|


  
Neptunus,
god van de golven, rivieren en de zee.
Poseidon is zijn Griekse equivalent.
Zijn Keltische tegenhanger is Manannán mac Lir.


Na de ontdekking van Uranus
door
Herschel
merkten
astronomen op dat de baan van deze
planeet iets afweek van de voorspelde baan om de zon.
Een andere planeet, die invloed oefende op de zwaartekracht, zou
hiervan de oorzaak kunnen zijn. De wiskundigen
John Cough Adams (Engeland) en
Urbain Le Verrier (Frankrijk)
berekenden waar deze planeet zich moest bevinden. In
september
1846 werd hij inderdaad gevonden
door de Duitse astronoom
Johann Gottfried Galle.
Neptunus ligt veel verder weg dan Uranus en is met het blote oog
niet te zien.
Wanneer je precies weet waar je moet kijken, kun je de planeet met
een goede verrekijker of telescoop waarnemen.
Neptunus draait in 165 jaar om de zon en lijkt dus nauwelijks te
bewegen.
Sinds
1997 bevindt de planeet zich in de
Steenbok, waarin hij tot
2010 blijft.
Wat betreft de grootte en de opbouw van Neptunus, kunnen we het best
vergelijken met Uranus. Neptunus is voor ons interessanter maar
Neptunus is wel iets kleiner dan Uranus.

Net als Jupiter en Saturnus
heeft Neptunus vage banden en vlekken wanneer er in de
atmosfeer stormen losbarsten.
Voyager 2, de enige ruimtesonde die
Neptunus heeft bezocht (1989),
nam een bijzonder groot stormgebied waar die ze de "Grote Donkere
Vlek" noemden. Aan de rand van deze strormvlek bevonden zich donzige
wolken, zoals we hier op aarde de "verderwolken"
kennen. De winden die om de vlek
waaiden bereikten snelheden van zo'n
2000 km/uur. Dit zijn de hoogste
windsnelheden ooit waargenomen in ons zonnestelsel. De temperaturen
bedragen er op de
wolkentoppen tussen -193 °C en
-153 °C. Het feit dat Neptunus dezelfde temperatuur heeft als Uranus,
hoewel hij veel verder van de zon staat, is nog altijd niet volledig
verklaard.
Net als bij Uranus staat het
magnetisch veld van Neptunus erg
scheef ten opzichte van de rotatie-as: de
magnetische en de
geografische noordpool van de
planeet liggen 47° van elkaar. De
geografische as van Neptunus ligt
28° gekanteld, veel minder dan die van Uranus maar toch nog
aanzienlijk.
Ook het
magnetisch veld van Neptunus wordt
wellicht opgewekt in een dunne laag
metallisch waterstof in de
mantel.
Zo is ook de afwijkende oriëntatie te verklaren.
Net als Saturnus heeft Neptunus ringen: "twee heldere smalle en twee
zwakke brede". Ze zijn veel te zwak om vanaf de aarde gezien te
worden.

Triton is de grootste maan van
Neptunus en vertoont een ijswereld met actieve
geisers van
stikstof. Het zuidpoolgebied
van
Triton
lijkt te zijn bedekt met een laag roze sneeuw. Daarnaast tellen we
nog een tweetal ijsmaantjes (Proteus
en
Nereďde), en weer een reeks
minimaantjes en
herdermaantjes ((Naiade
(vernoemd naar de
Naiaden),
Thalassa,
Despina,
Galatea en
Larissa)).

