Klik in de kader voor de link:

Een kabouter is een klein sprookjesfiguurtje uit de elfenfamilie.


Lichaamsbouw en uiterlijk:

Een kabouter is herkenbaar aan zijn/haar puntmuts die, meestal, rood van kleur is. Het is maar vaag bekend hoe groot een kabouter is.
Sommige schatten de grootte op 15 cm, inclusief puntmuts.
Maar andere schatten de kabouter dan weer groter; tot wel 45 cm. Kaboutertjes worden meestal afgebeeld met lange, volle witte baarden, bolle wangetjes en bolle buikjes.
Traditioneel komen er geen kabouters voor met een bruine of zwarte huidskleur; het betreft altijd blanke mannetjes met een vrij rode neus.
In Kabouterboeken komen echter vrijwel alle menselijke rassen ook als kabouter voor (zoals bijvoorbeeld Bosjesmankabouters) en ook vrouwtjes. Men constateerde dat de vrouwtjes betrokken waren bij een hele serie aan huishoudelijke taken. Vaak doet de kledij van de kabouter enigszins middeleeuws aan. Een kabouterman draagt vrijwel altijd wollige laarsjes en een brede riem om zijn middel. Kaboutervrouwtjes dragen altijd lange brede rokken. Zonder pinnenmuts zijn ze haast ondenkbaar.
De legende van de kabouters is destijds ontstaan in Ierland.
Het gebeurde toen de plaatselijke bevolking paddenstoelen aten die hallucinaties veroorzaakten.
Door die 'drugs' werden er vaak kabouters of 'gnomen' gezien.
Zoals we reeds vermeldden: "In Schemerland is niets wat het lijkt".



Levenswijze:

Het is niet bekend hoe oud kabouters kunnen worden, maar volgens de meeste vertellingen worden ze oeroud. Men schat de gemiddelde maximumleeftijd op 350 jaar. Ze sterven dan door ouderdom, want volgens kenners sterven kabouters nooit aan een ziekte. Kabouters worden ook wel geroofd door roofdieren, zoals marters en katachtigen. Kabouters wonen, volgens de overlevering, in paddenstoelen. Maar ook konijnenholen en holle bomen worden erg graag bewoond. Kabouters zijn vrij sociaal en wonen het liefst dicht bij elkaar. Ze zouden geen dorpen bouwen, zoals de Smurfen. Kabouters onderhouden zeer nauwe contacten met mens en dier. Ze zijn de mensen zelfs vriendelijk gestemd. Ze verrichten doorgaans allerhande klusjes voor de mensen. Mensen geloven dat kabouters hun klusjes beter verrichten als je ze beloont met melk of brood. Bovendien geloven mensen dat kabouters door melk en brood 'gelokt' kunnen worden. Kabouters zouden de dieren ook helpen in hun voortbestaan; zo tolereren kabouters geen roofgedrag van dieren. Ze zullen muizen en konijnen te allen tijde uit de klauwen van een wolf proberen te redden. Derhalve zijn ze de wolf ook vriendelijk gestemd en zullen hem altijd helpen. Kabouters komen alleen 's nachts uit hun huisjes. Bij hoge uitzondering vertonen ze zich overdag; ze hebben dan meestal een belangrijke taak te verrichten, zoals het inlichten van iemand over een opdracht.
Ze zullen overdag nooit op zoek gaan naar voedsel, enkel 's nachts. Kabouters zijn vegetariërs. Ze leven meestal van wat de natuur hen aanbied, zoals noten, zaden, vruchten en wortels.
Hun lievelingskostje zouden bos- en braambessen zijn.
Bovendien roken ze geregeld een pijp en drinken bier of sterke drank uit hun kleine tinnen bekertjes.

Het woord Kabouter is afgeleid van Kobold, dat weer komt van het woord Kuba - Walda, wat "huisbestuurder" of "huisgeest" betekent in het oud - Germaans.
Vroeger was de kabouter een geaccepteerd lid van de maatschappij, van hoog tot laag zag iedereen hem regelmatig, werd door hem beloond, bestraft, geholpen of geplaagd en vond dat normaal.
Nu is de kabouter teruggedreven naar schuilhoeken boven en onder de grond, waar hij zich aan onze waarneming onttrekt.
("Moderne tijden" noemt men dat).

