|






  



Ramses
II wordt wel beschouwd als de grootste farao aller tijden. Hij was
een groot veldheer en bouwer. Hij liet onder andere Abu Simbel en
het Ramesseum bouwen en breidde ook verschillende andere tempels
uit. Daar is de tempel van Abydos wellicht het beste voorbeeld van.
Bovendien liet hij een nieuwe hoofdstad in de Nijldelta bouwen om zo
eerder te kunnen reageren op een Hettitische aanval.
Hij had vele vrouwen, waaronder Nefertari, die een van de mooiste
graven in de vallei der koninginnen heeft. Zelf is Ramses begraven
in de vallei der koningen (graf DK 7). Zijn mummie bevindt zich
momenteel in Caïro.
Het uiterlijk van deze Farao was ook best bijzonder. Voor een
Egyptenaar was hij met zijn 1.75 m erg groot! Hij was tenger en had
een opvallende, kromme neus en grote oren. Hij was een ijdel man,
zelfs op oude leeftijd liet hij zijn haar rood verven. Dit deed hij
omwille van zijn vader, Farao Seti I. Deze Farao is vernoemd naar de
Egyptische God Seth met zijn rode haren. Uit respect voor zijn vader
verfde Ramses II
daarom
zijn haar rood.
Toen Ramses II, de zoon van Sethi I, de troon besteeg, was hij een
ontstuimige vijfentwintigjarige. Hij wilde de territoria in Syrië
heroveren die Egypte kwijt was geraakt.
Deze territoria waren in handen gekomen van de
Hettieten, een volk
uit Turkije.
In 1274 trof hij zijn vijanden in Syrië tijdens de beroemde slag van
Kades. Ramses II werd door de Hettieten verrast en overleefde deze
slag dankzij zijn eigen moed en zijn uitstekende leger. Omdat de
strijd onbeslist was gebleven, moest Ramses II zijn oude koloniën
opgeven. Zestien jaar later tekende hij het eerste vredesverdrag uit
de geschiedenis met de Hettieten. Dit was het begin van een lange
periode van rust en welvaart.
Tijdens de rest van zijn regering, die in totaal 66 jaar duurde,
wijdde Ramses II zich aan het besturen van zijn land en aan zijn
omvangrijke familie.
Toen Ramses 12 was leerde hij voor het eerst zijn vader kennen
(waarschijnlijk doordat Seti ook zoveel kinderen en vrouwen had en
daarbij ook nog eens moest regeren/oorlog voeren). Zijn broer Chenar
zou eigenlijk de farao moeten worden maar
Seti (I) had andere
plannen en bereidde Ramses voor op regeren. Op de leeftijd van
veertien jaar werd hij tot co-regent benoemd. Hij bereikte een zeer
hoge leeftijd (waarschijnlijk 90) en vierde daardoor vele
Sed-festivals. Mogelijk was hij ook farao ten tijde van de
Exodus.
Hij overleed na een regering van maar liefst 66 jaar en 2 maanden en
werd opgevold door zijn dertiende zoon
Merenptah.




Nieuwe Rijk: (1552-1070 v. Chr.)
19e dynastie: (1292-1185 v. Chr.)
Egyptische archeologen gaan de mummie van farao Ramses II, die
leefde van 1279 tot 1213 voor Christus, onderzoeken om uit te zoeken
of hij de farao van Egypte was ten tijde van de exodus van de joden
uit Egypte.
Ramses II, zoon van Seti I, was een van de langst regerende farao's
van Egypte. Hij regeerde maar liefst 67 jaar, in het begin als
adviseur van zijn vader en werd zo'n 80 jaar oud, wat in die tijd al
zeer uitzonderlijk was.




Ramses II is de Farao die het
meest heeft laten bouwen.
In Nubië, een provincie in het zuiden van het land, heeft hij het
grootste monument laten bouwen, de grote tempel van
Abu Simbel.
Voor de tempel staan vier beelden van 20 meter hoog en de tempel
zelf is uit één rots uitgehouwen.
Zonder twijfel is Abu Simbel het absolute artistieke hoogtepunt van
de architectuur die Ramses II ten toon liet spreiden. De decoraties
zijn zeer fijne reliëfs en de kleuren zijn fabuleus. Dit is een
monument dat tegelijkertijd gezien kan worden als de ideale
realisatie van een bouwwerk en als verwezenlijking van de religieuze
inhoud van de Nubische tempels. In onze bewondering voor dit
grandioze complex kunnen wij wellicht de grootsheid en het creatieve
voorstellingsvermogen van de jonge bouwheer Ramses II aanvoelen.
Uit twee elkaar aanvullende heiligdommen. De grote tempel herbergt
de cultus van de drie grote rijksgoden Amon, Re-Herachte en
Ptah,
samen met de vergoddelijkte farao Ramses II. In de kleinere tempel
verenigt de farao zich met de godin
Hathor, die wordt belichaamd
door de grote Koninklijke gemalin
Nefertari. De zittende kolossen
voor de grote tempel en de staande beelden van de kleine tempel aan
de voorkant van beide tempels demonstreren in de verre provincie de
overweldigende macht en grootte van de Egyptische godenwereld.