Neptunus (Poseidon), god van de
zeeën en de oceanen.
Galle wilde de achtste planeet
Janus noemen.
Le Verrier kwam in eerste instantie
met Neptunus, maar veranderde van gedachte en stelde voor hem naar
zichzelf te noemen.
De naam Neptunus werd echter al snel geaccepteerd. Eigenlijk heeft
ook Neptunus geen
mythologische achtergrond, want
deze planeet was in de
Oudheid nog niet gekend (ontdekt).
In
de
Romeinse mythologie was Neptunus de
god van de zee.
Hij kwam uit de
Griekse mythologie, waar hij
Poseidon heette. Poseidon was één van de kinderen van de
Titaan
Kronos en zijn echtgenote en zuster
Rhea.
Poseidon was de broer van
Zeus en
Hades (zie "Jupiter").
Eén verhaal gaat over een wedstrijd met de godin
Athena.
De Grieken van
Attikí wilden hun
hoofdstad noemen naar diegene die
de mens het bruikbaarste voorwerp schonk.
Poseidon maakte
het paard voor ze, maar het geschenk van Athena baarde meer opzien:
"Een olijfboom". Zo kwam de stad
Athene aan haar naam.
Neptunus was oorspronkelijk een god van de golven en van alle
stromend water; later meer bepaaldelijk een god van de zee, zoals
blijkt uit het feit dat men hem
Salacia, een personificatie van de
zilte baren, tot gemalin gaf.
Een echt Romeinse god schijnt Neptunus echter nooit te zijn geweest.
Alles wat zijn wezen en zijn eredienst betrof, is beheerst door
Etruskische en Griekse invloeden.
De
Etrusken en
Grieken waren immers in
tegenstelling tot de vroege Romeinen verwoede zeevaarders. In
hoeverre die
Etruskische invloed van
Nethuns zich heeft laten gelden is
evenwel moeilijk na te gaan, daar Neptunus langzamerhand geheel en
al is geďdentificeerd met de Griekse
Poseidon. Dit gebeurde omstreeks
399 v.Chr. toen de
Sibyllijnse boeken bevolen een
lectisternium ter zijne ere (Livius,
V 13.). Evenals deze werd hij niet alleen als zeegod, maar ook als
de god van de paarden en van alle
ruiteroefeningen vereerd. Als
zeegod is hij nu eens een geweldige, barse en trotse godheid, dan
weer hij, die de door storm bewogen zee tot bedaren brengt.
Maar
Neptunus genoot overigens weinig verering. Het waren veel meer de
havengod
Portunus en de
Laren, onder wiens hoede de
schippers zich stelden en aan wie ook voor het behalen van een
overwinning ter zee dank werd geweten. Slechts
Sextus Pompeius eerde gedurende de
korte tijd, dat hij ter zee meester was, Neptunus als de grootste
god van dat element en noemde zich zelfs zijn zoon. Ook
Marcus Vipsanius Agrippa stichtte,
nadat hij zowel Sextus Pompeius als
Marcus Antonius en
Cleopatra VII in zeegevechten had
verslagen, een heiligdom (Basilica
Neptuni) voor de god op het
Marsveld ter herdenking aan de
slag bij Actium.
Aan de wanden van de muren zag men daar schilderijen, waarvan het
onderwerp was ontleend
aan de
Argonautentocht.
Neptunus wordt meestal afgebeeld als een naakte of halfnaakte
bebaarde man en heeft als attributen gewoonlijk een
drietand of staf en soms ook een
dolfijn, boeg van een schip,
scheepsanker, of globe. Soms wordt hij afgebeeld als een zeemeerman
(half mens, half vis).
Het is in de
zeevaart nog steeds een traditie
dat bij het passeren van de
evenaar Neptunus aan boord komt
teneinde degenen die dat nog niet eerder gedaan hebben tot zeelied
te dopen.
De rol van Neptunus wordt veelal door de
bootsman waargenomen.

