|
  
  
  
Uit de boeken van godgeleerdheid.


  


Na de woorden
van de historicus vraag ik me af of de verering van de godin in de
Oudheid niet meer dan een fantasie is. Is een verloren gegaan
matriarchaat een sprookje? Een soort wensdroom van vrouwen die zich
onderdrukt voelen in een door mannen gedomineerde maatschappij? En
bestaan heksen alleen in de hoofden van christelijke kerkvaders? De
meeste historici geloven niet dat er werkelijk een tijd is geweest
waarin het lichaam van een vrouw en haar wijsheid werden
gerespecteerd.
Ze wijzen de mogelijkheid af dat er ooit een Moedergodin werd
aanbeden.

Het bestaan van
een gouden tijd, waarin zowel het vrouwelijke als het mannelijke
werd gerespecteerd, klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Als een
nieuwsgierige wijsneus wil je dan feiten, namen, plaatsen,
getuigenissen en bronnen. De mythe alleen is niet genoeg. Daarom
kunnen we nog de boeken raadplegen.
Zo bestaan er, op z’n minst een zestigtal boeken onder de benaming
‘goddess’ (godin) in de titel, met afbeeldingen van godinnen,
vrouwenfiguurtjes, graveringen van abstracte vulva’s, dertigduizend
jaar oude beeldjes van vrouwen met enorme borsten, buiken en billen.
Er zijn zelfs tempels in de vorm van een vrouwenlichaam gevonden. Er
is meer dan je kunt bevatten. In heel Europa en het Nabije en Midden
- Oosten werd de godin in vele gedaanten vereerd. De ‘heidense
goden’ hadden (hebben) borsten!
Archeologen hebben meer dan duizend beeldjes uit de Steentijd
gevonden.
Bijna allemaal symboliseren ze een vrouwenlichaam.
Dan lijkt het erop dat de godin en de herinnering aan haar, diep is
weggestopt.
De godinnenreligie is ten prooi gevallen aan een
systematische misinterpretatie en onderwaardering. In de meeste
archeologische en geschiedkundige teksten wordt de verering van de
vrouwelijke godheid keer op keer afgedaan als een
‘vruchtbaarheidscultus’. Als ze geluk had, werd ze door de -
voornamelijk mannelijke - historici betiteld als Moeder Aarde.

De verering van
de godin gaat terug tot in de Oude Steentijd, zo’n 25.000 tot 30.000
jaar vóór Christus. Uit onderzoek van graven uit die tijd blijkt
geen enkele ongelijkheid tussen de seksen. Vrouwen werden met
evenveel goederen, respect en aandacht begraven als mannen.
Nederzettingen hadden geen verdedigingswerken en werden niet gebouwd
op een makkelijk te verdedigen plaats. Er zijn geen kunstuitingen
gevonden over geweld of oorlogsvoering en er zijn geen wapens
aangetroffen die gebruikt werden om anderen mee te lijf te gaan. Wel
zijn er resten van gebouwen, muurschilderingen, sculpturen en
keramische kunst gevonden.
Waarom wordt deze periode, die allerminst barbaars of primitief
lijkt te zijn, dan niet tot de beschaving gerekend? Waarom denken we
nog steeds dat de cultuur van de Grieken de eerste belangrijke en
hoogstaande westerse cultuur is geweest, terwijl uit archeologische
opgravingen blijkt dat geneeskunst, landbouw, bouwkunst, geweven
stoffen en geschreven taal al ontwikkeld waren in een samenleving
die een godin aanbad?
Waarschijnlijk door de definitie van het woord ‘beschaving’.
Archeologen en historici hebben afgesproken dat beschaving
gekenmerkt wordt door oorlogsvoering, verschil in klasse en een
complexe verdeling van werk. Dit patroon is inderdaad typisch voor
door mannen gedomineerde samenlevingen, maar is niet van toepassing
op vrouwelijke culturen.
De aanbidding van de grote godin heeft duizenden jaren bestaan in
het Oude Europa en het Nabije Oosten en is door invasies van
noordelijke stammen ten val gebracht. De meeste historici en
archeologen zijn het erover eens dat de Indo - Europeanen, die als
‘strijdbijlculturen’ bekend staan, vanaf 4500 tot 2400 voor Christus
de Oude Religie meer en meer onderdrukten en uiteindelijk op de
knieën kregen.
De scheppende godin werd langzamerhand vervangen door een
mannelijke, "onfeilbare godheid".
Aphrodite kreeg haar sensualiteit, Demeter haar mysteriën, Artemis
haar onafhankelijkheid.
Toch is Ze nooit werkelijk vernietigd en vergeten. In mythen, sagen
en legenden die in de volkscultuur werden overgedragen is Ze blijven
bestaan. In ons collectieve geheugen heeft Zij alles overleefd.



