I am Lugh Samildanach
Ik ben Lugh Meester van alle Kunsten & Handel
I am Lugh the Il~Dana
Ik ben Lugh de zoon van Dana
I am Lugh, Master of the Battle
Ik ben Lugh Meester van de Strijd
I am Lugh, Master of Healing
Ik ben Lugh Meester van de Genezing
I am Lugh, Master of Knowledge
Ik ben Lugh Meester van de Kennis
I am Lugh, Master of Sailing
Ik ben Lugh Meester van het Zeilen
I am Lugh, Master of Sorcery
Ik ben Lugh Meester van Tovenarij
I am Lugh, Master of Smithing
Ik ben Lugh Meester van het Smeden

"The Coming of Lugh", Iarwain. (Keltische Mythologie).

Lug, Lugh, Lugus of Lugos (Modern Iers: Lú (uitspraak /luh:/)) is de Keltische zonnegod.
Hij is sterk, jong, meester van alle kunsten. Hij is de god van de ambachten en de handel.
Hij is voor de smeden in het bijzonder belangrijk.
Hij staat voor de logische combinatie handel en techniek, maken en verkopen. Lugh wordt gezien als een Vadergod.
Hij wordt vereerd met het paganistisch Lúghnasadh feest. Dit wordt gevierd wanneer de eerste oogst binnen wordt gehaald, ongeveer 1 tot 7 augustus.
Lugh was in heel Europa de belangrijkste God van de Kelten. Lugh is ook bekend als "de stralende".
Hij is de Drievoudige God (passionele jongere, wijze koning en kalme oudere) van het licht , God van de elementen vuur en lucht. Lugh is de zoon van Dana.
Het Keltisch zomer- en eerste- oogstfeest is naar Hem vernoemd: Lughnasadh ~ Lammas.
Tijdens Lughnasadh (ook wel Lammas genaamd) offert Hij zichzelf op om het volgende jaar opnieuw geboren te kunnen worden. Lugh is een oorlogsheld, een magiër, druïde en een goede ambachtsman op het gebied van metselen en timmeren.
Ook staat Hij wel bekend als dichter.
Tal van Europese steden danken hun naam aan Hem: "Lyon(Fr), Leiden(Nl), Leignitz(Pl)".
De naam van de Franse stad Lyon was in de Romeinse tijd Lugdunum, afgeleid van de naam van deze godheid en ook Lugo in Spanje (Galicië). Lugh is ook nog bekend onder de namen Lleu (Wales), Lugas (Gallië), Lugo (Italië).
Zijn dieren zijn de raaf en de hond. Hij staat voor genezing, reïncarnatie, profetie en wraak.
Lugh is bekend om het feit dat Hij vele kunsten beheerst en vanwege zijn 3 geliefde bezittingen: een katapult waarmee Hij zeer goed overweg kan en daardoor de naam “lange arm” kreeg, een speer met 5 punten en een hond.
De slinger van Lugh is de regenboog en de Melkweg wordt de Keten van Lugh genoemd.
Hij heeft ook een magische speer die hij niet zelf hoeft te slingeren, want ze is zo vol leven en dorstig naar levenssap dat ze enkel kan rustig gehouden worden door ze met de kop in een slaapdrank te steken gemaakt van gestampte klaproosbladeren. Als de strijd nabij is word ze eruit gehaald en dan raast en davert ze tegen de riemen, slagen er gensters uit, en zodra ze uit zijn hand schiet, dringt ze door rijen en rijen tegenstanders, zonder er moe van te worden.
Deze God is een mooie lange man met lang blond haar en Hij draagt "meestal" een groene cape.
De vader van Lugh is Cian van de
Tuatha Dé Danann en zijn moeder is Ethniu, dochter van Balor van de Fomóiri. Hun vereniging stelt een dynastiek huwelijk voor tussen die twee volksstammen, volgens het Lebor Gabala Erenn.  Het boek, " Lebor Gabala Erenn" geeft een samenvatting van de wereldgeschiedenis en gaat verder met een opsomming van de verschillende invasies en (of) immigraties, waardoor Ierland werd bevolkt.
Lugh maakt dus deel uit van de grote familie van de
Tuatha Dé Danann, waarover verder in deze pagina wat meer informatieve achtergrond over de "mythologische" familietakken van deze meest voorname Vadergod der Kelten en hun aanverwanten ((de Welsh (Wales) en de Galliërs)).





(Zonnegod Lugh)

Na deze beschrijving van onze Zonnegod Lugh, gaan we verder grasduinen in de familietakken van de Tuatha Dé Danann.
Haal eerst even een flinke mok dampende koffie, steek een lekker sigaartje op en zet jezelf comfortabel, want dit wordt een hele boterham om te verteren! (Ik verwittig je maar).
Hier en daar hebben we nuttige linken ingevoegd.
P.S.: Zie ook "De Kelten"~"Verhalen", "Morganna" en "Elfen & Goden".

Balor:
Balor was een Ierse cycloop.
Deze eenogige doodsgod was de meest ontzagwekkende van de Fomóiri, de monsterachtige zeegoden die over Ierland heersten voor de komst van de Tuatha Dé Danann.
Met Zijn ene oog kon Hij iedereen op wie hij neerzag vernietigen. Zijn ooglid moest door vier dienaren worden opgeslagen. Volgens een profetie zou Hij door zijn eigen kleinzoon worden gedood. Daarom sloot Hij zijn enige dochter Ethlinn op in een kristallen toren op het eiland Tory
ten noordwesten van Ierland. Uiteindelijk kwam de profetie toch uit want Lugh doodde Balor met zijn slinger.
Lughs vader was Cian, een minder belangrijk lid van de Tuatha Dé Danann. Met de hulp van een vrouwelijke druïde wist Hij Ethlinns toren binnen te dringen. Toen Balor hoorde dat zijn dochter drie zoons had gekregen, beval Hij hen in een draaikolk bij Tory te werpen. Maar een van de jongens viel onopgemerkt uit het laken waarin Balors dienaren hem hadden gerold. Er zijn verschillende varianten over wat er toen met Lugh gebeurde.
Of de druïde gaf het jongetje aan Goibhniu ( de vader van Cian) de god van de smeedkunst, of de zeegod Manannan Mac Lir werd zijn pleegvader. Hoe dan ook werd Lugh gered, zodat Hij uiteindelijk Balor kon doden.
Het treffen tussen Lugh en Balor vond plaats in de tweede slag bij Magh Tuireadh tussen de Fomóiri en de Tuatha Dé Danann. Niemand kon Balors dodelijke blik verdragen, zelfs Nuadu niet, de aanvoerder van de Tuatha Dé Danann die een zwaard bezat waar tot dan toen niemand aan kon ontkomen. Maar toen zag Lugh dat Balors ooglid van vermoeidheid langzaam omlaag zakte. Hij kroop naar Balor toe met een toverslinger. Toen het oog weer openging, slingerde Hij er een steen met zoveel kracht tegenaan, dat het naar de andere kant van Balors hoofd schoot. Het gevolg was nu dat de Fomóiri door Zijn dodelijke blik werden getroffen. De Tuatha Dé Danann verdreven vervolgens de Fomori voorgoed uit Ierland.

