Ostara, ook wel Eostre, Astarte (Semitisch), Istra, Ishtar of Istre genoemd, wordt in vele religies en culturen aanbeden.
Zij is de godin van het leven en de vruchtbaarheid.
In de Romeinse religie is zij Venus, in de Griekse Aphrodite en in de Noorse Freya.
In de Duitse benaming voor Pasen, "Ostern", horen we nog de oorspronkelijke heidense betekenis van feest van de lente, genoemd naar Ostara. Ook in de Engelse benaming, "Easter", horen we nog dezelfde oorsprong.
Vaak ziet men naast Ostara een ei en haas afgebeeld. Kenmerkend is dat de oorsprong van het paasei en de paashaas hier ligt.
De haas aan de voeten van de Germaanse godin Ostara was volgens de overlevering in eerste instantie gewoon een .... kip. Ostara, de godin van de vruchtbaarheid en de lente zou een kip gehad hebben met een vervelend karaktertrekje: het beestje verborg de eieren voortdurend. En dat pikte Ostara niet. Ze veranderde de kip in een haas, die de eitjes weer mocht gaan zoeken. Sindsdien zie je Ostara steevast afgebeeld met aan haar voeten ... een haas, ook een symbool van vruchtbaarheid.
Ostara. Germaanse godin van het voorjaar en de herrijzende natuur. Godin van de dageraad. Andere spellingen van haar naam zijn Ostar, Eostar, Eastre of Eostre. Het Ostarafeest (paasfeest) wordt in het voorjaar gevierd; het is de viering van de dag- en nacht -evening van de lente.
Zowel het Engelse als het Duitse woord voor Pasen: "Eastern en Ostern", komen van haar naam. Ostara's naam wordt etymologisch wel in verband gebracht met Eos, Oesja, Ishtar en Astarte; godinnen die in verband staan met de dageraad of de planeet Venus. Ook is er verwantschap met de naam van de Bijbelse Esther en de Hittitische Istustaya.
Ostara's heilige dier de haas staat symbool voor de vruchtbaarheid. Deze bestaat nu nog als de paashaas. Ook het woord 'oosten' is aan haar naam ontleend of eraan verwant. Dit verklaart ook haar relatie met de zonsopkomst, iedere ochtend in het oosten. Vele dingen die nog bij het paasfeest horen zijn van oorsprong haar attributen, zoals eieren en de haas.
Tijdens haar feest brandde het reinigend vuur van Ragnarok, waar mensen overheen sprongen.
Ze helpt iedereen die in wanhoop of angst bij haar komt. Ze wordt ook wel vereenzelvigd met Valfreya, de Vrouwe van de Strijd. Ze bezit toverkracht, waardoor ze de nachtelijke hemel kan berijden. Ze leidt de zielen van de gevallenen en van hen die een goed leven hebben geleid naar hun rustplaats. Ze bewaakt een fontein die het water van de wedergeboorte bevat. Volgens de mythologie heeft ze haar magische geheimen aan Odin verteld.
De eerste maal dat de zogenaamde godin Ostara wordt vermeld is in de werken van de Angelsaksische geestelijke Beda Venerabilis (673 – 735). Volgens Beda werd april in het Oud-Engels Ēastur-mōnath geheten.
Op IJsland wordt verteld dat de godin, hier Freija geheten, een der Vanen was; in Skandinavië lijkt Freija een andere godin te zijn. In de Germaanse en Angelsaksische gebieden werd dezelfde godin aangeduid met verschillende namen: Holda, Freija, Ostara, Frigga, Tara etc.

