Voordat we gaan beginnen met de planeten is het misschien best, dat er eerst wat meer uitleg verstrekt wordt over het heelal zelf, want zoals de meesten onder jullie reeds weten, dachten vroeger de Kelten dat de hemel op hun kop kon vallen. Iedereen was er toen tevens ook van overtuigd dat de aarde het centrum van het heelal was. Nu, hoe kwam dat, en waar komt dan dat magische werk met de planeten vandaan en wat betekent het?
Dat alles gaan we hier, in deze pagina, uit de doeken doen.
Gebruik ook de linken in afbeeldingen voor meer uitleg over het onderwerp.

De kosmos is een voor ons vertrouwelijke plaats, doordat we er in geboren worden. Met het ouder worden doen we meer levenservaringen op en daardoor gaan we ons meerdere dingen afvragen, ook over het heelal boven ons hoofd.
Tweeduizend jaar geleden waren astronomen van mening dat het hemelgewelf de aarde omringde en dat de aarde het middelpunt was van het heelal.
Bovendien dachten ze dat de zon, de maan en de planeten rond de aarde draaiden, net zoals de vaste sterren. Dit was het klassieke beeld van de Grieken over het heelal, anno 150 jaar na onze tijdrekening.

Dit idee werd verder uiteen gezet door de Griekse astronoom "Claudius Ptolemaeus" uit Alexandrië. Uit deze tijd stammen de legendarische verhalen uit de Griekse mythologie. Deze verhalen verbeelden de heroïsche avonturen, de belevenissen en de wonderbaarlijke daden uit de wereld van goden en godinnen, helden en heldinnen en fantastische figuren zoals centauren en monsters zoals de Gorgonen, om dan ook nog de Titanen niet te vergeten.
In Griekenland hingen astrologie en mythologie nauw samen en werd de hemel voorgesteld als de onsterfelijke rustplaats voor een grote variëteit van mythologische wezens die door de sterrenbeelden belichaamd werden.
De meeste sterrenbeelden die wij kennen, hebben we van de Grieken overgenomen, maar we kennen ze enkel met hun Latijnse benamingen.
Dit komt door toedoen van de invallen van de Romeinen in onze streken.
Zij hadden vele van de Griekse goden overgenomen en gelatiniseerd. Dit kun je zowat vergelijken met de kersteningen die ook de christenen bedreven hebben.
Echter, ook de Grieken waren daar niet vies van, want ook zij namen veel over van de oude sterrenbeelden, vooral van die uit Mesopotamië.
Mesopotamië betekent "tussen twee rivieren". Deze streek was gelegen tussen de rivieren Tigris en Eufraat, wat wij kennen als het huidige Syrië en Irak.
Mesopotamië is zowat de allergrootste bakermat geweest van het ontstaan van onze huidige westerse religies (ook deels die van de oud-Germanen).
In Mesopotamië vormden de Sumeriërs en de Babyloniërs de eerste grote beschaving in het Midden-Oosten en daar werden zowel het wiel als het schrift uitgevonden. Hier spreken we nu van 3000 tot 3500 jaren vóór onze jaartelling.
Dat eerste figuurlijke schrift bestond uit hiërogliefen (afbeeldingen) die in steen of in hout werden uitgebeiteld of gekerfd. In die hiërogliefen kwamen de afbeeldingen van de stier, de leeuw en de schorpioen veelvuldig voor. Deze tekens vormden dan ook de drie eerste tekens van de ons nu bekende dierenriem voor. Zij waren de verre voorgangers van "Taurus, Leo en Scorpio". Later kwamen er dan nog vele figuren bij in de zodiak, die allen te maken hadden met hemellichamen.
Zij vormden dan ook een steeds terugkerend thema, voornamelijk de zon, de maan en Venus. Dit zijn de meest heldere en de meest zichtbare hemellichamen in ons deel van de kosmos. Deze "drie~eenheid" (zon, maan & Venus) ging over op de Babyloniërs, die Venus de naam van "Ishtar" gaven, de koningin van de hemel en de "hoer van Babylon", die eeuwen later door de christenen verwezen werd naar de "antichrist", wat dat ook moge wezen. In ieder geval, deze voorstellingen van de zodiak zijn nog steeds terug te vinden op oude Babylonische grensstenen, daterend van 1300 jaren vóór Christus. (1300 Jaren vóór onze jaartelling).

