(Samhain ~ Samadh ~ All Hallows Eve ~ Halloween ~ Keltisch Dodenfeest)
Oud Keltisch Nieuwjaar.

Halloween wordt gekleurd door 3 belangrijke symbolen. Twee ervan, met name de 'Jack-o'-Lantern' en het 'trick or treat-gebeuren', zijn niet meer weg te denken van Halloween. Wie aan Halloween denkt, haalt beiden meteen voor de geest. Meer nog, wie Halloween viert en er de Jack-o'-Lantern en trick or treat er niet bij betrekt, mist wel degelijk de essentie. Als derde symbool, weliswaar iets minder bekent, zijn de 'bonfires', de grote vuren, die van bij het begin met het Keltisch Samhain verbonden waren, en er vroeger een speciale rituele betekenis aan gaven en tegenwoordig nog een ceremoniële. Deze 3 wezenlijke kenmerken van Halloween worden hieronder uitvoerig besproken.


Als er iets kan doorgaan als het alomtegenwoordige symbool van Halloween, dan is dat zonder enige twijfel de uitgeholde pompoen. De Engelse benaming voor deze pompoen, meestal uitgehold aan één kant om een griezelig aangezicht naar voor te laten komen, is 'Jack-o’-Lantern'.


Jack-o'-Lantern

Oorspronkelijk hadden de pompoen en Halloween zeker niets met elkaar te maken, het is slechts door een samenloop van omstandigheden dat ze onlosmakelijk verstrengeld geraakt zijn. Enerzijds gaat de verre oorsprong terug op de Ierse traditie met zijn rituelen rond de raap of sukerbiet, en anderzijds is er de veel latere revival in Amerika, waar de pompoen de plaats innam van de raap en (of) de suikerbiet en zo verbonden werd aan Halloween.

Het is interessant om te weten dat een listig verhaal van een zekere Jack, grotendeels aan de oorsprong ligt van het populairste symbool van Halloween. Het verhaal schetst ons de ontmoeting tussen een dronkaard en het kwade in de hoogsteigen persoon van de duivel. Zuiver Ierse folklore of een sprookje met verstrekkende gevolgen?
Op deze vraag zullen we nooit met zekerheid een antwoord kunnen geven.



Jack, een Ierse man, bracht zijn avonden graag door in zijn stamkroeg, waar hij het ene glaasje na het andere dronk, om de tijd te doden. Op zo'n avond ontmoette hij in een dronken roes de duivel, die maar één ding wou: bezit nemen van zijn ziel. Maar de listige Jack wist de duivel over te halen om samen met hem nog één glas te drinken.

Op het einde van de avond nam de duivel de gedaante aan van een muntstuk om zijn drank te betalen. Jack greep het muntstuk en stopte het in een buidel met een kruisvormig slot. Pas toen hij Jack had
beloofd hem tien jaar met rust te laten, liet Jack hem weer vrij.

Tien jaar later botste Jack weer op de duivel op een verlaten landweg. Om tijd te winnen vroeg hij hem nog om één gunst: een appel uit de dichtstbijzijnde boom.


Toen de duivel in de boom klom om een mooi exemplaar uit te zoeken, zag Jack zijn kans schoon om met zijn zakmes een kruis te kerven in de stam van de boom. De duivel zat klem in de kruin en Jack liet hem beloven dat hij hem nooit meer lastig zou vallen. Vanuit zijn benarde situatie kon de duivel niet anders dan hiermee
akkoord gaan en hij sloeg jammerend op de vlucht.

Toen Jack stierf, werd hij weggejaagd uit het paradijs, omdat hij met de duivel had geheuld. In de hel wilden ze hem ook niet, omwille van de belofte van de duivel. Jack was verdoemd om eeuwig te dolen en smeekte de duivel om een gloeiend kooltje, waarmee hij zijn lange en donkere weg kon verlichten. Die kreeg hij gelukkig nog en hij stak het in een uitgeholde raap.

