* De Wijngaardberg in het wijndorp Wezemaal

Er is vaak beweerd dat de wijnmuur op de Wijngaardberg te Wezemaal uit de middeleeuwen stamt. Logisch, zo dacht men, want in de late middeleeuwen kende het Hageland een bloeiende wijnteelt.
Een onderzoekteam van historici, met name Tom Avermaete, Bart Minnen en Eduard van Ermen, in samenwerking met Willy Bollens, de voorzitter van de Culturele Kring Wezemaal, begon een zoektocht naar sporen van wijnbouw in het middeleeuwse Wezemaal om zodoende de ouderdom van de stenen muur te achterhalen.

Deze uiteenzetting is een verkorte weergave van hun bevindingen na meer dan een jaar historisch onderzoek.


De wijnmuur op de Wijngaardberg in Wezemaal.

* Wijnbouw in de middeleeuwen

Dit intens historisch onderzoek bracht aan het licht dat er in Wezemaal weinig middeleeuwse wijngaarden waren, op een belangrijke 13de eeuwse wijngaard van Arnold II van Wezemaal na.
Op het einde van de 16de eeuw was er in Wezemaal alleszins geen enkele wijngaard meer. Op twee zeldzame kaarten uit de 16de eeuw zijn op latere Wijngaardberg alleen maar bossen te zien.
Ook rond 1800 is er geen enkel spoor te bekennen van wijnbouw en ontbreekt de plaatsnaam “Wijngaardberg” volledig.
Pastoor Bruno Provoost omschreef de berg in 1778 als “Molenberg”.
Dit toponiem duidde de kop aan van de Wijngaardberg, die nu ook (ten top) H-Hartberg wordt genoemd en waar sinds de 16de eeuw en tot het begin van de 20ste eeuw een windmolen stond.

Van een mogelijke wijngaardmuur in de middeleeuwen is er dan ook niets terug te vinden.

* Wezemaal wijndorp!

Niettemin is Wezemaal bekend als wijndorp. Het dankt deze titel aan de bloeiende wijnteelt in de eerst helft van de 19de eeuw. Het historisch onderzoek toonde aan dat J.F. Audoor de grondlegger was van de 19de eeuwse wijnbouw. Op een gegeven moment bekomt deze hoofdgriffier aan het hooggerechtshof in Brussel de toestemming van de hertog van Ursel, eigenaar van de gronde op de Wijngaardberg, om er wijngaarden aan te leggen. Om met kennis van zaken een wijngaard op te starten had Audoor een ervaren wijngaardenier nodig. Die vond hij in Hoei, waar de wijncultuur nog niet verdwenen was, in de persoon van Jean Théodore Wéry. Die was toen 21 jaar en samen met zijn vrouw en éénjarig zoontje verhuisde hij naar Wezemaal. In 1817 had de wijngaard reeds een oppervlakte van 6ha. De wijngaard werd nog verder uitgebreid.
Volgens de kadastrale legger van 1834 waren er twee wijngaardpercelen op de Wijngaardberg, samen ongeveer 32 hectare groot.
Op de kadastrale kaart uit 1852 treffen we eindelijk het toponiem “Wijngaardberg” aan. Vermeldenswaard is ook dat de wijngaard in 1828 niet minder dan 325 hectoliter wijn opbracht.

Een ander noemenswaardig feit is het bezoek op 19 juni 1829 van
Willem I, koning der Nederlanden, aan de Wezemaalse wijngaard.
Ook Leopold I is de wijnbouw niet ongenegen, wat maakt dat er buiten het toonaangevende Wezemaal, elders in de toenmalige provincie Brabant, enkel kleine wijngaarden bijkomen.

Omstreeks 1845 werd er achter deze bloeiende wijnteelt plots een punt gezet. Waarom is niet exact geweten. In 1847 en nadien nog in 1851 kochten de trappisten van Westmalle in totaal 3700 wijnstokken.
Het ging hier duidelijk om een liquidatie en uitverkoop.
De verlaten percelen werden nadien met dennenbomen beplant.

Iets meer dan 30 jaar heeft de wijncultuur dus zijn landschappelijke stempel gedrukt op Wezemaal, dit merkwaardig Hagelands wijndorp. Stille getuigen zijn die nog steeds zichtbare terrassen op de zuidflank en de resten van de unieke ijzerzandstenen wijnmuur op de heuvelkam.


Winterse sneeuw maakt de terrassen op de zuidflank
van de Wijngaardberg duidelijk zichtbaar.

