Vorsdonk of Vorsendonk is afgeleid van het woord "vors" of "vorsen".
Een "vors" in het Belgisch Brabants streekdialect is een "kikker" en "broek" slaat op "riviermeander" en duidt dus op een subliem vochtig bodemgebied.
Het Vorsdonkbroek of Vorsendonkbroek is een moerasachtige beboste turfstreek in het Nieuwland bij Aarschot, aan de voet van de Eikelberg in Gelrode (Aarschot). Het is tevens ook het laagste punt van het Hageland, gelegen aan de oevers van de Demer en is rijk aan laken, beken en bronnen.



Interreg in de Demervallei:
water troef in Vorsdonkbos-Turfputten

Eén van de belangrijkste acties in het kader van het Europese Interreg-project vindt plaats in het natuurgebied Vorsdonkbos-Turfputten te Gelrode (Aarschot). Zoals nu wel algemeen bekend heeft dit gebied een zeer grote verscheidenheid aan planten en dieren dankzij het waterrijke karakter. Open waterpartijen zijn ook een lust voor het oog. Met het herstel van oude turfputten, brede sloten en diepe bomputten willen we twee vliegen in één klap slaan: zowel de biodiversiteit als de belevingswaarde voor bezoekers verhogen.
Onze visie kreeg goedkeuring vanwege de Europese, Vlaamse en Provinciale instanties. Verschillende resultaten van het project zijn ondertussen al op het terrein te zien.

* De oude cyclus

Vorsdonkbos-Turfputten staat omwille van de verschillende types broekbossen, natte graslanden, trilvenen en restanten van open water, op de lijst van gebieden aangeduid in het kader van de Europese habitatrichtlijn. Zoals de naam het zelf zegt zijn verschillende van de watergebonden natuurwaarden gebonden aan de eeuwenlange, kleinschalige winning van turf als brandstof voor de haard. Wat de natuur voordien zelf deed ~met name waterplassen creëren bij het verlaten van oude meanders~ werd door de mens verder gezet. Uit de oude verlandde Demerlopen werd eeuwenlang systematisch de turf opgedolven waardoor steeds nieuwe plassen ontstonden.
Veel planten en dieren uit de oernatuur zijn wellicht zo gewoon blijven verder leven in dit mensenlandschap. Uiteraard is het vandaag ondenkbaar om de Demer terug volledig de vrije loop te laten. En turfsteken is al lang uit de mode. De laatste ‘baggerbeugels’ voor de turf werden meer dan 100 jaar geleden aan de haak gehangen. Het turfsteken stamt nog uit de tijd van de Kelten.


Turfgrond

* De nieuwe "turvers"

Maar stilstaande waterplassen verlanden al snel van nature; op een eeuw tijd zijn ze terug opgevuld met slib, plantenresten en ingespoelde bodemdeeltjes. Ook in Vorsdonkbos-Turfputten zijn ze volledig verdwenen, en met hen de meeste vissen, amfibieën, waterplanten, libellen, watervogels… Willen we de aloude cyclus van open water naar moeras in gang houden ~of terug aan de gang brengen~, dan dienen we zelf regelmatig ruimingen uit te voeren. Voor de wijze van de turfstekers vinden we nog weinig vrijwilligers, dus zijn we aangewezen op de grote mechanische middelen. Kranen en tractoren waren dan ook afgelopen periode regelmatig te zien in het gebied (2004 - 2005).


Beheerswerken

* Natuur en cultuur

Dergelijke grote werken vragen de grootste omzichtigheid. Want naast de zeer kwetsbare ecologische waarde, houdt het zichtbare patroon van oude turfputten, afvoerdijkjes, perceelsindelingen en het netwerk van sloten en slootjes, ook een belangrijke cultuurhistorische waarde in. Ze leren ons hoe onze voorouders in de voorgaande eeuwen dit gebied hebben weten te benutten, naar de behoeften en mogelijkheden van elke tijd. Het komt er dus niet zomaar op neer om wat gaten te graven en een beetje te rotzooien met de uitgegraven grond. Nauwkeurigheid en respect, daar komt het op aan. Niet altijd een eenvoudige opgave met grote machines! Daarom werd elk perceel op voorhand grondig geïnventariseerd en in kaart gebracht. Alle werken maken deel uit van de erkenning als natuurreservaat door de minister.
Voor elk werk apart werd bovendien een bouwvergunning aangevraagd.

