Er zijn
zoveel gedenkwaardige tradities rond de Halloweenpret van
vandaag - vanaf het snijden van lantaarns uit pompoenen en het
maken van kostuums tot het appelhappen en om snoep langs de
huizen gaan - die in heidense gebruiken wortelen. Heksen
verkleden zich met Samhain wel, maar ze trekken niet bepaald
griezelige kostuums aan.
Samhain is ons Nieuwjaar sinds duizenden jaren vóór het
christendom.
Bij ons is het traditie iets aan te trekken waaruit blijkt wat
we voor het komende jaar hopen of wensen. Gezichten of symbolen
in pompoenen of kalebassen snijden is ook en heksentraditie. De
pompoenlampionnen waren een praktische manier om in het donker
je pad te verlichten en om dieren in het bos op een afstandje te
houden. Hieronder volgen enkele andere geliefde en reeds lang
bestaande heksengebruiken die je mogelijkheden tot
vrijetijdsvermaak zullen verruimen.


De betekenis en oorsprong
van het Keltische knoopwerk zijn even moeilijk te ontwarren en
geheimzinnig als de knopen zelf. Een heksenkoord is hier een
uitstekend voorbeeld van.
Het kan simpelweg bestaan uit drie ineengevlochten draden maar
ook even ingewikkeld zijn als de lastige Keltische knoop. Er
zijn patronenboeken van Keltische knopen te krijgen in winkels
die zich gespecialiseerd hebben in de Keltische mythologie of
geschiedenis, of via de post te bestellen bij heksenwinkels.
Heksenkoorden zijn heel mooi en zeer geschikt om cadeau te geven
of je huis mee op te sieren. Met Samhain dient je heksenkoord
uitdrukking te geven aan wat je voor het komend jaar wenst of
hoopt. Voor een eenvoudig koord heb je een stuk zwart, wit en
goudkleurig lint of zijden koord nodig, elk ongeveer een meter
lang. Sla het ene uiteinde ongeveer 10 tot 12 cm om en maak daar
een knoop zodat je een lus krijgt waaraan het koord aan een
deurkozijn of muur te hangen is. Vlecht de drie stukken lint of
koord ineen waarbij je dingen opnoemt die je in de toekomst wilt
vervlechten. Dan maak je en knoop. Leg in het uiteinde minstens
drie knopen. Aan het koord hang je kruiden, brouwseltjes,
magische stukjes hout. Aan de Samhainkoord van een heks moet ook
altijd een toverbuideltje of een mengsel met wolvenhaar worden
in gehangen, omdat wolvenhaar bescherming geeft. Wolvenhaar moet
altijd van een levende, ruiende wolf komen. Het is te verkrijgen
bij heksenwinkels, of probeer anders de dierentuin. Maar wees
creatief. Gebruik je fantasie. Je zou ook een talisman aan je
koord kunnen hangen, of een oorring waarvan je er nog maar één
hebt, of een aandenken aan een dierbaar persoon. Alle koorden of
Keltische knopen zijn kleine bezweringen die in het universum
worden uit gestuurd, dus alles wat een bijzondere betekenis voor
je heeft kan erbij worden gehangen.


Samhain is een goed moment
om op zoek te gaan naar een toverstaf. Het is buiten fris en
helder maar nog niet zo akelig koud dat we ons de deur niet uit
kunnen wagen. De Kelten beschouwden veel soorten hout als heilig
of met magische krachten geladen, zoals het hout van de eik,
hulst, es, lijsterbes, berk, hazelaar, iep, meidoorn en wilg.
Hoewel je van al deze soorten een staf kunt maken, is het hout
van de hazelaar het meest geliefd, want dat heeft grote magische
krachten. De hazelaar vertegenwoordigt alle wijsheid. Een stuk
hout dat door de bliksem is getroffen is als materiaal voor een
staf ver boven alle andere te verkiezen en het allerkrachtigst.
Zulk hout bezit een elektrische lading. Je kunt het verschil
zelfs aan het hout voelen. Op zo’n tak blijven de bladeren
dikwijls in leven ook al is hij van de boom afgesneden. Sommigen
hebben takken van de oudste levende eiken in hun omgeving, of
die ze gekregen hebben van een reeds lang overleden Aartsdruïde.
Takken van druïdeneiken, Gog en Magog, ofwel mannelijke en
vrouwelijke.
Wanneer jij je staf gevonden hebt en de tak hebt afgesneden,
moet je de boom, de Elfen en de Godin en de God voor hun
geschenk bedanken. Laat in deze tijd van het jaar de tak niet de
grond aanraken, om te voorkomen dat zijn energieën en vermogens
in de aarde terugkeren.


Heksen weten hoe snel licht
om kan slaan in duisternis. Het bedrieglijk bescheiden vlammetje
van de kaars vervult in onze magie een zeer belangrijke rol.
Waar anders in de natuur verandert fysieke materie zo eenvoudig
eerst in zuiver vuur en daarna in licht? Net als mensen hebben
kaarsen zowel een fysieke als een spirituele aanwezigheid. In
vroeger tijden werden kaarsen gewoonlijk tijdens de vleesoogst
gemaakt, met Samhain, wanneer er vet voor talg was. Maak je
kaarsen ergens rond Samhain. In de zomer, met Lughnasadh, kun je
bijenwas gebruiken voor het afsluiten van de potten met voor de
winter ingemaakte verse vruchten, groenten en kruiden.
Om een kaars te maken heb je paraffine of bijenwas nodig, een
leeg kartonnen melkpak van de gewenste maat, een potlood, een
lont of stukje touw, en een vetkrijtje, kleur naar wens. Laat de
was langzaam au-bain-marie smelten; doe er dan het vetkrijtje
bij en laat dat ook smelten. Terwijl de was en het krijtje
smelten bind je het stukje lont of touw om het midden van een
potlood en leg dat boven de vierkante opening van het melkpak.
Is de was gesmolten, giet die dan langzaam en voorzichtig in het
melkpak. (Het is een goed idee om het pak in een pan te zetten,
om eventueel gemorste was op te vangen). Wanneer de was is
gestold en hard geworden scheur je het karton weg. Je kunt je
kaars wat verfraaien, evenals de magische krachten ervan
verhogen, door er één of twee kristallen in te drukken, een
snufje of een blaadje van een favoriet kruid, of een klein
stukje perkament met een korte wens of bezwering bij en drukt
die met een tweede potlood voorzichtig langs de randen in de
was. Dan schenk je er weer wat was overheen en breng je het
volgende kristalletje of kruid of bezwering aan, enzovoort
totdat je het karton vol hebt. Moet de kaars een kantachtig
randje krijgen, doe dan eerst wat ijsblokjes onder in het karton
voordat je er de was op schenkt en breng dan je magische
versieringen aan.