn verre neven ui en look
tot één van de gezondste planten maken.
Gember wordt al generaties lang gebruikt omdat het libido door het
gebruik ervan gestimuleerd zou worden. Gember helpt tegen
erectieproblemen.
Goudsbloem:
Vroeger was geen
enkel boerenerf compleet zonder deze plant.
Goudsbloem doet het niet alleen goed als sierplant in de tuin, ook in de
kookpotten en het medicijnkastje heeft ze haar nut al bewezen.
Goudsbloem wordt geassocieerd met, hoe kan het anders, de zon en met het
element vuur, het is dan ook een mannelijke plant.
Het kruid staat dus ook voor de wil, voor passie, voor het goddelijke
binnen in je, voor energie, bescherming en heling.
Hazelaar:
In de Keltische traditie werden nabij hazelaars vaak riten uitgevoerd.
De hazelaar is het symbool van de eeuwigheid en daardoor verbonden met de
zon.
De hazelaarsstaf was namelijk een teken van gezag. Daarom is dit ook het
beste hout om er een "Wand" uit te maken. Hazelaar (zon, lucht): goed voor "Wanden" voor alle doeleinden.
Zijn noten zijn geliefd bij mens, eekhoorntjes, hazelmuizen, gaaien,
spechten en boomklevers.
Bij gunstig weer bengelen de mannelijke katjes al
in januari aan de takken.
Zij trekken zich van de winterse temperaturen
niets aan.
Heermoes:
Heermoes (Equisetum
arvense) is een plant uit de paardenstaartenfamilie (Equisetaceae). De
plant wordt ook wel 'roobol', 'akkerpaardenstaart' of 'unjer' genoemd.
Heermoes is een kosmopoliet van de gematigde en koude streken van het
noordelijk halfrond. Het is een lid van de groep planten die voor het
verschijnen van moderne planten de aarde domineerde. Soortgenoten
groeiden uit tot tientallen meters hoge 'bomen' die grotendeels de
huidige steenkoollagen vormden. Tijdens het tijdperk van de dinosauriërs
was deze plantengroep de meest voorkomende. De plant is een overlever en
was de eerste die na de uitbarsting van de vulkaan 'Mount St. Helens'
weer vaste voet op de hellingen kreeg. Ook op industriële terreinen met
zware vervuiling of uitgeputte en zwaar samengepakte grond is de plant
vaak de eerste die komt of de laatste die verdwijnt.
Heermoes of paardenstaart is net als de mossen en varens een oerplant.
In de volksmond wordt hij ook wel schaafstro of tinkruid genoemd omdat
hij gebruikt werd voor het schuren van metalen huisraad en keukengerief.
Equisetum myriochaetum (Mexicaanse heermoes, reuzenpaardenstaart of
Equisetum giganteum ) is een andere soort die veel hoger wordt (tot 12
meter), schijnt het bloedsuikergehalte omlaag te brengen.
Hennep:
Cannabis sativa, eenjarig en familie van de Urticaceae, waartoe ook
de brandnetel behoort.
Uit hennep wordt het oliehoudende zaad als
vogelvoer gebruikt en de vezel van de plant voor vervaardiging van touw.
Het hennepgewas kan tot drie meter hoog worden.
De vezels van de
Cannabis zijn beter en sterker dan die van vlas. Ze zijn ook waterwerend
en zijn daarom zeer geschikt voor gebruik in openlucht en in het water.
In de achttiende eeuw was hennep om deze reden één van de meest
belangrijke landbouwgewassen, totdat men zich zorgen ging maken om de
andere hoedanigheden van deze plant.
Herderstasje:
Het herderstasje
(Capsella bursa-pastoris).
De bovenste bloemen in de tros van het herderstasje staan schermachtig
bij elkaar.
De rozetbladeren doen enigszins denken aan die van de paardenbloem, maar
de stengelbladeren zijn gewoon enkelvoudig. Ze omvatten de stengel
steeds met twee pijlachtige slippen. De beste kenmerken van deze plant
zijn de vruchten. Deze zijn ongeveer hartvormig en lijken op een
ouderwetse herderstas.