Jacob Grimm heeft nog wat informatie over Ostara overgeleverd, in zijn Deutsche Mythologie (1835): ten eerste werd april, de vierde maand, door de Angelsaksen en oude Germanen Esturmonath genoemd, Ostara's maand.
Mensen in gematigde klimaten vieren de komst van de lente met feesten en rituelen.
De belangrijkste van deze feesten was gewijd aan Ostara. Dit feest werd gekerstend en getransformeerd naar het christenfeest van de wederopstanding van Christus. Voor het feest bleef echter de naam van de godin gehandhaafd, nl. Ostern in het Duits en Easter in het Engels.
En ten slotte: andere overblijfselen zijn het geloof dat het ochtendwater (dauw) op de ochtend van Pasen geneeskrachtige eigenschappen bezit, het versieren van eieren en de paashaas.
Het ei of paasei was het symbool van Ostara's baarmoeder. Ze waren roodgeverfd, als uitbeelding van bloed, en men legde ze op graven om de doden kracht te geven. Deze zelfde traditie kende men ook in Rusland en Griekenland, en misschien is ook het gebruik ten tijde van het paleolithicum om de doden roodgeverfde grafgiften mee te geven hierop terug te voeren.
De palmpasenstok is waarschijnlijk een overblijfsel van de meiboom. Op de stok of tak was een broodvogeltje gestoken met ogen van krenten, en een gevlochten brood; dit was misschien een overblijfsel van een haaroffer door vrouwen. Verder werden vreugdevuren ontstoken, waar de mensen omheen dansten of overheen sprongen. Dit is een onderdeel voor het feest tijdens de Vanadisnacht (Walpurgisnacht), voor de godin Freya, in de nacht van 1 mei; misschien is de palmtak in een latere tijd naar het paasfeest verplaatst.






Astarte ((van het Griekse Αστάρτη (Astártē)) was een Fenicische godin met algemene bekendheid in de noordwestelijke Semitische streken, beschermgodin van Side, en als "Maagd van de Zee" ook van de zeelieden, waardoor haar cultus wijd verbreid was. De eerste betekenis van haar naam was Baarmoeder. Zij is dan ook oorspronkelijk een vruchtbaarheidsgodin of Moedergodin, wat verder tot uiting komt in het epitheton "Moeder der Hemelen".
Astarte is verwant aan de godin Ishtar uit de Mesopotamische teksten.
Andere namen of naamswijzigingen zijn ‘Ashtart, in het Hebreeuws of Fenicisch עשתרת (getranslitereerd Ashtoreth), Ugaritisch ‘ṯtrt (ook ‘Aṯtart of ‘Athtart, getranslitereerd Atirat), en Akkadisch dAs-tar-tú (ook Astartu).
Astarte is vergelijkbaar met de Griekse godin Hera (Romeins: Juno, als koningin der Goden en beschermster van moeders en het huwelijk), maar ook met de Griekse Aphrodite (Romeinse: Venus, als vruchtbaarheidsgodin en godin van het vrouwelijke).
De Grieken ontvingen haar uiteindelijk onder de naam Aphrodite.
Belangrijkste cultuscentra waren Sidon waar ze een tempel deelde met Eshmun, Tyrus en Byblos. Munten uit Sidon tonen haar op een wagen in de vorm van een globe.
Munten in Beiroet tonen haar samen met Poseidon en Eshmun.



Boven: Astarte, die op deze Fenicische munt is afgebeeld, staande op haar boot.
Onder: Munten met Astarte, victorieus gekroond (links) en met trofee (rechts). (Feniciaans).

Andere cultuscentra waren Cytherea, Malta en Eryx op Sicilië. Van deze laatste plaats raakte zij onder de Romeinen bekend als Venus Erycina.
Een tweetalige inscriptie op de Pyrgi tabletten van ca. de 5e eeuw v. Chr. die gevonden zijn nabij Caere in Etrurië stelt haar gelijk met Uni, dat wil zeggen "Juno".
Ook in Carthago werd zij vereerd naast de godin Tanit.

 

 

 

Ook de Syrische godin Atargatis (Semitisch voor ‘Atar‘atah) werd met Astarte gelijkgesteld.

