Saturnus is de Romeinse god van de landbouw en de onderwereld.
Zijn dag is zaterdag.
De Griekse equivalent is Kronos, god van leven en dood.
Keltische tegenhanger = Balor, koning der Fomóiri, god van de dood.


Saturnus is, van de zon af gerekend, de zesde planeet in ons zonnestelsel en op Jupiter na de grootste. Beide gasreuzen zijn zogenaamde 'buitenplaneten'. Saturnus is vernoemd naar de Romeinse god Saturnus. Saturnus is al sinds de prehistorie bekend.
De samenstelling van Saturnus lijkt veel op die van Jupiter.
In het centrum bevindt zich een rotsachtige kern, daaromheen een mantel van vloeibaar metallisch waterstof, gevolgd door een laag van moleculair waterstof.
De atmosfeer van Saturnus bestaat voor meer dan 93% uit waterstof en voor iets meer dan 5% uit helium.Het resterende deel wordt ingenomen door methaan, waterdamp, ammoniak, ethaan, propaan, acetyleen en waterstoffosfide welke sporadisch voorkomen.
Op aarde bestaat een duidelijke scheiding tussen land, water en atmosfeer. Saturnus heeft daarentegen alleen maar waterstoflagen die van een vloeibare vorm diep in de planeet langzaam overgaan in de gasvormige variant die in de atmosfeer voorkomt, zonder een duidelijke grens. Dit is een niet gebruikelijke situatie die voortkomt uit de enorme druk en temperatuur op Saturnus, genoemd een superkritieke toestand. Als gevolg van de extreme druk worden de gassen dusdanig samengeperst dat ze, op het punt waar normaal de overgang verwacht wordt, een dichtheid hebben die nog steeds overeenkomt met die van een vloeistof. Saturnus heeft daarom geen duidelijk planeetoppervlak.

Alle gasplaneten uit ons zonnestelsel vertonen een systeem van ringen, maar dat is pas op het einde van de 20e eeuw ontdekt. Het ringensysteem van Saturnus is verreweg het opvallendste en ook al veel eerder waargenomen.
In 1610 keek Galileo Galilei naar Saturnus en zag drie objecten in plaats van één. Vol verbazing hield Galilei het er op de planeet twee handvatten (ansae) had. Toen hij twee jaar later nog eens keek waren deze verdwenen waarna ze twee jaar later weer verschenen, nu duidelijker dan ooit. Een halve eeuw later kon Christiaan Huygens dankzij de verbeterde telescooptechniek in 1655 als eerste bevestigen dat deze ansae eigenlijk een ring rond de planeet was. Huygens beschreef een dunne platte ring die de planeet nergens raakte.
Dit werd aanvankelijk met enige scepsis ontvangen, maar werd door Richard Hooke en Giovanni Cassini bevestigd.
Het exacte aantal manen van Saturnus zal nooit vastgesteld kunnen worden, aangezien elk brokstuk van de ringen zich in een baan rond de planeet beweegt en technisch gezien ook als een maan beschouwd kan worden. Het is moeilijk om een arbitraire scheiding te maken tussen een kleine maan en een grote brok van de ringen. Begin 2007 waren er 56 natuurlijke manen en maantjes bekend.

Klik in de kader voor een grotere afbeelding.

Eind 2004 waren er 35 natuurlijke manen en maantjes bekend, waarvan er 30 een definitieve naam hadden gekregen. Vier manen hebben een doorsnede tussen 1050 en 1530 km. Titan is met een doorsnede van 5150 km het grootst en zelfs iets groter dan onze eigen Maan. Titan is ook groter dan de kleinste planeten uit ons zonnestelsel: Mercurius en de dwergplaneet Pluto. Titan bezit bovendien een atmosfeer. De meeste maantjes bestaan uit ijs en steen.
Eind jaren '70 en begin jaren '80 zijn er drie onbemande NASA ruimtesondes in de buurt van Saturnus geweest. In 1997 werd de ESA/NASA ruimtesonde Cassini-Huygens gelanceerd om Saturnus en de manen verder te onderzoeken. Echter, geen van die manen kan leven bieden noch herbergen.