Zo begon dus de evolutie van onze kosmos en van de zodiak (dierenriem), totdat men iets raars ontdekte in het heelal. Iets raars, dat zowat onverklaarbaar bleek te zijn. En dat deed dan weer nieuwe interesses oprijzen bij de mens.
De astronomen waren toen reeds bezig met de positie van de "zwervende" (bewegende) sterren te registreren, totdat ze ontdekten dat er daar iets vreemds en onverklaarbaar aan de gang was.
Indien, zoals zij toen veronderstelden, de sterren rond de aarde bewogen, dan zouden ze, logischerwijze, steeds in dezelfde richting moeten draaien, namelijk in westelijke richting. Echter, men ontdekte dat bepaalde planeten een dansje maakten. Ze gingen eerst westwaarts, dan even terug oostwaarts om daarna weer verder westwaarts verder te cirkelen en dát riep grote vragen op.
Dit probleem met de bewegende gang van de planeten ondermijnde de hele heersende opvatting die Ptolemaeus samengesteld had en wat reeds voor 1400 jaren aangenomen werd, namelijk, dat de aarde het middelpunt van het heelal zou zijn. Dit probleem duurde eeuwenlang verder, totdat er een zekere "Nicolaas Copernicus" op het toneel verscheen. (Vijftiende eeuw).
Copernicus had een grote passie voor de sterrenstelsels en was dus ook een verwoede sterrenkijker. Hierdoor was hij ook heel goed op de hoogte van het hele voorafgaande sterrengebeuren in menselijke termen vastgesteld.
Hij ontdekte dat het heelal wat lang voordien door Ptolemaeus werd vastgelegd niet helemaal klopte.
Hierdoor stelde hij vast dat niet de aarde, maar de zon het centrum was, en dat de aarde een gewone planeet was die rond de zon draaide.

Zo kwam het, dat vanaf toen, de zon als middelpunt van het heelal werd aanzien, wat ook nog ettelijke eeuwen in de veronderstelling bleef.
De aarde was dus geen middelpunt meer, maar gewoon een "planeet".
Die veronderstelling werd reeds lang voor hem geopperd (200 jaren voor onze jaartelling) door een Griekse filosoof "Aristarchos", maar niemand nam toen gehoor aan hem. Ook Copernicus wist dat de Kerk, die in die tijd de samenleving al hun meningen oplegde, hierover moeilijk zou gaan doen, want alles wat tot de beeltenis van de Kerk indruiste was "ketterij".
Ketters werden toen doodgemarteld of levend verbrand op de brandstapel.
Een andere gedachte dan die van "de Kerk" kon en mocht niet bestaan!
Pas op zijn sterfbed, in 1543, durfde Copernicus zijn ideeën openbaren.


Het heelal dijt steeds verder uit, dat staat vast, want het effect van de "oerknal" is nog steeds niet gestopt. Zál dat trouwens ooit stoppen? De sterren bewegen zich hierdoor met ontzaglijke snelheden doorheen de ruimte, maar door de verre afstand lijkt het of ze nauwelijks bewegen. Het tegendeel is echter waar.
De sterren lijken zich nog steeds in hun vaste plek in de dierenriem te bevinden en hierdoor konden de Griekse astronomen tweeduizend jaar geleden de sterren waarnemen zoals wij ze ook nu nog kunnen zien, want het duurt ettelijke honderden millennia voordat de sterren zo van positie zijn veranderd dat ze andere figuren in de sterrenbeelden gaan vormen.
Ten tijde van Ptolemaeus kenden de Grieken 48 sterrenbeelden. Deze werden genoemd naar de patronen die de heldere zichtpatronen in de lucht (volgens hen) vormden. In de meeste gevallen heb je echter echt veel fantasie nodig om er bepaalde sterrenbeelden uit te halen, die zij zagen als dát sterrenbeeld.
Sinds de tijden van Ptolemaeus zijn er ondertussen een veertigtal nieuwe sterrenbeelden bijgekomen wat momenteel een totaal van 88 sterrenbeelden vormt.
Kenners zouden veronderstellen dat de Arabieren deze toevoegingen deden, maar niets is minder waar. De Arabieren hebben natuurlijk geen benamingen gegeven aan de heldere positiesterren, zoals bvb Orion, Taurus, Perseus, enz..... .
Dát stamt af van de intellectuele Grieken.
Er zijn voor deze nieuwe sterrenbeelden een drietal astronomen te vernoemen: "Johannes Bayer, Johannes Hevelius en Nicolas Louis de Lacaille".
Deze 3 hebben tussen een tijdspanne van de jaren 1603 tot 1752 deze nieuwe sterrenbeelden waargenomen en aan de dierenriem toegevoegd, echter niet aan de dierenriem of zodiak die wij gebruiken voor onze voorspellingen uit onze hemelbol, of de voor ons zichtbare hemelsfeer.
De "hemelbol" is een uitstekend hulpmiddel om ons te helpen kijken naar de hemellichamen en naar de dierenriem. Hierdoor kunnen we deze nauwkeurig lokaliseren in de chaos van onze enorme uitgebreide kosmos.

