

  



(Samhain ~ Samadh ~ All Hallows Eve ~ Halloween ~ Keltisch Dodenfeest)
Halloween heeft een
zeer rijke en tevens ver in het verleden reikende geschiedenis.
Het mag worden beschouwd als één van de oudste feestdagen tot op heden, met
wortels die duizenden jaren teruggaan.
De oorsprong is Iers "Samhain", wat "November" betekend in het Iers.
Eigenlijk is "Halloween" een combinatie van 3 feestelijkheden,

die elk door de eeuwen heen hun stempel hebben gedrukt op
dit origineel Keltisch winterfeest.
Hier krijg je nog iets meer informatie over de algemene evolutie van dit
feest tot op vandaag de dag.


Halloween vond meer dan 2000 jaar geleden zijn bakermat bij de Kelten, meer
specifiek bij de oude druïden, de toenmalige Keltische priesters, die
leefden in wat nu Engeland, Frankrijk, Schotland en Wales word genoemd. Ook
de "Oude Belgen" vielen daar
grotendeels onder.
De moderne versie van deze feestdag vandaag de dag is nog steeds
ondergedompeld in de tradities,
mythes en legendes van het oude Keltische
volk. Zij waren voornamelijk een landbouwers- en herdersvolk en magie had
een centrale plaats in hun cultuur.
De Kelten kenden veel natuurmythen en hun religieus streven was vooral
gericht op een vreedzaam samenleven met de natuur. Daarmee hing het geloof
aan lokale goden, landgeesten, elfen, dwergen, heilige bronnen, bomen en
stenen nauw samen.
  
De Kelten vierden hun
Nieuwjaar, dat (nog steeds) Samhain wordt genoemd, van 31 oktober op
1 november.
Dit feest markeerde het einde van het seizoen van de zon en het begin van
het donkere en koude seizoen. De Keltische Nieuwjaarsavond begon op het
moment dat het nieuwe jaar aanving met de donkere fasen van het jaar,
vergelijkbaar met een nieuwe dag die voor hen begon vanaf zonsondergang. Op
dezelfde wijze werd in vele culturen het begin van de winter beschouwd als
de aanzet tot het nieuwe jaar. Met een feest, dat soms meerdere dagen kon
duren, vierden ze het einde van het seizoen van de zomer, het wegkwijnen van
de kracht van de zon.
De aanvang van een nieuw jaar werd gevierd als een omwenteling in hun leven,
een hernieuwing van het rad van het leven. Zo werd Samhain het belangrijkste
feest. In een cultuur met een lineair concept over de tijd, zoals de onze,
is Nieuwjaarsavond een mijlpaal op een lange weg die gaat van geboorte tot
dood. Bijgevolg maakt het nieuwjaarsfeest gewoon deel uit van die tijd.
Voor
de oude Kelten lag dit evenwel anders.
Zij hadden een cyclische opvatting over de tijd. In zo een kader
representeerde een Nieuwjaarsavond, een punt buiten de tijd, een fase waarin
de natuurlijke orde van het universum weer overging in de primordiale chaos,
om zichzelf voor te bereiden op het herstel van een nieuwe orde. Samhain
fungeerde dus als een nacht die buiten de tijd bestond. Zo een nacht
behoorde noch tot het ene noch tot het andere jaar. De Kelten geloven immers
dat alle keerpunten, zoals de tijd tussen de ene dag en de andere, de
ontmoeting van de zee en het strand of de overgang van het ene naar het
andere jaar, mochten worden beschouwd als magische periodes.
De jaarovergang was de krachtigste van al die keerpunten.