De komst van
het christendom betekende niet meteen het einde van de godinnen. De
twee religies hebben eeuwenlang vreedzaam naast elkaar gestaan. De
godinnen werden tot ongeveer de elfde eeuw na Christus vereerd. Het
gewone volk kwam niet in aanraking met het christendom, omdat dat in
eerste instantie alleen door geletterde leden van de hogere klassen
van de maatschappij werd beleden.
Vanaf het moment dat er pogingen werden ondernomen om het volk te
bekeren, benoemde de steeds machtiger wordende kerk alles wat niet
christelijk was als “heidens”. Sommige rituelen en jaarfeesten waren
zo sterk verankerd inde Europese cultuur, dat ze niet gemakkelijk
uit te bannen waren.
In veel gevallen werden ze simpelweg omgevormd tot christelijke
feesten. Op de plaatsen waar een godin werd aanbeden, vaak op
heuvels en bij bronnen, werden christelijke kerken en kathedralen
gebouwd. In veel gevallen werd het een aan de Maagd Maria gewijde
kerk.
Wat niet omgevormd of overgenomen kon worden, werd vernietigd. Het
aanbidden van de godin, in latere tijden hekserij genoemd, ging
ondergronds.
In het begin van de twaalfde eeuw vond de Kerk dat het maar eens
afgelopen moest zijn met de ‘heidense’ praktijken van het volk.
Onder de regie van de katholieke Spanjaarden werd de Inquisitie
opgericht, een katholieke rechtbank die belast was met het vervolgen
en berechten van ‘ongelovigen’ en ‘ketters’.
De Inquisitie stond onder toezicht van de paus. Verschillende pausen
stonden in de eeuwen daarna toe dat verdachten werden gefolterd, dat
de straffen werden verzwaard tot dood door ophanging of verbranding
en dat elke vorm van ‘tovenarij’ en aanbidding van een godin werd
gezien als ketterij.
In 1486 werd de Malleus Maleficarum uitgebracht, het gruwelijke
hoogtepunt van kerkelijke vrouwenhaat, netjes op schrift gesteld. In
het naslagwerk, geschreven in opdracht van paus Innocentius VIII,
staat nauwkeurig beschreven wat hekserij inhoudt, waarom vrouwen
gevoelig zijn voor de verleidingen va de ‘duivel’, waarom vrouwen
inferieur zijn aan mannen, endoor welke martelingen verdachten het
snelst zullen bekennen. Het boek werd een ware bestseller bij de
mannen, alleen de bijbel verkocht in die tijd beter. Het boek lag op
het bureau van elke rechter en magistraat.
Het werd beschouwd als een ultieme, onbetwiste en onweerlegbare
autoriteit en betekende het startschot van hysterische
heksenjachten, grootschaliger en willekeuriger dan ooit.
“Malleus Maleficarum”, het boek begint met de pauselijke bul uit het
Vaticaan, waarin de paus zijn zorg uitspreekt over de religieuze