* De wijnmuur, in de volksmond ‘stenen muur
"Beschermd monument sinds 9 maart 1995"

Na een diepgaand historisch onderzoek naar de wijnteelt in Wezemaal moeten we concluderen dat de wijnmuur niet uit de middeleeuwen dateert. Hij zou ten vroegste aangelegd zijn in 1814. Alleszins bestond hij reeds in 1825 omdat geschriften aantonen dat er toen herstellingswerken aan de muur werden uitgevoerd.
Volgens Edmond Elsen, een oude man uit Gelrode die in 1963 overleed, werd de muur tijdens de wintermaanden door inwoners van Wezemaal gebouwd. De steenschollen werden opgeladen in kruiwagens en naar de kam van de heuvel getrokken, waar men de stenen mooi op elkaar stapelde tot een muur. In de Atlas der Buurtwegen (1841 - 1847) is de muur voor het eerst afgebeeld.
De muur was op sommige plaatsen meer dan manshoog en 1,7 meter breed. Momenteel is hij precies 1546 meter lang.

De initiële bedoeling van de bouw van zo’n indrukwekkende muur op de scheidingslijn van perceelsgrenzen was ontegensprekelijk om de gevoelige wijnranken te beschermen tegen de noordenwind. Gelijktijdig werden de wijngaardpercelen ontdaan van een teveel aan ijzerzandstenen en weerde de muur ongewenste dieren uit het hoger gelegen bos.

De muur is alleszins een uniek bouwwerk en omwille hiervan op 9 maart 1995 als monument geklasseerd.


De wijngaardmuur of 'stenen muur'.

* Nieuwe wijngaarden

Na een schuchtere poging van de Elzasser Adof Schuler, kort na de Tweede Wereldoorlog, verscheen er terug een wijngaard in Wezemaal.
In 1982 werd op initiatief van de Wezemaalse Culturele Kring een wijngaard aangelegd op de Middelberg. Thans is het gemeentebestuur van Rotselaar vast van plan om van Wezemaal terug een wijndorp te maken. Gesteund door de gemeente, werd de vzw ‘Stenen Muur’ opgericht die zal instaan voor de exploitatie van 3 wijngaarden op de zuidflank van de Wijngaardberg. De totale oppervlakte bedraagt 70 are en de vzw plantte in totaal 3060 wijnrankstokken aan.
Het gemeentebestuur wil door het geven van subsidies ook particulieren en verenigingen aanmoedigen om wijngaarden aan te planten.

Algemeen wordt aangenomen dat de 50ste breedtegraad de meest noordelijke grens is om aan wijnbouw te doen.
Het Hageland ligt bijna één breedtegraad noordelijker en niettemin zijn in deze streek reeds sedert een tiental jaren enkele professionele wijnbouwers actief. De Wijngaardberg, met zijn stenen muur, bezit alle kenmerken om met succes aan wijnteelt te doen.

De zuidoostelijk georiënteerde heuvels en de zonnestralen die quasi loodrecht invallen op de steile hellingen zorgen voor een gunstig microklimaat. De aanwezige ijzerzandstenen in de lichte, zandige bodem stockeren de warmte van overdag om ze ‘s nachts geleidelijk af te geven.

De wind heeft ook vrij spel op deze helling zodat de vochtigheid snel kan verdampen door de vroege morgenzon. Gedurende de nacht koelt de bodem af door straling en wordt de lucht erboven koud.
Die zware, koude lucht vloeit van de helling in het brede dal zodat hogere, warme lucht op de heuvel kan invallen.

Als we tot slot vaststellen dat we ons opnieuw in een periode van klimaatsverbetering bevinden, kunnen we stellen dat de kans op een succesvolle druivenoogst op deze plaats zeer reëel is.


Oude ijzerzandsteengroeve.

* Fauna en Flora op de Wijngaardberg

De wisselende hoogten, het verschillend grondgebruik, de gevarieerde begroeiing en de klimaatsverschillen tussen noord– en zuid– hellingen creëerden een typisch landschap op de Wijngaardberg.
Een curiositeit naar Vlaamse normen.


Lentebloesems op de zuidhelling.

Op de zuidhelling bracht de natuur er warmteminnende plantensoorten.
De gaspeldoorn, de kruipbrem en het grasklokje gedijen eerder goed in de zuidelijke delen van Europa, maar hier groeien ze uitbundig.
Op open zonbelichte plaatsen komt de levendbarende hagedis voor.
Met het terug gedeeltelijk vrijstellen van de zuidhelling worden geschikte condities geschapen voor reptielen zoals de gladde slang en de hazelworm die hier vroeger werden gesignaleerd. De zuidhelling oefent een grote aantrekkingskracht uit op bijzondere insecten. Een inventaris hiervan is nog niet opgesteld. Naast de courante dagvlinders werden hier recent nog de kleine ijsvogelvlinder en de keizersmantel waargenomen.


Gaspeldoorn.

Op de noordhelling groeien planten uit de koelere streken zoals bosbes, dopheide, niet te verwarren met de gewone struikheide en dubbelloofvaren. Inzake zoogdieren is de aanwezigheid van ree, bunzing, wezel en eekhoorn te vermelden.