De Fomóiri:
De Fomóiri waren de Ierse zeegoden. Deze gewelddadige, mismaakte schepselen doken uit de golven op en streden tegen de Firbolg en de Tuatha Dé Danann om de heerschappij om Ierland. Vele Fomóiri bezaten slechts één hand, voet of oog. De jongere Tuatha Dé Danann versloegen in de eerste slag bij Magh Tuireadh de Firbolg en onderwierpen in de tweede slag de Fomóiri.

Nota: De Fomóiri waren mismaakte zeegoden en onderdrukten Ierland op wrede en inhalige wijze. Ze werden vaak afgebeeld als afstotelijke schepsels die worden gedreven door een angstaanjagende razernij terwijl de Tuatha Dé Danann als machtige en goede goden worden afgebeeld.

De Firbolg:


De Firbolg of 'zakmensen' dankten hun naam aan de tijd waarin ze als slaven in Thracië met zakken aarde moesten sjouwen. Ze leefden in Ierland vlak voor de komst van de Tuatha De Danann. Ze werden onderdrukt door de Fomóiri, de zeegoden die door de Tuatha Dé Danann werden verslagen. In de eerste slag bij Magh Tuireadh versloegen de Tuatha Dé Danann de Firbolg. Daarbij verloor de De Danann-leider Nuadu een hand. In de tweede slag bij Magh Tuireadh werden de Fomori vervolgens totaal verslagen, vooral door toedoen van de zonnegod Lugh, en voorgoed uit Ierland verdreven.

Nota: De Firbolg kwamen vanuit Thracië
(Griekenland), waar ze als slaven zware zakken met aarde de heuvels op hadden moeten sjouwen. Ze kwamen in opstand en reisden naar Ierland.

Ethlinn:

 

 

 

Ethlinn, soms Ethnea genoemd, was de enige dochter van de eenogige reus Balor. Balor sloot haar op in een kristallen toren.
Hem was namelijk voorspeld dat zijn kleinzoon hem zou doden. Maar een zekere Cian, een broer van de goddelijke smid Goibhniu, wist bij haar de zonnegod Lugh te verwekken. Balor probeerde de baby te doden, maar die werd grootgebracht door Goibhniu, dan wel door de zeegod Manannan Mac Lir, en doodde uiteindelijk in de tweede slag bij Magh Tuireadh zijn grootvader.


Goibhniu:

 

 

Goibhniu was de Ierse god van de smeedkunst. Hij maakte deel uit van de Tuatha Dé Danann. Hij kon met drie slagen van zijn toverhamer een volmaakt wapen smeden. Vlak voor de tweede slag bij Magh Tuireadh kwam een spion van de Fomori Goibhniu bespioneren.
Daarbij verwondde hij de god zelfs.
Goibhniu speelde een voorname rol in het Fled Goinbenn-feest in de andere wereld. Daarvoor brouwde Hij zelfs het bier.
Zijn Welshe tegenhanger heette Govannon.

 

Manannan:
Manannan Mac Lir, zoon van de Ierse zeegod Lir, dankte zijn naam aan
het eiland Man in de Ierse zee. Hij was een zeegod, tovenaar en genezer en heerste over het Land der Belofte, waar Hij in Emhain ( 'van de appelbomen' ) woonde. Zijn woonplaats zou ten westen van Ierland in de Atlantische Oceaan liggen. Zijn vrouw was de befaamde schoonheid Fand, die verliefd werd op de Ulsterse held Cu Chulainn, maar uiteindelijk toch bij Haar man bleef. Manannan schudde een tovermantel tussen Fand en Cu Chulainn, zodat ze elkaar nooit meer zouden zien.
Manannan Mac Lir was een edel en aantrekkelijk krijger, wiens strijdwagen even vlot over de zee als over het land kon rijden. Hij bezat ook een schip dat vanzelf kon varen. Hij had zowel goddelijke als sterfelijke kinderen. Mongan, één van Zijn sterfelijke zoons, werd met een zelfde list verwekt als Arthur: Manannan sliep, vermomd als haar echtgenoot, met een Ulsterse koningin. Mongan kreeg wel bovennatuurlijke eigenschappen mee: zo kon hij van gedaante veranderen. Hij werd een groot koning en geweldige krijger.

Nuadu:
Nuadu, ook bekend als Nuadu Airgetlamh ( 'Nuadu van de Zilveren Hand' ), omdat Hij na de verloren eerste slag bij Magh Tuireadh tijdelijk een prothese kreeg, was een belangrijke Ierse god en de leider van de Tuatha De Danann.
Hij was getrouwd met Nemain. De "De Danann" waren goden van een jongere generatie dan de Fomori, de zeegoden die ze bij de tweede slag bij Magh Tuireadh versloegen. Tussen de beide slagen benoemde Nuadu, tijdelijk Bres tot leider. Dit moest Hij doen vanwege zijn verminking. Een leider van de Tuatha De Danann moest ongeschonden zijn aan lijf en leden.
Zijn zilveren hand werd vervaardigd door Dian Cecht. Maar zijn zoon Miach maakte al gauw een hand van vlees en bloed. Er wordt beweerd dat Dian Cecht daarop uit afgunst zijn zoon doodde. Toen Nuadu opnieuw leider werd van de Tuatha De Danann, beklaagde de afgezette, half-Fomorische Bres ( die zich tijdens zijn regeerperiode tot een tiran had ontpopt ) zich bij zijn verwanten. Dit leidde tot de tweede slag bij Magh Tuireadh.
In deze slag werden Nuadu en Nemain gedood door het dodelijke oog van Balor voordat Lugh met zijn slinger toesloeg. De Tuatha De Danann overwonnen, maar werden later op hun beurt weer verslagen door de Milesiërs. Nuadu was absoluut de grootste leider ooit van de Tuatha De Danann. Volgens sommige legenden wordt Hij ook gezien als een opperkoning van Ierland gelijk aan Cormac Mac Art. Hij is verwant aan de
Welshe Nudd.