Sindsdien dwaalt 'Jack of the Lantern' - later verbasterd tot 'Jack O'Lantern' - door het duister, met zijn lantaarn in de hand.

(Dit verhaal is overduidelijk een christelijk verhaal en zéker geen Keltisch)!
De ECHTE Kelten kenden noch de duivel, noch een kruisteken.

* Hoewel het verhaal of de legende van Jack door de meesten wordt ingeroepen als de oorspronkelijke verklaringsgrond van Halloween, zijn anders ontstaansmotieven niet uit te sluiten. Andere verklaringen zijn zeker mogelijk als je bedenkt dat Jack en gelijksoortige namen frequent voorkomen in gelijkaardige volksverhalen. Zo is er bijvoorbeeld ‘Jack-in-the-Green’, dat symbool stond voor de natuurgeesten.
Of ‘Jack-in-the-Pulpit' en 'John-o’-Dreams', namen die werden gebruikt voor planten met magische eigenschappen. Zo ook 'Jack-o’-Lantern', dat eigenlijk betekent 'Jack of the Lantern'.
Het zijn allen namen die toegeschreven kunnen worden aan de gekerstende Ierse, toverachtige, traditionele kennis die een heleboel van zulke referenties kent. (Maar allen zijn ze 'verchristelijkt')!
De volgende verklaringen zijn mogelijk:

Samhain:

Het is bijvoorbeeld best mogelijk dat er een verband gelegd kan worden met Samhain als vuurfeest. Tijdens Samhain werden alle vuren in de huizen gedoofd. De druďden staken op de hoogste heuveltop een groot vreugdevuur aan om de zon te danken voor de oogst. Van dit vuur namen de Kelten gloeiende houtskool mee naar huis om de haard aan te steken. Om die kolen van de heuveltop naar de huizen te brengen, gebruikte men de Jack-o’-Lantern, een uitgeholde raap. Deze heel plausibele uitleg aanziet de Jack-o’-Lantern dus als een methode om vlammen te transporteren.

Geesten van overledenen:

Al even aannemelijk is de link die gelegd kan worden met de geesten van de overledenen.
Aangezien kaarsen, geplaatst in uitgeholde rapen, flikkerende vlammen voortbrachten, zeker op koude oktobernachten, leidde dit fenomeen tot de associatie van geesten met lantaarns. En dit resulteerde misschien op zijn beurt in de traditie van het uitkerven van schrikwekkende gezichten erop. Men hoopte dat men zo met een schrikaanjagende, uitgekerfde raap als masker, de geesten kon wegjagen. In dezelfde lijn situeert zich tevens de uitgeholde Jack-o’-Lantarn die de Kelten in de portalen en de ramen van hun huizen plaatsten. Gold hij enigszins als hulpmiddel om de geesten van de overledenen hun weg te laten vinden, dan kreeg hij toch ook een beschermende functie toebedeeld voor de gezinnen die daar woonden. Men hoopte er namelijk mee te bereiken dat het beeld van de verdoemde ziel, de geesten schrik inboezemde. Opnieuw een andere verklaring waarom men rapen uitholde en er gezichten in kerfde.

Nachtwakers:

Voor een laatste mogelijke verklaring moeten we een serieuze stap in de tijd maken.
We verzeilen dan bij de nachtwakers die in Noord Engeland en Schotland aangeduid werden met de term Jack-o’-Lantern. Toen de term Jack-o’-Lantern voor het eerst verscheen in 1750, refereerde hij naar een nachtwaker of een man die een lantaarn droeg op zijn nachtronde.

Of waren de oorspronkelijke Jack-o’-Lanterns misschien uitgesneden aardappelen of rapen die, eveneens in een veel later stadium, door de Ierse kinderen gebruikt werden om Halloweenbijeenkomsten te verlichten?

In ieder geval voldoende redenen om te concluderen dat de herkomst van de Jack-o’-Lantern op zijn zachtst gezegd vrij omstreden is. Wat op zich niet onlogisch is voor een folkloristisch evenement. En dat de Keltische traditie er voor veel tussenzit, valt evenwel niet te loochenen.