Vermits de Kelten een
agrarisch volk waren, waren hun feesten steeds heel sterk seizoensgebonden.
Ze moesten de goddelijke machten gunstig stemmen met het oog op een gezonde
veestapel en oogst. Bovendien duidden ze de gang van de seizoenen aan en ook
de tijdstippen waarop de mensen na hard labeur aan verkwikking en verpozing
toe waren. Samhain was de laatste oogstperiode van het jaar en alle gewassen
moesten geoogst worden. Vruchten die na die dag nog aan de bomen hingen,
mochten niet meer worden geplukt. Elk gewas dat nog op de velden stond, werd
als taboe beschouwd. Het was een offer voor de natuurgeesten en ongeschikt
voor huiselijke consumptie. Men was er van overtuigd dat de
Púca (Puck), een
nachtelijk creatuur, sommigen hebben het over elfen die vruchten en gewassen
zouden vernietigen of besmetten.
Maar voor de Kelten als herdersvolk was dit niet alleen een tijd om te
oogsten, maar ook om te slachten. De kuddes moesten van de velden gehaald
worden om tot aan de lente in de stallen te leven. Het was een hele karwei
om het vee van de zonnige zomerweiden in de bergen naar de lagergelegen
dorpen te brengen. De kuddes werden uitgedund en enkel de sterkste
kweekdieren werden gespaard. De rest van het vee werd geslacht en fungeerde
als voedsel voor de lange winterperiode die voor de deur stond.
Tijdens het oogstfeest werden vuren aangelegd in het dorp en meestal een
stropop verbrand, die vooral in de lente- en zomerfeesten een rol speelde.
Tijdens Samhain kon men jammer genoeg niet de winter verdrijven maar de
koude kon toch nog een tijdje op afstand worden gehouden. Daarvoor diende
het grote vuur dat ’s avonds ontstoken werd. Het verbranden van de stropop
erin had niet alleen betrekking op het verjagen van de koude, maar betekende
ook het doorgeven van de vruchtbaarheid. Het stro was datgene wat nog
overbleef van de vorige oogst en om de vruchtbaarheid hieruit los te maken,
werd een deel van dat stro verbrand. Hierbij werden de geesten van de
overledenen beschouwd als hoeders van de vruchtbaarheid in de wintertijd.
Het winterfeest stond vanzelfsprekend ook symbool voor de afsluiting van het
oogstseizoen en het aanleggen van de wintervoorraad. Het was ook het moment
dat de doden herdacht werden. Deze periode werd ook vaak gebruikt om te
divineren of te orakelen om zo zaken van levensbelang te weten te komen.
  

