


Lentenachtevening:
In Vlaanderen en in Nederland kende men vroeger het ‘Oosterfeest’.
Het
valt absoluut niet te ontkennen dat de huidige christelijke
feestdagen afstammen van de (oudere)
Heidense feesten zoals
(bijna) alle natuurvolkeren ze kennen! De woorden voor oosten,
dageraad en voorjaar zijn allen afgeleid van dezelfde
Oudgermaanse stam.
Let hier op het verband met "Ostara", de godin van de nieuwe dageraad!
Zo kan men de Lente als de nieuwe dageraad van het jaar
beschouwen.
Volgens
Karel de Grote (massamoordenaar)
was
april de Ostaramaand of
Ostarmânoth. Dit duidt erop dat
onze voorouders niet steeds op hetzelfde tijdstip het Lentefeest
vierden.
Sommigen vierden het op de Lentenachtevening, anderen een maand
later bij de eerste volle maan, na de Evening (Lente-equinox).
Vandaar dat
april Oostermaand wordt genoemd
en niet
maart.

Kroning van Karel de Grote tot
keizer, anno 800.
Het Lentefeest kan op veel vlakken in verband gebracht worden
met haar opvolger: "Het
paasfeest". Van rituelen tot het dansen tijdens het
paasfeest. De paashaas en paaseieren zijn ook welbekende
elementen in deze tijd, alsook de "windhaan"
op de kerktorens, die van onze oude vieringen afstamt. Uiteraard
hebben deze ook een
Heidense
oorsprong.
Eieren, die vruchtbaarheid en groeikracht symboliseren, worden
al sinds oudsher gebruikt tijdens Lenterituelen.
Eierschalen werden door het voer van dieren gemengd om
vruchtbaarheid aan te wakkeren, eierschalen werden in de voren
van het land geworpen om het gewas te doen groeien.
Het ei kan dus als vruchtbaarheidsymbool niet ontbreken in
de Lente.
Eieren staan trouwens symbool voor het vernieuwende
leven dat nog niet zichtbaar is voor het oog.
Het eten van eieren tijdens de Lente (vastenperiode)
werd na de
kerstening aan banden gelegd.
Echter, zonder succes!
Later heeft men er toch nog een christelijke betekenis aan
gegeven.
Nogmaals heeft het christendom er moeten voor zorgen dat
Heidense gebruiken in stand werden gehouden. Eieren worden tot
op de dag van vandaag
beschilderd. Dit gebruik is zeer oud.
Traditioneel gezien is rood een geliefde kleur om eieren mee te
beschilderen. Rood, de kleur van bloed, staat zodoende in
verband met het (nieuwe) Leven.
Heksen
en pagans geven mekaar, met Ostara, een rood geschilderd ei
cadeau, voor voorspoed en bescherming in de nieuwe cyclus van
het jaarwiel.
Het zoeken van ‘paaseieren’, daarentegen, heeft een meer
lugubere en onaangename bron van ontstaan.
In de Lenteperiode gaf men beschilderde eieren aan familie en
vrienden als geschenk.
Een
Heidens gebruik dus.
Met de komst van het
christendom werden alle Heidense gebruiken
aan banden gelegd, doch, men kon ze niet uitroeien.
Het gebruik van eieren schenken bleef gehandhaafd, maar dan in
’t geheim! De ‘verdraagzame’
christenen zouden later kinderen
omkopen om deze verboden eieren te zoeken.
Werden er dergelijke eieren bij jou thuis, of in de tuin
gevonden, dan kon men een zware straf verwachten van het
'christelijke gerechtshof'.
Zo ontstond, door kinderen, het zoeken naar eieren.

De
paashaas is, net zoals het ei, een symbool van nieuw leven en
groei.
Door de snelle voortplanting bij hazen en hun grote kroost kan
men al gauw verstaan waarom deze dieren in verband met de Lente
en de ontwakende natuur worden gebracht.
De mannelijke exemplaren van deze diersoort zag men vaak tijdens
de Lente in open veld met elkaar wedijveren. De winnaar van het
gevecht mocht immers met het betrokken wijfje paren.
Niet alleen de haas, maar ook kippen, ooievaars en andere vogels
en zoogdieren werden later met de Lente geassocieerd.