 

 

In het Fenicisch pantheon dat aan Sanchuniathon wordt toegeschreven komt Astarte voor als een dochter van Hemel en Aarde en zuster van de god El. Nadat El zijn vader Hemel omverwerpt en verbant, zendt Hemel zijn "Maagdelijke dochter" Astarte naar El als een soort list samen met haar zuster Asherah en de godin die later "Ba’alat Gebul" zal genoemd worden, de "Vrouwe van Byblos". Maar de list lijkt niet te werken want alle drie worden zij de echtgenotes van hun broer El. Astarte baart kinderen van hem die onder de Griekse namen de zeven Titaniden of Artemiden zullen verschijnen plus twee zonen Pothos "verlangen" en Eros "begeerte" of "aantrekkingskracht".

Astarte, heet Ashtoret in het Hebreeuws. Zij werd oorspronkelijk als Moedergodin vereerd in Kanaän met een hoofdtempel in Aphaca. Het was de hoofdgodin van de Feniciërs, voor wie zij het regeneratievermogen van de natuur vertegenwoordigde, een maangodin, ook aangenomen als "dochter van Ra" door de Egyptenaren. De Feniciërs hadden via hun scheepvaart de cultus wijd over het Middellandse zeegebied verbreid. Er bestonden tempels van Ashtoreth tot in Carthago en Eryx (Sicilië) en op diverse plaatsen in Cyprus.
De "heilige vrouwen" die de tempels beheerden werden qadishtu genoemd. Deze werden door het christendom met de zogenaamde tempelprostitutie geassocieerd.
Ashtoreth, Astarte, Attoret, Anath zijn alternatieve namen voor dezelfde godin, die algemeen als de voornaamste godheid gold in Tyrus, Sidon, Ascalon, Beth Anath, Beth Shan (waar zij een belangrijke Filistijnse tempel had), Aphaca, Baälbec, Byblos en Ashtoreth Karnaim, in welke steden in Kanaän zij een tempel had in Bijbelse tijden. De Ashtoreth tempel in Kition is zoals vele andere tempels rond de Middellandse zee, waaronder ook die van Athene en Delphi op Myceense fundamenten gebouwd, hetgeen op een zeer oude traditie van Moedergodincultus wijst.

In de latere Joodse mythologie wordt "Ashtoreth", als een (waarschijnlijk vrouwelijke) duivel van lust gezien in het Hebreeuws monotheïsme. Ook de naam Asherah kan met Ashtoreth worden verward, maar is waarschijnlijk een andere godin.
In Egypte stond de Kanaänietische Ashtoreth van oudsher bekend als Asit (Ua Zit of Ay Sit, verwant aan Isis). In delen van Arabië werd zij Umm Attar (Moeder Attar) genoemd.
Er is redelijke grond om aan te nemen dat de Griekse godin Aphrodite (vooral Aphrodite Erycina) slechts een andere naam is voor Astarte. Herodotus schreef dat de cultus van Aphrodite zijn oorsprong vond in Fenicië. Hij beschreef ook de grootste tempel ter wereld van Aphrodite die in een van de Fenicische steden was gelegen.
Verband met de planeet Venus is eveneens in overeenstemming met de Aphroditecultus, die blijkbaar van de Mesopotamische godin Ishtar afstamt.
Het offeren van duiven is daar eveneens mee verbonden.







Ishtar figureert veelvuldig in het Gilgamesj-epos.
In de mythologie is Ishtar een Koningin die leeft in de wereldzeeën.
Nadat Koning Gilgamesj heel wat gevaren heeft overwonnen, komt hij bij Ishtar en vraagt haar hulp bij het vinden van een zeldzame plant die in de diepte van de zee groeit. Deze plant zal hem onsterflijk maken. Ishtar is evenwel van mening dat de Koning al zeer veel geluk heeft gehad en roem verworven, daarom raadt ze hem aan om tevreden te zijn met wat hij heeft bereikt en niet te veel te willen. Hij weet haar echter te overreden om hem te vertellen van de wateren des doods waar de plant groeit.
Met haar hulp vindt hij de magische plant op de bodem van de kosmische wateren en verwerft daarmee onsterfelijkheid.