Het herderstasje wordt weliswaar door kleine insecten bestoven, maar er
komt ook regelmatig zelfbestuiving voor. Daardoor konden zich talrijke
varianten ontwikkelen.
Het herderstasje is een uitmuntende geneeskrachtige plant. Uiterst
geschikt voor "healing".
IJzerhard:
IJzerhard of ijzerkruid is de naam van de Verbena officinalis. Het is
een vaste borderplant die de hele zomer bloeit met blauwe en roodachtige
bloemen.
In de oude kruidenboeken werd dit kruid toegewezen als
onvermoeibaar makend middel.
Alle wilde verhalen ten spijt is dit een goed en ongevaarlijk huismiddel
tegen maagpijn, diarree, gebrek aan eetlust en ook als gorgeldrank bij
een verkoudheid.
Van deze plant zijn geen schadelijke bijwerkingen gekend.
Kalmoes:
Acorus calamus, een vaste plant uit de familie van de Araceae is in
onze Lage Landen waarschijnlijk in de zestiende eeuw als stukje
wortelstok uit Oost-Azië ingevoerd.
In het Westen vormt de Kalmoes geen
vruchten (rode bessen) maar wordt de plant vermenigvuldigd door het
stekken van de wortel.
Het is een rietachtig gewas dat door de Grieken
en Romeinen gebruikt werd bij gebrek aan eetlust. Ook voor maag en
darmklachten is kalmoes bruikbaar.
Kaneel:
Kaneel wordt
gebruikt als smaakmaker in zoete gerechten, zoals appelmoes of
stoofperen, en in vele soorten gebak. Warme rijst met boter, suiker en
kaneel is in sommige gezinnen een door kinderen zeer gewaardeerd
dessert. Traditioneel wordt kaneel ook in snoep gebruikt, bijvoorbeeld
in kaneelstokken, die op de kermis nog wel verkocht worden. Kaneel wordt
sinds het eind van de twintigste eeuw ook gebruikt als smaakmaker in
thee of koffie.
Kaneel was ooit meer waard dan goud. Tegenwoordig kunnen we de
supermarkt binnenlopen en de kaneel voor een paar eurocent in een potje
kopen. Deze specerij bevat steeds meer medicinaal bewijs vanwege de
bijdrage aan een betere hersenfunctie, vermindering van cholesterol en
kalmering van de maag. Maar daar blijft het niet bij! Onderzoek geeft
aan dat kaneel helpt om gewicht te verliezen.
Karwij
&
Komijn:
Als medicinaal kruid wordt karwijzaad (Fructus Carvi) onder andere aanbevolen
bij maagklachten (winderigheid, opgeblazen gevoel, krampen) en schijnt het de
eetlust -maar ook de menstruatie- te bevorderen. Juist in (alternatieve)
medicinale informatie lijkt de verwarring tussen komijn en karwij 'zeer'
veelvuldig voor te komen.
Komijn (Cuminum
cyminum) of comino is een plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae).
De plant wordt toegepast als specerij met een lichte nootsmaak,
afkomstig van een plant met fijne smalle blaadjes die op venkel lijken.
Zwarte komijn
wordt sinds de oudheid gebruikt als geneesmiddel. Het plantendeel dat
het meest wordt gebruikt zijn de zaden, vooral de olie die wordt
gewonnen uit deze zaden. Abou Houraira heeft overgeleverd dat Mohammed
gezegd zou hebben:
"Gebruik zwarte komijn (Arabisch: habba as-sawda),
het is een geneesmiddel tegen elke kwaal, behalve de dood".
Dit verklaard dat tot op heden in islamitische gemeenschappen over de
hele wereld zwarte komijn en in het bijzonder olie gewonnen uit deze
zaden te vinden is.
Knoflook
& Bieslook:
Allium sativum. Een plant die men niet in heksenzalven zou
verwachten. Knoflook is eerder bekend als antisepticum. Volgens Porta,
een befaamde Italiaanse astroloog hoort knoflook thuis in een goed
werkende heksenzalf. De toevoeging in een bestaand mengsel zou dit
werkzamer maken.
