Pasen? Een groot gekerstend bedrog! Christelijk gekopieerd van Pesach!
(Sunna - Ostara - Ostar - Ostern - Eastre - Eshtar - Ishtar - Isjtar)
(Oud Babylonische & Germaans-Keltisch- Paganistische- feestdag)
(Paganistich Lentefeest) - (Hebreeuws = Pesach)



Hoewel Pasen in de christelijke traditie veelal bekend staat als de dagen waarop de dood en de wederopstanding van Christus worden herdacht, is de oorsprong van het originele feest veel ouder. Die voert terug op heidense rituelen, zoals de paasvuren, het verstoppen van geverfde eieren en de paashaas. Heksen wisselen, met Ostara, nog steeds rood geverfde Oostereieren uit.
Heksen schilderen de eieren rood omdat het ei een oerteken is voor vruchtbaarheid en voor het nieuwe licht dat herkenbaar is door de rood opkomende ochtendzon.
Een ei is wit of lichtbruin en staat daarom voor de jonge, nog niet menstruerende vrouw. Het verven van eieren is een ritueel van jonge heksen, om hun vruchtbaarheid te vieren. De rode kleur is hierbij de voorstelling van het eerste menstruatiebloed. Met Ostara worden door de heksen, als doelstelling voor een vruchtbaar jaar, rode eieren uitgewisseld en in Oosterbroden verwerkt.
Sommigen maken er een echt kunstwerkje van.
Voordat het noorden en midden van Europa werden bekeerd tot het christendom (vanaf de vierde eeuw), was het in deze streken de gewoonte dat mensen op de eerste zaterdag na 21 maart bijeen kwamen om hout te sprokkelen. Het hout werd om een eik gestapeld en in brand gestoken. De mensen knielden rondom het vuur en smeekten tot Sunna, de Germaanse godin van de schemering, de lente terug te brengen. Het was de tijd dat de winter ten einde liep en de warme lentedagen begonnen. De volgende dag kwamen de mensen weer bijeen en keken naar het oosten naar de opkomende zon en dankten Sunna voor de teruggekeerde lente. Vervolgens was het tijd om feest te vieren en spelletjes te spelen. Er werden eieren geverfd, vooral rood en goud - als de stralen van de zon - en verstopt.
Veel eieren werden aan de lentegodin geofferd, andere werden opgegeten. Ze werden als het teken van het ontkiemende leven en vruchtbaarheid beschouwd. Ook werden er broodjes gebakken en geofferd. Later veranderde de plaatselijk gebruikte Germaanse naam Sunna voor god van de schemering in Eostre (ook wel Eastre, Eostre, Ostara of Ooster), godin van de vruchtbaarheid, die op grote schaal ingang vond. Deze naamsverandering hangt mogelijk samen met de invloed van Perzische en Assyrische stammen die zich met hun lentegodin Ishtar in Europa vestigden. De Duitse en Engelse woorden Ostern en Easter voor Pasen zijn van deze godin afgeleid. De paasvuren, die nu nog oplaaien, hebben dus een zeer oude oorsprong. Hetzelfde geldt voor de eieren, die na de kerstening van de Germaanse volkeren door de kerk van een theologisch sausje werden voorzien. In de twaalfde eeuw werd het ei in de religieuze wijdingen opgenomen. Met als argumentatie dat het ei een symbool voor het stenen graf van Christus zou zijn. Uit een dood voorwerp was toch een nieuw leven voortgekomen, waarmee verwezen werd naar Christus' opstanding met Pasen. De paashaas, die als symbool van vruchtbaarheid eieren komt verstoppen, is weer terug te voeren op het heilige dier van de godin Eostre / Ostara: "een sneeuwhaas". Het ei, symbool van vruchtbaarheid, kon ook op een ander manier met de haas worden verbonden. Een kievitsnest lijkt veel op een hazenleger.
Vroeger dacht men daarom dat hazen eieren legden. Dat allerlei heidense zaken tegenwoordig nog prominent aanwezig zijn, is niet zo vreemd. Ze zijn in feite nooit weggeweest. De christelijke kerk heeft bij het proces van bekering slim gebruik gemaakt van de heidense feesten door ze simpelweg in de eigen viering van het geloof in te passen. Daardoor maakten ze het zich gemakkelijker om de heidenen te dwingen om over te stappen naar hun religie en zo hun wereldmacht te vergroten, ten koste van de originele logische oorsprong uit het "zogenaamde" heidendom (paganisme).