Poort van Ishtar in het Pergamon Museum, Berlijn.

Ishtar is één van de godinnen uit het antieke Mesopotamië. Ze is de Akkadische tegenhanger van de Sumerische godin Inanna en de in gangbare Nederlandse vertalingen van de Bijbel genoemde Astarte. Zij is ook bekend als Anunit, Ashtoreth, Athtirat of Athtarat en Atarsamain.
Ishtar, Akkadische godin, vereerd in Mesopotamië. Zij was de moeder van de maan Sin, met Ellil als vader. Ishtar wordt vaak de dochter genoemd van Anu, de god van de hemel of van de lucht.
Haar geliefde is de jaarlijks stervende en herrijzende herdersgod Tammoetz of Adon Tammoetz; "Adon" betekent heer.
De priesteres Enheduanna, dochter van koning Sargon, de stichter van Akkad, stelde haar gelijk aan de Soemerische Inanna. Haar teksten dateren van -2300; het zijn de oudst bekende teksten met een autobiografisch of verhalend karakter. Ishtar is de godin van de vruchtbare velden en de kuddes; ze is de meesteres van het soevereine land.
Eén van de belangrijkste toegangspoorten naar Babylonië (Babel, 'Poort van god') was de Ishtar-poort (zie afbeelding hierboven).
Haar naam kan worden vertaald als "ster", maar wordt soms ook vertaald als baarmoeder.
Ze is een strijdster, godin van de oorlog, wijsheid, verwoester van het land. Ze is een Akkadische godin, vooral bekend uit Babylon. Ze wordt wel Irninitum (razende leeuw) genoemd; ook labattu (leeuwin) en klaagster. Isjtar is oorlogsgodin als de ochtendster Dilbah en godin van de liefde als de avondster Zib (Venus); de Zodiak (dierenriem) of de regenboog is haar gordel. Een titel van Ishtar of Inanna was Erua; zij koos de koning uit voor haar heilige huwelijk en droeg zorg voor de geboorte van kinderen. Tot haar titels behoren Vrouwe van de Geboorte, Vrouwe van de Heldere Maan, Elletu ('schijnende'), Vrouwe van de Ochtend- en Avondster; Godin van de strijd; Schenkster van Recht en Wet; Beschermster van de zwakkeren; Moeder van de vruchtbare borsten; Blij~ogige vrouwe van passie en verlangen. Ze heet ook Sharrat Shame, "koningin van de hemel".
Ze is de godin van de oorlog en zegen, vergelijkbaar met de hindoe~godin Durga. Ook is ze tegelijkertijd maagd en godin van liefde en seks. Andere, oudere godinnen waarmee Ishtar werd geassocieerd waren Aja, Anatu of Antu en Anunit.
In de Assyrische stad Ninive draagt ze ook de naam Nina.
In deze oorlogszuchtige natie was zij een belangrijke oorlogsgodin.

Attributen zijn een baard; een leeuw of wagen getrokken door zeven leeuwen; pijl en boog; de regenboog; dadelpalm of levensboom; waterkruik; de dierenriem.