Wie over goede grond bezit, kan de knolletjes in het
voorjaar planten om in de herfst te oogsten. Knoflook doet het goed in
zware grond.
Knoflook bevat vitaminen A, B en C. Het is bloedzuiverend.
Koriander:
Koriander is een
van de oudste keukenkruiden door de mens gebruikt, het stond reeds
vermeld in de Bijbel (het is één van de bittere kruiden die gebruikt
werden bij de rituelen van het Joodse paasfeest). Ook in de Egyptische
piramides vinden we sporen terug, de Romeinen op hun beurt gebruiken
koriander gemengd in azijn om hun vlees in te strijken dit om bederf te
voorkomen. Onderzoeken tonen inderdaad aan dat de plant schimmelwerend
en bacteriedodend is. Het plantje is
uit het Midden Oosten door de Romeinen meegebracht naar onze streken.
De warme, prikkelende
geur van koriander zet de vermoeide geest zachtjes tot actie aan. Kan
het geheugen verbeteren.
Aan koriander worden in het Verre Oosten magische krachten
toegeschreven. De zaden hebben bovendien een licht rustgevend effect en
kunnen eveneens bij migraine helpen.
Lijsterbes:
Vogels zorgen voor
de verspreiding van deze boom via het zaad in hun uitwerpselen.
De sterk begeerde vruchten werden vroeger gebruikt om vogels te vangen.
Het hout is hard en wordt gebruikt voor het maken van gereedschap, zoals
instrumenten, deurposten en in de scheepsbouw.
De boom was bij de Germanen gewijd aan de god Donar, en werd in de
eerste plaats gezien als een bron voor de genezing van vee.
Bij de Kelten was het een bijzondere boom voor de druïden, gewijd aan
godin Brigid.
Hij wordt dan ook veel aangetroffen rondom steencirkels.
De centrale kwaliteit is die van bescherming tegen betoveringen en
gevaar.
De Kelten gebruikten ook lijsterbesstokken waarin runen werden
gegraveerd.
De bessen hebben een klein pentagram, het eeuwenoude symbool van
bescherming en volmaaktheid.
Het is een magische boom die gebruikt wordt voor staven, roeden, stukje
hout in gelukbrengende amuletten, maar eveneens tegen blikseminslag en
noodweer.
Maretak ~
Heksenbezem:
Het is bekend dat in Engeland de Keltische priesters, de zogenaamde
druïden, rondom de maretak een hele cultus hadden opgebouwd, toch noemde
men het ook "Heksenbezem".
Maretakken of Heksenbezems komen veel voor op berken en de relatie
tussen berken en heksen is reeds heel oud.
De naam "heksenbezem" voor die rare takkengroeisels in berken die wel
een beetje op vogelnesten lijken komt daar ook vandaan.
Vroeger dachten de mensen dat heksen op de takken van een berk waren
gaan zitten en dat er op die plek dan rare takken gingen groeien en dat
de bezems van die heksen daar van waren gemaakt.
Maretakken zijn niet zo giftig als men denkt. Recent ontdekte men dat
het een probaat middel is tegen kankers. Het blijkt dat hiermee reeds
resultaten bereikt zijn.
Mierikswortel:
De wortel was 3000 jaar geleden al bij de Oude Grieken bekend en
wordt veel in Noord- en Centraal-Europa toegepast. In de joodse keuken
wordt hij gebruikt als smaakmaker, bijvoorbeeld bij vis. Tijdens het
Pesachfeest wordt mierikswortel gegeten als 'maror', het bittere kruid,
dat symbool staat voor de moeilijke tijd die de joden hadden tijdens de
slavernij in het Oude Egypte. In Japan is er een sterkere variant (wasabia
japonica) die niet met zuur gecombineerd wordt en een vast onderdeel van
sushi is onder de naam wasabi.
De wortel is erg populair
in de Verenigde Staten en wordt vooral in het stroomgebied van de
Mississippi rond St. Louis verbouwd.