De rotstempel van Abu Simbel
staat niet meer op de oorspronkelijke plaats. Door de aanleg van de
Aswan-dam dreigde het bouwwerk onder water te komen. Dankzij
internationale samenwerking is dat voorkomen.
De tempel werd in stukken gezaagd en 180 meter verder landinwaarts
op hogere grond weer opgebouwd. Om de indruk van een rotstempel te
behouden, werd aan de achterkant een betonnen koepel geplaatst.
De tempel werd gebouwd in opdracht van farao Ramses II om daarmee
zijn grootsheid te onderstrepen. Ramses II wordt niet voor niets ook
wel de Egyptische Lodewijk XIV genoemd.
Tegen de achterste muur staan vier beelden. Het gebouw is zo
geplaatst dat drie van die beelden twee keer per jaar worden
beschenen door de opkomende zon. Dat gebeurt op 22 februari en op 22
oktober. Alleen de god van de duisternis (Ptah) wordt niet
beschenen.

De voorkant van de tempel wordt
gesierd door vier enorme beelden van Ramses II. Boven de ingang
staat een beeld van de zonnegod Re (ook wel: Ra) met op zijn
valkenkop de zonneschijf.
Ook een kleinere tempel werd gered van het water. Deze tempel is
gewijd aan de godin Hathor en gebouwd voor Ramses’ vrouw, koningin
Nefertari. Haar volledige naam is Nefertari Merenmoet. Deze
toevoeging betekent geliefd door Moet. Ze was de favoriet van Ramses
II en een belangrijk raadgeefster tijdens zijn lange regeerperiode.
Mede daarom wordt zij in Aboe Simbel even groot als haar man
afgebeeld.
Haar graftombe is gevonden in de
Vallei der Koninginnen en is
ontdekt door Ernesto Schiaperlli in 1904. In de jaren '80 werd het
graf volledig gerestaureerd en het wordt gezien als het mooiste graf
van de Vallei der Koninginnen.
Deze vallei is gevuld met as van de uitbarsting van de Novarupta
(Egypte) die
duurde van 6 juni tot 8 juni 1912. Tijdens deze uitbarsting werd een
groot deel van de Ukak-vallei opgevuld met een grote hete aslawine
en modderstromen. Door de hitte van de as verdampte het water in de
veenlagen van de vallei. Na de uitbarsting ontstonden duizenden
fumarolen die de stoom die bij deze waterverdamping ontstond
uitbliezen.
De met as gevulde vallei bedekt een gebied van 104 km², en is 210
meter diep. In sommige plaatsen zijn diepe kloven ontstaan door
Lethe, waardoor onderzoekers de stroming van de as kunnen zien.
Omdat de as is afgekoeld zijn de meeste fumarolen verdwenen en is de
vallei niet langer met rook gevuld. Wel zijn nog altijd de tekenen
van de vulkanische activiteit zichtbaar.




Ramses
II heeft een goede reputatie als bouwer, als soldaat maar ook als
vrouwengek. Hij had zo'n 5 à 6 hoofdvrouwen. De belangrijkste was
Nefertari.
Ramses II is het meest bekend voor alle gebouwen die hij heeft laten
bouwen over geheel Egypte. Vooral de tempel van Karnak, nabij Luxor,
en Abu Simbel, gelegen in het zuiden van het land. In elk van zijn
monumenten heeft hij zijn naam zo diep laten inbeitelen dat men er
hem niet meer kon van verwijderen.
Ramses II was vader van een zeer grote familie. Hij had tenminste
honderd kinderen. Hun moeders waren zijn officiële echtgenotes en
talloze minnaressen.
Zijn favoriete vrouw was
Nefertari, aan wie hij de kleine tempel van
Abu Simbel heeft opgedragen, en ook een prachtig graf in de Vallei
der Koningen heeft laten bouwen.
Ramses II koesterde zijn kinderen. In de Vallei der Koningen heeft
hij voor zijn kinderen een enorm graf tegenover het zijne laten
bouwen.




In het begin van zijn regering
vocht hij een grote veldslag uit, met de
Hettieten, bij
Kadesh.
Hij
riep zichzelf uit als grote overwinnaar van deze slag terwijl hij
dat in feite niet was.
Door een valstrik van de Hettieten, leed zijn
leger al snel heel erg zware verliezen.
Al bij de eerste aanval
verloor Ramses twee van de vier divisies van vijfduizend man die hij
bij zich had. Ramses kon ontsnappen, geholpen door de laatste
divisie en de elitekrijgers van zijn leger dat hem te hulp schoot.
In de jaren hierna onderhandelde hij met de Hettieten over een
verdrag om zich zo gezamenlijk te weren tegen de dreiging uit
Assyrië.
Na de oorlogen van het begin van de regeringsperiode kende Egypte
een periode van rust.
 



  
 |