Het vuur heeft steeds een plaats gekend in het feestgebeuren van
onze voorouders. Bij elk feest hoorde immers een vreugdevuur,
dus ook tijdens ons Lentefeest.
Vuur
heeft de eigenschap van reinigend, krachtig en heilvol te zijn.
In vele gevallen wordt er over het vuur gesprongen. Dit kan,
diegenen die springen, vrijwaren van ziekte of onheil. Soms is
de hoogte van die sprong bepalend voor het succes van de
toekomstige oogst. Hoe hoger de sprong, hoe groter de oogst,
zo luidt het geloof.
Maar het prille geluk dat het voorjaar met zich meebracht gold
niet alleen voor de mensen.
Het vee werd van stal gehaald en werden tussen twee vuren
gejaagd, anderzijds, door de assen van het Lentevuur (zie
Beltane).
Ook werd het vuur naar de
landerijen rondom het dorp
gebracht. Jongelingen liepen met fakkels gezwind over de
akkers om ook daar de Lente te
verwelkomen en een goede oogst te verzekeren.
Een klein gedeelte van de as van het vreugdevuur bewaarde men
zorgvuldig. Deze asrest draagt heilvolle krachten in zich en
geeft
geluk en bescherming tegen, bijvoorbeeld, 'brand' en
'blikseminslag'.
Het branden van de 'paaskaars' berust eveneens op
Heidense
traditie.
Vuur is heilig.
Zo bracht men steeds een halfgebrande tak van elk feestvuur mee
naar huis om er het haardvuur mee aan te steken.
Deze tak is in latere tijden
gekerstend tot de 'paaskaars'.
Pagans en heksen zijn steeds hun Lente-equinox blijven vieren,
ook in het hun opgelegde en opgedrongen
christendom.
Ook in het vernieuwde, moderne
paganisme is deze
equinoxviering één van de meest belangrijke festiviteiten van
het jaarwiel.

Lentevuur
(Ostara- of Paasvuur).
Deze vuren worden ontstoken bij alle jaarwielfeesten.
Voornamelijk bij de lente- en bij de herfst- en winterfeesten.
Een equinox (Latijn: aequinoctium; gelijke nacht, of
'nachtevening') is het tijdstip waarop de zon loodrecht boven de
evenaar staat, of anders bekeken, als de zon in één van de
snijpunten van de
ecliptica en
hemelequator
staat. Tijdens de equinox is de lengte van dag en nacht overal op aarde
gelijk en komt de zon exact in het oosten op. Een ander woord voor equinox is dag- of nachtevening. Klimmende of opwaartse nachtevening. De zon staat loodrecht
boven de evenaar, wat voor het
noordelijk halfrond
het begin van de lente betekent. De lengte van dag en nacht zijn
overal op aarde gelijk.

Er vindt op aarde tweemaal per jaar een equinox plaats, namelijk
op of rond 21 maart (Latijn: aequinoctium vernum) en op of rond
21 september (Latijn: aequinoctium autumnum) . Omdat op het
noordelijk halfrond deze equinoxen (of equinoctes)
respectievelijk aanduiden het begin van de lente en het begin
van de herfst, worden beide vaak onderscheiden als lente-equinox
en herfstequinox.
Deze namen zijn echter maar relatief, want op het
zuidelijk halfrond
betekent de
equinox van
maart juist het begin van de herfst en de equinox
van
september het begin van de lente. (Tegenovergesteld).
Diverse antieke en moderne bouwwerken zijn zo gemaakt dat de
zon op de equinox op een speciale manier in of langs het gebouw
schijnt, bijvoorbeeld door een deuropening, over een bepaald
richtpunt. Voorbeeld van dergelijke gebouwen zijn
Stonehenge, de
Pyramide van Cheops
en het
Observatorium Robert Morris.