Ishtar wordt geïdentificeerd met de ster Sirius, de boogster. Op een Assyrische zegelrol van -700 staat ze op een leeuw, met in haar handen pijl en boog. Ze werd vaak afgebeeld omgeven door sterren. De stand van Sirius in conjunctie met het sterrenbeeld leeuw in de maand juli was het teken dat het hete en droge zomerseizoen in aantocht was. Met haar pijl en boog vernietigde Isjtar de aarde en de mensen. Zij staat voor haar dadelpalm, de levensboom, die tegenwicht bood tegen de levenseisende droogte. De maand juli heette "Tammoetz". Dat was de maand waarin Ishtar's geliefde "Tammoetz" stierf. Tot haar dieren behoren leeuwen, draken, griffioenen en de hemelstier. Ze droeg een achtpuntige ster op haar schild. Haar vulva wordt gesymboliseerd door objecten gemaakt van lapis lazuli en goud. Ze droeg een vat water, waaruit water wordt gegoten; dit bracht haar in verband met het vruchtbaarmakende regenwater. Als de planeet Venus vormt Ishtar een triade met de maan Sin en de zon Shamash. Haar embleem is dan een ster met 6, 8 of 16 stralen in een cirkel.
Ishtar daalde af naar de onderwereld, om haar overleden geliefde Tammoetz (de Soemerische Dumuzi) te bevrijden, maar op aarde hielden toen seks en zwangerschap op te bestaan. Ze moest bij elke poort een kledingstuk afgeven; haar kroon, haar juwelen, tot ze naakt was, want alleen naakt mag het rijk der doden worden betreden. Enki verzon een plan om haar te redden. Haar vader is de hemelgod Anu. Ze was beschermvrouwe van Uruk: "Haar jaarlijks huwelijk met de en (heer) van Uruk diende om de vruchtbaarheid veilig te stellen". Dit ritueel werd gehouden op nieuwjaarsdag. Hierbij hoorde de volgende tekst: "Mijn delen zijn goed bevloeide laaglanden ... Wie drijft de ploegossen er overheen"?
Het verhaal wijkt op een aantal punten af van de mythe over Inanna's afdaling naar de onderwereld. Volgens sommigen wordt de koning aan het einde van zijn regeerperiode geofferd.
Dit wordt weerspiegeld in het verhaal van Gilgamesj: deze weigert met haar te trouwen.
Ze stuurt de hemelstier, die wordt gedood door Enkidu. Deze wordt hiervoor met de dood gestraft.

Venus heet hier de 'klaagster': tijdens de rituelen wordt gerouwd om de dood van Tammoez.
De dierenriem of zodiak wordt opgevat als "de gordel van Ishtar".
Isjtar vermengde met de oudere Babylonische godin Anunitu, die werd voorgesteld door een schijf met acht sterren. De zodiak is de ring van sterrenbeelden waartussen de baan van de zon, en dus 's avonds en 's nachts van de planeten, zich bevindt. Als Dilbah, de ochtendster, trok Ishtar haar wapenuitrusting aan, spande zeven leeuwen voor haar wagen en ging op jacht, op mensen en dieren. Als de avondster Zib werd ze geëerd door de Qadishtu, de heilige vrouwen die in haar tempel openlijk rituele seks bedreven tijdens de volle maan. Ishtar was de schutsgodin van de heilige prostitutie. In haar belangrijke cultuscentrum de stad Erech leefden vele prostituees.
De regenboog fungeerde als ketting. De regenboog kon dienst doen als brug naar de hemel, voor de rechtschapenen, maar ze gebruikte hem ook wel als barrière. Zo wordt beschreven hoe zij haar ketting van juwelen voor de altaren van Enlil plaatste, zodat hij geen offers meer kon ontvangen. Hiermee strafte ze hem, omdat hij de vloed had veroorzaakte waar de meeste mensen in omkwamen. In het Bijbelse Genesis wordt de regenboog uit deze mythe een teken van god's gelofte aan de mensen dat hij nooit meer een zondvloed zal veroorzaken.
De regenbooggodin van de Maya's, Ixchel, werd verantwoordelijk gehouden voor de grote vloed.
Zij heeft net als Isjtar een waterkruik als attribuut.

