|
  
  

  

  

Met haar vier fasen, acht typen en
achtentwintig posities in de Zodiak, is de Maan
een rijke bron van informatie voor de astroloog.

De 28 posities van de Maan volgens een
Spaans manuscript uit de 16e eeuw.
  
  

  
We weten dat de Maan invloed uitoefent op
de getijden. Maar hoe gaat dat precies in zijn werk? De regelmaat van eb en
vloed is het gevolg van relatieve dagelijkse posities van de Aarde, Zon en Maan.
Deze cyclische invloed is dus meetbaar en houdt verband met andere
verschijnselen op aarde. Waarom zou dat niet ook gelden voor andere planeten,
ongeacht hun afstand tot de Aarde?
Vaak wordt beweerd dat de astrologie gebaseerd is op het principe van astrale
invloeden. Maar historisch gezien heeft deze opvatting ertoe geleid dat de twee
lichtgevende hemellichamen, Zon en Maan, bij de planeten werden ingedeeld. In
dezelfde periode vond het heliocentrische stelsel ingang - men ontdekte dat in
ons stelsel de Zon het middelpunt is waar de planeten omheen draaien. Deze
zogenaamde invloed van de planeten ontstond in de geest van astrologen en
astronomen die ten rijde van de Renaissance leefden: Copernicus, Tycho Brahe,
Kepler en Galileo. Dit veroorzaakte een breuk tussen astronomie en astrologie;
moderne astronomen ontkennen dat de planeten op ons enige invloed hebben.
Er moet nadrukkelijk gesteld worden dat de priester-astrologen uit de oudheid
nooit enige directe invloed toekenden aan de beweging van hemellichamen binnen
de zodiak, maar ervan uitgingen dat verschijnselen aan de hemel en op aarde
toevallig gelijkertijd plaatsvonden en overeenkomsten vertoonden. In de
Renaissance raakten geleerden zo gefascineerd door de oude beschavingen dat er
een terugkeer naar onze “wortels” plaatsvond. Het bleef echter beperkt tot een
oppervlakkige beweging die tot veel misverstanden en onbegrip leidde, waarvan
wij ook nu nog de sporen zien.
De astroloog moet onderscheid maken tussen de fysieke invloed van de Zon en Maan
op bepaalde verschijnselen op aarde enerzijds en de symbolische taal van de
hemellichamen anderzijds.
Als we het hebben over de Maan, dienen we dus in het vervolg deze twee
verschillende interpretaties in ons achterhoofd te houden.


Voor de astroloog zijn de fasen van de Maan
in drie categorieën verdeeld:
1. De vier
hoofdfasen: Nieuwe Maan, Eerste Kwartier, Volle Maan, Laatste
Kwartier.
2. De acht maantypen: Nieuwe
Maan, Wassende Maan, Eerste Kwartier, Bijna Volle Maan, Volle
Maan, Afnemende Maan, Laatste Kwartier, Verdwijnende Maan (zie
'de acht maantypen' tabel).
3. De 28 maanposities die
overeenkomen met de 28 fasen in een maan– of lunatiecyclus,
ofwel een volledige omloop van de Maan rond de Aarde.
Hier gaan we ons verdiepen op de astrologische en astronomische
kenmerken van de vier hoofdfasen van de Maan.




In de astronomie is er sprake
van een Nieuwe Maan wanneer de Maan op hetzelfde moment als de Zon
opkomt en ondergaat. De twee hemellichamen staan dan in dezelfde
positie ten opzichte van de Aarde.
Een zonsverduistering vindt dus altijd plaats tijdens Nieuwe Maan,
als beide hemellichamen korte tijd op één volmaakte rechte lijn
staan ten opzichte van de Aarde, met de Maan tussen de Zon en de
Aarde in.
De door het zonlicht beschenen gezicht van de Nieuwe Maan is vanaf
de Aarde dan niet te zien.
In de astrologie vindt de Nieuwe Maan plaats op het moment dat Zon
en Maan op dezelfde graad van de zodiak staan, dus in hetzelfde
teken. Als tijdens Nieuwe Maan de Zon zich bijvoorbeeld op acht
graden in Ram bevindt, dan staat de Maan daar dus ook.
Men zegt dan dat de Zon en de Maan in conjunctie staan of conjunct
zijn.

In de astronomie vindt het
Eerste Kwartier zeven dagen na Nieuwe Maan plaats. Afhankelijk van
deze periode van het jaar is er een tijdsverschil van 6 tot 12 uur
tussen de Maan en de Zon; dit houdt in dat de Maan 6 tot 12 uur
later dan de Zon opkomt en ondergaat. Vanaf de Aarde ziet de Maan
eruit als een sikkel die van rechts naar links groter wordt en
uiteindelijk de hoofdletter "D" vormt.
In de astrologie vindt het Eerste Kwartier plaats als Zon en Maan
een hoek van 90 graden vormen binnen de zodiak, waarbij de Maan
altijd de Zon vooruit is.
Laten we weer even teruggaan naar ons voorbeeld. Als de Zon bij het
Eerste Kwartier op 15 graden in Ram staat - de Zon legt per dag één
graad af in de Zodiak - staat de Maan op 15 graden in Kreeft. Ze
maken dan een vierkantsaspect met elkaar.

In de astronomie vindt Volle Maan 14 dagen
na Nieuwe Maan plaats, wanneer de Maan ondergaat op het moment dat de Zon
opkomt, of andersom. Bij Volle Maan zien we het hele Maanoppervlak baden in het
zonlicht.
De twee luminaten staan recht tegenover elkaar met de Aarde er tussenin. Een
maansverduistering vindt altijd plaats bij Volle Maan, wanneer de Zon, Aarde en
Maan op één lijn staan en de Aarde haar schaduw werpt op de verlichte zijde van
de Maan.
In de astrologie vindt Volle Maan plaats op het moment dat Zon en Maan zich 180
graden van elkaar verwijderd hebben en zich dus in tegenoverliggende tekens van
de zodiak bevinden. In ons voorbeeld staat de Zon bij Volle Maan op 22 graden in
Ram, zodat de Maan te vinden is op 22 graden Weegschaal. Ze staan dan in
oppositie.

In de astronomie vindt het Laatste Kwartier
21 dagen na Nieuwe Maan plaats.
Het tijdsverschil tussen opkomen en ondergaan
van beide luminaten is teruggelopen en is nu even groot als bij het Eerste
Kwartier.
Vanaf de Aarde bezien ziet de Maan eruit als een halve maan waarvan het
verlichte deel in omvang afneemt en geleidelijk een hoofdletter C vormt.
In de astronomie vindt het Laatste Kwartier plaats als de Zon en Maan opnieuw op
90 graden van elkaar staan in de zodiak, net zoals bij het Eerste Kwartier. Maar
tijdens deze fase is de Zon altijd de Maan vooruit.
Keren we nogmaals terug naar ons voorbeeld, dan zien we dat als de Zon op 29
graden in Ram staat, de Maan bij 29 graden in Steenbok arriveert.
Opnieuw maken ze een vierkantsaspect met elkaar.
  

  
  



  
  
   |