Met dit al is Saturnus de verste planeet die met het blote oog waarneembaar is.
Saturnus ligt 2x verder van ons verwijderd dan Jupiter.
In tegenstelling tot de schitterend witte gloed van Jupiter, geeft Saturnus een meer geelachtig licht weer.
De planeet beweegt ook veel trager dan Jupiter, waardoor hij er zo'n 30 jaar over doet om zijn baan rond de zon te volbrengen.
Saturnus reist gemiddeld twee jaar door elk van de twaalf sterrenbeelden van de dierenriem. In 2001 en 2002 was de planeet te vinden in het sterrenbeeld van de Stier om zo, rond 2010, het sterrenbeeld Maagd te bereiken.

Saturnus is een figuur uit de Romeinse mythologie, de oude Italische god van de landbouw en het uitgezaaide graan, en wordt voornamelijk ook wel als god van de onderwereld beschouwd. Daarnaast is hij ook de god van de oogst.
De cultus van Saturnus nam een centrale plaats in in Romeins Noord-Arfrika, waar hij vooral bloeide tijdens de 2e en in het begin van de 3e eeuw na Chr. Tot op heden zijn een 3000-tal votiefstelen voor Saturnus teruggevonden.
De Romeinen vereerden Saturnus als god van de oogst en hij was één van de belangrijkste goden.
Eén van de overheersende feesten in de Romeinse periode waren de Saturnalia.
Deze feesten waren het eerbetoon aan de god en de verering van de oogst.
In de week van 17 december legde iedereen het werk neer, werden slaven tijdelijk vrij gelaten en werden er cadeautjes uitgedeeld.
Dit feest werd mede gekerstend als het huidige "kerstmis en Nieuwjaar".
Zoals altijd hadden de Romeinen de persoon van Saturnus van de Grieken 'geleend', waar hij Kronos werd genoemd. Hij was de jongste zoon van Ouranos, de god van de hemel en zoon van Gaia (Gaea), godin van de aarde.
Hij viel zijn vader, Ouranos, aan om zijn broers en zussen te bevrijden en huwde nadien zijn zus Rhea. Ze kregen zes kinderen, maar Kronos at de eerste
vijf op,(Hestia, Demeter, Hera, Hades en Poseidon), omdat het orakel hem had voorspeld dat hij door één van hen zou gedood worden.
Toen Rhea haar zesde kind baarde, verstopte ze de baby en wikkelde de kinderkleding om een steen die ze aan Kronos gaf, welke hij terstond doorslikte.
Zo bleef
Zeus gespaard. Zodra Zeus opgegroeid was, dwong hij Kronos alle door hem verzwolgen kinderen weer uit te spugen. Met de hulp van zijn broeders, zusters en andere medestanders onder de goden overweldigde en onttroonde Zeus Kronos en werd de koning van de goden en de mensen.
Zeus werd, volgens de mythe, opgevoed door de nimfen Adrasteia en Ida, dochters van de koning van Kreta. Toen hij volwassen was, nam hij wraak op zijn vader. Hij liet hem een drankje drinken waardoor hij de steen uitbraakte en de vijf kinderen van
Rhea. Deze werden allemaal goden en godinnen.
Zoals het
orakel voorspeld had werd Kronos overwonnen door zijn zoon Zeus.
Kronos werd door Zeus gecastreerd en voor eeuwig verbannen.
Kronos en zijn medestanders werden opgesloten in de diepst van Tartarus, omgeven door een driedubbele nacht, en streng bewaakt door de Cyclopen en Hecatonchiren. Volgens sommige bronnen kregen ze later vergiffenis, en werd het hen vergund in de Elyzeese velden (Champs-Élysées) te verblijven, tot het eind der tijden.

* De Keltische tegenhanger van Saturnus is Balor, de eenogige reus.
In de Ierse mythologie was, Balor (Balar, Bolar) van "het kwade oog" de koning van de Fomóiri, een ras van reuzen. Zij vader was Buarainech en zijn vrouw was Cethlenn. Naar de legende zegt, leefde hij op "Tory Eiland".
Balor was herkenbaar door zijn ene en enkele oog dat, met één blik, iemand kon doden. Hij kreeg zijn krachten reeds van kindsaf door het bespieden van de druďden van zijn vader, die hun magische krachten oefenden. De krachten in zijn oog bekwam hij door de dampen van hun vuur. Normaal gezien was zijn oog altijd dicht en werd het enkel op het slagveld geopend, door vier mannen die zijn ooglid omhoog duwden, of zijn ooglid met touwen (aan katrollen) open trokken.
Deze verhalen bestaan reeds van ongeveer 2000 tot 600 v.Chr.