De teelt begon hier rond 1800 door Duitse immigranten.
Mierikswortel geneest eczeem(?).
Monnikskap:
Aconitum napellus, familie van de Ranunculaceae waartoe ook de
boterbloem toe behoort. Deze fraaie borderplant kan tot wel 1 meter hoog
worden en heeft prachtige blauwe bloemen. Monnikskap is een
overblijvende plant en is vooral bekend om zijn giftigheid.
Vroeger
streek men het vergif op speer en pijlpunten.
Monnikskap overtreft het bilzekruid in giftigheid.
Men kan dus niet voorzichtig genoeg zijn met deze plant die bij inwendig
gebruik binnen de 20 minuten voor een ellendige dood kan zorgen.
Het gif van de
Monnikskap kan ook uitwendig, op de slijmvliezen toegepast, fataal zijn.
Netels:
Er
is een volksgeloof dat brandnetel de bliksem aantrekt, vandaar ook de naam
dondernetel.
Nu heeft een onderzoek aangetoond, dat op de plaats waar zeer welig de
brandnetel tiert, twee aardstralenbundels elkaar snijden. Zo'n snijpunt
is bijzonder krachtig kosmisch werkzaam en het blijkt een
punt te zijn waar de bliksem bij voorkeur inslaat.
Men zegt echter dat de brandnetel een zeer smakelijk kruid is, waarvan
men de jonge toppen in soepen, aardappelgerechten, Engelse pudding,
soufflés, groentetaarten of voor het vroeger zo bekende brandnetelbier
gebruikt. Bovendien bevat de plant veel voedingsstoffen, zoals ijzer,
magnesium en kalk.
Gebruik altijd alleen de hele jonge bladeren en stengeltoppen. Brandnetel
kan zowel alleen of in combinatie met paardenbloem, zuring, melde, zevenblad
of andere mild smakende planten als groente worden bereid.
Brandnetel smaakt ook goed als ze worden fijngehakt en vermengd met
kwark.
Ook brandnetelsoep is niet te versmaden. Surf verder in deze neteltuin
en ontdek het allemaal!
Oregano:
Oregano of wilde
marjolein wordt veel gebruikt in de Italiaanse keuken. Oregano heeft een
kruidige, licht zoete smaak en ruikt sterk. Het kruid doet denken aan
tijm en marjolein, oregano is echter scherper van smaak dan wat
marjolein is.
Oregano wordt zowel vers als gedroogd gebruikt; het kan ook in gemalen
toestand worden gekocht. Verse oregano kan een paar dagen in de koelkast
worden bewaard. De aroma van gedroogde oregano is iets sterker dan die
van de verse. Vanwege de sterke smaak kan het vrij snel gaan
overheersen; het dient dan ook met mate te worden gebruikt.
Oregano verlicht hoofdpijn en helpt ook bij menstruatiepijnen.
Paardenbloem:
Gal- en leverwerking kunnen ermee worden verbeterd en ook werken bepaalde
stoffen om suikerziekte, aderverkalking en bloedarmoede te verlichten.
De bladen van de paardenbloem kunnen aan salades worden toegevoegd, alsook
het onderste melkachtige gedeelte van de bloemstengel en (of) de wortel.
Paardenbloemen groeien op een penwortel.
De wortel is eetbaar en kan aan salades worden toegevoegd.
De wortels worden ook wel vermalen en geroosterd en kunnen.
Salie
~ Palingkruid:
Een lang leven, wijsheid, bescherming, wensen.
Salie wordt al eeuwenlang gebruikt om een lang leven te bewerkstelligen,
zelfs onsterfelijkheid zou tot de mogelijkheden behoren. Dit wordt gedaan
door de plant elke dag te eten, of tenminste in mei (zie Engelse gezegde).
Salie wordt ook gedragen om wijsheid te vergaren en de blaadjes worden
gebruikt in talloze genezing - en geldbezweringen. Om het Boze Oog uit de
weg te gaan kan men een kleine hoorn bij zich dragen gevuld met Salie.