In liederen aan haar gewijd wordt de eenheid van man en vrouw bezongen. De legendarische koning Gilgamesj weigerde van haar gunsten gebruik te maken. Zij stuurde uit woede de hemelstier op hem af, die zijn beste vriend doodde. Deze legende wordt wel in verband gebracht met het ritueel van het heilige huwelijk tussen de priesteres van Akkad en de koning, gevolgd door het offeren van de koning voor de opbrengst van het land en vruchtbaarheid en welzijn van het volk.
Het bedrijven van seks in de tempel maakte deel uit van haar cultus. Haar hulp werd ingeschakeld bij seksuele problemen zoals impotentie. Om van haar diensten gebruik te kunnen maken offerde men schapen, wierook en bier, of men verbrandde voor haar beeldjes. Herodotus maakt melding van het ritueel van prostitutie in de tempel; elke vrouw in Babylonië zou zich minstens eenmaal in haar leven in haar dienst moeten prostitueren.
In het Babylonische zondvloedverhaal is Ishtar boos op de god die de vloed veroorzaakte, omdat er veel mensen werden gedood. Uit woede blokkeerde ze haar regenboog, zodat de offers die de mensen op de altaren plaatsten hem niet langer konden bereiken en hij honger moest lijden. Een standbeeld van Ishtar, daterend van -2000, stond in het paleis van koning Zimrilin in Mari. Het was een stenen fontein met een holle buis waaruit water vloeide. Het was een votiefbeeld waarin zij werd uitgebeeld in haar hoedanigheid als schenkster van het levenswater.

Ishtar is eeuwig maagd; zij vernieuwde haar maagdelijkheid door te baden in een meer, onder begeleiding van haar twee musicerende dienaressen, Ninatta en Kulitta. Uit deze gewoonte blijkt haar band met vele andere godinnen, zoals de Griekse Hera, Artemis en Aphrodite, of de Germaanse Hertha of Nerthus.
Ze werd ook geassocieerd met de ogengodin, of met het oog dat altijd op de mensen toezag. In haar tempel in Tell Barak in Syrië, daterend van ca. 3000 jaar v.o.j., zijn vele kleine beeldjes gevonden waarvan de hoofden waren teruggebracht tot starende ogen.

Als Sumerische Inanna werd zij voor het eerst vereerd in Uruk (Unug in het Sumerisch, bekend als Erech in de bijbel) in de vroege periode van Mesopotamische geschiedenis. In bezweringen, gebeden, mythen, inscripties etc. werd Inanna/Ishtar vereerd en aangeroepen als de brenger van levenskracht. Maar er was ook een donkere kant aan deze godin van leven. Als godin van vruchtbaarheid en seksualiteit had zij tevens de kracht landbouwgrond te vernietigen en dieren onvruchtbaar te maken. Ze werd aangeroepen als godin van de oorlog, tijdens veldslagen en achtervolgingen, in het bijzonder door de oorlogszuchtige Assyriërs, Volgens de overlevering verscheen Ishtar voor een veldslag voor het Assyrische leger, gehuld in krijgstenue en gewapend met pijl en boog. (Mogelijk was zij de voorloper van de Griekse godin Athene, die ook meestal zo afgebeeld werd.) Als echtgenote van de oorlogsgod Shalman werd de Ishtar van Jeruzalem (Ashtoreth) Salmanitu genoemd. Sommigen brengen de namen Esther en Mordekai uit het Bijbelboek Esther in verband met respectievelijk Ishtar en Marduk (god).