Als we al deze verklaringen van naderbij bekijken en in het midden laten welke het bij het rechte eind heeft, valt het vooral op dat er nergens sprake is van pompoenen. Overal treedt de raap of de biet op de voorgrond. Terwijl het toch juist de pompoen is die vandaag de dag als Jack-o’-Lantern geassocieerd wordt met Halloween. Wat is daarvan de oorzaak? Vanwaar komt de pompoen dan? De reden hiervoor ligt voor de hand. De pompoen werd pas veel later gelinkt aan Halloween. Dit gebeurde met de Ierse Emigratie naar Amerika. Daar waren, in tegenstelling tot Ierland, in die periode van het jaar niet de rapen in overvloed aanwezig, maar wel de pompoenen. Meteen was het ideale vervangingsmiddel voorhanden. De pompoen is bovendien veel groter, gemakkelijker te snijden en bijgevolg veel geschikter als Jack-o’-Lantern dan de raap. En zo gebeurde het dat wanneer het Amerikaanse Halloween zich geleidelijk aan over andere landen verspreidde, de pompoen meegezogen werd. Het resultaat is dat wij nu rond de periode van Halloween aan tal van huizen pompoenen zien liggen. Zij nemen de meest uiteenlopende vormen aan en zijn tevens op heel verschillende manieren uitgekerfd en versierd. Het gaat zelfs zover dat er zich theorieën ontwikkeld hebben over hoe mensen een een pompoen uitkerven.
Voor de eerder culinairen bestaan er recepten om met pompoenen hun bakkunsten te illustreren.




Naast de Jack-o’-Lantern, de al of niet uitgeholde en verlichte pompoen, is er een ander element dat onlosmakelijk verbonden is met Halloween. Tegenwoordig is het ons vooral bekend vanuit Amerika, waar het heel erg in is, hoewel het in onze contreien ook steeds meer en meer in opkomst is.
In Amerika is het uitgegroeid tot een echt kinderritueel. Kinderen gaan verkleed van huis tot huis, van deur tot deur, om snoepgoed en allerlei andere lekkernijen in te zamelen. Als ze geen traktatie (=treat) krijgen, zullen ze kattenkwaad (=trick) met iemand uithalen. Er zijn 13 gouden regels voor een veilige trick or treat.
Het staat vast dat dit huidig populaire kinderritueel oorspronkelijk van de volwassenen afkomstig is.
Waaraan dankt het eigenlijk zijn ontstaan? Hoe en waarom werd het gelinkt aan Halloween?


Trick or Treat safety link:

Deze gewoonte heeft verre voorlopers.
In overeenstemming met de herkomst van Halloween verwijst een eerste groep deskundigen naar de Keltische traditie. Binnen deze traditie worden ons verschillende verklaringsgronden aangereikt.
De ene gaat terug op de geesten der overledenen, de andere op de druďden een weer een andere op dronkemanslofzangen.
Of heeft trick or treat iets christelijks, het zogenaamde souling?
Laten we dit even algemeen onder de loep nemen:

Geesten van de overledenen:

De eerste en meteen ook de voornaamste verklaring verwijst weer naar de doden die met Samhain uit hun graven kwamen en opnieuw naar de aarde gingen. Zij gingen dan op zoek naar warmte en voedsel. Uit angst of gewoon uit sympathie lieten de levenden treats, of eten, achter aan hun deur, want een huis werd gespaard als er een treat stond.
Meer nog, ze mochten rekenen op een zegen van die geesten, die hen het volgende jaar voorspoed zou schenken. De keuze was duidelijk: zij die een treat gaven, mochten rekenen op een goed jaar. De anderen, die het er niet voor over hadden, konden zich aan een trick verwachten. In streken van Spanje maakte men het de geesten van de overledenen nog gemakkelijker. Men plaatse het eten gewoon op hun graven.