Scheerling:
Scheerling werd in het oude Griekenland gewijd aan godin Hekate.
Uit haar naam zou (naar sommige menen) later het woord "Heks" ontstaan zijn.
Dat
woord deed in de late middeleeuwen toetrede tot ons taalgebruik in de
Nederlanden.
Of het echt van de naam van de godin "Hekate" kwam is echter
twijfelachtig.
De Latijnse naam Conium maculatem doet vermoeden dat men
toen al wist met wat een plant men te doen had. Conium is afgeleid van
het Griekse
"kone" (doden).
Maculatem duidt op de roodachtige vlekken op
de stengel.
Het woord scheerling is waarschijnlijk afkomstig van het oud
Saksische woord skerning.
Dat betekent
drek, vuil. Het
wordt in verband gebracht met de heel onaangename verwittigende geur die
deze plant verspreid.
Uitwendig gebruik van de plant kan de potentie doen verminderen.
Selderij:
In tegenstelling tot monnikskap is selderij niet giftig, al is in het
wild groeiende selderij niet vrij van schadelijke stoffen.
Hoe selderij,
"Apium graveolens", afkomstig uit de familie van de schermbloemige
waartoe onze onschuldige peen en ook de zeer giftige scheerling behoren,
bij de heksenkruiden is terecht gekomen, blijft voor de meesten een
raadsel.
Tenzij men het potentieverhogend vermogen van selderij hiervoor
verantwoordelijk acht!
Sla ~
Lactuca:
Sla (Lactuca) is
een geslacht van bladgroenten die tegenwoordig rauw gegeten wordt. In de
Romeinse tijd werd sla overigens nog gekookt omdat hij nog niet mals
genoeg was. Er zijn veel verschillende typen sla. Typen die een krop
vormen en typen die dat niet doen. De oude Egyptenaren kenden al
stengelsla, waarvan de stengel gegeten werd. De vermoedelijke wilde
stamouder van de sla is kompassla (Lactuca serriola).
Slaapbol:
Klaproos of Slaapbol is de Nederlandse benaming van de Papaver
somniferum.
Zowel het woord slaapbol als het Latijnse papaver duiden op
hetzelfde.
Het woord papaver zou afgeleid zijn van het Keltische papap,
een synoniem van kinderbrij.
De slaapbol is een prachtige grote witte
bloem met een grote paarse vlek rond de zaaddoos. Eenmaal uitgebloeid,
kan men uit die zaaddoos maanzaad oogsten.
Deze zaadjes hebben een
verdovende werking en worden verondersteld door de Kelten gebruikt te
worden om de kinderen beter te doen slapen. Het gevaar bestaat er echter
in dat een overdosis het ontwaken kan beletten.
De stengels met de
zaaddozen kunnen ook gedroogd worden om er bloemstukken mee te
verfraaien.
Stinkende
Gouwe:
De stinkende
gouwe (Chelidonium majus) is een algemeen voorkomende vaste plant uit de
papaverfamilie (Papaveraceae). Toch lijkt de plant op het eerste gezicht
in de verste verten niet op de alom bekende grote klaproos. Hij heeft
namelijk kleine, gele bloemen en enigszins op eikenblad gelijkende
bladeren. De stinkende gouwe bevat oranjegeel melksap en groeit vooral
langs heggen en op ruige plaatsen.
Heel algemeen gesteld kan men zeggen, dat Chelidonium-gebruik altijd
zinvol is, zodra er iets met de lever niet in orde is. Zo zouden mensen,
die veel medicijnen slikken, dagelijks ook Chelidonium kunnen gebruiken,
om de lever te ontgiften. Veel, zo niet alle, moderne medicijnen zijn
behoorlijk giftig, vandaar de bijwerkingen. Het is voor de lever een
hele klus om al dat medicijnslikken te verwerken.
Toevoegingen aan voedsel, zoals kleur- geur- en smaakstoffen, alcohol en
medicijnen, moeten allemaal door de lever verwerkt worden. Maar ....