Rond 1200 na Chr. vond de zweed Frederik Ugarph in het toenmalige Nidaros ( thans Trondheim, Noorwegen) in een primitieve visserswoning een houten beeldje van 15 cm hoog, gemeten zonder sokkel.
In het voetstukje stond gegraveerd: “Nisse - Riktig storrelse”, wat betekent: "Kabouter, ware grootte".
Het beeldje was sinds mensenheugenis in de vissersfamilie, het bevind zich nu in de particuliere kunstverzameling van de familie Oliv te Uppsala.
Onderzoek heeft aangetoond dat het beeldje ouder is dan 2000 jaar.
In het jaar 470 na Chr. schreef de Romeinse sergeant Publis Ocatvus, die in de buurt van Leiden woonde, het volgende:


"Hodie oculis meis ipsis homunculum vidi.
Pileum rubrum et tunican caeruleam gessit.
Habuit barbam albam et bracas viridas
Dixit annos vix XX habitare in patibus meis.
Verba nostra fecit, mixta cum verbis extraneis...."

Vrij vertaald betekent dat:

"Vandaag heb ik met eigen ogen een miniatuurmensje gezien.
Hij droeg een rode muts en een blauw hemd.
Hij had een witte baard en een groene broek.
Hij zei dat hij amper 20 jaar in dit land woonde.
Hij sprak onze taal, vermengd met vreemde woorden..."


Kabouters en Dieren:

De kabouter heeft intensief contact met de dieren.
Hij zit met hen op dezelfde golflengte.
Dat houdt in dat hij hun taal verstaat en hun problemen begrijpt. Alle dieren zijn vertrouwd met de kabouter, zelfs de bunzing en de rat, die nogal erg hinderlijk zijn.
Eén uitzondering blijft de kat, vooral de verwilderde huiskat, die geen deel van de natuurlijke wilde dierenwereld uitmaakt en nimmer te vertrouwen is. Zelfs de Wolf, Lynx, Beer, Vos en Wild Varken, die toch heus geen lieverdjes zijn, respecteren de kabouter, weten hem in nood te vinden en doen wat hij hun vraagt of gebiedt zonder al te veel mokken.
De kabouter is onmisbaar voor de dierenwereld. Zijn intellect en technische hulpmiddelen stellen hem in staat dingen te doen en ingrepen te verrichten, die de dieren zelf niet kunnen omdat de situatie hen boven het hoofd gegroeid is.

Bijvoorbeeld:
Vossen, maar ook andere dieren kunnen veel last hebben van teken in hun hoofdhuid en andere moeilijk te bereiken plaatsen.
Wanneer zij de teek afschuren tegen de boom, blijft de kop van de teek onder de huid zitten, wat een vrij langdurige ontstekingsreactie geeft. De kabouter wacht tot de teek slaapt en verwijdert hem met één ruk, draaiend tegen de klok in, of wanneer 2 reebokken tijdens het vechten verhaakt raken, dat wil zeggen wanneer hun geweien onontwarbaar in elkaar zitten (meestal door extra einden of abnormale uitsteeksels), kan hij ze loszagen en de dan meestal half verhongerde stumpers de vrijheid hergeven.
Het gewei is gevoelloos, zodat het zagen zonder bezwaar kan geschieden.



Verspreidingsgebied van de kabouter:

* Noordgrens: Tot boven in Noorwegen, Zweden en Finland.

* Oostgrens: Tot diep in Rusland en Siberië.

* Westgrens: Ierse oceaankust.

* Zuidgrens: Een lijn van de Belgische kust via Frankrijk, Zwitserland, Balkan, bovenkant Zwarte Zee en de Kaukasus.
Dit hangt samen met de kortere dagen en langere winters, die in de landen ten noorden van deze laatste lijn bestaan.
Andere kabouters houden van de koude en blijven in de Benelux regio overwinteren.

Internationale benamingen van de Kabouter, van A tot Z:

Bulgaars: (Djudjé).
Deens: (Nisse).
Duits: (Heinzelmännchen).
Engels: Imp (Goblin - Gnome).
Fins: (Tonttu).
Frans: (Lutin).
Hongaars: (Manó).
Iers: Imp (Goblin).
Italiaans: (Spiritello).
Joegoslavisch: (Patuljak).
Noors: (Tomte of Nisse).
Pools: (Gnom).
Russisch: (Domovoi Djédoesjka).
Servisch: Kippec (Patuljak).
Spaans: (Duende).
Tjechisch: (Skritek).
Vlaanderen: (Kabouter - Alverman - Heihus).
Vlaanderen & Nederland: (Kabouter - Aardmannetje).
Zweeds: (Tomtebisse of Nisse).