Nemain:

 

 


Nemain betekent 'vreselijk' en 'giftig'. Ze was een oorlogsgodin die behoorde tot de groep van Macha, Badb en Morrigan. Samen met hen nam Ze soms de gedaante aan van mooie jonge vrouwen en soms die van kraaien die krijsend boven het slagveld vlogen. Nemain zou de vrouw zijn geweest van Nuadu, de leider van de Tuatha De Danann.
Nemain verscheen soms ook als wasvrouw en kondigde dan onheil aan. Voor zijn laatste slag zag Cu Chulainn een wasvrouw die wenend zijn bebloede kleding uitspoelde.


Dian Cecht:

Dian Cecht was de Ierse god van de geneeskunst. Met Zijn dochter Airmid zou Hij beschikken over een bron met water dat stervende goden nieuw leven schonk. Toen Nuadu, de leider van de Tuatha Dé Danann, Zijn hand verloor tegen de Firbolg in de eerste slag bij Magh Tuireadh, gaf Dian Cecht Hem een zilveren hand. Hoe indrukwekkend dit staaltje geneeskunst ook was, Nuadu werd als legeraanvoerder toch ongeschikt geacht en vervangen door Bres, die half tot de Fomori behoorde.
Bres toonde zich echter ongeschikt als opperkoning omdat Hij zich tiranniek gedroeg en Nuadu werd opnieuw leider, nadat Dian Cechts zoon Miach een nieuwe hand had gemaakt van vlees en bloed. De legende gaat dat Dian Cecht zo jaloers op werd op Zijn zoon dat Hij hem doodde. Dian Cecht beweerde echter dat Zijn zoon oneerbiedig tegen Hem was.

Nota: Dian Cecht zou een opmerkelijk 6de-eeuws traktaat hebben geschreven over de toepassing van de geneeskunst.

Bres:
Bres was korte tijd leider van de Tuatha Dé Danann, de aartsvijanden van de Fomóiri, de zeegoden die lang voor Hen over Ierland heersten. Bres was een ongewoon leider van de Tuatha Dé Danann omdat Hij een zoon was van Elatha, een Fomóirische koning van een onderzees rijk. Elatha had met de Tuatha godin Eri op een strand de liefde bedreven en zo was Bres verwekt. Eri verzweeg wel tegen Haar man wie Bres' echte vader was.
In Zijn jeugd streed Bres in de eerste slag bij Magh Tuireadh tegen de toenmalige bewoners van Ierland, de Firbolg. Hierbij verloor Nuadu, de leider van de Tuatha De Danann-invallers, een hand. Een zilveren kunstarm werkte niet, waarna Miach, de zoon van Dian Cecht, de god van de geneeskunde, een echte nieuwe hand voor Hem maakte.
Tijdens Zijn herstelperiode voerde Bres het bevel. Bres bezat evenwel geen leiderskwaliteiten en ontpopte zich als een tiran. Na Nuadu's herstel vluchtten Bres en zijn moeder Eri naar Elatha. Dit leidde tot de tweede slag bij Magh Tuireadh, waarin Nuadu sneuvelde. Maar door de moed van de zonnegod Lugh werden de Fomori verslagen.
Bres werd gevangen genomen. Volgens een bepaalde versie van de mythe leerde Bres, in ruil voor zijn leven, de Tuatha De Danann gewassen te verbouwen. Wellicht was Bres, net als zijn vrouw, de vruchtbaarheidsgodin Brigid, als god verbonden met de landbouw.

Elatha:

 

 


Elatha, zoon van de Fomorileider Delbaeth, was de vader van Bres, die korte tijd de Tuatha De Danann aanvoerde.
Anders dan de andere, monsterlijk ogende Fomori zag de goudharige Elatha er aantrekkelijk uit. Op het strand verwekte Hij bij de zeegodin Eri hun zoon Bres.
Toen Bres door de Danann werd afgezet zochten Hij en zijn moeder steun bij Elatha. De Fomori werden evenwel bij de tweede slag bij Magh Tuireadh
verslagen en uit Ierland verdreven.


Cormac Mac Airt:

Cormac was opperkoning van Ierland ten tijde dat Finn Maccool de Fenische krijgers aanvoerde. Hij was de beroemdste van de vroege Ierse vorsten en regeerde van circa 227 tot 266. Hij was een Ierse Salomo, een wijs en krachtig vorst, die veel profijt trok van de heldendaden van Finn MacCool. Zijn wijsheid imponeerde de Tuatha De Danann. Deze godheden nodigden Cormac Mac Airt uit in de andere wereld en gaven hem prachtige geschenken. Onder meer een zilveren tak met gouden appels, die geneeskrachtig muziek voortbracht als eraan werd geschud. Bij zijn dood moest de koning deze tak weer teruggeven. Een van van Cormacs zoons, Cellach, verkrachtte de nicht van Aonghus van de Verschrikkelijke Speer. Cellach werd vervolgens gedood en Cormac verloor een oog. Omdat een opperkoning volmaakt diende te zijn, moest Cormac aftreden van zijn zoon Cairbe.
Cormac Mac Airt wordt gezien als een van Ierlands grootste koningen.
Zijn reputatie was zo groot, dat later ook de Ierse christenen hem annexeerden.