De Druďden:

Al ruikt dit druďdenverhaal sterk naar christelijke vervorming, hiermee bedoel ik dat deze tekst uit een christenhand geschreven werd, daar het deels tegen de principes van druďden indruist, toch plant ik het hier even neer. Het gaat als volgt:
"Er waren ook nog de druďden. Sommige geloofden dat zij tijdens Samhain de dood uitbeeldden door bepaalde grappen en streken uit te halen met de mensheid. Anderen zijn van mening dat hun rituelen juist het omgekeerde doel hadden: de mensen door verschillende praktijken beschermen tegen de terugkerende geesten van de overledenen. Wat ook hun opzet was, ze trokken tijdens de nacht van Samhain in ieder geval van huis tot huis. Sommige opperen dat ze daarbij op zoek gingen naar mensenoffers, anderen houden het wat milder en poneren dat de druďden alleen maar voedsel inzamelden voor de geesten. De druďdische god, Muck Olla, zou in ieder geval chaos veroorzaakt hebben als hem geen eer betoond werd. Het verhaal leert zeker dat de druďden alle boerderijen aandeden, waarvan de gronden bewerkt waren. Als een bepaalde boerderij haar zogenaamde schulden niet betaalde, zou er een soort tragedie plaatsgrijpen. Er zou een dier gestolen worden of er zou brand ontstaan in de schuur. Of nog erger, een familielid zou sterven". Dit laatste verraad duidelijk de fictieve christelijke invloed tégen de druďden.

Het gewone volk:

Heel wat later en in navolging van de geesten van de overledenen en de druďden, werd dit van huis tot huis trekken een gewoonte van het gewone volk. Zo wilden de armen ook hun graantje meepikken. Om indruk te maken, maar vooral om zich te kunnen veroorloven wat de geesten van de overledenen voor mekaar kregen, verkleedde men zich als geest en zette men maskers op. Men deed vooral de huizen van de rijken aan. Daarbij eiste men een deel op van het ceremoniële voedsel dat opzijgezet was ter ere van de doden.
De rest van het procédé blijft onveranderd. Mislukte hun zending om een treat te bemachtigen, dan mondde dit meestal uit in een trick, in "grappenmakerij" ten aanzien van de bewoners van het bezochte huis. Werden ze daarentegen wel op hun wenken bedient, dan werd er een gebed opgezegd voor alle overleden leden van de familie.

Dronkemanslofzangen:

Een andere verklaring kan prettiger klinken.
In ver vervlogen tijden voerden bands seizoengebonden lofzangen op.
Zij trokken van huis tot huis, een happening die erg analoog is met de kersttijd, wanneer men zingend van deur tot deur trok en liederen oprakelde. Men noemde dit gebruik caroling (=kerstliederen zingen). Oorspronkelijk was het exclusief verbonden met de midwinter. Later ging deze gewoonte over op andere feestdagen.
De treat waar men om verzocht, was geen voedsel, maar wel sterke, alcoholische drank.

Het christelijke "souling":

Lijnrecht tegenover de net geopperde verklaringsgronden staat de mening dat trick or treat helemaal niets met de Kelten te maken heeft, maar eerder met Allerzielen of All Souls Day. Het daarvan afgeleide souling ontstond bijgevolg veel later, met name rond de 9de – 10de eeuw.
Op 2 november trokken in het verleden christenen van dorp tot dorp om soulcakes in te zamelen. Deze cakes werden bereid van vierkante stukken brood met krenten erin.
Hoe meer soulcakes men verzamelde, des te meer gebeden werden gepreveld voor de overledenen van de schenkers.
De christelijke overtuiging bestond vroeger dat de dode in het voorportaal van de hel verbleef gedurende een tijdje na de dood. Bidden, zelfs voor vreemden, kon de doorgang van de ziel naar de hemel enkel maar bespoedigen en vergemakkelijken.
Wat er gebeurde, verschilt niet erg van de Keltische praktijken van trick or treat, net zoals meerdere dingen die het christendom afgesnoept heeft van de Kelten en de pagans.
Mogelijk wijst dit dus op een gekerstend procédé. Het alternatief, de "trick", betekende dan dat men boos werd (zie hun verklaring over de druďden).
Tijdens dat typisch christelijk bedelen voor "a souling", in wederdienst voor een gebed, zong men regelmatig het volgende liedje:

Soul, soul, for al souling cake.