  
Samhain was ook de tijd
van de dood. Dieren werden geslacht en het was een tijd waarin veel oudere
stamgenoten aan de dood bezweken omdat de koude zijn intrede deed.
Zo evolueerde Samhain langzaam tot een dodenfeest.
Eigenlijk begon Samhain als een jacht- en oogstfeest, maar geleidelijk aan
kwam er de herinnering bij aan diegenen die hen gedurende de 12 laatste
maanden verlaten hadden.
Meer nog, deze component werd hoe langer hoe belangrijker, in die mate zelfs
dat hij als hoofdelement naar voren werd geschoven.
De Kelten waren er heilig van overtuigd dat de grenzen tussen de wereld van
de mens en de ‘Andere Wereld’ op die bewuste nacht geopend werden, zodat
allerhande geesten op aarde konden ronddolen.
Zij meenden dat er tijdens die
nacht een barst in de tijd ontstond, dat de ‘Andere Wereld’ zeer nabij was.
De dunne band tussen de twee werelden verdween. Gedurende dit interval was
de normale orde van het universum opgeheven. De grenzen tussen de
natuurlijke en supernatuurlijke orde waren tijdelijk veranderd, een magisch
moment waarop de wetten van tijd en ruimte opgeheven waren. Zo kon de
spirituele wereld zich vermengen met deze van de levenden. De deuren van de
‘Andere Wereld’, stonden open. Er bestonden dus geen duidelijke grenzen
tussen de wereld van de levenden en die van de doden en klaarblijkelijk
vielen die helemaal weg tijdens het grote Samhainfeest.
Hierdoor waren de Kelten er van overtuigd dat de doden op die nacht naar de
aarde terugkeerden. Het lag voor de hand dat door de naderende winter, de
arme, huiverige, hongerige geesten van de kale akkers en bladloze bomen naar
de beschutting van het vertrouwde huis dreef. Het gaat vooral om de
terugkomst van de afgestorvenen van het laatste jaar. Deze zouden een
lichaam zoeken om in te wonen. Bijgevolg trokken de doden op aarde rond op
zoek naar levenden, met als enig doel hen in bezit te nemen. Men geloofde
dat dit hun enige hoop was om het leven na de dood te kunnen bereiken.
Ook geloofden ze dat alleen de slechte geesten terugkwamen. De oude
Keltische druïden waren er namelijk van overtuigd dat op Samhain, Satman, de
God van de dood, de menigte van slechte geesten tevoorschijn riep. De doden
zouden vernieling en rotzooi komen veroorzaken onder de levenden omdat zij
jaloers waren op hen en daarom grappen probeerden uit te halen.
Ook konden, volgens hen, de doden verschillende vormen aannemen.
Het waren
alleen de slechte geesten die de gedaante van een dier, de allerslechtsten
die van een kat toebedeeld kregen en voor de nodige angst en kwelling onder
de levenden zorgden.
Die geesten, waarvan ooit gezegd werd dat ze wild en krachtig waren, waren
nu slecht en ze hadden iets kwaads in zich. (Dankzij het christendom)
Hoewel sommige van onze voorouders helemaal niet verrast waren door de
terugkomst van de overledenen, was de overgrote meerderheid van de
toenmalige bevolking er toch niet gerust in.
Erger nog, zij waren er
bevreesd voor.
Het was duidelijk dat de levenden niet in hun nopjes waren om
in bezit genomen te worden door geesten die naarstig een lichaam zochten om
tijdelijk in te verblijven. Hun enige doel was die te sussen en te bedaren
om op die manier stoutmoedige grappen en kwellingen in de kiem te smoren. Of
het hen zo onaangenaam mogelijk te maken zodat ze wegbleven. Wat dat laatste
betreft opteerden sommige voor een koele ontvangst. In functie daarvan
werden in de nacht van 31 oktober de vuren in de huizen gedoofd, zodat het
er koud was en de geesten aanvoelden dat ze ongewenst waren. Tegelijkertijd
werden toverformules opgezegd om over meer kracht te beschikken. Verkleden
en vermommen hoorde ook tot de mogelijkheden.
De levende hoopte zo dat de
doden dachten dat hij/zij één van hen was.
Vermomd nam men deel aan een
soort van dwaaltocht. Men trok naar de rand van het dorp om de kwelgeesten
buiten het dorp te houden. Het maken van lawaai was ook een van de mogelijke
ingrediënten. Men had er alles voor over om zo destructief mogelijk over te
komen.
Andere overledenen wachtte een heel wat aangenamere thuiskomst. Allereerst
mochten zij rekenen op een verlichte ontvangst. Er werden voor hen in elk
huis en elke kamer kaarsen gezet om hen naar hun vroegere woonst te leiden.
Daarenboven werden ze gunstig gestemd met eten en drinken.
Er werd een
plaats aan tafel of bij het vuur voorzien. Als voedsel werden vooral
zoetheden en cakes geserveerd, terwijl wijn hun dorst moest lessen. Soms
werd ter ere van hen een avondmaal gehouden, met levenden en doden rond
dezelfde tafel, waarbij niet gesproken werd.
De levende gasten hielden zich
stil uit eerbied voor de dode, maar ook om zich te bezinnen over de dood als
een belangrijk deel van de levenscyclus.
Ook de druïden droegen hun steentje bij. Zij geloofden ook dat tijdens de
nacht van Samhain geesten op aarde ronddoolden en dat de God Samhain
legioenen van duivelse geesten op de been bracht. Daarom ontstaken zij 'bonfires'
om die geesten angst in te boezemen. Het gewone volk daarentegen bootste de
geesten na en trok van deur tot deur, verkleed in griezelige kostuums en
gewapend met uitgeholde bieten, de latere Jack-o’-Lanterns, om te bedelen
voor kleine gaven zoals stukjes fruit, koeken en ander voedsel, de latere
Trick or Treats.
Men geloofde dat offergaven hen zouden vrijwaren van plagerijen door de
geesten.
  