Finn MacCool:
Finn MacCool ( ook wel Finn Mac Cumaill of Fionn MacCumal genoemd ) was de leider van de Fianna of Feniërs, de uitgelezen lijfwacht van de opperkoning van Ierland. Zijn vader Cumal, een vroeger leider van de Fianna, was gedood door de Fenische krijger Goll. Cumal had het meisje Hurna geschaakt, en haar vader had Gol gevraagd deze schande te wreken. Goll doodde Cumal, maar diens zoon Finn werd in het geheim grootgebracht. Een van zijn opvoeders was de druïde Finegas, die aan de Boyne woonde en de Zalm der Kennis ving. Hij liet deze vis door Finn bereiden, die daarbij zijn duim brandde, aan de wond zoog en zo wijsheid verwierf.
Finn was zo een formidabele krijger dat hij al gauw buiten Goll om als leider van de Feniërs werd aangesteld. Goll aanvaardde dit blijmoedig, en wellicht daarom nam Finn geen wraak op hem. Goll trouwde later zelfs met een van Finn Mac Cools dochters, hoewel hij ook zijn zoon doodde. Daarmee ging hij te ver: de Feniërs wilden hem gevangen nemen, maar Goll stierf liever dan dat hij zich overgaf. Finn MacCool citeerde vaak Golls uitspraak:

Onder Finn MacCools leiding waren de Feniërs op hun machtigst. Zestien jaar lang achtervolgden ze Diarmuid Ua Diubhne, de pleegzoon van de liefdesgod Aonghus. Hij had Cormac Mac Arts dochter Grainne geschaakt, die verloofd was met Finn MacCool. Maar Finn vergaf Diarmuid nooit en was verheugd toen Diarmuid op de jacht dodelijk gewond raakte. Hoe Finn zelf aan zijn einde kwam is onduidelijk. Volgens sommige sagen kwam hij om toen hij een opstand onder de Feniërs wilde neerslaan, volgens anderen verbleef hij, net als Arthur, 'ondood' in een grot. Daar rustte hij totdat Ierland hem nodig had.

Nudd:


Nudd, of Llu bij de Britten, was de Welshe tegenhanger van Nuadu.
Hij had eveneens een zilveren hand en werd in een verhaal aangeduid als Llud Llawereint ( 'de zilverhandige' ).
Nudd heerste over Brittannië toen het land in mei werd geteisterd door een vreemde kreet. Twee ondergrondse draken slaakten die tijdens hun jaarlijkse strijd. Men kalmeerde hen door honingwijn naar het middelpunt der aarde te laten zakken.


De Fianna:

De Fianna was een woeste troep krijgers die dienden als lijfwacht voor de opperkoning van Ierland en trokken vaak door het land. Ze waren zowel begaafde vechters als kunstenaars. Meestal was hun saamhorigheid groot, maar soms gingen ze elkaar te lijf.
De grootste leider van deze ook wel Feniërs
genoemde strijders was Finn Maccool. De meeste leiders stamden uit de Bascna- en Morna-clans. In veel avonturen van de ridders van de Tafelronde wordt herinnerd aan de wapenfeiten van de Feniërs.
Wie zich bij hen wilde aansluiten, werd tot zijn buik in een kuil gezet met zijn schild en een flinke hazelaartak. Aldus moest hij de aanvallen van negen met speren bewapende krijgers weerstaan. Liep hij daarbij letsel op, dan kon hij niet tot de lijfwacht toetreden.

Nota: Dit was niet het enige onderdeel dat je moest doorstaan om toegelaten te worden. Er waren meerdere zware rituelen die alleen de besten konden doorstaan.

Cumal:

 

 

 

Cumal [ 'hemel' ] was de vader van de Fenische held Finn Mac Cumal oftewel Finn MacCool. Finn werd geboren na de dood van zijn vader. Cumal was de geduchte aanvoerde van de Fianna en leider van de clan Bascna.
Hij werd gedood door de druïde Jadgh, nadat hij diens dochter had geschaakt.

 

Diarmuid Ua Duibhne:
Diarmuid Ua Duibhne, of Diarmuid 'van de liefdesvlek' was de pleegzoon van de Ierse Aonghus. Zijn sterfelijke vader gaf hem als kind aan de god, waarvoor Diarmuid als jong Fenische krijger zijn beroemde liefdesvlek terugkreeg. Op een nacht zochten Diarmuid en drie jachtvrienden hun toevlucht in een kleine boshut. Een mooie jonge vrouw ontving hen, maar ze wilde alleen met Diarmuid slapen. Ze vertelde dat ze de Jeugd was en dat de liefdesvlek die ze op zijn voorhoofd aanbracht, hem onweerstaanbaar voor vrouwen zou maken. Aldus sindsdien werd Diarmuid achterna gezeten door wanhopige vrouwen: de hardnekkigste was Grainne, een dochter van opperkoning Cormac Mac Airt. Grainne was verloofd met de Fenische aanvoerder Finn MacCool, maar dwong Diarmuid haar te schaken. Zestien jaar lang werden ze achtervolgd door de Feniciers, tot, op verzoek van de koning en de liefdesgod, de vrede werd getekend. Diarmuid en Grainne leefden gelukkig samen en kregen een stel kinderen. Maar Diarmuids noodlot achterhaalde hem. Zijn sterfelijke vader had zijn broer direct na zijn geboorte gedood, in de mening dat hij door Aonghus' dienaar Roc was verwekt. Maar Roc liet het kind herleven als toverzwijn en gaf het de opdracht Diarmuid te doden. Toen hij op jacht was met Cormac en Finn MacCool, trof Diarmuid dit dier. Zijn honden sloegen op de vlucht, met zijn slinger richtte hij niets uit en zijn zwaard brak - Diarmuid bloedde vervolgens dood. Finn Maccool weigerde hem water te brengen en toen de andere jagers verschenen was hij niet meer te redden. Grainne was diepbedroefd, maar de wijze waarop Aonghus Diarmuids lichaam verzorgde ontroerde haar. Hij bracht het naar zijn paleis aan de Boyne, waar hij Diarmuid een nieuw ziel inblies en elke dag met hem praatte. Zo kwam Diarmuid terecht bij de Tuatha De Danann, die zich intussen onder de grond hadden gevestigd.