Tijdens de maartequinox, die valt rond 21 maart (hij kan vallen
op 18 tot en met 22 maart), gaat de zon door het lentepunt.
Het is dan het begin van de lente op het
noordelijk halfrond.
Samen met de herfstequinox (herfstpunt) zijn dit de enige twee
dagen dat de zon precies in het westen ondergaat en in het
oosten opkomt.
De dag en de nacht duren tijdens de equinoxen precies even lang
(equi = gelijk, nox = nacht).
De periode tussen twee lentepuntdoorgangen van de zon is het
tropisch jaar.
Door de
precessie verschuift het
lentepunt langzaam in westelijke richting, waarbij het zich
verplaatst over ongeveer één graad per 71,6 jaar. Een
verplaatsing over een geheel teken van de
dierenriem
bedraagt 30 × 71,6 =
2148 jaar. Een gehele rondgang over de hele
dierenriem
duurt 12 × 2148 = 25.776 jaar.

Omdat het verschuivende lentepunt als nulpunt van het
hemelcoördinaatstelsel
gebruikt
wordt moet bij vermelding van posities altijd aangegeven worden
voor welk tijdstip deze gelden, dit wordt epoche genoemd.
Een epoche is een bepaalde tijdsperiode waarin de
hemelcoördinaten van een hemellichaam met voldoende
nauwkeurigheid als constant kunnen worden beschouwd; deze
coördinaten veranderen namelijk door de
precessiebeweging
van de aarde,
en in geval van planeten en andere objecten in ons zonnestelsel
ook nog eens door hun eigenbeweging.
De standaardepoche is de
referentie
waarmee de
coördinaten
van de vaste
sterren vastgelegd worden. Ieder jaar verschuift de
hemelpool een stukje en
verschuift het lentepunt (het nulpunt van de rechte klimming met
50,29
boogseconden. Door dit
verschuivende
coördinatenstelsel
moeten de
posities van "vaste" hemellichamen periodiek omgerekend worden.
Het is gebruikelijk dat de standaardepoches per 50 jaar
opschuiven, vanaf 1984 worden de hemelcoördinaten voor
standaardepoche 2000 aangegeven.
Met J2000 begint de toestand van 1 januari 2000 12:00
UTC.
Over een jaar of 20 zullen stercatalogi en andere bronnen
waarschijnlijk beginnen met het gebruik van epoche J2050.

Voor hemellichamen met een
eigenbeweging
wordt nog een
epoche aangegeven, namelijk die waarvoor de positie geldig is.
Het kan dus gebeuren dat in een tabel met gegevens twee epochen
tegelijkertijd geldig zijn, de standaardepoche die als
referentie voor de gebruikte
coördinaten
geldt, en de epoche waarvoor de gegevens zelf geldig zijn. Een
tabel voor de posities van de planeet
Jupiter kan voor iedere dag in
2005 de positie geven (dit zijn dus 365 epoches), uitgedrukt in
coördinaten
voor standaardepoche J2000.
In plaats van epoche vernoemen wij het als “equinox”.
Equinoxen en zonnewendes zijn beter tot één dag terug te brengen
dan de andere 4 vuurfeesten (Sabbats).
Dit komt doordat bij een equinox de dag en de nacht merkbaar
precies even lang duren en bij een zonnewende zijn de dagen en
de nachten, als een planetair feit, op hun langst of op hun
kortst. De lente-equinox vindt plaats als we met het draaiende
Jaarwiel van het "seizoen van dood en afwachting" naar "het
seizoen van het nieuwe leven" gaan, waarbij de energie hoogtij
viert rond de lente-equinox die meestal op 21 maart plaats
vindt.
Voor bomen wordt hun aanvankelijke "zich roeren" een actievere
stroom. Het sap pulseert sterker in hun aderen en hun takken
brengen heldere knoppen voort die ernaar verlangen zich te
openen voor de omhelzing van de zon wiens aanwezigheid steeds
nadrukkelijker merkbaar wordt. De eerste bloemen steken de kop
op.


Algemeen:
Ostara wordt gevierd de nacht van 20 op 21 maart.
Het is lente-equinox.
Dit betekent dat de dag even lang duurt als de nacht.
De zon komt dan op, exact in het oosten.
Met het feest van Ostara sluiten we het donkere deel van het
jaar af en verwelkomen we het lichte deel van het jaar. Vanaf nu
worden de dagen langer en dat vieren we. Ostara is afkomstig
vanuit de landbouw. Op Imbolc is het land bewerkt, in de
daaropvolgende weken is er al gezaaid, maar er is nog niet veel
uitgekomen. Het feest word aanzien als een stimulans voor het
zaad om snel te ontkiemen.