bonfire (vreugdevuur)
Het feit dat de band
tussen de wereld van de levende en de ‘Andere Wereld’ verdwenen was,
vertoonde daarenboven ook nog een heel ander aspect. Men was bevreesd voor
de kwellingen van de terugkerende geesten maar anderzijds werd de
mogelijkheid gecreëerd om te communiceren met deze overledenen. Zoals eerder
werd gesteld, was bij zo een chaotische periode de afscheiding tussen de
werelden het kleinst. Er was mogelijkheid tot communicatie met de
overledenen en de geesten werden voor alles en nog wat geraadpleegd. Was dit
enerzijds een periode van angst, dan was het anderzijds ook de ideale tijd
voor waarzeggerij. Samhain werd beschouwd als de gunstigste tijd voor
voorspellingen omtrent gezondheid, geluk, dood en huwelijk of om de wensen
voor het volgende jaar te formuleren. Allerhande methodes waren hier goed
voor. Het bijten in appels, het gooien van noten in het vuur of het bakken
van cakes met gelukstekens erin, waren de meest beproefde praktijken. Dit
kreeg nog een extra dimensie omdat de Kelten geloofden dat 31 oktober exact
tussen de herfstige dag-en-nacht-evening en de winterzonnewende lag. Met hun
vertrouwen in de astrologie waren zij er heilig van overtuigd dat het ook
een zeer gunstig moment was voor diverse magische handelingen. Maar ook het
uithalen van allerhande grappen sloot zich al spoedig bij deze traditie aan.
Dit alles vormde een laatste uitlaatklep voordat de somberheid van het
winterseizoen zich aankondigde. Dit Keltisch feest "Samhain" is dus de eigenlijke
oorsprong van Halloween.
Oorspronkelijk was het een nacht van betovering waar mensen geacht werden
zich te beschermen tegen kwade (boosaardige) machten.
  
Tussen
2 werelden.


Het feest van Samhain nam
deels een nieuwe wending toen de Romeinen, in de eerste eeuw na Christus,
het land van de Kelten veroverden en bezetten. Zij introduceerden er
namelijk hun feest ‘Pomona’. Het resultaat was dat de tradities en rituelen
van twee verschillende culturen samenvloeiden, werden gewijzigd en
versmolten, waardoor er een gezamenlijk herfstfeest ontstond. Het eigenlijk
concept van Samhain bleef wel ongeveer behouden, maar onder invloed van de
Romeinen werd er heel wat zoet fruit gegeten.
En zo werd meteen ook de
pompoen in onze contreien geïntroduceerd.
Voor de Romeinen was de periode rond 1 november, net zoals bij de Kelten,
erg belangrijk.
De Romeinen hielden dan een oogfeest, gewijd aan de godin
Pomona. Zij was in het oude Rome de godin van het fruit en de tuinen. Ook
werd zij voorgesteld als de geliefde van vele oude, Romeinse boerse
godheden, o.a.
Silvanus en
Picus. Voorts stond
Pomona als koningin van de
oogst ook symbool voor mildheid en vruchtbaarheid. Vandaar dat zij in de
kunst voorgesteld wordt terwijl ze op een grote korf van fruit en bloemen
zit, met een hoorn van overvloed op haar voet.
Anderen meten haar als voornaamste attribuut "het snoeimes" toe.