Door Wiccans wordt het Lentefeest meestal Ostara genoemd, naar de Angelsaksische Godin Ostara of Eostra. De Lente was al in de Oudheid een belangrijk moment. Het Babylonische Lentefeest werd gevierd tijdens een twaalfdaags feest dat begon op de Nieuwe Maan na de equinox.
De viering van de daaropvolgende Volle Maan was het hoogtepunt van dit feest.
Het Joodse Lentefeest is hierop gebaseerd en werd op zijn beurt weer het voorbeeld voor het Joodse Pesachfeest.
In Griekenland werd tijdens de volle maan na de equinox een feest voor Dionysos gehouden. Ook de Indo-Europese stammen vierden de volle maan na de equinox.
In de vroege Middeleeuwen is dit Maanfeest gekerstend tot het Paasfeest.

Het gewone volk vierde het Lentefeest niet altijd precies op de equinox. In sommige streken wachtte men op de eerste koekoek of de eerste zwaluw. Geleidelijk nam het Paasfeest de plaats van het Lentefeest in. Nog steeds vierde men daarbij de triomf van de lente over de winter. Vaak werd de winter als een stropop voorgesteld en verbrand of in het water gegooid. Soms hielden Koning Winter (Koning Hulst) en Koning Zomer (Koning Eik) schijngevechten waarbij de winter werd verslagen en verjaagd. Vaak werd het voorjaar plechtig en feestelijk ingehaald door een met groene bladeren versierde jongeling uit het bos op te halen. In Engeland werd dit een Green Man genoemd. Hier werd dat meestal een Wildeman genoemd. Soms was er een Lentekoning en een Lentekoningin, soms een Lentebruid. Vrijwel altijd trok men feestelijk rond de akkers om de levenskracht van de Lente hierop over te brengen. De Lentekoning had vaak een staf of roede waarmee hij op de akkers sloeg om ze vruchtbaar te maken. Op heuvels werd een lentevuur gebrand.
Veel Paasgebruiken, zoals het paasvuur, zijn hiervan afgeleid.

Met Imbolc, 2 februari, worden de akkers opnieuw vruchtbaar gemaakt. In het voorjaar is er meestal al gezaaid, maar er is nog niet veel boven de grond te zien. Het nieuwe leven ontkiemt onder de grond, in het verborgene. Ook het leven in een ei ontwikkelt zich op deze manier en daarom is het ei door de eeuwen heen een symbool voor vruchtbaarheid en nieuw leven geweest. Een ei was, net als een brood, iets heiligs. Voordat men ging ploegen en zaaien werden vaak eieren in de akker begraven om de vruchtbaarheid van het ei op de aarde over te brengen.
De kerk speelde handig in op deze heidense traditie en voordat men de eieren ging gebruiken voor vruchtbaarheidsriten kon men ze in de kerk laten wijden, liefst met Pasen natuurlijk.
De paashaas, die de eieren brengt en ze soms nog legt ook, is eveneens een oud heidens vruchtbaarheidssymbool, verbonden met de levenskracht die in de lente opnieuw de winter verdrijft.





Het Lentefeest is voortgekomen uit de landbouwfeesten waarbij allerlei handelingen werden verricht om het ontkiemen van het net gezaaide zaad te stimuleren. Voor hedendaagse heidenen speelt de landbouw over het algemeen nog maar een geringe rol. Toch kan de cyclus van het jaar zelfs in een flatwoning aanschouwelijk gemaakt worden. Als je met Imbolc in het ritueel tarwe hebt gezaaid in een bak kun je dit in je Lenteviering opnemen, bijvoorbeeld door er overheen te springen.
Springen is sinds mensenheugenis een manier om de groeikracht van de Lente op te wekken.
Je kunt dit nog versterken door er een kaars in te branden.