Historie:
In alle culturen wordt er wel een lentefeest gevierd.
Hier volgen enkele voorlopers van Ostara.

Eerst was er het
Babylonische
Lentefeest. Dit
werd 12 dagen gevierd. Het feest begint op de nieuwe maan na de
equinox. De viering van de daaropvolgende volle maan was het
hoogtepunt van het feest.
De
Romeinen stelden het feest vast
op 25 maart en vierden dan de lente-equinox. Het feest stond
symbool voor de wederopstanding van
Attis, de geliefde van de Godin
Cybele
(Kybele).
Het feest begon op 22 maart en duurde tot 25 maart.
De
Germanen en
Kelten vierden aanvankelijk de
eerste volle maan na de equinox, de "Oostermaan".

Christendom versus Ostara:
De
Joden vieren het
Pesachfeest
en had dus niet
echt veel te maken met Ostara. Het woord Pasen is wel van
Pesach afgeleid, maar het
Engelse woord voor Pasen is Easter en in Duitsland is het Oster,
en deze hebben wel een rechtstreekse verbintenis naar Ostara.

Pasen valt op variabele dagen, maar er zit wel degelijk een
logica in. Het is een variant op de
Germanen
en de
Kelten,
die dus de eerste volle maan na de equinox vierden. Pasen wordt
nu gevierd, de eerste zondag na de eerste volle maan van de
lente-equinox.
Concreet: "De zondag na de volle maan die na 21 maart komt".

* Paardenprocessie
Hakendover op Paasmaandag:

Jaarlijks, op paasmaandag, zakken
christelijke
bedevaarders en
ruiters van over het ganse land af naar
Hakendover
om er de
paardenprocessie bij te wonen. Deze unieke volksgebeurtenis
beeldt de totstandkoming van de
Kerk van hun
Goddelijke Zaligmaker
uit.
Hoogtepunt is de spectaculaire paardengalop op de
Tiense berg.

De
jaarlijkse paardenprocessie is, in bezoekers uitgemeten,
uitgegroeid tot één van de belangrijkste evenementen in
België.
Dit dankzij de medewerking van vele dorpsgenoten,
gastverenigingen en uiteraard enkele honderden ruiters. Heel wat
bedevaarders
komen uit
Nederland. Verenigd in
broederschappen uit
Breda,
Tilburg en omstreken, bezoeken
ze sinds 1937
Hakendover
als
bedevaartplaats. In die periode
waren
processies
in Nederland
verboden en omdat
Hakendover
één van de weinige
parochies in België is waar de kerk zelf naar
Christus, de Goddelijke
Zaligmaker wordt genoemd, kozen zij ervoor aan te sluiten bij
deze eeuwenoude
processie.

Terwijl de processie zich richting
Tiense berg
begeeft, zullen de
hoornblazers de komst van ruiters en paarden aankondigen te
midden van de velden.
Om 12.00 uur vindt hier het hoogtepunt plaats: de zegening van
toeschouwers, bedevaarders en dieren, gevolgd door de
spectaculaire paardengalop.
Driemaal draven de ruiters rond het altaar op de
Tiense berg.