Grainne:

Grainne was een dochter van Cormac Mac Art, de opperkoning van Ierland. Ze was als vrouw beloofd aan Finn MacCool, de leider van de koninklijke lijfwacht, de Fianna. Omdat die al niet zo jong meer was, gaf Grainne de voorkeur aan Diarmuid Ua Duibhne, de pleegzoon van de liefdesgod Aonghus. Door toverkunst ontsnapte Grainne uit de Ierse hoofdstad Tara. Diarmuid ging tegen zijn zin mee. Zestien jaar lang waren ze op de vlucht voor de Feniërs, en van liederlede ging Diarmuid van Grainne houden. Diarmuid werd tijdens de jacht door een betoverd everzwijn gedood, lang nadat Cormac Mac Airt en Finn MacCool zich bij hun verbintenis neer hadden gelegd. Grainne gaf Finn de schuld van Diarmuids dood en zwoer wraak via haar vier zoons, maar trouwde uiteindelijk alsnog met Finn.

Aonghus:
De Ierse liefdesgod. Zijn vader was Dagda, de vader van de goden en beschermer van de druïden, zijn moeder de watergodin Boann. Dagda misleidde Boanns man en sliep met haar. De monniken die de sage optekenden, stelden Boann voor als Dagda's echtgenote maar dit was duidelijk niet het geval.
Aonghus oogde aantrekkelijk, boven zijn hoofd zweefden steeds 4 vogels die kussen voorstelden. Vogels speelden ook een rol in zijn verhouding met Caer, een meisje van goddelijke afkomst uit Connacht met de gedaante van een zwaan. Haar vader, Ethal, een van de Tuatha Dé, was tegen een huwelijk totdat Dagda hem gevangen nam. Tenslotte werd overeen gekomen dat Aonghus met Caer mocht trouwen, mits zij dat wilde en hij haar kon herkennen. Op het feest van Samhain vond Anghus Caer op een meer tussen 150 zwanen. Hij herkende haar meteen en zij stemde in met een huwelijk.
Een interessant verhaal rond Aonghus betreft zijn pleegzoon Diarmuid Ua Duibhne, 'Diarmuid van de liefdesvlek'. Deze aantrekkelijk jongeman kreeg tijdens een nachtelijke jacht een magische liefdesvlek op zijn voorhoofd van een geheimzinnig meisje. Sindsdien werden alle vrouwen op het eerste gezicht verliefd op hem. Zo ook Grainne, de prinses die door de opperkoning van Ierland aan Finn MacCool was beloofd. Aonghus redde de geliefden van de grote krijger maar kon niet voorkomen dat Diarmuids noodlot in vervulling ging: dat hij werd gedood door een toverzwijn. Wel bracht hij Diarmuids lichaam daarna naar zijn paleis in New Grange, aan de oevers van de Boyne. Daar blies hij zijn pleegzoon een nieuwe ziel in zodat hij met hem kon praten.

Nota: Aonghus wordt gezien als de Keltische tegenhanger van Eros. Hij kalmeert de zomerzee.

Boann:

 

 

 

 

Boann was een watergodin en de moeder van de Ierse liefdesgod Aonghus. Ze was gehuwd met hetzij Nechtan, hetzij Elemar. Dagda, de oppergod van de Tuatha Dé Danann, beminde haar en verwekte Aonghus. Hij verleidde Boann door haar man een reis van negen maanden te laten maken die slechts een dag leek te duren.
Boannn ontwijdde een heilige bron. Het woedende water kolkte en zwol aan tot de rivier de Boyne, die naar haar is vernoemd.
In de Boyne zwom de Zalm der Kennis.


Dagda:

Dagda betekent 'goede god'. Dagda was de belangrijkste Ierse god. Dagda is de Graalvader van de Tuatha Dé Danann. Hij werd meestal voorgesteld als een man in boerenkledij, die een enorme knots op wielen voortsleepte. Met een uiteinde van de knots doodde hij zijn vijanden, met het andere wekte hij de doden op. Dagda gold als wijs, rijk aan kennis en doorkneed in de toverkunst. Hij was de aanvoerder van de Tuatha Dé Danann. Dagda was een groot krijger en de minnaar van de oorlogsgodin Morrigan. Als hij zijn knots zwaaide, waren de botten van zijn vijanden 'als hagelstenen onder paardenhoeven'. Dagda was op het slagveld, als almachtig aanvoerder van de Tuatha Dé Danann, onaantastbaar. Intussen was hij ook verbonden met overvloed.
Met zijn onuitputtelijke toverketel kon hij ieders honger stillen. Zelf was hij dol op lekker eten: vlak voor de tweede slag bij Magh Tuireadh bezocht hij tijdens een Nieuwjaarsbestand het kamp van zijn aartsvijanden, de Fomóiri, die hem een pap van melk, meel, vet, varkens en geiten voorzetten - genoeg voor 50 man. Dagda werd door de Fomóiri opgedragen het enorme maal op te eten op straffe van de dood. Maar het lukte hem om met zijn enorme houten lepel [zo groot dat een man en een vrouw er samen in konden slapen] probleemloos. Wel werd Dagda nu tijdelijk een dikke oude man, maar evengoed beminde hij een Fomóirisch meisje, dat beloofde haar toverkunsten ten gunste van de Tuatha Dé Danann te zullen aanwenden.
Het verhaal herinnert mogelijk, op vervormde wijze, aan een gewijde verbintenis tussen een vorst en een maagd aan het begin van het jaar. In Sumerië
vond een dergelijk ritueel plaats tussen de koning en een priesteres. De verbintenis moest voorspoed en vrede garanderen.
Hoewel de nederlaag van de Fomóiri in de tweede slag bij Magh Tuireadh het werk was van de zonnegod Lugh, werd Dagda het meest vereerd, zelfs nadat de Tuatha Dé Danann waren verslagen door de zonen van Milesius. (Zie geheel onderaan "Melisius" en "Ith").
Dagda zorgde voor de onderaardse huisvesting van de Tuatha Dé Danann.
Want, leefden de Fomóiri onder zee, de Danann verdwenen na hun nederlaag onder de grond.
In de loop der eeuwen transformeerden ze tot elfen - de Banshees uit het Ierse volksgeloof.