Naast de levenskracht van het gezaaide zaad kun je je ook op andere zaken richten. De groeikracht van de lente kan worden opgewekt om iets dat net op gang is gezet te stimuleren en te versterken. Dit kan een baan betreffen die je net bent begonnen en graag wilt houden. Het kan een project zijn dat je net gestart hebt en een goede kans wilt geven, een relatie die je net bent begonnen. Maak een symbool voor wat je wilt versterken en verricht daar bepaalde handelingen mee die de sluimerende kracht activeren. Neem bijvoorbeeld een foto van je geliefde en gooi die onder het uitspreken van een wens zo hoog mogelijk in de lucht.

Naast het verrichten van handelingen om bepaalde veranderingen op gang te brengen of te versterken, kun je de Lenteviering ook gebruiken om je dank voor de hernieuwde levenskracht van de natuur uit te drukken. De handelingen die je verricht kunnen dan je gevoelens naar Moeder Aarde toe uitdrukken.






De krachten die we in een Lenteviering opwekken zijn niet bedoeld om de lente op gang te brengen.
Dat gebeurt zonder ons ook wel (zo te zien).
Het is veeleer dat we de groeikracht van de lente, die potentieel aanwezig is, benutten. Net als we met het Joelfeest gebruik maken van de kracht die loskomt als het wiel van de zon weer gaat draaien, kunnen we de kracht benutten die in het voorjaar door de natuur wordt opgewekt. Al wat we hoeven te doen is de kracht die latent aanwezig is activeren (zoals je kunt zien).
Springen, gooien, begieten met water, slaan met de levensroede, verdrijven van de winter, het ontsteken van een vuur, het zijn even zoveel manieren om de levenskracht te activeren, naast diegene die jij nú aan 't bedenken bent...!
(En we hebben het hier niet over kippen en konijnen met lentekriebels)!

We wensen je een fijne viering van het Lentefeest, waarin je de hernieuwde levenskracht van de natuur in jezelf ervaart.


Een Germaans woord van oorsprong dat “lengen” betekent.
Met de lente-equinox zijn dag en nacht even lang. Dit komt omdat de zon de evenaar passeert van Zuid naar Noord. De dag waarop dit gebeurt valt exact tussen de winter– en de zomerzonnewende, rond 21 maart. Na de lente-equinox met Ostara worden de dagen weer langer en de nachten korter. Zoals we reeds vermeldden is het een Germaans feest van oorsprong wat in verband staat met het lengen van de dagen, de terugkerende kracht van de zon en de herleving van de natuur.
Deze jaarlijkse overgang van donker naar licht word ook gevierd met optochten langs akkers, waarbij met stokken op de groen wordt geklopt om de aarde terug wakker te maken.
Naast de terugkeer van de zon is de eerste volle maan van de lente eveneens van groot belang.
Op die dag wordt de wederopstanding van de natuur gevierd. Volgens het volksgeloof maakt de zon drie vreugdesprongen om de terugkeer van het licht te vieren.
De christenkerk heeft deze rijke heidense gebruiken uitgeroeid en gekerstend om ze zelf te gebruiken onder hun eigen principes en vervormingen.
Daardoor werd het originele Ostara omgedoopt tot het bedrieglijke Pasen.
Het christelijke Pasen heeft vroeger nooit bestaan.
Pasen is een christelijke kerstening van Pesach, vermengd met veel oudere Germaanse paganistische tradities, zoals eieren schilderen en eieren rapen.
De eieren staan hier symbool voor vruchtbaarheid.



Pasen, Jezus' welwillende sterfte, afdaling naar de hel en wederopstanding kan gezien worden als de Christelijke versie van het Heilige Paringsritueel. In zekere zin kan de 'Hel' gezien worden als het collectieve onderbewustzijn, het vrouwelijke aspect, de Godin, waar de offergod in duikt als een noodzakelijke inleiding voor wedergeboorte.