* Legende
Omstreeks het jaar
690 kwamen drie
vrome maagden,
afstammelingen
van
keizer Octavianus, uit
Rome te
Hakendover
aan.
Zij besloten een kerk te bouwen ter ere van "de Zaligmaker" op
de plaats “Hooibout”
(nu nog maar een straat), maar deze plaats bleek
God niet welgevallig te zijn.
Alles wat overdag door de werklieden en steenkappers was
gebouwd, werd ’s nachts door Zijn
engelen omvergeworpen.
(Logisch, want de religie van
Mithras overheerste in dat
gebied en verder waren er nog de
Keltisch -
Germaanse
heidenen).
(De "Engelen")?
Toen zij op een andere plaats “Steenberg” genaamd, de werklieden
verzochten de bouw van de kerk aan te vatten, gebeurde hetzelfde
als op de “Hooibout”. (Logisch...).
De drie troosteloos geworden maagden kregen, toen de nood het
hoogst was, op de “dertiendag”
(13 dagen na Kerst = 6 januari), het bezoek van een
engel. Deze wees hen de plaats
aan die
God welgevallig was en waar de
kerk moest gebouwd worden. Het
had die dag hard gevroren en gesneeuwd. Rondom de plaats die de
engel aanwees, zagen de drie
maagden een zijden draad
gespannen waarbinnen het gras en de kruiden in volle groei en
bloei stonden.
Op de plaats waar nu het
hoogaltaar staat, zagen zij een
struik “spikdoorn”
genoemd, waarin
engelen als
vogeltjes zongen.
Een
raaf droeg in haar klauw een papier waarop stond dat dit de
plaats was door
God uitverkoren.
Voor de bouw werden
12 arbeiders aangeworven. Zolang de bouw van
de kerk duurde, waren zij overdag echter met
dertien. Bij het
middagmaal en de uitbetaling verschenen er telkens slechts
twaalf. De
dertiende arbeider was "de Zaligmaker" zelf.
Omdat
God de plaats en de kerk zelf had gewijd en geheiligd
werden drie
bisschoppen, die de kerk wilden
inzegenen,
gestraft.
"Leuk
verhaaltje, maar uiterst onwaarschijnlijk en ietwat doelloos".
Het hele
legendarische verhaal van de stichtingslegende van de
kerk werd,
omstreeks
1405, gebeiteld in een houten
retabel.
Dit
retabel is één van de vele kerkelijke Belgische kunstschatten.

* Broederschappen:
Heel
wat
bedevaarders komen uit Nederland die verenigd in broederschappen
uit
Breda (1892),
Tilburg en omstreken (1904) en de
Meierij-(Schijndel)
sedert 1937
Hakendover als
bedevaartplaats
bezoeken.
Deze mensen willen door hun deelname publiek getuigen van hun
Christelijk geloof
en eer betuigen aan
hun
Goddelijke Zaligmaker.
Zij gaan niet naar huis vooraleer eerst een zakje gewijde aarde, een
flesje bronwater en een twijgje van de oude
spikdoorn te hebben aangeschaft.
* Praktische
info:
~ 11.00 uur: paardenprocessie met levend
retabel
~ 12.00 uur: zegening en paardengalop in de velden
~ 13.00 uur: aankomst
processie en slotceremonie
* Busverbinding tussen het
station van Tienen en Hakendover:
Vertrek station: 09.00 - 09.30 en 10.00 uur (bussen Van Aerschot);
Vertrek station: 13.18 - 15.18 - 17.18 - 19.18 uur (lijn 313);
Vertrek Hakendover: 14.27 - 16.27 - 18.27 - 20.27 uur (lijn
313).
Voor
meer info kan je terecht bij Johan Dewolfs, voorzitter
processiecomité Hakendover, op het nummer +32-0495/59.80.10 of
Bart Adriaensen op het nummer +32-0495/59.80.13.
Neem ook een kijkje op
www.paardenprocessiehakendover.be.

Wicca- & Pagantraditie:
Ostara
duidt het begin van de lente aan.
Ostara is een tijd van vernieuwing.
Vanaf Ostara worden de dagen langer dan de nachten, de zon
begint weer te overheersen.
Lente-equinox, dag en nacht zijn
op deze dag even lang.
Balans is op dit punt bereikt.
De dag
waarop Ostara valt kan hierdoor per jaar en per land
verschillen.
21 Maart is hiervoor een vaste handhaaf.
Het feest werd echter meestal niet op Ostara zelf, maar tijdens
de eerstvolgende volle maan van de lente-equinox gevierd.
Net als met Imbolc is de Godin nog altijd maagd, maar de God
moet gezien worden als een zoon, een
puberende
tiener.
Zijn kracht is grillig en ongecontroleerd. Dit is de tijd van
het jaar waar we openstaan voor verandering en ontwikkeling.
Het is ook de tijd om lang gekoesterde dromen waar te maken.
De
Lente
is de energetische
equivalent
van een vroege
ochtend en van de nieuwe maan in haar eerste kwartier. Het
spreekt van groeispurten en vreugdevolle vernieuwing. Het gaat
om de heerlijkheid die wij voelen als we de zonneschijn
ontmoeten na een storm!