Zoals het orakel voorspelde, zou Balor gedood worden door zijn kleinzoon.
Om zijn lot te ontlopen sloot hij zijn dochter "Ethlinn" op in een kristallen toren, om haar zo te vrijwaren om in verwachting te geraken. Niettemin, slaagde Cian, een zoon van de Tuatha Dé Danann, erin om in de toren te geraken en dit door de hulp van vrouwelijke druďde "Biróg".
Ethlinn baarde een drieling, die prompt door Balor in de oceaan geworpen werden en verdronken.
Echter, Biróg, de vrouwelijke druďde, hield één van de borelingen bij zich en noemde hem "Lugh".
Zij gaf de baby aan Manannan mac Lir, die zijn voogd en stiefvader werd.
Hij kreeg de naam van Lugh Lamhfada en werd een lid van de Tuatha Dé Danann.
Lugh leidde de Tuatha tijdens de tweede Slag van Magh Tuiredh tegen de Fomóiri.
Ogma ontwapende Balor tijdens de strijd, maar Balor doodde Nuada met een blik van zijn oog. Lugh gooide het oog van Balor uit zijn hoofd met een slingersteen, zodat het zijn dodelijke blik wierp op het leger van de Fomóiri. Een ander versie verteld dat Lugh Balor verblinde met een speer die gemaakt werd door Goibniu en nog een andere vertaald dat Lugh Balor onthoofde om zo Balor's oog, met de dodelijke blik, tegen het Formonenleger te gebruiken.
Eén van de legenden verteld dat, toen Balor verslagen was door Lugh, zijn oog nog open was toen hij met zijn gezicht op de grond viel. Hierdoor brandde zijn dodelijk oog een gat in de aarde. Veel later, toen de regen het gat gevuld had met water, werd dit meer gedoopt als "Loch na Suil", of "Meer van het Oog". Dit meer kun je nog steeds terugvinden in "County Sligo".
Balor dankt zijn ontstaan uit heel oude mythen, die handelen over vruchtbaarheid en de levenscyclus van de landbouw en "het bestaan".
Zo zou het terug gaan tot de introductie van de landbouw, in de godsdienst, van een vrouw (de aarde) die opgesloten werd door een oude man (het oude jaar), daar zij een kind droeg van een andere man, wiens kind (het nieuwe jaar), de oude man zou doden.
Andere versies en mythen: Gilgamesj, Osiris, Baldr, Danaë, Balor in Ierland en nog vele andere die hetzelfde verhaal aanhalen.
In ieder geval werd Balor gelijkgesteld met "Janus", "Kronos", het Servische monster "Vy", de Welshe Ysbaddaden Pennkawr en nog andere versies die vertellen over een tweehoofdige god met het "boze oog".
Zijn relaties met oude godinnen als een "koe-godin" of godinnen zoals Hathor, Io of Hera worden eveneens overwogen als invloed op zijn ontstaan. (Dit volgens de folkoredeskundige Alexander Hagerty Krappe (1894-1947)).

~ Saturnus Kaarsenmagie:

Je kunt Balor, Kronos of Saturnus inroepen bij vraagstukken over verantwoordelijkheid en betoveringen bij toekomstige doelen en prioriteiten.
In zijn Romeinse incarnatie is Saturnus de god van de oogst.
Hij kan u dus vertellen welke beloning uw harde werk zal opleveren.
In de Griekse en Keltische mythologie is hij de god van leven en dood.

~ Hoe ga je te werk met deze magie?

Offers voor deze god zijn offers van leven en dood.
Zwart en rood zijn de kleuren van deze god.
Zwart, een absorberende kleur die geassocieerd wordt met het zielelement; betoverend en omringd door negativiteit.
Rood, een innige kleur die geassocieerd wordt met vurigheid en met bloed.
Stel een ritueel samen, waarmee je voor deze god wilt 'werken'.
Besprenkel de kaars(en) met mirre of cipresolie en kerf het symbool van Saturnus in je kaars(en).

Versier het altaar met een zwart kleedje, geschenken van taxushout (een boom van dood en wedergeboorte), zwarte nachtschade en zwarte onyx en plaats rode kaarsen op het zwarte altaarkleed, of versier het altaar met een rood kleedje, met de hierboven vernoemde geschenken en met zwarte kaarsen.
Zo hou je de balans tussen het negatieve en het vurige van deze godheid.
Brand de kaars(en) op een zaterdag.


De Tempel van Saturnus