De astronomen maken gebruik van de geometrie van de hemel als een bol en lokaliseren hiermee de sterren met een coördinatenstelsel dat je kunt vergelijken met het breedte en lengtesysteem wat gebruikt wordt om een bepaalde plek op onze aarde te lokaliseren.
Zij stellen hiermee de plaats van een ster of planeet vast, door de astronomische breedte en lengte ervan te bepalen.
Onder de astronomische breedte, ook wel declinatie genaamd, verstaan we de hoekafstand van de ster of planeet tot de hemelevenaar. Dit kan zowel noordelijk als zuidelijk gebeuren. Deze berekening is dezelfde als men hier op aarde doet, met de berekening van de hoekafstand van een plaats tot de equator (evenaar).
De astronomische lengte is de meting van de afstand rond het hemelgewelf vanaf een vast punt tot de nulmeridiaan, wat hier op aarde als de "Greenwich meridiaan" aanzien wordt. Dit noemt men ook wel de "rechte klimming".
Zo worden ook wel de berekeningen gemaakt van een ster of een planeet ten opzichte van de dierenriem, om zodoende divinaties te kunnen bepalen binnen de voorspellingen van de astrologie.
De astrologen zijn (nog steeds) van mening dat de menselijke organen en het menselijk lichaam onder invloed staan van de sterren en de dierenriem.

Zo zouden de standen van de zon, de maan en de planeten in de sterrenbeelden van invloed zijn op de karakters van personen en op hun levensloop.
Tot hiertoe hebben de divinaties van de zodiak dit reeds meermaals bewezen.

Vanaf de aarde gezien bewegen planeten elk op hun eigen manier langs de hemelbol en bewegen ze niet met de sterren mee. Aan dit gedrag danken planeten hun Griekse naam zwerver of zwervende ster.
De naam is afkomstig uit het Grieks (planetes), dat zelf weer terugslaat op (planáomai), wat ronddolen, rondzwerven betekent. Dat had in het Oudgrieks betrekking op een kudde vee die ronddoolde op de wei.
In de Griekse oudheid werden alle hemellichamen die niet met de sterrenhemel meebewogen als planeet geclassificeerd. Naast de toen bekende planeten Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus werden ook de zon en de maan als planeet beschouwd.
Enkele relatief dicht bij de aarde staande planeten zijn in de oudheid al beschreven omdat deze met het blote oog zichtbaar zijn. Mercurius was reeds sinds 3000 v.Chr. bekend bij de Sumeriërs onder de naam Ubu-idim-gud-ud.
De eerste gedetailleerde beschijvingen van Venus dateren uit 1600 v.Chr., eveneens door de Sumeriërs.
Mars was bekend in het
Oude Egypte. Zij noemden deze planeet
Al Qahira.
Ook Jupiter en Saturnus waren in de oudheid bekend omdat deze planeten vaak als zeer heldere sterren aan de hemel stonden.
Andere planeten zijn vanaf aarde niet met het blote oog zichtbaar.

De god Marduk met Tiamat, Babylonisch cilinderzegel.