I pray, good, mussus, for a souling cake.

Appele or pear, plum or cherry,

Any good thing to make us merry.

Amerika tegenwoordig:

Het oude gebruik om van deur tot deur te gaan en te vragen naar schenkingen van eten en drank of zelfs geld, werd, zoals de Jack-o’-Lantern, vanuit de Britse eilanden overgedragen naar de USA in de 19de eeuw.
De notie trick or treat vond er echter pas algemene ingang vanaf 1930.

Trick or treat, zoals het beoefend wordt in Amerika, is een complex gebruik dat afgeleid kan worden van diverse streekgebonden tradities. Het is dan ook uitgegroeid tot een uniek verschijnsel voor dit land en het sijpelt tegenwoordig stilaan door naar andere landen.

Toch heeft trick of treat niet altijd in een gunstig daglicht gestaan in de USA. Rond de jaren 1920 was het ontaard in een manier om stoom af te laten voor degenen die arm waren en in erbarmelijke situaties leefden. Verschillende vormen van vandalisme staken de kop op.
Het begon met het inzepen van ramen, maar het groeide stilaan uit tot wrede activiteiten.

Vandaar dat er organisaties waren die wegen zochten om dit gebeuren opnieuw veilig en plezierig te maken. Ze startte activiteiten op om kinderen aan te moedigen om huizen en winkels te bezoeken om treats te vragen en zo de criminele acties naar de achtergrond te bannen. En deze 'beggars nights' werden heel populair.

Tot slot nog dit: In Amerika schijnen sommige ouders dit rondtrekken van kinderen ook niet ongevaarlijk te vinden. Meermaals deden zich in het verleden gevallen voor waarbij scherpe voorwerpen of sterke drank werden terug gevonden in het snoepgoed of andere giften.
Daarom voorzag men in sommige streken een feest voor de kinderen van de eigen gemeenschap waar vreemden buitengesloten worden. (Typisch Amerika)!




Bonfire (Heilig Vreugdevuur).

Hiermee zijn we bij het derde en meteen laatste hoofdkenmerk van Halloween beland.
In vergelijking met de Jack-o’-Lantern en trick or treat zijn de bonfires tegenwoordig wel minder populair.

Toch worden in diverse landen in de nacht van Halloween nog altijd grote feestvuren ontstoken.
Dit gebruik bestaat nog voornamelijk in de Angelsaksische landen zoals Wales, Schotland… .
Maar ook in de meeste streken van Amerika spelen dergelijke bonfires een niet onbelangrijke rol.

Bonfires werden oorspronkelijk 'bone-fires' genoemd. Letterlijk vertaald betekent dit 'vuren waarin botten of beenderen van geslachte en genuttigde dieren, of gedode vijanden verbrand werden'.
Vandaag de dag staan zij gewoon symbool voor vreugdevuren.
Deels waren zij dat in het verleden ook wel vermits vreugde en lijden bij onze voorouders in bepaalde omstandigheden nauw met elkaar verbonden waren. Vandaag de dag betreft het in ieder geval grote vuren die in openlucht aangestoken worden.
In onze streken krijgen trouwens kampvuren soms de naam bonfires.

De herkomst van deze vuren kan teruggebracht worden tot Samhain, dat een van de grote vuurfeesten bij de Kelten was. Binnen het ruime gamma van de bestaande vuurfeesten, vastenvuren… was het Samhain- of Halloweenvuur het meest verspreidde en het meest algemene. Het was voor de voorvaderen van de Europese volken de grote viering van midzomeravond. Ze lieten het samenvallen met het moment waarop de zon op het hoogste punt van zijn baan aan de hemel stond, ze baseerden zich bijgevolg op astronomische overwegingen.