Banshee:

Banshee is de moderne naam voor de Bean sidhe, wat 'vrouw van de elfen betekent', de traditionele elf van het Ierse platteland. Na de komst van de Milesiers uit Spanje verdwenen de goden, de Tuatha de Dannan, naar het ondergrondse.
In de loop der eeuwen veranderde de volksverbeelding hen in elfen. Men geloofde dat het gekrijs van een Banshee het overlijden van een mens aankondigde. De Banshee leefden in elfenparadijzen onder de groene Ierse heuvels. Elke Banshee zou verbonden zijn met een bepaalde familie.
Met een ijselijke kreet kondigde zij de dood van een familielid aan.


Macha:

Macha was een Ierse oorlogsgodin. Ze werd vaak gelijkgesteld aan Badb, Morrigan en Nemain. Macha huwde eerst Nemed, een Scytisch vorst die de Fomori had verslagen - de zeegoden door wie haar tweede man Nuadu en zijzelf werden gedood tijdens de tweede slag bij Magh Tuireadh.
Een latere Macha vervloekte Ulster nadat haar echtgenoot had gepocht dat zij, ofschoon hoogzwanger, harder kon lopen dan de paarden en strijdwagens van de koning. Toen de koning van
Leinster dreigde daar man te doden als zij de uitdaging niet aanging, zorgde Macha ervoor dat alle mannen van Ulster vijf etmalen lang barensweeën moesten verduren toen het rijk in gevaar verkeerde. Macha won de wedloop en kreeg een tweeling. Daarom heette de koningsburcht van Ulster Emain Macha oftewel Macha's tweelingen.

Nota: Macha word vaak gezien als een deel van een drie-eenheid van zussen die de Morrigan worden genoemd.

Badb:

 

 

 


Badb was een Ierse oorlogsgodin. Ze behoorde tot een groep godinnen die de uitkomst van een slag konden beïnvloeden door de strijders moed of vrees in te blazen.
De andere oorlogsgodinnen zijn: Morrigan, Nemain en Macha.
Badb zou in de historische slag bij Clontarf in 1014, waarin opperkoning Brian Boru de Vikingen versloeg, boven de hoofden van de strijders zijn verschenen.

Betekenis: Kraai. De Badb verscheen vaak in de vorm van een kraai om krijgers aan te moedigen of juist te ontmoedigen.

Conchobhar:
Conchobhar Mac Nessa was koning van Ulster. Hij was een zoon van Fachtna Fathach en de beeldschone Nessa. Volgens een bepaalde traditie verwekte een druïde Conchobhar bij haar aan de vooravond van haar bruiloft. Toen haar echtgenoot kort daarop overleed, maakte zijn halfbroer en opvolger Fergus Mac Roth Nessa het hof. Ze wilde alleen met hem trouwen als eerst Conchobhar een jaar koning mocht zijn.
De ambitieuze Nessa leidde haar zoon zo goed, dat toen Fergus Mac Roth de troon weer opeiste, het volk van Ulster Conchobhar niet meer kwijt wilde.
Conchobhar was gehuwd maar hield hartstochtelijk van Deirdre, die ook wel Derdriu 'van de smachten' werd genoemd. Toen zij, als dochter van een Ulsters vorst, ter wereld kwam, waarschuwde de druïde Cathbad dat ze de mooiste vrouw van Ierland zou worden en met een koning zou trouwen, maar tevens in het hele land dood en verwoesting zou veroorzaken. Toen Deirdre volwassen werd, was Conchobhar al een oude man. Ze wees hem af ten gunste van de jonge krijger Naoise. Maar de koning liet Naoise doden en trouwde met Deirdre. Zij leed daar zo onder, dat ze zich het leven benam door zich voor een wagen te werpen. Fergus Mac Roth bood, uit afkeer van Conchobhars gedrag, nu zijn diensten aan Ulsters vijanden: een langdurige oorlog brak uit. Conchobhar sneuvelde daarin door een projectiel uit een toverslinger: het betrof een bol die Conall had gemaakt van de hersenen van een gedode koning van Leinster. De bol bleef in Conchobhars schedel zitten, zodat zijn artsen hem elke vorm van opwinding ontraadden. Enkele jaren later werd de bol hem tijdens een driftbui noodlottig.

Dechtire ~ Dictynna:

 

 

Dechtire was de moeder van Cu Chulainn. Ze was een dochter van Maga - dochter van de liefdesgod Aonghus - en de druïde Cathbad, raadsheer van koning Conchobhar Mac Nessa van Ulster. Tijdens de bruiloft van Dechtire en Sualtam Mac Roth slikte zijn een vlieg in die in haar drinkbeker was beland. Zij raakte in een diepe slaap en droomde dat de zonnegod Lugh haar met vijftig van haar verwanten in de gedaante van vogels naar de andere wereld stuurde.
Drie jaar later verscheen een zwerm kleurige vogels in Emain Macha, de hoofdstad van Ulster. Men probeerde ze tevergeefs met stenen te treffen en besloot daarop ze 's nachts bij verrassing te grijpen. Zo trof men Dechtire, haar hofdames en Lugh in een hut op een betoverde plaats. Conchobhar ontbood Dechtire direct, maar zij verklaarde dat zij te ziek was om nog een dag te reizen. De volgende ochtend toonde ze haar pasgeboren zoon, een geschenk aan Ulster.

Cathbad:

Cathbad was ziener van Conchobhar Mac Nessa, de koning van Ulster.
Cathbad profeteerde dat Deirdre ondanks haar schoonheid rampspoed over Ulster zou brengen. Ook voorspelde hij dat Cu Chulainn een roemrijk maar kort leven zou hebben.
Toen Conchobhar Mac Nessa aan het einde van zijn bewind wreed werd, vervloekte Cathbad hem en zijn burcht te Emain Macha.
Cathbad had drie kinderen: Dechtire, de moeder van Cuchulainn, Elbha, de moeder van Naoise en Findchaem, de moeder van Conall Cearnach.

Nota: Vrouwelijke en mannelijke druïden stonden bij de Kelten hoog in aanzien. Ze waren raadgevers, rechters, leraren en diplomaten. Zelfs een koning moest tijdens een bijeenkomst na zijn druïde spreken.