Poseidon
is in de
Griekse mythologie de god die
heerst over de zee, de wateren en hun goden. Maar hij was ook een
god van de
paarden en bekend als "AardSchudder" (verwekker van aardbevingen).
Ook bij de
Myceners stond
hij hoog in aanzien.
Poseidon blijkt de voornaamste god in
Pylos lijkt te zijn geweest, waar
een groot aantal
Lineair B-kleitabletten zijn
teruggevonden. Een vrouwelijke variant, "Posedeia", werd ook
gevonden en duidt
vermoedelijk op een, door de 'tijd',
verdwenen partnergodin. Niet
te verwarren met de Posidea, de Atheense feesten voor Poseidon. Om
het bezit van
Athene had hij met de godin
Pallas Athena gestreden, en al was
hij ook door deze overwonnen, toch had hij de sporen van zijn
verblijf achtergelaten. Nog wordt de plaats aan de voet van de
Akropolis gewezen waar hij met zijn
drietand op de aarde heeft
geslagen. Doch in de eredienst komt hij voor als geheel verzoend met
Athena, en het was bijna alleen het heerlijke beeldhouwwerk op het
gevelvlak van het
Parthenon dat een herinnering aan
die strijd bewaarde. Te Athene werd dan ook een schitterend feest te
zijner ere, de "Posidea", gevierd.
De verering van de god in
Griekenland was zeer algemeen.
Nagenoeg alle Griekse stammen en alle Griekse landschappen stelden
zich op verschillende wijze tot hem in een nauwe betrekking.
Vooreerst
Thessalië, dat zijn bestaan en zijn
vorming als het ware aan grote overstromingen en stormachtige
aardbevingen had te danken, waar de god zelf door de bergen vaneen
te scheuren aan het overtollige water een doortocht had verschaft
naar zee, dan
Boeotië, dat zo rijkelijk van water
was voorzien en gedeeltelijk in zijn grote waterkommen, zoals het
meer van
Kopaďs, de invloed van de god in
hoge mate had ondervonden. Beide landen waren bewoond door de stam
van de
Minyërs, bekend wegens hun
ridderlijke aard en lust naar avontuurlijke zeetochten.
Verder
in de
Peloponnesos, waar op de
Isthmos, als het ware voor de
zeehandel geschapen, met zijne grote handelsstad
Korinthe, natuurlijk de verering
van de god, die alle goede gaven kon schenken, maar ook de grootste
rampen kon berokkenen, een voorname plaats in het godsdienstig leven
bekleedde.
De smalle kuststrook, gelegen aan het noorden van de
Peloponnesos, was bijna geheel het
eigendom van de god. In de tempel van Poseidon op de
Isthmos was ook het eerste schip te
zien, dat ooit was gebouwd, de
Argo. Daar wijdden de Grieken hem
na hun roemrijke overwinningen op de
Perzen, die de basis legden voor
hun zeemacht, een
kolossaal koperen beeld. Maar ook
in het binnenland van de
Peloponnesos, in
Arkadië, waar de rivieren nu eens
onder de grond verdwenen, dan plotseling weer te voorschijn kwamen,
waar in diepe holen onderaardse waterbekkens werden aangetroffen,
genoot Poseidon grote verering.
Poseidons' woning ligt niet op de
Olympus, waar hij wel toegang
heeft, maar met zijn gade
Amphitrite houdt hij zijn verblijf
in zijn gouden paleis te
Aigai, dat in de diepte van de zee
is gelegen.
In de eerste plaats dient hierop te worden gewezen, dat Poseidon tot
die goden behoort, die het vroegst hun betekenis van
natuurgod hebben verloren.
Reeds
bij de oudste dichters komt hij voor als de beheerser van de zee,
nergens als een personificatie van de zee zelf.
Zijn macht is echter beperkt. Volgens
Homeros is hij de jongere broeder
van Zeus, zodat zijn ondergeschiktheid aan deze overeenkomt met de
beginselen van het
aartsvaderlijk recht. Daarentegen
is bij
Hesiodos Zeus de jongste van de
zonen van
Kronos en
Rheia, doch verstandiger en sterker
dan de overigen. Poseidon mist de verhevene en indrukwekkende kalmte
en bezadigdheid van de beheerser van de hemel.
Wel is hij machtig en sterk, doch daarbij onstuimig als het element,
waarover hij heerst. Als hij met zijn
drietand, die hij altijd als teken
van zijn waardigheid in de hand draagt, in de zee stoot, dan
verheffen zich de golven op onstuimige wijze, verpletteren de
schepen en overstromen wijd en zijd het land. Met diezelfde
drietand kan hij rotsen
splijten, aardbevingen verwekken en eilanden uit de zee doen
oprijzen zoals
Rhodos,
Anafi,
Delos en als een kundig bouwmeester
deed hij ze rusten op vaste
fundamenten, die waren gegrondvest
in de zee.
Daarenboven is slechts één woord of één blik van hem voldoende om de
hevigste storm te doen bedaren.
Bij zijn wettige echtgenote
Amphitrite had hij een zoon en drie
dochters:
"Triton,
Rhode,
Kymopolea en
Benthesikyme".
De grootste maan van planeet Neptunus werd naar zijn zoon
Triton vernoemd.
Het lievelingsdier van Poseidon is het paard,
hetzij omdat het evenals de golven van de zee
huppelt, en tevens evenals deze draagt, of wel omdat
het, evenals de god zelf, behagen schept in de
vochtige weiden.
Onder de dieren was hem verder de
dolfijn geheiligd,
zijn trouwe makker op zee, onder de bomen de
den, waarvan de
takken tot prijs dienden in de ter zijne ere
gevierde wedstrijd en waarvan het hout het
timmerhout is voor de schepen. Als offers werden bij
zijn dienst gewoonlijk zwarte stieren geslacht, ook
paarden,
rammen en
everzwijnen.