Pomona is de Romeinse godin van de
boomvruchten, vooral de appels.
Ze bezit een pomonal (heilig bos) in
de regio
Ostia (Ostia
Antica - Italië - havenstad van Rome).
Haar eredienst werd destijds verzorgd door de
flamen Pomonalis, wat naar een oude
verering verwijst.
Haar feestdagen zijn fariae conceptivae (onvaste feestdagen), die
afhankelijk zijn van de stand van de boomvruchten op dat ogenblik.
Ze is door de jaren heen op de achtergrond geraakt, maar kende een
heropleving bij schrijvers en dichters van de vroege Romeinse keizertijd.
Zo maakte de schrijver
Ovidius een kuise
bosnimf van haar ten tijde van koning
Procas, als geliefde van de passionele
Vertumnus.
Plinius zag haar als de echtgenote van de
vegetatiegod
Picus.
Pomona heeft, net zoals
Flora, een mannelijke tegenhanger "Pomo",
in
Sabijns en Umbrisch gebied, wat niet
uitsluit dat deze God ook in het oude Rome werd vereerd.
Appels waren het gewijde
fruit van Pomona.
In streken van het Romeinse rijk ontstond met Samhain dan
ook al vlug de gewoonte om fruit te eten en weg te geven, uiteraard
voornamelijk appels. Het lijdt geen twijfel dat allerhande spelletjes met
betrekking tot waarzeggerij, zoals het bijten naar appels, die nu nog met
het huidige Halloween verbonden zijn, tot Pomona terug te brengen zijn.
Na jaren van Romeinse overheersing hebben dus de gewoontes van het Keltisch
Samhain zicht tot één groot feest vermengd met de geplogenheden van de
Romeinse Pomona.
Toch volgde er een nieuwe en meteen laatste injectie, namelijk die van het
Christendom.



Het Christelijk feest van
Allerheiligen en ook
Allerzielen zijn een loutere
kerstening van het Keltische Samhain. Ongewoon is dit trouwens niet. Heel wat christelijke feesten kenden
één of meer prechristelijke voorlopers. Daar is niets verkeerd mee. Het mag
een kunst van het Christendom genoemd worden om op de bestaande realiteit,
handig in te spelen en ze te integreren in de eigen entiteit. Het smerige
daarvan was de uitroeiing van de echte originele gelovigen, samen met hun
geloof dat door het
christendom en nog eens 600 jaren later door de
islam
werd overgenomen en nihil gesteld of vervormd tot een waardeloze fictieve en
leugenachtige geparodieerde massa.
"Mooi, maar waardeloos, hoogmoedig en machtslustig".

Allerheiligen.
Allerheiligen werd vroeger op verschillende data gevierd, afhankelijk van de
streek.
Een veel voorkomende datum was 13 mei, maar onder invloed van vooral
de
Ierse Kerk, die de heidense praktijken van Samhain wilden doen vergeten,
werd Allerheiligen verplaatst naar
1 november. Het was de paus
Gregorius IV
(827-844) die in
835 daarvoor tekende en het was
Lodewijk de Vrome (814-840)
die er wat later een verplichte rustdag van maakte.
Zodoende verspreidde
Allerheiligen zich over de toenmalige wereld en dit is meteen ook de
verklaring waarom Samhain en Allerheiligen zo dicht bij elkaar liggen, wat
de datum betreft.
In de 3de en 4de eeuw nam de Kerk enorm in ledenaantal toe. Men probeerde de
grote massa, de toenmalige
heidenen, te bekeren. Wanneer bleek dat dit niet
zo eenvoudig was als gedacht, gooide men het over een andere boeg. Het
bestaande feest van Samhain werd behouden, maar
werd gevierd in naam van de
Kerk. Dat gebeurde niet zonder slag of stoot. De snelle verspreiding en
impact van het Christendom deden de mensen hun gewoontes zomaar niet
vergeten. Zij bleven op de vooravond van Allerheiligen, "Samhain en Pomona"
gedenken. Dat had ook wel een sinister gevolg.
Er groeide argwaan tegen de
Kerk, die geleidelijk aan reageerde en stelde dat de goden, godinnen en
andere spirituele krachten van de
traditionele religies duivelse
misleidingen waren, dat de spirituele praktijken van de Kelten wel echt
waren, maar dat het toch manifestaties van
de duivel bleven.
Later in de
Middeleeuwen werd dit nog versterkt door Samhain te associëren met heksen,
zwarte katten, boze geesten en vleermuizen. (Alle christelijke zotheid ten
top)!
Het geloof in die geesten ebde bij de Kelten echter stilaan weg, hoewel de
tradities nog deels in ere werden gehouden. Dit bleef zo tot de Kerk een
nieuwe dimensie aan het feest gaf.
Voor de Kerk was het niet een feest van
alle doden, zoals dat voor de Kelten wel het geval was, maar alleen het
gedenken van de zaligmakende doden, van de gelovige gestorvenen. De Kerk
verkoos dus om enkel de heilige mensen te vereren, die een voorbeeldig leven
achter de rug hadden.
Het originele feest van de heidense Goden van de dood
werd op die manier een herdenken van de Christelijke dood. Het werd dus een
gedenkdag voor alle heilige gestorvenen, in België en Nederland werd die dag
‘Allerheiligen’ genoemd, in Engeland ‘All Hallows’ of ‘Hallowmas’.
  