Maar hoe valt dat te rijmen met ons Samhain als vuurfeest dat op een totaal ander moment valt?
De Kelten hielden er blijkbaar een andere mening op na. De belangrijkste vuurfeesten van de Kelten vonden plaats op een datum die schijnbaar zonder enige verband met de positie van de zon aan de hemel vastgesteld werd. De reden hiervoor ligt voor de hand. De Kelten waren in het begin vooral een herdersvolk dat voor zijn levensonderhoud afhankelijk was van zijn kuddes. Voor hen was het ogenblik dat de kuddes weer op stal werden gezet, het cruciale moment van het jaar.
Zij baseerden zich dus eerder op een aardse indeling van het jaar, het begin van de winter, dan op een hemelse, de stand van de zon.

Waarom worden op de vooravond van Samhain eigenlijk vuren aangestoken?
Tal van redenen kunnen hiervoor ingeroepen worden.
We overlopen ze even:

Toekomstvoorspelling:
Een eerste reden is dat Samhain als eerste dag van het nieuwe jaar beschouwd werd. Het meest voor de hand liggend moment om ieder jaar een nieuw vuur te ontsteken, is toch het begin van het nieuwe jaar. Want dan zal de zegenrijke invloed van het nieuwe vuur de hele periode van twaalf maanden voortduren. Om dit geluk af te dwingen, de toekomst te voorspellen en te richten, bestonden verschillende vuurrituelen. De meest dramatische rite was het bouwen van grote, vreemd gevormde korven waarin oorlogsgevangenen en criminelen gestopt werden en dan in brand werden gestoken. Door de posities van de lichamen van degenen die verbrand werden, te aanschouwen kon men zien wat de toekomst bracht. Dergelijke posities weerspiegelen volgens de bijgelovige druďden zowel de goede als de slechte voortekenen van het komende jaar.

Een bijna gelijkaardig, zij het wel heel wat menselijker ritueel, bestond erin dat de botten en beenderen van dieren in het vuur gegooid woerden als een offer om een gezonde en talrijke veestapel te hebben in het nieuwe jaar. De asresten van de vuren werden ook wel verstrooid over de velden om het land te beschermen en te zegenen.

Wat ook gebeurde, was dat stenen gemerkt werden met de namen van mensen. Daarna werden deze stenen in het vuur gegooid om er de volgende ochtend weer uitgehaald te worden. De wijze waarop de steen uit het vuur kwam, voorspelde het geluk van iemand in het komende jaar. Meer nog, als er ’s nachts met de steen iets gebeurde of de steen werd verplaatst, zou de betrokken persoon het volgende jaar sterven. Mettertijd kon dit gebruik, afhankelijk van streek tot streek, lichte verschillen vertonen. In de Schotse Hooglanden werd het vuur bijvoorbeeld eerst gedoofd. De as werd zorgvuldig in de vorm van een cirkel bijeengeveegd. Langs de omtrek legde men er een steen in voor ieder lid van de verschillende families die het feestvuur gezamenlijk hadden aangelegd. Als de volgende morgen een van deze stenen verplaats of beschadigd was, waren de mensen ervan overtuigd dat de persoon die door die steen werd vertegenwoordigd, verdoemd was en geen twaalf maanden meer te leven had. In het noordelijk deel van Wales was het gebruikelijk dat elke familie op de opvallendste plaats in de buurt van het huis een groot vuur ontstak. Als het bijna gedoofd was, gooide iedereen er een witte steen in die gemerkt werd in de as. Nadat zij rond het vuur gebeden hadden, gingen zij slapen. De volgende morgen gingen zij na het opstaan hun stenen zoeken. Men geloofde dat als er een steen ontbrak, de persoon die hem in het vuur had gegooid vóór de volgende Halloween zou sterven.

In de vuren konden ook kastanjes gepoft worden. Aan de wijze waarop de kastanjes opsprongen, konden jonge vrouwen voorspellen of ze snel zouden trouwen.