Tempel van Poseidon (Griekenland)
* De Keltische
equivalent kennen we als "Manannán
mac Lir".
  
 
 
Manánnan mac
Lir is de
Iers-Keltische god
van de zee en het weer.
Manannan Mac
Lir is de
Keltische
patroon van
zeelieden en handelaars.
Zijn beroemde atributen zijn de gele
drietand, de rode
speer, de boot, zijn golvenstuwer, een paard
Splendid Mane genaamd en 3 zwaarden: "Retaliator,
Great Fury en Little Fury". Hij bezit
de gave om onsterfelijkheid te schenken.
Hij
is de zoon van de Ierse zeegod Lir.
Llyr (Welsh,
Iers) God van de
wateren en de zee. Staat ook bekend als
Lir (Ierland).
Manánnan Mac Lir is de zoon van Lir en zijn naam
betekent 'zoon van de zee'.
Zijn vrouw is
Fand. Hij is de
beschermer van de
Gezegende Eilanden
en regeert over
Mag Mell.
Hij heeft een schip zonder zeilen dat hem volgt als
hij het daartoe bevel geeft en hij heeft een mantel
waarmee hij zich onzichtbaar kan maken.
Manannan mac
Lir dankt zijn naam aan het
eiland Man in de
Ierse zee.
Hij is een zeegod, tovenaar en genezer en heerste
over het Land der Belofte, waar hij in
Emhain woont. Zijn
woonplaats ligt ten westen van
Ierland, in de
Atlantische Oceaan.
Zijn vrouw is de befaamde schoonheid
Fand, die verliefd
werd op de
Ulsterse held
Cú Chulainn, maar
uiteindelijk toch bij haar man bleef. Manannan
schudde een tovermantel tussen
Fand en
Cú Chulainn, zodat
ze elkaar nooit meer zouden zien.
Manannan Mac Lir is een edel en aantrekkelijk
krijger, wiens
strijdwagen even
vlot over de zee als over het land kan rijden. Hij
bezit ook een schip dat vanzelf kan varen. Hij heeft
zowel goddelijke als sterfelijke kinderen.
Mongan, één van
zijn sterfelijke zoons, werd met een zelfde list
verwekt als
Arthur: Manannan
sliep, vermomd als haar echtgenoot, met een
Ulsterse
koningin.
Mongan kreeg wel
bovennatuurlijke
eigenschappen mee: zo kan hij van gedaante
veranderen. Hij werd een groot
koning en geweldige
krijger.
Barinthus is de
Welsche tegenhanger
van
Manánnan Mac Lir.

~
Neptunus Kaarsenmagie:
Neptunus kan u helpen uw
creatieve talenten te ontwikkelen. Als waterplaneet steunt hij u ook
bij emotionele kwesties, zoals problemen met een verslaving.
Neptunus beschikt ook over
intuďtieve krachten die nuttig zijn
bij betoveringen. Ook kan deze planeet u helpen om medeleven voor
anderen te ontwikkelen.
~
Hoe ga je te werk met deze magie?
Voor Neptunus gebruik je de
kleuren van de zee.
Kies een kaars in de zeetinten
turquoise of zeegroen en wijdt ze
met
mirreolie. Visualiseer het probleem
dat u de vlam wilt voorleggen en vraag Neptunus of hij uw
intuďtie wil versterken.
Kerf
het symbool van Neptunus in je kaars(en) en plaats een offer op het
altaar: een kom water of een afbeelding van een paard, everzwijn of
een dolfijn.
Je kunt de hulp van deze goedaardige god iedere dag oproepen.
Deze magie kun je aanmaken voor iedere zee- en watergod(in).

  
|