* Grote kuis

Tijdens de zomer werd er van het uitzonderlijke droge weer geprofiteerd om op verschillende percelen van het reservaat al een aantal ingrijpende herstelwerken te doen. Naast het ruimen van slib en bladval uit een aantal oude turfputten en sloten, werden ook enkele recentere bomputten ‘geschoond’, tevens zijn een aantal wandelwegen heraangelegd.
Tegelijk werd het jarenlang opgestapelde maaisel van sommige percelen opgeruimd. Een aantal oude beemden werden bovendien terug hersteld nadat de kaprijpe populieren werden verwijderd.
De bladlaag werd afgeschraapt (plaggen) en weggevoerd.
De hele hoop organische massa ligt nu te wachten op verwerking tot compost. Ook een gedeelte van het oude park van ‘Rivieren’ aan de noordkant van het Vorsdonkbos werd terug in de vroegere vormgeving hersteld.
Door het verwijderen van een ongeveer 50 jaar oude populieraanplanting kwamen 150 jaar oude beuken uit het voormalige kasteelpark plots terug volledig in het zonlicht te staan. De stammen van deze bomen werden onderaan met een kalkmengsel ingestreken ter voorkoming van zonnebrand.
Beuken zijn daar erg gevoelig aan.
De bedoeling is dat we een ‘zoom- en mantelvegetatie’ tussen het nieuw open gemaakte deel en het beukenbos laten uitgroeien. Daardoor zullen de oude parkbomen binnen enkele jaren terug in de beschutting groeien.

* Verdere plannen
Vorsdonkbroek
Ook voor dit jaar staan er nog een aantal werken op het programma.
Een oude turfput centraal in het gebied zal worden geruimd waardoor het naastliggende rietveld terug kan uitbreiden met rietkragen in het water. Daarmee hopen we zeldzame vogels aan te trekken.
Dit werk was vorig jaar uitgesteld omdat de bouwvergunning een tijdje op zich heeft laten wachten.
Met al deze ingrepen streven we op termijn een halfopen landschapsbeeld na. Voor dit gebied houdt dit duidelijk de grootste ecologische en esthetische kansen in. Verwacht wordt dat na de uitvoering van het Interreg-project de aantallen planten en dieren in de bijzondere habitats aanzienlijk zullen toenemen.
De bezoeker zal van dit uitzicht extra kunnen genieten.
Er werden trouwens nieuwe infoborden met de wandelwegen geplaatst.

* Ander wel en wee

Er konden ook weer een aantal waardevolle percelen aan het natuurgebied worden toegevoegd.
Daarmee komt de oppervlakte in beheer op bijna 45 hectare.
Let wel, het grootste deel van het gebied is dus nog steeds gewoon privé eigendom…
Tot de belangrijkste nieuwe percelen van Natuurpunt behoren het moerasbos met een belangrijkste kolonie blauwe reigers (15 tal broedparen), tevens lukten we erin met de ‘kerkfabriek’ van Gelrode een langdurig huurcontract af te sluiten voor de zogenaamde St. Corneliusbeemden.
Hier kunnen op termijn 3 dichtgestorte 'bomputten' terug als poelen worden hersteld. Met de kerkfabriek werd afgesproken dat dit terrein en de nieuwe poelen een natuureducatieve stek gaan worden voor de leerlingen van de vrije basisschool te Gelrode.
Minder goed nieuws is dat terug zeer concrete plannen opduiken om via het ‘Ruimtelijk structuurplan Aarschot’ de uitbreiding van het industrieterrein mogelijk te maken tot aan de rand van het natuurgebied.
Het werd ook vertroebeld door de langverwachte aanleg door Aquafin van de ‘collector Gelrode’ langsheen de spoorweg.
Alhoewel we uiteraard hopen dat deze werken zullen zorgen voor proper(der) water, waren de afgelopen werken bijwijlen een nachtmerrie voor de bezoekers, omwonenden, beheerders en wellicht ~niet in het minst~ de fauna en flora.
Een deel van het ‘gerangschikt landschap’ nabij het station werd opgeofferd voor een ‘landschappelijk afzichtelijke’ betonnen reservoir met pompput. Spijtig is dat het gemeentebestuur niet van de gelegenheid heeft gebruik gemaakt om verschillende lozingspunten in het gebied aan te sluiten op de nieuwe collector.