Dodenverering:

Of werden die vuren aangestoken ter ere van de dood?
Meer specifiek om de duivelse geesten die met Samhain op aarde ronddoolden, angst in te boezemen? Dat de mensen fakkels met zich meedroegen als ze optochten hielden tussen de velden en in de dorpen, zou daar ook kunnen op wijzen. Jong en oud kwamen dan samen op het dorpsplein. Zij gingen langs de huizen met brandende fakkels en sloegen met stokken en knuppels op de deuren en luiken. Het was de bewoner aangeraden wat takken brandhout te geven of hij mocht zich aan een scheldkanonnade verwachten. In de Middeleeuwen ontaardde deze traditie in die mate dat de deuren en luiken maar ook banken, uithangborden en hekpalen afgebroken werden. Gevechten waren bovendien eerder regel dan uitzondering; wanneer ze voldoende brandhout verzameld hadden, trokken ze naar hun dorpsplein om er een groot vuur te laten ontbranden. Iedereen zong en danste eromheen. In het slechtste geval werden mensen van wie men vermoedde dat zij bezeten waren, aan een paal gebonden en verbrand, met als enig doel de boze geesten schrik in te boezemen. Werden buitenshuis grote vuren aangestoken, dan werden thuis de vuren gedoofd om het koud en ongezellig te maken, zodat de geesten van de overledenen verder trokken en hen niet in bezit namen.

Het Heilig gemeenschappelijk vuur:

Een betere verklaring waarom de Kelten hun vuren doofden, was dat zij hun vuren thuis, naar jaarlijkse gewoonte, opnieuw wilden aansteken vanuit een gemeenschappelijk groot vuur.
Dit vuur werd door de druďden op de heuvel van Tlachtga, twaalf mijl verwijderd van de Koninklijke berg van Tara, als een heilig vuur ontstoken. Dit heilige vuur werd op een rituele wijze aangewakkerd. Men maakte gebruik van de frictie die ontstond uit het wrijven met twee stokken. Het doven van de vuren symboliseerde de donkere helft van het jaar en het weer ontsteken van de druďdische vuren was het teken van het terugkerende leven waarop gehoopt werd. En dat werd teweeggebracht door de rituelen van het priesterschap. De gedoofde vuren werden opnieuw aangestoken met de houtskool van het ceremoniële openluchtvuur. Om die kolen te transporteren gebruikte men de Jack-o’-Lantern, een uitgesneden raap of een suikerbiet.
Het ritueel moest de eenheid van het dorp verzekeren en versterken.

Concurrentiestrijd:
Een laatste mogelijke verklaring voor het ontsteken van vuren op Samhain heeft te maken met de onderlinge concurrentie. Ieder huishouden streed om de eer van het grootste vuur. Overal flakkerden feestvuren en hun gloed leverde een buitengewoon schilderachtig schouwspel op.

Wat ook de reden was voor het ontsteken van grote vuren tijdens de nacht van Samhain, het is een feit dat ze een wezenlijk onderdeel van het feest uitmaakten. Een traditie die gelukkig tot op de dag van vandaag in sommige landen nog voortleeft.

Ter illustratie geef ik hieronder de tekst van een heus Samhainlied dat rond een bonfire gezongen kan worden:


Fire red, summer's dead,
Yet shall it return.
Clear and bright in the night,
Burn, fire, burn!

Dance the ring, luck to bring,
When the year's aturning.
Chant the rhyme at Hallowstime,
When the fire's burning.

Fire glow, vision show
Of the heart's desire,
When the spell's chanted well
Of the witching fire.

Dance the ring, luck to bring,
When the year's aturning.
Chant the rhyme at Hallowstime,
When the fire's burning.

Fire spark, when nights are dark,
Makes our winter's mirth.
Red leaves fall, earth takes all,
Brings them to rebirth.

Dance the ring, luck to bring,
When the year's aturning.
Chant the rhyme at Hallowstime,
When the fire's burning.

Fire fair, earth and air,
And the heaven's rain,
And blessed be, and so may we,
At Hallowstide again.

Dance the ring, luck to bring,
When the year's aturning.
Chant the rhyme at Hallowstime,
When the fire's burning.