Naoise:

 

Naoise was de oudste zoon van Usna en zijn vrouw Elbha, dochter van Cathbad. Toen Deirdre hem overhaalde haar te schaken, zodat ze aan een huwelijk met de Ulsterse koning Conchobhar Mac Nessa kon ontkomen, vluchtten Naoise en zijn twee broers met haar naar Alba. Conchobhar stuurde Fergus Mac Roth achter hen aan. Toen die hun beloofde dat hun geen kwaad zou geschieden, ging Naoise terug. Conchobhar liet Naoise echter doden, waarop Fergus zo kwaad werd dat hij zich aansloot bij het leger van Conchobhars aartsvijandin Medb (of Maeve) van Connacht.


Emer:

Emer was een dochter van Forgall en de vrouw van Cu Chulainn, die haar ontmoette aan het hof van de Ierse opperkoning in Tara. Ze was 'donker van haar, haast zoals hij, met een huid zo blank als de melk van een merrie en fiere ogen die straalden als die van zijn geliefde valk Fedelma.'
Emers vader, Fogall, een hoofdman uit Meath, was tegen een huwelijk.
Cu Chulainn moest eerst beter leren vechten, vond hij. Cu Chulainn ging op reis om zich als krijger te bekwamen en keerde terug om Emer op te eisen. Hij moest echter Fogalls burcht aanvallen voor het tot een bruiloft kwam. Emer was dolverliefd op Cu Chulainn, maar hun huwelijk was problematisch, met name doordat veel vrouwen voor Cu Chulainn vielen. Toen hij in zijn eentje het leger van koningin Medb wilde gaan bevechten - wat hem fataal werd -, probeerde Emer de held in Emain Macha te houden. Zelfs toen hij al op zijn strijdwagen stond aarzelde hij nog, maar zijn vijanden, de dochters van Calatin, sterkten hem met hun toverkunst in zijn fatale besluit.
Emer bracht Cu Chulainns het hoofd op hol. Ze bezat de 6 vrouwelijke schoonheden: schoonheid, kuisheid, wijsheid, een zoete stem, muzikaliteit en naaldvaardigheid.

Scathach:

 


Scathach, - schimmig - , was een krijgshaftige prinses uit het Land der Schaduwen. Ze gaf onderricht in de krijgskunde. Haar beroemdste leerling was Cu Chulainn. Ze leerde hem zijn beroemde krijgssprong en gaf hem de speer Gae-Bolg ('buikspeer'). Deze speer bracht aanvankelijk een wond teweeg, maar in het lichaam van het slachtoffer vernielden weerhaakjes vervolgens diens maag.
Uathag, een dochter van Scathach, was Cu Chulainns minnares tijdens zijn opleiding. Het beviel haar niet dat hij tegen haar zus Aoifa wilde vechten. Cu Chulainn versloeg Aoifa door een list, waarna ze zijn volgende minnares werd en de moeder van zijn zoon Conlai.


Aiofa:

Een dochter van Ard-Greimme was een krijgshaftige Ierse prinses in het Land der Schaduwen, een bovenzinnelijk rijk. Haar zuster Scathach onderrichtte de held Cu Chulainn in de krijgskunde. Maar toen de zusters ten strijde trokken, wilde Scathach de held niet meenemen, uit angst dat Aoifa hem zou doden. Onbevreesd daagde Cu Chulainn Aoifa tot een tweegevecht uit. Voor het gevecht vroeg hij Scathach waar Aoifa het meest op gesteld was: het bleek haar strijdwagen te zijn. Aanvankelijk had Aoifa in de tweestrijd de overhand, maar toen leidde Cu Chulainn haar af door uit te roepen dat het paard voor haar wagen in moeilijkheden was. Later werd Aoife Cu Chulainns minnares. Ze schonk hem een zoon, Conlai, het lot wilde dat Conlai door zijn eigen vader werd gedood.
Aoife gaf haar zoontje Conlai schermles. De Keltische samenleving kende een traditie van krijgshaftige vrouwen: tot rond het jaar 700 droegen vrouwen nog wapens. De onstuimigste godheden waren vaak vrouwelijk.


Conlai:

Conlai, ook wel bekend als Connla, was de onfortuinijke zoon van de Ulsterse held Cu Chulainn. Volgens een bepaalde Ierse traditie had Cu Chulainn in het Land der Schaduwen de strijdster Aoifa tot een tweegevecht uitgedaagd. Na het gevecht, dat Cu Chulainn met een list wist te winnen, beminden ze elkaar en werd Conlai verwekt. Bij zijn vertrek gaf Cu Chulainn aan Aoifa een gouden ring. Jaren later droeg Conlai deze ring toen hij de helden van Ulster uitdaagde.
Al spoedig versloeg hij Cu Chulainns pleegbroer Conall. De voorgevoelens van zijn vrouw Emer ten spijt, kon Cu Chulainn zelf de uitdaging om de jonge vreemdeling te bevechten niet weerstaan. Conlain was te trots om zichzelf bekend te maken en trok zijn zwaard. Cu Chulainnn was geïmponeerd door Conlais schermkunst, die niet voor de zijne onderdeed, maar werd razend toen Conlain hem van enkele haarlokken beroofde. Uiteindelijk stiet Cu Chulainn zijn speer in Conlais maag. Pas toen ontwaarde hij de ring, die hijzelf eens aan Aoife had geschonken, aan Conlais vinger. Overmand door berouw en verdriet droeg hij de stervende Conlai naar zijn huis, waarna hij zijn vergeten zoon begroef.

Medb ~ Maeve:
Medb, of Maeve, was de krijgshaftige koningin van Connacht.
In Connacht kon niemand koning worden die niet was getrouwd met Medb. De souvereiniteit van het rijk was aan haar verbonden. Ook was zij 'nooit zonder man in de schaduw van een ander.'
Medb deed in de strijd niet onder voor de Morrigan. Haar grootste wapenfeit was haar inval in Ulster, toen haar leger de grote bruine stier van Cuailgne veroverde en de held Cu Chulainn doodde. Medb werd zelf gedood door Forbai, de zoon van koning Cochobhar Mac Nessa, terwijl ze een bad nam. Forbai had ontdekt waar zij geregeld baadde. Hij mat de precieze afstand tussen het meertje en de kustlijn. In de Ulsterse koningsburcht Emain Macha oefende hij tot hij met zijn slinger over dezelfde afstand een appel op een paaltje kon treffen. Daarop sloop hij naar het meertje en trof Medb midden op haar voorhoofd. Aldus werd Ulster gewroken.
Er werd ook wel ooit gezegd dat ze de vrouw is geweest van 9 Ierse koningen en alleen degene die haar gelijke was kon de ware koning van Ierland zijn. In al haar huwelijken was zij de dominante partner. Volgens een andere legende werd ze vermoord door haar neef Furbaidhe die wraak nam voor de moord op zijn moeder door Maeve.