Wij zijn getuige van het pure en nieuwe land in haar
sprankelende en regengewassen staat. Wij willen erop uit gaan en
het allemaal meemaken en de frisheid ervan ervaren.
We willen beginnen met iets nieuws!
Lente-equinox is altijd al de tijd geweest dat de grond begint
op te warmen en dat mensen nu daadwerkelijk beginnen te zaaien
in plaats van het plannen van wat wij willen
zaaien.
Nú is het de tijd om actief erachter aan te gaan wat we hebben
bedacht tussen Mabon en de koude voorjaarsfrisheid van Imbolc.
Er is weerom een lente-achtige opgewektheid in dit seizoen!
De Kelten:
De
Kelten leefden altijd al in
nauw contact met de natuur en
natuurlijke
processen.
Centraal staat hun natuurbeleving via het jaarwiel.
Dat wiel doorloopt 8 jaarfeesten volgens de 4 seizoenen.
Aan de hand van de natuurcyclus buiten ons maken we contact met
onze eigen natuur.
Keltische spiritualiteit en het vieren van de jaarfeesten helpen
je bewuster en gegrond in het leven te staan in contact met de
natuurlijke ritmes en jouw eigen ritme.
In de natuur is een voelbare spanning aanwezig. De hartslag van
het land wordt sterker en elk levend wezen vult zich met de
frisse geur en opgewektheid van nieuwe hoop.
Het jaarwiel draait en het leven hernieuwt zich.
We zien de eerste oogst van dit jaar: "Frisse kleuren, breekbare
bloesems en nieuwe ideeën". Dit is een tijd van kosmische
balans, een tijd waarin alles mogelijk is. Geen andere tijd van
het jaar heeft zulke diepe krachten en radicale veranderingen
als
maart.
Haar energieën zijn opgeflakkerd door de winterse rust.
Maart is een tijd van overvloed, hoop en mogelijkheden.
Het land ontwaakt en het is tijd om bewust te
zaaien.
De thema's zijn wedergeboorte en vernieuwing; de werkelijke
geboorte van dingen in deze wereld. Wij zijn het stadium van
plannen en dromen voorbij en zijn aanbelandt in de
atmosfeer van
doen, zoeken, maken, de voorbereiding op de geboorte.


Japanners:
* Beklimming
van de berg Omine:

Eén van de heiligste
Shugendo-oorden is de berg
Omine, ten zuiden van
Nara in
Japan.
Jaarlijks wordt deze berg in de lente ritueel 'geopend' en in de
herfst weer 'gesloten'.
Voor deze ceremonie beklimmen tientallen
mensen deze berg.
Jan Van Alphen filmde de
beklimming in september 1998.
De herfstbeklimming werd bemoeilijkt door
tyfoons en
stortregens.
Shugendo betekent letterlijk
'Methode om buitengewone religieuze krachten te verwerven'. Deze
typisch
Japanse religie krijgt in de
twaalfde eeuw na Christus vaste vorm, maar bestaat uit elementen
die veel verder in de tijd teruggaan. De religie bevat elementen
van oude
sjamanistische tradities, van
het
taoïsme en het
esotherisch
boeddhisme, zoals vooral de
aanbidding van sommige bergen als 'Heilige grond'.

In 1872 wordt
Shugendo door de regering
afgeschaft. De gelovigen moeten maar boeddhist of
shinto-priester worden.
Op dat moment zijn er 170.000
shugenja in Japan.
De
shugenja houden geheime
ceremoniën.
Na de
Tweede Wereldoorlog - als er
vrijheid van godsdienst heerst - komt
Shugendo weer bovengronds.
Nog steeds springlevend.

* Saito-goma
(groot vuuroffer) in het dorp Okegawa:

Het groot
vuuroffer, of
Saito-Goma in het Japans, vond
in februari 1999 plaats bij de tempel van
Hongaku-in in het dorp
Okegawa.
Enkele honderden dorpelingen laten er hun op hout en papier
geschreven wensen van het afgelopen jaar verbranden en schaffen
zich nadien nieuwe wensformules aan.

Vrolijk
Ostara!
(Rond 21 maart - Lentenachtevening "Lente-equinox")
  
    
   |