Babylonische astrologie was het eerste georganiseerde systeem van de astrologie, ontstaan in het Babylonië en Assyrië van het tweede millennium v.Chr.

Er is enige speculatie dat een of ander vorm van astrologie reeds in de Sumerische periode in het 3e millennium v.Chr. verscheen, maar deze hypothese kan niet met schriftelijk bewijs ondersteund worden. Tegen de 16e eeuw v.Chr. kan haar ontstaan getraceerd worden in de vorm van eenvoudige astrologische omens. De belangrijkste van deze geschriften is de Enuma Anu Enlil, waarvan de inhoud bestond uit 70 tabletten van 7.000 geregistreerde mundane verschijnselen betreffende oorlogen, hongersnoden en dergelijke. Daarbij werden overeenkomsten gezocht tussen gebeurtenissen aan de hemel (de beweging van de planeten, zons- en maansverduisteringen) en wat er op aarde op dat moment plaatsgreep. Onderzoekers leerden daaruit dat de Babylonische astrologie in die periode uitsluitend mundaan was, en dat dus nog geen persoonlijke horoscopen werden opgesteld zoals later in de hellenistische astrologie gebruikelijk werd. Er blijkt ook uit dat de astrologen vóór de 7e eeuw v.Chr. slechts een zeer rudimentair begrip van astronomie hadden. Door hun onvermogen om toekomstige hemelse verschijnselen en planetaire bewegingen nauwkeurig te voorspellen, beperkten ze zich tot observaties en voorspellingen op korte termijn. In de 4e eeuw v.Chr. waren hun wiskundige methoden zodanig gevorderd dat ze toekomstige planetaire posities met redelijke nauwkeurigheid konden voorspellen, en het was vanaf dat moment dat uitgebreide efemeriden berekend werden.

De Babyloniërs bedreven de astrologie op basis van de astronomische kennis waarover ze beschikten. Het onderscheid tussen astronomie en astrologie werd destijds niet gemaakt.

* Babylonische planeten en goden:

Van de planeten waren er vijf gekend: Jupiter, Venus, Saturnus, Mercurius en Mars - en in deze volgorde werden zij ook vermeld in de oudere literatuur op de kleitabletten.
Andere planeten zijn vanaf aarde niet met het blote oog zichtbaar.
In latere teksten wisselen Mercurius en Saturnus van plaats.

Elk van deze planeten werd met een god uit het Babylonische pantheon geïdentificeerd:

Jupiter met Marduk,

Venus met de godin Ishtar,

Saturnus met Ninurta (Ninib),

Mercurius met Nabu (Nebo),

Mars met Nergal.

De bewegingen van zon, maan en de 5 planeten werden beschouwd als de activiteit van deze vijf goden, die samen met de maangod Sin en de zonnegod Shamash gebeurtenissen op aarde voorbereidden. Vandaar ook het belang om deze 'tekens' tijdig te interpreteren zodat voorspeld kon worden wat de goden van plan waren.

Met uitzondering van de aarde zijn alle planeten in ons zonnestelsel vernoemd (in Europese talen) naar Griekse- en Romeinse goden.
Vanaf de zon gezien zijn dat:

1 Mercurius.

2 Venus.

3 Aarde (Terra).

4 Mars.

5 Jupiter.

6 Saturnus.

7 Uranus (1781).

8 Neptunus (1846).

Deze planeten gaan we hier nauwer bekijken, samen met hun godheid.
De goden naar wie deze planeten verwijzen zijn Grieks & Romeins.
Door de Romeinse invloed kennen we ze niet meer onder hun oorspronkelijke Griekse benamingen, maar gebruiken we de Latijnse benamingen ervoor.
Hierbij bespreken we, uiteraard, ook de zon en de maan en we nemen hierbij enkel Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus als enige vaste waarden in de Planetaire magie, daar Uranus veel recenter ontdekt werd, n
amelijk op 13 maart 1781 door een zekere "William Herschell".
Ook Neptunus valt hieronder. Die werd pas in 1846 ontdekt met een telescoop.
De eerste waarneming van Neptunus werd in januari 1613 verricht door Galileo Galilei, toen de planeet vlak naast Jupiter verscheen. Maar omdat hij ervan uitging dat het een ster betrof, staat de ontdekking niet op zijn naam.
Het waren echter Johann Galle en Heinrich d'Arrest die de planeet op 23 september 1846 voor het eerst (als planeet) waarnamen.
Pluto valt hier dus al helemaal buiten.
Pluto werd pas ont
dekt op 18 februari 1930 door een zekere Clyde Tombaugh.
Er wordt ook aan getwijfeld om Pluto nog verder als "planeet" te beschouwen!
Lees hier meer over de "afwijzing" van (planeet) "Pluto".
Vanaf nu zal "Pluto" aanzien worden als een dwergplaneet.
De afwijzing van deze planeet zal geen invloed hebben over het gebruik ervan in onze magie noch in de mythologie, astrologie, rituelen, noch voor de tarot.