Paasvuren dienen om de terugkeer van het licht en de lente te vieren. Men sprong over het vuur voor geluk en gebruikte de houtskool om het gezicht mee zwart te maken. Ook nam men de houtskool mee naar huis als afweermiddel tegen brand en blikseminslag. Daarnaast nam men ook een tak van het paasvuur mee om de eigen haard mee aan te steken. Een afgeleide hiervan is het aansteken van kaarsen aan de Paarskaars. Eeuwenlang heeft de Kerk geprobeerd de paasvuren en andere heidense tradities er omheen uit te bannen. Maar nog steeds worden elk jaar op eerste paasdag de zogenaamde Paasvuren aangestoken om de terugkeer van het licht en de lente te vieren, al is het de laatste jaren wel hard achteruitgegaan met deze gewoonte. Voornamelijk in het oosten van Nederland komt het nog voor. Paasvuren werden daar meestal gehouden op heuvels en bergen, en nu nog dragen sommige daar de naam 'Paasberg'. (Zie ook 'Paasvuren').


Eeuwenoude Ostara traditie (Paastraditie). Over het vuur springen.

De benaming van de feestdag van Pasen vindt zijn oorsprong dan weer in de Joodse religie. De christenen kopieerden en kerstenden het van 'Pesach'.
De Christelijke godsdienst heeft Pasen en bijhorende feesten (zoals Pinksteren) overgenomen omdat belangrijke data uit het leven van Christus, zoals beschreven in de Bijbel, met de Joodse feesten samenvielen. Terwijl Pasen voor de Joden de uittocht van het Joodse volk uit Egypte (Exodus) herdenkt (Pesach), is Pasen voor de Christenen het feest van de verrijzenis.
De data vallen echter niet samen.
De berekening van Pasen was in de eerste eeuwen van het Christendom niet eenduidig. Pas in de achtste eeuw kwamen er algemene regels, gebaseerd op hetgeen in het jaar 325 op het Concilie van Nicea was voorgesteld. Een eenvoudige formulering voor de Paasregel is de volgende: Pasen valt op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente. Een volle maan op de eerste dag van de lente telt ook, maar indien de eerste volle maan van de lente op een zondag valt, wordt Pasen de volgende zondag gevierd.

De twee astronomische elementen, het begin van de lente en de volle maan, kunnen alleen met de moderne astronomische storingstheorie zeer precies bepaald worden. De beweging van de aarde en de maan zijn immers onderhevig aan storingen van de andere planeten en deze kleine afwijkingen hebben een merkbare invloed. Vergeet bovendien niet dat de banen ellipsvormig zijn en dat de maanbaan een helling vertoont t.o.v. het baanvlak van de aarde om de zon. Het spreekt vanzelf dat de kerkvaders en hun astronoom-rekenkundigen deze finesses niet konden voorzien. Bovendien wilde men ook een zekere regelmaat in de Paasdata om de voorspellingen enigszins doenbaar te maken.
Zo ontstond de regel van het kerkelijke Pasen (het ecclesiastische Pasen).
Hierin begint de lente altijd op 21 maart en wordt de volle maan berekend aan de hand van een regel die zegt dat de maanfasen zich om de 19 jaar perfect herhalen wat betreft de data in de loop van het jaar. De Griek Meton had dit in de 5de eeuw voor Christus al ontdekt en daarom wordt die periode de Metonische cyclus genoemd.
Op een paar uur na - die wel accumuleren in de loop van de eeuwen - klopt deze regel ook.
Pasen kan dus niet vroeger vallen dan 22 maart en niet later dan 25 april.
In het laatste geval is er een volle maan op 20 maart zodat de eerste volle maan van de lente pas op 18 april valt en, wanneer dit een zondag is, wordt Pasen pas op 25 april gevierd.