Later werd 2 november, bij
ons ‘Allerzielen’ genaamd, in Engeland ‘All Souls’, door
paus Johannes XIX
(1024-1032) ingesteld om het lot van de arme zielen te herdenken en voor hun
zielenheil te bidden. Met dit gebed hoopte men de zielen uit het
vagevuur te
verlossen. In de praktijk was Allerzielen voor het gewone volk een
mogelijkheid om hun geliefde doden te eren. De meeste graven werden
versierd, er werden lampjes gebrand en ondanks protest van kerkelijke zijde
zetten sommigen er ook eten en drinken neer. Hieruit is in sommige streken
de gewoonte gegroeid om op Allerzielen brood uit te delen aan de armen. Ook
ontstonden zielenbroodjes zoals krakelingen, zoolgebakjes en gevlochten
broodjes… Deze lekkernijen vinden we ook terug tijdens Halloween. Het is
opvallend hoe sterk dit vereren via offers verbonden is met onze Germaanse
en Keltische voorouders.
Ook zij brachten offers voor hun ronddolende doden.
Er werd gevierd met vuurstapels, en parades van mensen verkleed als heilige,
engel, duivel of geest.

Allerzielen.
De Kerk kon er in elk geval niet voor zorgen dat de mensen hun roots
vergaten en op 31 oktober bleven de mensen de mix van het
Pomona- en het
Samhainfeest trouw vieren. Naarmate de tijd verstreek, vermengden de
gebruiken van de verschillende feesten zich en de avond voor Allerheiligen
die de Engelsen aanvankelijk "Eve of All Saints" of ook wel "All Hallow’s
Eve(ning)" noemden, verbasterde tot "Hallowe’en" en tot slot tot het
hedendaagse totaal verbasterde "Halloween".

  
 

Karel de Grote. (Synode van
Tours).
In Rome werd in
153 v.Chr.
het begin van het jaar op
1 januari gezet, maar aanvankelijk werd deze dag
niet gevierd en had alleen een administratieve functie. Het Midwinterfeest
vond, zoals we uiteengezet hebben (zie Yule), plaats tijdens de laatste 12 of 13 dagen
van het oude jaar. Pas in de vierde eeuw, nadat het christendom zijn intrede
had gedaan, werd de
Kalendae Januariae ingesteld, een vijfdaags feest om de
geboorte van het kindje Jezus op 6 januari in te luiden. Nog in dezelfde
eeuw ging de kerk ertoe over de geboorte van Jezus op 25 december te
plaatsen en deed men al het mogelijke om de snel gegroeide populariteit van
de Kalendae Januariae in te dammen.
De eerste drie dagen van januari werden
door de
Synode van Tours uitgeroepen tot
vastendagen en het werd op straffe van excommunicatie verboden aan de
'heidense' nieuwjaarsvieringen deel te nemen, dankzij
Karel de Grote.
Het eeuwenoude Samhain werd verboden door de nieuwe Kerk!
Het klinkt misschien cru, maar met stellige zekerheid mag er vanuit gegaan
worden dat mochten de Verenigde Staten er niet geweest zijn, Halloween nooit
meer geworden was dan wat lokale Angelsaksische folklore. Halloween was
overal zo goed als dood en vergeten tot er in de laatste helft van de 15de
eeuw er iets gebeurde dat de overleving en de groei van dit heidense
winterfeest heeft gered. In
1492 landde namelijk Columbus in de ‘Nieuwe
Wereld’. Met het ontdekken van Amerika en de belofte van geloofs- en
gewetensvrijheid werden zij die geloofden in de
druïdische traditie plots
opnieuw aangemoedigd om hun oude praktijken nieuw leven in te blazen.