Chelidonium past vooral bij mensen over wie de taal een heel en mooi
gezegde kent, namelijk "hij heeft iets op zijn lever". "Iets op je lever
hebben" wil zeggen, dat je nog iets wilt uiten, dat er iets is dat je
heel erg dwars zit en dat gezegd moet worden.
Ui -
Uiën:
Voor dit
onderwerp, zie
"Ajuin
- Juin - Ui".
Valeriaan:
Echte valeriaan (Valeriana
officinalis) is een kruidachtige plant uit de kamperfoeliefamilie (Caprifoliaceae).
Valeriaan is een bekende plant binnen de homeopathie; alternatieve
geneeskundigen beweren dat de plant een geneeskrachtige werking heeft.
Hoewel veel mensen de geur van valeriaan onaangenaam vinden, werd het in
de 16e eeuw gebruikt als parfum en als geurstof aan de was toegevoegd.
Valeriaan heeft op katten een onweerstaanbare en sterk prikkelende
werking. Omdat katten zo dol zijn op de geur heeft de plant als
alternatieve naam 'kattenkruid', niet te verwarren met de niet-verwante
soort wild kattenkruid (Nepeta cataria).
Een bekend homeopathisch geneesmiddel waarin valeriaan is verwerkt is
Valdispert.
Venkel:
Dat venkel zowel
op medicinaal vlak als in de keuken iets te betekenen heeft, is niets
nieuws. De oude Grieken kenden deze plant immers ook als groente en als
geneeskrachtig kruid. Volgens hen was dit het middel bij uitstek om te
vermageren. Vandaag wordt venkel vooral geroemd omwille van de goede
invloed op de spijsvertering en, niet te vergeten, de heerlijke
anijsachtige smaak.
Venkel behoort tot een van de negen heilige kruiden en helpt tegen de
negen oorzaken van ziekten. Door het kruid te gebruiken zou men er
jonger uit gaan zien. Tevens gaat men er vanuit dat venkel de liefde op
kan wekken en werkt het versterkend.
Vijfvingerkruid:
De oude kruidenboeken vermelden niets dan goeds over dit kruid. Op
sommige plaatsen in Duitsland wordt deze plant nog geplukt met
Hemelvaartsdag, om het kwaad te verdrijven.
De wortel heeft
geneeskrachtige werkingen. Een aftreksel van de wortel moet een kwartier
koken. Driemaal daags een kopje hiervan is een probaat middel tegen
diarree.
De drank zou ook helpen bij bloedingen.
In 1615 werd al
aangeraden om tormentil, het rode aftreksel van de wortel, te gebruiken
bij neusbloedingen.
De wortel bevat ook een looistof die door mensen met
een zwakke maag makkelijk verdragen wordt.
Vingerhoedskruid:
Als men Vingerhoedskruid in een tuin laat groeien, beschermt de plant de
omgeving. Vroeger gebruikten huisvrouwen in Wales de plant om een zwarte verf
van te maken, die zij gebruikten om gekruiste lijnen over de vloer te schilderen,
dit werd gedaan om het kwaad te weren.
Vliegenzwam:
De vliegenzwam (Amanita muscaria) groeit vooral in de buurt van
berken, soms ook bij dennen. In de reusachtige berken- en dennenwouden
in Oost- en Noord- Europa, Rusland en Siberië, komt deze paddenstoel
veel voor. Uit die streken kwamen ook de meeste berichten over de
magische werking van de vliegenzwam, die in de Nederlandse handboeken
van oudsher
giftig tot zeer giftig
wordt genoemd. Vanaf de zestiende eeuw zijn er verslagen van reizigers
bekend die het gebruik van paddenstoelen in Siberië beschrijven.
Vlier:
Veel mensen
beschouwen hem als weinig meer dan onkruid, en inderdaad, een vlier
verspreidt zich erg gemakkelijk, maar je krijgt er zoveel van...Het is
dan ook niet verwonderlijk dat de vlier, na de alruin, wellicht de
Europese plant is waar het meest folklore, verhalen en legenden omheen
hangen...