Inanna. Soemerische godin, gebiedster van de hemel, schutsgodin van de prostitutie, zij bewaakt het heilig huwelijk (Grieks hiëros gamos) en de "Heilige Seks".
Ze is oorlogsgodin, bewaarder van de "mé" (wetten, machten over orde en regels). Zij heeft gezag over de herdersstaf, sommige weefsels en muziekinstrumenten die met oorlog, dood en begrafenis te maken hebben. Haar attributen zijn: "De wapenuitrusting, de leeuw en de wijnbeker".
Inanna reguleert de vruchtbaarheid van vrouwen en akkers. In haar vroegste manifestaties hield ze toezicht op de voorraadschuur, en was ze godin van de dadels, vlees, wol en graan. Ze werd gesymboliseerd door de deuren van het pakhuis. Ze heerst ook over de regen en de onweders.
Het gebrul van haar leeuw klinkt als het geweld van de donder.
Inanna heeft ook betekenis als vruchtbaarheidsgodin vanwege haar jaarlijkse huwelijk met de herdersgod Dumuzi ('trouwe zoon') of Dumuzi Amaushumgalana.
"Bau" kan met haar worden geïdentificeerd.
Een andere naam voor Inanna was Nanaya. Nanaya was eveneens de naam die de Parthen van Susa aan Anahita gaven, de Perzische godin die rond de 6e eeuw v.o.j. assimileerde met Ishtar.
De Hittieten noemden haar Inaras.
Ze rijdt in een wagen die wordt getrokken door zeven leeuwen. Ze is de morgen- of avondster Venus. Haar geliefde is de herder Dumuzi of Dumuzi-Amaushumgalana, 'de enige grote bron van de dadeltrossen'. Hij werd de zoon genoemd van Inanna in haar manifestatie als dadelpalm. In Ninive heette de maand juli/augustus naar hem.
Dumuzi sterft jaarlijks en wordt opnieuw geboren.
Hij personifieerde de groei en vruchtbaarheid van de dadelpalm. Inanna werd soms Vrouwe van de dadeltrossen genoemd. Deze mythe keert later terug in de mythologie over de geboorte van Attis uit Agdistis, Nanna of Cybele in de gedaante van een amandelboom. Zowel Inanna als Dumuzi droeg de titel Urikittu, 'de Groene'. In een mythe wordt verhaald hoe Inanna aanvankelijk de voorkeur heeft voor de graangod, maar zich later laat overhalen te trouwen met de herder Dumuzi, nadat deze haar heeft overtuigd van de kwaliteiten van de herder. 'Herder' was in Mesopotamië ook een titel van de koning; deze huwde de priesteres die Inanna vertegenwoordigde in een jaarlijks ritueel. De titel 'heilige herder' was aanvankelijk van toepassing op Inanna zelf. Op het moment van het offer werden Doemoezi en Tammoetz gelijkgesteld aan een lam. De figuur van Dumuzi is in de bijbel nog te herkennen als Adam en diens zoon, de gedode herder Abel. In het Nieuwe Testament is dezelfde betekenis voortgezet in Jezus. Als beschermster van het heilige huwelijk trouwde elke koning met de priesteres van Inanna. Dit ritueel werd gedurende de hele oudheid uitgevoerd, en was nog van betekenis bij de Grieken als het heilige huwelijk van Hera en Zeus.

Op een kleitablet uit 3800 v.o.j. wordt Inanna genoemd als dochter van Ningal en de maangod An. Ze wordt ook dochter genoemd van de maangodin Nanna en de hemelgod An. An wordt ook wel haar metgezel of echtgenoot genoemd. Andere echtgenoten waaraan ze wel wordt gekoppeld zijn Zababa van Kish, Dumuzi en Ashur.