Soorten Kabouters:

Klik op Plop!


De Tuinkabouter

De Tuinkabouter beantwoordt aan het gewone type. Hij houdt zich in oude tuinen op, zelfs die welke door stadsuitbreiding zijn ingeklemd tussen nieuwbouw. Hij is meestal aan de sombere kant en vertelt graag weemoedige verhalen. Wordt het hem te benauwd, dan verhuist hij naar het bos. Hij heeft echter meestal een aanzienlijke eruditie en krijgt het dan in het bos niet altijd even makkelijk.

De Boerderijkabouter

De Boerderijkabouter komt overeen met de huiskabouter, is echter statiger van geest en gelooft liefst aan zaken waaraan niet meer getornd hoeft te worden.

De Huiskabouter

De Huiskabouter is een soort apart. Hij ziet er wel uit als een gewone kabouter, maar hij heeft de meeste mensenkennis. Door het verblijf in oude en historie - volle huizen heeft hij veel gehoord en gezien, of het nu arme of rijke woningen betrof. Hij spreekt en verstaat het beste de mensentaal en uit zijn geslacht worden de kabouterkoningen gekozen.

Alle bovengenoemde kabouters zijn goed van aard, bereid tot een lolletje of een kleine plagerij, maar nooit kwaadwillig, een heel enkele uitzondering daargelaten. Is een kabouter werkelijk slecht, wat niet meer dan één op de duizend voorkomt, dan is dat door kruising van vreemde erffactoren, bijvoorbeeld op zeer afgelegen plaatsen.

De Duinkabouter

De Duinkabouter is een fractie groter dan de boskabouter. Ook hij vermijdt menselijk contact. De kleding is soms merkwaardig vaal. Het vrouwtje is niet grijs maar kaki - kleurig.

De Siberische Kabouter

De Siberische Kabouter is daar nog het meeste door beïnvloed. Hij is centimeters groter dan de Europese en gaat veel met Trollen om. In bepaalde streken is daar geen enkele kabouter te vertrouwen. Hij neemt represailles bij het minste of geringste dat hem niet bevalt, in de vorm van het doden van vee, het veroorzaken van misoogsten, grote droogte, abnormale koude enzovoort.

De Boskabouter

 

De boskabouter komt waarschijnlijk het meeste voor. Dit is moeilijk uit te maken, omdat hij zich ongaarne aan de mens vertoont, en talloze ontsnappingsmogelijkheden heeft.
Zijn uiterlijk beantwoordt aan dat van de gewone kabouter.
De meeste mensen hebben nog nooit boskabouters gezien, maar wel van gehoord. 
Het bijzondere bij boskabouters is dat zij ook met de dieren kunnen praten. Boskabouters zijn een stukje groter dan een grote mensenhand, zo ongeveer 25 centimeter.
Natuurlijk wonen boskabouters in een bos. Ze hebben meestal een groene jas met een bruine broek aan. Op hun hoofd dragen ze een bruine puntmuts met een groene rand. Daarom zijn ze ook zo moeilijk tussen de bomen, struiken en het hoge gras te zien; ze vallen helemaal niet op. Bovendien kunnen ze zich op hun leren kabouterschoenen heel vlug uit de voeten maken.
Toen er hier nog niet zoveel huizen waren gebouwd, woonden er zo'n vijftig boskabouters in ongeveer twintig kleine huizen in het Achterbos.
In die huizen stonden alleen kleerkasten, stoelen en bedden, maar geen tafels. Deze kabouterhuizen waren in een kring rondom het centrale eethuis gebouwd, het grootste kabouterhuis van allemaal.
In dat eethuis kwamen de kabouters bij elkaar om te eten en om elkaar de nieuwtjes te vertellen. Aan lange tafels wachtten ze dan af wat hun kok Bonzo met zijn hulp Joris weer had klaargemaakt.
Iedere kabouter had zijn vaste plaats aan tafel. Zo zat aan het hoofd van de tafel koning Basso. Aan het begin van de maaltijd wenste koning Basso altijd iedereen smakelijk eten en bedankte hij kok Bonzo voor de maaltijd die deze weer op tafel had gezet.
Rechts van koning Basso zat de mooie prinses Sterre. En alle boskabouters hielden heel veel van hun koning en zijn prinses.
Naast de prinses zat de wijze kabouter Floris. Hij was de raadskabouter van de koning en waar koning Basso was, was hij ook.
Aan de andere kant van de koning zaten de twee vrienden Trip en Trap, twee heel slimme kabouters. Ze waren niet alleen een beetje groter dan de andere boskabouters, maar ook veel sterker.
Juist het feit dat ze altijd bij elkaar waren, maakte hen dus dubbel zo sterk! Terwijl de boskabouters aan tafel zaten, hield Bravo, de hond van Trip en Trap, de wacht. Die was bijna zo groot als een half brood en groeide, net als kabouters, niet verder.
Omdat Bravo op wacht stond, konden alle kabouters tegelijk eten.
Na het eten was het de gewoonte dat om de beurt een paar kabouters kok Bonzo bij het afwassen en opruimen hielpen.
In de tussentijd ruimde Joris met een paar anderen het eethuis helemaal op, terwijl Trip en Trap dan het eten voor Bravo klaar maakten, zodat hij er ook weer tegen kon.
Daarna maakten de kabouters zich klaar om aan hun boswerk te beginnen en vertrokken ze in groepjes van twee of drie.