afvalligen die hun toevlucht hebben genomen tot “hekserij” en in
handen zijn gevallen van de ‘duivel’. Hij stelt ze verantwoordelijk
voor ‘de pijn en ziekten van mannen en vrouwen, vee en andere
dieren, het onvermogen van mannen om seksuele gemeenschap te hebben
en van vrouwen om zwanger te raken’. Het boek beschuldigde heksen
ervan dat ze seks bedreven met ‘Satan’, door de lucht vlogen en de
ziel van de mannen vernietigden. Gevaarlijk waren vooral heksen die
hun brood verdienden als vroedvrouw, ‘niemand is schadelijker voor
het katholieke geloof dan een vroedvrouw’, want als ze geen miskraam
veroorzaakten bij hun cliënten, dan aten ze de baby’s op of hielden
ze hoog in de lucht om ze aan de ‘duivel’ te offeren.
Vrouwen zijn lichtgelovig, schrijven de inquisiteurs, en daarom zijn
ze een gemakkelijk doelwit voor de ‘duivel’. Ze babbelen te veel ,
zodat ze andere vrouwen besmetten met kennis van hun boze kunsten.
Zowel hun geest als hun lichaam is zwak, zodat ze sneller hun geloof
laten varen en zich verlagen tot hekserij. De tekst gaat door:
‘vrouwen zijn verstandelijk als kinderen’; ‘vrouwen zijn niet
gedisciplineerd en volgen hun eigen impulsen zonder na te denken of
het gepast is’; ‘vrouwen zijn van nature leugenaars’; ‘om hun
onverzadigbare lust te bevredigen copuleren ze zelfs met de duivel’.
Het hoofdstuk eindigt met dank aan God die ‘het mannelijke geslacht
tot nu toe behoed heeft voor een dergelijke grote misdaad’. Want
aangezien Zijn zoon Jezus bereid was om voor mannen te sterven,
schonk Hij hun dit privilege. Daardoor waren de meeste mannen
gevrijwaard van wat later de ‘holocaust van vrouwen’ genoemd zou
worden.
Honderdduizenden mensen, voornamelijk vrouwen, werden beschuldigd
van hekserij, gemarteld, berecht en ter dood gebracht. Omdat ze
zelfstandig dachten, de genezende kracht van kruiden gebruikten,
over creatieve talenten beschikten, de wisseling der seizoenen
vierden, paranormale vermogens hadden of op een andere manier een
bedreiging vormden, werden ze bestempeld als ‘kwade heks’.
En dat allemaal uit naam van de christelijke, mannelijke god.
De verordening van het Vaticaan, waarin heksen als duivelsaanbidders
werden gebrandmerkt, is nooit herroepen. Ook zijn er nooit officiële
excuses aangeboden voor de periode van de misdaden tegen, vooral
vrouwen, Paus Johannes Paulus II kwam in het najaar van 2000 niet
verder dan te stellen dat ‘de Kerk’ van nu niet verantwoordelijk is
voor de Kerk van toen’. Ik zeg je: ‘de Kerk is en blijft de Kerk, of
van vroeger, of van nu’.