De Tuatha Dé Danann:

 

 

De Tuatha Dé Danann waren 'het volk van de godin Dana' en de graalvader Dagda. Ze heersten als laatste goden over Ierland voor de invasie van de zoons van Milesius, de voorouders van de huidige Ieren.
De Tuatha Dé Danann versloegen in de tweede slag bij Magh Tuireadh, met name dankzij hun toverkunst, de Fomóiri, gewelddadige, monsterachtige zeegoden.
Ze zouden hun kennis en kunstvaardigheid hebben verworven in vier noordelijke steden:

* Falias, * Gorias, * Finias en * Murias.
Ze namen uit deze vier steden vier talismannen mee:

*
Falias:
De Steen van Fal, die het uitschreeuwde als de rechtmatige koning van Ierland het aanraakte.

*
Gorias:
Het toverzwaard van hun aanvoerder Nuadu, dat alleen dodelijke slagen toebracht.

*
Finias:
De speer van de zonnegod Lugh, die daarmee Balor doodde en aldus de Fomóiri versloeg.

*
Murias:
De onuitputtelijke toverketel van Dagda, de vader van de goden.

Het is duidelijk dat alle Keltische volkeren de Ierse Tuatha Dé Danann als goden kenden. Hun namen komen voor in Welshe mythen en op inscripties op het Europese vasteland. In Ierland verdwenen ze niet volledig met de komst van het christendom. Hun wapenfeiten werden vastgelegd door de monniken die de Ierse sagen optekenden (naar hun "eigen hand", natuurlijk).
Bovendien vestigden ze zich als ondergrondse elfen.
Op het oude Keltische dodenfeest en Samhain-Nieuwjaarsfeest, dat op 31 oktober valt, laten de Tuatha Dé Danann stervelingen hun rijk binnen…

Anu ~ Danu ~ Dana:
Anu, ook wel Danu of Dana genoemd, was de Ierse moedergodin, de Graalmoeder van de Tuatha Dé Danann. De Tuatha Dé Dannan ( het volk van de godin Dana en graalgod Dagda) waren haar kinderen. Deze goden en godinnen heersten over Ierland vóór de Milesiërs. Het staat vast dat de monniken, die vanaf de 5e eeuw de Ierse sagen optekenden, de oorspronkelijke rol van de godinnen afzwakten.
De door hen vastgelegde verhalen tonen een krijgshaftige mannenwereld waar vrouwen ondergeschikt zijn, in tegendeel tot de waarheid die zij wijselijk verzwijgen en omzeilen in alle richtingen.
Anu werd in het bijzonder in Munster vereerd.
Twee heuvels in het graafschap Kerry staan nog bekend als Da Chich Anann 'de borsten van Anu'.

Milesius:

 

Milesius, ook wel Mil of Mile, was de naam van de Spaanse soldaat wiens zoons de laatste inval in Ierland leidden. Ze namen zodoende wraak voor de moord op hun verwant Ith. Ze versloegen de Tuatha Dé Danann, 'het volk van de godin Dana', die tot dan toe heerste over Ierland. Na de beslissende slag, die door de Milesiërs werd gewonnen, trokken de Tuatha Dé Danann zich terug in een ondergrondse andere wereld. (Lees verder hieronder).

 

Ith:
Ith bewoonde een grote toren in Spanje. Die toren staat bekend als "de toren van Hercules", ook wel de huidige (gerestaureerde) toren van Breogán.
Breogán was de vader Van Ith.
Breogán kreeg een standbeeld naast de toren waar de toren van Ith zich bevind, (La Coruña).
Tijdens de Romeinse overheersing werd de toren omgedoopt tot de toren van Hercules.
De "oude" toren van Hercules werd voordien ook reeds gerestaureerd. (Zie afbeelding hierboven).
< Voor meer informatie hierover, klik op de afbeelding, (Afbeelding van de oude "gerestaureerde" toren), of klik op één van de linken... . (Engelstalig).
Onderaan zie je de huidige toren.
Ith, zoon van Breogán, bouwde deze toren. (Legende)
Van daaruit kon hij Ierland zien liggen, en hij besloot erheen te gaan. Zo trokken de Ketliberiërs naar Ierland.
Hij landde met negentig man kort nadat de Tuatha Dé Danann in de tweede slag bij Magh Tuireadh de Fomóiri hadden verslagen. De Tuatha verdachten Ith ervan dat hij het land wilde veroveren en doodden hem. Toen zijn lichaam weer in Spanje terugkeerde, zwoeren zijn zonen Ierland te zullen veroveren. 
Deze invasie, de laatste die in de Ierse mythologie werd vastgelegd, was Iths oom Mil of Milesius.  De invasie was een gedeeltelijke mislukking. Ketliberiërs verloren uiteindelijk toch de strijd.
Tientallen jaren later kwam Milesius terug naar Ierland met zijn leger en versloeg hij de Tuatha.
Niettemin bleven de Tuatha Dé Danann hun "onderaardse" leven verder zetten en komen zij heden ten dage terug bij pozen naar de oppervlakte om hun macht stilaan (stap voor stap) terug in te nemen zoals voorheen en zoals het ook hoort te zijn. (Merry Meet, Merry Part & Merry Meet Again).
De Spaanse provincie én stad "Lugo" herinneren nog aan "Lugh". (Werd aanbeden in N. Spanje).


De toren van "Ith" (toren van Hercules, toren van Breogán "La Coruña" in Spanje).

Lang leve de Tuatha Dé Danann! Lang leve Lugh, zoon van Dana!