Inanna was oorspronkelijk een slangegodin. Ze maakte ooit haar beroemde reis naar de onderwereld, waar haar zus Eresjkigal woonde. Als reden gaf ze aan de wachter dat ze de begravenis kwam bijwonen van de echtgenoot van haar zuster, Gugul-Ana. Tijdens de afdaling moest ze bij de eerste zes poorten sieraden, en bij de laatste haar gewaad afgegeven. Ninsjubur ('Koningin van het oosten') wordt op een kleitablet vermeld als haar dienares: zij regelt hulp als Inanna niet meer terugkeert. Inanna mag vertrekken als iemand haar plaats inneemt. Als blijkt dat Dumuzi niet om haar treurt, maar haar plaats op de troon heeft ingenomen en plezier maakt, laat ze Dumuzi en zijn zus Gesjtin-Ana haar plaats innemen. Volgens een ander verhaal was Dumuzi ooit door de oude bandietenvrouw Bilulu vermoord. Dit verhaal van de afdaling van de godin naar de onderwereld is de oudst bekende variant van het genre. De Akkadische versie gaat over Ishtar. De Grieken kenden het verhaal over Aphrodite, die naar de onderwereld reisde om haar geliefde Adonis (de Griekse Dumuzi) uit de onderwereld terug te halen, waar Persephone (de Griekse Ereshkigal) hem vasthield, of over de ontvoering van Kore (Persephone zelf), die later volgens de wil van haar moeder Demeter weer terugkeert naar de aarde.
Inanna was de tweelingzus van de zonnegod Utu. Ze beheert de kosmische wetten (me), die ze op listige wijze van haar vader Enki (of vader Anu) wegneemt. Ze hield van de strijd. Naast Dumuzi had ze vele geliefden, waarmee het steeds fataal afliep. Ze wordt vaak afgebeeld met een wijnbeker: deze bevatte de bedwelmende drank die een rol speelde tijdens het ritueel van de heilige seks. In het ritueel van het gewijde huwelijk nam de priesteres de rol van Inanna op zich, terwijl de koning de rol van Dumuzi had. Er zijn teksten bewaard gebleven van een van haar priesteressen, de Babylonische Enheduanna, uit -2300. Deze stelden haar gelijk aan Ishtar.

In alle grote centra had Inanna, later Ishtar, haar tempels: E-anna, "huis van An", in Uruk; E-makh, "groot huis", in Babylon; E-mash-mash, "huis van offers", en in Nineveh. Inanna was de beschermheilige van prostituees en werd waarschijnlijk verzorgd door priesteres-prostitutees. (Zowel mannen als vrouwen). De (latere) toegewijden van Ishtar waren maagden, die zolang als zij in haar dienst waren, niet mochten trouwen.
Tegen de Babylonische tijd werd Ishtar nog altijd beschreven als degene die de koning aanstelde: "Zij die de koning met gezag begiftigde". Ze werd in een bepaalde inscriptie ook aangeduid als "Zij die aan alle koningen de scepter, de troon, het jaar van regeren geeft", en ook "Raadgeefster van alle heersers, zij die de regeerperiodes van de koningen in handen houdt".
Eén van de eerste koningen, Sargon van Akkad schreef ca 2300 v. Chr. dat zijn moeder hogepriesteres was en zijn vader onbekend. Later ging hij "houden van Ishtar" en "ik oefende toen jaren het koningschap uit". Er is een parallel verhaal bij de Nubiërs.
In een van de meest opvallende Sumerische mythes reist Inanna door zeven hellepoorten naar de onderwereld. Bij het passeren van elke poort verliest zij kledingstukken en attributen, totdat zij de laatste poort volkomen naakt doorgaat. De koningin van de onderwereld vermoordt haar, en hangt haar dode lichaam aan een haak aan de muur. Wanneer Inanna uit de onderwereld terugkeert door tussenkomst van haar oom, de slimme god Enki, moet zij volgens de regels van de onderwereld iemand vinden om haar plaats in te nemen. Op weg naar huis komt zij haar vrienden tegen in diepe rouw, maar in de stad van haar cultus, Kulaba, zit haar minaar Dumuzi, (een zoon van Enki), pontificaal op een troon. Zij laat hem arresteren en hij wordt van de troon gesleept om als haar vervanger te dienen in de onderwereld. Later mist zij hem, en regelt het zo dat zijn zuster hem 6 maanden van het jaar vervangt. (Dit verhaal ligt waarschijnlijk aan de oorsprong van het Griekse verhaal van Persephone).

Drievoudige godin:
Inanna/Ishtar vormt een drie-eenheid samen met de maangod Nanna of Suen (Sin in het Akkadisch) en de zonnegod Utu (Akkadisch: Shamash). Ze zijn personificaties van de aarde, de maan en de zon. Deze drie-eenheid overlapt een andere: An voor de hemel, Enlil voor de aarde en Enki (Ea in het Akkadisch) voor diepe wateren.