Het beeld van
de kwaadaardige, gevaarlijke heks bestaat nog steeds. Het heeft nog
weinig aan kracht ingeboet. En dat terwijl er niet zoiets als een
‘duivel’ in de Oude Religie bestaat, weten wij nu.
In het christelijk geloof wel: daar is Satan de verpersoonlijking
van het Kwaad, iets wat buiten de mens bestaat, bedoeld om het volk
bang te maken en bij de christelijke les te houden.
De kerk deed er alles aan om de moedertaak van vrouwen op te
hemelen. De ‘natuurlijke’ vrouw was een dienend schepsel, zorgend
voor haar kinderen en haar echtgenoot. Van de drievoudige godin -
Maagd, Moeder en Oude Wijze Vrouw - bleef alleen de Moeder bestaan,
Maria, moeder van Jezus, werd het ultieme voorbeeld voor alle
vrouwen, daarbij voorbijgaand aan het wijze, onafhankelijke en
daadkrachtige karakter van de vrouw. Gevolg: generaties zichzelf
wegcijferende vrouwen die ‘in zorgen voor’ hun levenstaak gingen
zien.
De koesterende Moeder Maria staat nog steeds op een voetstuk. Voor
die andere Maria uit de bijbel, Maria Magdalena, was geen plaats in
het christendom van de kerkvaders.
Maria Magdalena is de verpersoonlijking van het krachtige en het
wijze in vrouwen.
Ze leefde als maagd, in de zin dat ze onafhankelijk was van een man
en in het laatste deel van haar leven had ze zich ontwikkeld als
Oude Wijze Vrouw of, zoals heksen zeggen, “Crone”. Zij is
tegelijkertijd de Maagd en Crone die samen met Moeder Maria de
vrouwelijke drie - eenheid compleet maakt.
Zij is de bijbelse figuur die vrouwelijke gelovigen in hun
eigenwaarde kan sterken en tot voorbeeld kan dienen - maar zij is
ons twintig eeuwen lang ontzegd.
De door mannen gedomineerde Kerk heeft haar rol als leerling van
Jezus systematisch gemarginaliseerd en , naarmate de eeuwen
verstreken, zelfs glashard ontkend. Zij was immers een vrouw en
alleenstaande vrouw nog wel.
Ze is naar beneden gehaald, genegeerd en uiteindelijk, om haar
helemaal onschadelijk te maken, tot ‘hoer’ verklaard. In 591 na
Christus, tijdens een preek in San Clemente in Rome, verwisselde
paus Gregorius Maria Magdalena opzettelijk met een andere Maria, een
bekende prostituee.
Uit bestudering van oud christelijke geschriften, en de vondst van
het Evangelie van Maria Magdalena, dat pas in 1994 in een
Nederlandse vertaling verscheen, blijkt dat Maria Magdalena de
belangrijkste leerling van Jezus Christus was. Zij was de apostel
der apostelen, de hoogst ingewijde, de geestelijke levenspartner van
Jezus. Ze doorliep als jonge vrouw een mysterieschool in Israël, één
van de laatste die rond onze jaartelling waren overgebleven, waar ze
kennis kreeg die stamde uit het tijdperk van de godin. Ze leerde
verborgen patronen te begrijpen, haar persoonlijke schaduw onder
ogen te komen, het onzichtbare te zien, uit haar lichaam te treden
en tussen de werelden te reizen.
Ze leerde in eeuwenoude ceremoniën omgaan met gedachtekracht,
kosmische en genezende energieën.
In talloze citaten uit vroegchristelijke geschriften blijkt de
bewondering die Jezus had voor zijn begaafde leerling en de unieke
positie die zijn innam tussen de andere apostelen. Zij was de
vertegenwoordiger van het spirituele, esoterische, vroege
christendom: het christendom zoals het oorspronkelijk bedoeld is,
beïnvloed door of zelfs geïnspireerd op eeuwenoude kennis van de
godinnencultuur.
Zij was een wetende, een ziener, een sjamaan, een heler, een
leermeester, een wijze vrouw.
Het is inderdaad zoals jij het nu denkt, Maria Magdalena was een
‘Heks’, een Hogepriesteres …….. .
Of is zij, zoals velen beamen, de gekerstende samenvoeging van de
drievoudige godin?


Daarom,
vertrouw op de welwillendheid van het universum, als de weg van de
heks voor jou is weggelegd, zul je krijgen wat je nodig hebt. ‘If
all else fails, use magic’.
Ik weet niets van magie, behalve dat het een vorm van gedachtekracht
is.
De kracht om met gedachten de werkelijkheid te beïnvloeden.
Magie gaat uit van het idee dat je een toekomstige situatie in gang
kunt zetten door het levensecht voor je te zien en te verwoorden.
Er zullen meerdere heksen op ons pad komen die ons steunen in onze
ontwikkeling.
Ben je ‘man’ of ben je ‘vrouw’? Welkom in de vernieuwde groeiende
wereld van de Heksen, welkom in de grootse Openbare Wereld van
“Wicca” en vrije hekserij.
  
De Drievuldige Moedergodin
Wil je meer
van deze teksten?
Je kunt ze vinden in het boek “Heks” van ‘Susan Smit’.

    
 |