Een ander interessant punt om te vermelden, is dat het Christelijke Pasen altijd tussen Ostara en Beltane valt. In feite, de Engelse naam voor Pasen, Easter, komt van de Germaanse Godin Eostre, ook wel Ostara genoemd. Pagans, heksen en Wiccans noemen de Lente Equinox ook zo.
Eveneens in Duitsland spreekt men nog altijd over "Oster" en niet over "Pasen".
De benaming van Ostara of Eostre is dan weer afgeleid van de Babylonische godin Ishtar.
Ishtar is één van de oergodinnen van vruchtbaarheid, seksuele liefde, en oorlog.
In het Babylonische pantheon, was zij " de goddelijke verpersoonlijking van de planeet Venus" .
Ishtar werd vooral geassocieerd met seksualiteit: haar cultus impliceerde de Heilige Prostitutie; haar Heilige stad Uruk
(Erech) werd genoemd als " de stad van heilige courtesans" ; zijzelf als " courtesan van de goden" ; en zij had talrijke minnaars. (Logisch).



* Meiboom:
De Meiboom bestond feitelijk uit een staak met daarboven een rond heidens
zonnerad. Op de top hoort een haan te staan. Met de Meiboom ging het drie richtingen uit: een kinderfeest, een volwassenen festijn en de paasvuren.

* Schuttersfeesten:
Weinigen zullen nog beseffen dat de schuttersfeesten, die nog steeds gehouden worden, afstammen van de Meiboom.
De paal met het zonnerad en de haan in top dient nu voor het "vogelschieten". (Schuttersgilde).

* Paasvuren, vreugdevuren in het voorjaar: (Zie ook "Paasvuren").
Met de kerstening is de Meiboom versmolten in het paasvuur, immers heidense gebruiken gedragen zich niet naast het christendom. (Wél andersom). Maar daarmee is de kous nog niet af.
Het paasvuur bestaat uit een grote stapel takkenbossen om een staak gebouwd.
Soms vind je bovenin nog een zonnerad, maar door de kerstening vaker een pop die Judas (de verrader) moet voorstellen. Op deze wijze kon het gebruik wel door de beugel, bij de Kerk. 't Is ook de kerk die Judas bestempelde als verrader, in jongere tijden. Reeds is bewezen dat Judas geen verrader was.
Tegenwoordig wordt de pop ook wel vervangen door een teerton.
Op eerste Paasdag wordt 's avonds bij zonsondergang de teerton aangestoken en de lekkende vlammen zorgen ervoor dat het "boaken" (baken) vlamvat. De paasvuren trekken nog steeds vele bezoekers naar de erven, buurtschappen en dorpen waar de paasvuren ontstoken worden.
In sommige andere regio's zijn deze vuren overgegaan in St. Jansvuren, waarmee het begin van de zomer, de zonnewende, gevierd word. (Zie "Paasvuren).

Palmpaas (palmzondag) is een overblijfsel van de vieringen rond de Germaanse meiboom, toen men symbolen van de terugkeer van de zomer versierde en ronddroeg. Palmpaastakken waren samengebonden groene takjes die versierd werden met brood en snoepgoed. De top van de palmpaas werd versierd met een wiel, rad of cirkel wat men het zonnerad noemde. Dat zonnerad werd meestal beladen of gemaakt met brood. Men plaatste daar bovenop ook nog een broodhaantje.
Dat broodhaantje stelde de gouden haan “Gullinkambi” voor, die bovenin de levensboom
Yggdrasil zit, als symbool voor de zon. Gullinkambi kondigt het Ragnarök aan.
Aan de palmpaas werden vele krachten toegeschreven. Zo zouden de takken vruchtbaarheid brengen, levensschenkend en geneeskrachtig zijn.
De palmpaas werd vaak op de akker neergezet in de hoop dat er in het komende jaar een goede oogst zou worden behaald.
De Kerk probeerde het gebruik van de palmpaas in eerste instantie de kop in te drukken. Het maken van heidense figuren uit brooddeeg werd rond de achtste eeuw door de Kerk verboden. Gullinkambi, de Germaanse gouden haan, werd door de kerk overgenomen en zij plaatsten hem bovenop hun kerktorens als “windhaan”.
Daarmee draaide de Kerk ook weer een oude originele Germaanse traditie de nek om.
En toen kwam er "Palmzondag"... .
Meestal worden nu buxustakjes gebruikt, die door de kerkelijke priester worden ingewijd en door de gelovige christenen mee naar huis genomen voor voorspoed en gezondheid.
Over "heidendom en heidenen" gesproken ... .