Belgische en Nederlandse kabouterrassen.

In België en Nederland komen verschillende kabouterrassen voor:

Bierkabouter: Deze komt oorspronkelijk uit België, en is het bekends vanwege de afbeelding op een fles "Achouffe" of "La Chouffe", bier uit de Belgische Ardennen. (Klik er eens op)...

Boskabouter: Dit is een zeer schuwe kabouter van loofbossen, naaldbossen en heide. Leeft vooral in de Belgische Ardennen en in de rijkere bosgebieden. Ook in Luxemburg kun je hem vinden.
In Nederland vooral op de Veluwe.

Zandkabouter: schuwe kabouter van duinen en zandverstuivingen. In Nederland overal in de duinen langs de Noordzeekust en op de Waddeneilanden. Ook in het Kootwijkerzand en de Loonse- en Drunense duinen.
In België rondom het Zwin, en in de regio Nieuwpoort - De Panne, tot in Bretagne (Frankrijk).

Graskabouter: Is een schuwe kabouter van de drogere weilanden langs de grote rivieren. Ook in vochtige broekbossen langs rivieren en beken. In Nederland langs alle grote rivieren. Leeft als enige kabouter in zelf gebouwde plaggenhutjes. In bossen bewoont dit kabouterras holen in bomen.
In België vooral in de Demerevallei, de Dijlevallei
en de Scheldevallei
rondom Temse.

Tuinkabouter: weinig schuwe kabouter van tuinen, parken, binnenplaatsen, straten, pleinen en begraafplaatsen. Soms aan bosranden. Woont vooral in huizen op zolder of in een kelder. Haalt eten uit tuinen.
De tuinkabouter is momenteel het grootste en meest verspreide kabouterras.

Huiskabouter: tamelijk schuwe kabouter van huizen, kerken, winkels en kantoren.
Ook vaak aan boord van schepen, dit in tegenstelling tot de andere rassen.
Haalt eten uit gebouwen of schepen. Woont op zolders en kelders.
Deze kabouters zijn nog maar zelden waar te nemen.

Siberische kabouter: Dit is een weinig schuwe tot brutale kabouter.
Uitsluitend in de Achterhoek en Noord - Groningen.
Leeft uitsluitend in konijnenholen.
Zeer zeldzame wintergast.

Hagelandse kabouter: Deze, uitsluitend, Belgische kabouter kun je vergelijken met de boskabouter, behalve dat hij minder schuw is.
De Hagelandse kabouter is een kruising tussen kabouter (Alverman) en trol.
Vroeger woonde aan de Demervallei in het Belgische Hageland een trollenstam, de "Heihussen" genaamd.
Ze huisden daar in het grottenhol van de "Dorenberg", tussen Aarschot en Langdorp, wat nu de "Franse Liniestraat" noemt.
Hiermee is deze Hagelandse kabouter dan ook gekruist en is daarom minder schuw en soms ook wel een brutaaltje. Deze kabouters hebben, in tegenstelling tot de andere Boskabouters, nog altijd hun dorpje aan de rand van het bos in het Hageland.
Hun nederzetting ligt vlakbij de gemeente Tielt-Winge wat ondermeer befaamd is voor zijn "Gouden Kruispunt".
Zij ontvangen je er ook graag voor een bezoekje in hun midden!


Klik hieronder op een kabouter, om er eens een zomers afspraakje mee te maken!