Men beschouwde hem vroeger als de bewaker van alle kruiden.
Hij genoot de goede faam kwelgeesten uit de stal te kunnen jagen, en men
schreef hem een beveiligende kracht toe tegen bliksem. Volgens het oude
volksgeloof verdrijft de vlier niet alleen demonen, maar ook vliegen en
demonische lastposten.
Vlierbessenwijn is dan ook weer niet te versmaden!
Weegbree:
De Weegbree is een
zeer productieve plant. De bladeren van deze plant zijn maar liefst tien
maanden per jaar te oogsten en kunnen vers worden verwerkt in ondermeer
salades en
soepen. De plant dankt zijn officiële, internationaal gebruikte naam,
Plantago major, aan
de vorm van zijn bladeren, die een beetje op voetzolen lijken. In het
Latijn betekent 'planta' behalve stekje ook zool. Weegbree werd in de
oudheid al gezien als
een waardevolle
plant voor in- en uitwendig gebruik.
De plant brengt verlichting bij gevoelige luchtwegen in het voorjaar.
De wetenschappelijke naam kan als volgt worden uitgelegd: “planta” staat
voor voetzool, de plant groeit vaak langs de weg, volgt de mensen op hun
pad, “lanceolata” betekent lancetvormig, “major” betekent groot. De
Nederlandse naam is samengesteld uit weg en breed, dus een zich langs de
weg sterk uitbreidende plant. Een andere uitleg is dat de bladrozet van
de weegbree in veel volksverhalen werd vergeleken met menselijke
voetstappen, dan zou de oorspronkelijke Nederlandse naam “wegetree”
kunnen zijn.
“Smalle” slaat op de smalle, langwerpige bladeren van de bladrozet en is
waarschijnlijk een vertaling van de vroegere Latijnse soortnaam “angustifolia”.
Het zijn zeer moedige individualisten, die niet bang zijn voor
platgetrapte paden en karrensporen, vaak op ruige plaatsen worden
aangetroffen en stand houden tot hoogten van 3000 meter. Ze volgen de
"voetsporen’ van de mens" waarbij de smalle weegbree meer dan weideplant
is en de ruige een ruderale plant.
Wijnruit:
Wijnruit is
afkomstig uit Zuid-Europa met name groeit het in het wild rondom het
Middellandse Zeegebied. Dit is de enige soort die van toepassing is als
keukenkruid maar wordt ook vaak aangeplant als decoratieve plant in de
border. Hun toepassing in de tuin gaat verder dan de aantrekkelijke
bladeren en gele bloemen. De planten worden zo'n 60 cm hoog met
opvallende grijsachtig blauwgroene blaadjes die dubbel geveerd zijn en
lancetvormig.
Wijnruit wordt ook toegepast als artsenij- en strooikruid om insecten te
verdrijven.
Vroeger werd het gebruikt tegen giftige beten, demonen en andere plagen.
Wolfkers
~ Belladonna:
Atropa Belladonna is evenals alruin, bilzekruid en doornappel familie
van de gifkuiden
bij name van Solanaceae.
Het proeven van wolfkers
leidt binnen drie uur tot de dood.
Wolfkers heeft zijn naam als Belladonna (mooie vrouw) te danken aan zijn
pupilverwijdend effect.
Voor dit laatste doeleinde wordt de plant nu nog steeds gebruikt in de
geneeskunde.
Wolfkers is een grote vaste plant met bruinrode bloemen van juni tot
augustus en diepzwarte glanzende bessen.
In deze bessen zit het
meeste gif opgestapeld.
Wolfsmelk:
Dit is de verzamelnaam voor alle Euphorbiaceae, waartoe ook de gekende
Kerstster behoort. Ze bevatten allen, zonder uitzondering,
een melkachtig sap dat zeer
giftig is, zelfs dodelijk.
Zonnewende
of
Heliotroop:
Deze plant wordt door heksen gebruikt voor hun
geuraltaar.
De plant is niet wintervast en wordt daardoor als eenjarige behandeld.