* Leven en kleur

Links: Icarusblauwtje ~ Rechts: Moerasrolklaver

Ondanks alle ‘breek- en graafwerken’ kunnen beheerders en genieters elk jaar weer heel wat vreugde vinden in de vooruitgang van de natuur.
Dit is zonder twijfel te danken aan de volgehouden beheerwerken.
Op de gemaaide percelen neemt de bloemenrijkdom verder toe.
Maar de afgelopen ‘grote werken’ hebben het bewijs geleverd dat het nog mogelijk is om de botanisch zeer waardevolle beemdvegetatie te herstellen uit populieraanplantingen, zelfs na 50 jaar. Verrassend was het verschijnen van soms zeldzame plantensoorten op de met de kraan geplagde percelen Op één seizoen tijd verschenen reeds tal van ‘doelsoorten’ als o.a. bleekgele- en bosdroogbloem, ijzerhard, mannetjesereprijs, zandblauwtje, vogelpootklaver en zelfs het erg bedreigde hondsviooltje. In het najaar kwam een zeer kleurrijke ruigte met o.a. kattenstaart, moeras- en gewone rolklaver opzetten. Hierop werd er diverse keren de zeldzame glasvleugelpijlstaart gezien, naast de zeer talrijke icarusblauwtjes en kleine vuurvlinders. Dankzij de ruimingswerken aan de waterpartijen konden in het najaar al regelmatig ijsvogels worden opgemerkt.
Het nieuwe water blijkt ook al zeer voordelig voor libellen. Na een grondiger onderzoek dan voorheen blijken ook zeldzame soorten (en doelsoorten van het beheerplan) zoals metaalglanslibel, tangpantserjuffer of elfenlantaarntje en bruine winterjuffer in het gebied voor te komen, zelfs was er een waarneming van de prachtige bandheidelibel.
Deze libellen waren vorige nazomer reeds doelwit voor jagende boomvalken. Ook amfibieën doen het opmerkelijk goed. In een brede sloot konden terug tientallen groene kikkers worden opgemerkt (ondanks de aanwezigheid van de reigerkolonie!) en in de vochtige graslanden bereikten de bruine kikkers zelden geziene dichtheden.
Ook voor de waterplanten werden opmerkelijke resultaten geboekt dankzij de slibruimingen. Op verschillende plaatsen kwam -na afwezigheid van meer dan 50 jaar- de vlottende bies zeer talrijk te voorschijn, dit samen met velden kranswier.


Libelle (Elfenlantaarntje)

* En verder

In 2004 plannen we dus de verderzetting van het door Europa en de provincie ondersteunde herstelproject ‘Interreg’. Na dit jaar (2004) zou het gebied er terug in ‘goede conditie’ moeten bijliggen. Dan is het tijd om de resultaten aan een breder publiek te tonen. Dit mag niemand uiteraard tegenhouden om tussendoor al een kijkje te nemen. Wellicht bots je dan af en toe op noeste werkers die ganse dagen in de weer zijn om dit gebied terug de glorie te bezorgen die het verdient. Want een bijzonder woord van dank gaat naar alle vrijwilligers, sympathisanten en sponsors van het gebied. Ook de terreinploeg van Natuurpunt verdient een pluim. Zonder al deze mensen zou het bovenstaande verhaal zeer mager of onbestaande zijn geweest.
Gelukkig krijgen ze nu bijkomende kansen van de Europese, Vlaamse en provinciale overheden. Reken maar dat die met beide handen worden gegrepen.


Trilveen (drijftil).