Halloween.
Maar het was echter een aardappelhongersnood die alles definitief in
beweging zette. In de jaren
1840 zette een grote aardappelschaarste
miljoenen Ieren en Schotten het mes op de keel. Het was sterven of emigreren
naar Amerika. Miljoenen mensen kozen voor dit laatste. Met zo een grote
instroom van mensen waren er voldoende impulsen en middelen aanwezig om de
feestdag van de
druïden, weliswaar op vreemde bodem en in een andere
levensruimte, nieuw leven in te blazen.
Halloween kreeg de naam ‘Oidche Shamhna ’ (= nacht van Samhain) toebedeeld
en de oude tradities werden onderhouden. Net zoals de
Keltische religie de
gewoontes van de Romeinse bezetters had overgenomen, paste de Keltische Samhainovertuiging zich weer aan de nieuwe omgeving aan. De toenmalige
Amerikanen namen de meeste Keltische praktijken gewoonweg over zoals
bijvoorbeeld de
bonfires,
trick or treat,
bobbing for apples… en legden er
hun eigen accenten in.
De pompoen als vervangmiddel voor de raap bij de
Jack-o’-Lanterns is daar een goed voorbeeld van. Het Keltisch Samhain werd
zo een beetje het Amerikaanse
Halloween.

Vandaag de dag wordt Halloween op 31 oktober gevierd met zoetigheden,
pompoenen (cf. Pomona), zwarte katten, magie, kwade geesten (cf. Samhain),
spoken, skeletten en doodskoppen (cf. Allerheiligen). Het is een feest
waarbij kleine kinderen als spoken worden verkleed en met uitgesneden
pompoenen als lantaarns langs de huizen gaan en vragen om een traktatie of
dreigen met een grap (trick-or-treat). Ook is er een stijgende
belangstelling voor de aankleding en versiering van feest en feestgangers
waarneembaar die haar inspiratie vindt in zo groot mogelijke griezeligheid.
Hoe griezeliger, hoe beter! De laatste decennia heeft Halloween vanuit
Amerika zich stilaan over heel West Europa verspreid, vooral onder invloed
van griezelfilms, televisieseries en de commercie. Daarbij wordt de
vermeende heidense achtergrond sterk benadrukt. Het feest wordt voorgesteld
als een Keltisch feest van 2000 tot 5000 jaar oud en is uitgegroeid tot een
gezellig familiegebeuren.
In de vernieuwde heksenkringen en in Wicca krijgt Samhain (Halloween) terug
zijn oude plaats in
het Wiel van het Jaar.
Samhain, in zijn Oud~Keltische oogpunt, is terug onder de mensen dankzij het
ontstaan van Wicca, de vernieuwde en hervormde oude religie van de Kelten:
“Hekserij”, met het oogpunt op het bewust beleven van de seizoenswisselingen
in de te respecteren Natuur en op onze Moeder Aarde, waaruit wij zijn
ontstaan en die ons de nodige levensmiddelen voorschotelt.
Wij zijn een deel van de Natuur, de Natuur is geen deel van ons, maar is
onze schepping.
Leer daarom terug in harmonie te leven met de Natuur, zodat jij je
Natuurlijke schepping waard bent, want jij bent slechts een miniem
onderdeeltje van de immense Natuur, die jou geschapen heeft.
Paganisme, onder de vormen van Wicca en Hekserij, wijzen je hier terug de weg
naartoe!
Verder nog een vrolijk, voorspoedig en vruchtbaar nieuw paganjaar
toegewenst!
Moge het Jaarwiel je, na
31 oktober, nog steeds gunstig gezind zijn!

  
  
  
  
 |