Niettemin gaan we toch Uranus, Neptunus en Pluto aankaarten, daar deze recent ontdekte planeten toch nog Grieks Mythologische toewijzingen hebben meegekregen in hun benaming en ze daardoor het teken van een godheid met zich meedragen en ze hierdoor in de heksenwereld ook hun waarde hebben.
Deze drie planeten zullen besproken worden in de epiloog van deze pagina.
Maar laten we het eerst even hebben over de oude mythologische waarden.




Enkele relatief dicht bij de aarde staande planeten zijn in de oudheid al beschreven omdat deze met het blote oog zichtbaar zijn. Mercurius was 3000 v.Chr. bekend bij de Sumeriërs onder de naam Ubu-idim-gud-ud. De eerste gedetailleerde beschijvingen van Venus dateren uit 1600 v.Chr., eveneens door de Sumeriërs. Mars was bekend in het Oude Egypte en de Arabieren noemden deze planeet Al Qahira. Ook Jupiter en Saturnus waren in de oudheid bekend omdat deze planeten vaak als zeer heldere sterren aan de hemel stonden. Andere planeten zijn vanaf aarde niet met het blote oog zichtbaar.
Uranus, Neptunus en Pluto worden hier eveneens vernoemd en besproken.
De Grieken noemden deze planeten naar de namen van hun Goden, maar wij kennen de meesten enkel nog met hun Latijnse benamingen. (De Romeinen).
De Griekse benamingen geraakten door de tijden merendeels in 'ongebruik', al klinken de meesten (velen) ervan ons nog heel bekend in de oren.

P.S.: "De antieke Griekse goden mogen weer worden aanbeden. Een Griekse rechtbank hief op 4 mei 2006 de ban van het polytheïstisch geloof op".
De Grieks-Orthodoxe Kerk vertegenwoordigt de officiële godsdienst van 98 procent van de
Grieken. In het land zijn verder alleen het joodse geloof en de islam toegestaan. De Kerk beschouwt de antieke Olympische godencultus als 'idolatrie'
. De heidense woordvoerder 'Vasillis Tsantilas' zegt dat 2.000 Grieken zich al bij zijn beweging hebben aangesloten. Vasillis Tsantilas, een 42-jarige computerwetenschapper, kwam tot het Helleense heidendom na een lange religieuze zoektocht. Volgens hem en zijn medegelovigen zijn de goden van de Berg Olympuspersonificaties van de goddelijke terminologie”.
Het 'Heilig Korps van Oudgelovigen Ellinaís' heeft zijn rechtszaak gewonnen. Het is officieel erkend als 'bestaande en bekende godsdienst'. We willen nu dat de regering ons geloof volledig erkent'', zo zei woordvoerder Vasillis Tsantilas. “We willen erediensten kunnen houden op plaatsen als de Acropolis, we willen onze eigen begraafplaatsen en we willen eventueel doden herbegraven”.

Maak gebruik van de tabel hieronder om de planeten en de goden te bereiken.
Naast de planeten vind je de Romeinse, Griekse en Keltische goden terug.
Voor iedere godheid hebben we er ook een aangepast ritueeltje aan toegevoegd.
Vulcanus wordt hier niet besproken, daar deze planeet nooit heeft bestaan. Deze planeet toch als bestaand te bespreken druist in tegen alle regels van de magie der planeten.
Niet tegenstaande was Vulcanus een Romeinse God.
En voor de 'fanaatjes' hier eerst nog een linkje naar de "Poolster".