* Droogdalen of winterbeken

Typisch aan de koele noordzijde is het feit dat de heuvel op sommige plaatsen doorsneden is met een aantal diepe valleitjes die soms wat ravijnachtig aandoen. Toch is hier in de verste verte geen beek of bron te bespeuren. Ze zijn dieper en wijder dan de holle wegen die men hier ook vindt. Alhoewel beiden het gevolg zijn van erosie, zijn de eerste veel ouder. Ze dateren namelijk uit de ijstijden.


Oerbos - IJstijd

Op het hoger gelegen plateau van de Wijngaardberg dooiden toen af en toe de ophopingen van sneeuw en ijs. De ondergrond bleef echter grotendeels bevroren waardoor het smeltwater niet kon insijpelen. Doordat het plateau in noordelijke richting afhelt vloeide alles uiteindelijk de helling af. Dit ‘warmere’ water ontdooide ter plaatse en de ondergrond waardoor deze steeds dieper ging uitspoelen. Dit alles werd namelijk nog versterkt door de kracht van het vallende water. In tegenstelling met de zuidhelling vinden we aan de noordelijke kant ook weinig harde ijzerzandsteen die de kracht van water kan weerstaan. Onderaan vinden we vandaag nog de ophoping van grond die toen is uitgeschuurd.
Enkel wanneer het ‘s winters heel nat is, vloeit er soms nog een klein beekje door het dal. Men noemt ze daarom ook droogdalen of winterbeken, in de volksmond ‘grebben’.

* Holle wegen

Holle wegen ontstonden door erosie, veroorzaakt door mensen die te voet of met paard en kar de helling optrokken. De beschermende plantengroei werd dan vertrappelt en kon de grond niet meer vasthouden.
Bij hevige neerslag vloeide deze dan mee de helling af en de holle weg sneed zich steeds dieper in de heuvel.


Eén van de Holle Wegen in het Hageland (Tielt - Winge).

Zowel de droogdalen als holle wegen hebben een beschut microklimaat. De zon kan er moeilijk in doordringen en de wind waait er overheen. Daarom is het er in de zomer lommerrijk en koel en in de winter zachter dan in het open veld. Speciale planten en dieren profiteren hiervan, zoals verschillende soorten varens, vlinders of een kwetsbaar vogeltje als het winterkoninkje. Vroeger was dit ook de uitgelezen plaats waar de das zijn burcht in de steile kanten kon uitgraven.
Het zijn dan ook gekoesterde plekjes in het natuurreservaat.

Op vele Hagelandse heuvels ging de laatste tientallen jaren veel waardevolle natuur verloren door de intensieve landbouw, zandwinning, vervuiling, wegenaanleg en de toenemende nodeloze bebouwing.
Naast de Beninksberg, eveneens in Wezemaal is de Wijngaardberg één van de laatste bewaarde Hagelandse heuvels.
De bescherming als landschap van de ganse Wijngaardberg op 21.11.1977 biedt een goede garantie voor het behoud van de natuur.
Om 100% zeker te spelen heeft Natuurreservaten vzw, een vereniging voor natuurbehoud in Vlaanderen, natuurpercelen op de zuid– en noordhelling aangekocht. Op deze percelen wil deze vereniging een zo groot mogelijke variatie in het landschap behouden of herstellen. Hiervoor worden de verschillen in bodem, reliëf en het historisch grondgebruik maximaal benut. Sommige streekvreemde aanplantingen zoals Amerikaanse eik en Amerikaanse vogelkers, dreigen de natuurlijke verscheidenheid teniet te doen. Daarom worden deze bomen geleidelijk aan gekapt zodat eiken, beuken, heide of de lekkere bosbessen er terug een plaats krijgen.


Bosbessen.

Zo komt men tot een mozaïekstructuur met open bossen struikgedeelten. De oude bosgedeelten worden zoveel mogelijk ongemoeid gelaten.
Op de delen met dominante exoten zullen door selectieve kap inheemse soorten bevorderd worden.
Ook de aangeplante beukenplantages zullen door selectieve kap doorbroken worden om vestiging van zomereik en dergelijke te bevorderen. Ook op de zuidhelling wordt gestreefd naar een mozaïek van open en halfopen gebieden van het terrein.

De noodzakelijke ingrepen zoals kappen, maaien en extensief begrazen worden verantwoord in een uitgewerkt beheersplan, erkent door de overheid. Uiteindelijk is het de bedoeling om de voormalige rijke dieren– en plantenwereld weer springlevend te krijgen.


Zicht vanop de noordhelling, met op de achtergrond
de overgang van het Hageland in de Zuiderkempen.

* Wezemaal, beschermde dorpskern

Wezemaal, de kerk,.........................................het gemeentehuis en.......................... de wijnkelder.

De ijzerzandsteen van de Wijngaardberg is terug te vinden in heel wat gebouwen van de Wezemaalse dorpskern, met als blikvangers de
Sint-Martinuskerk en hierbij aansluitend een goed bewaarde Norbertijnerpastorie. Deze gebouwen, samen met het neogotische gemeentehuis en het daartegenover gelegen gildehuis uit 1758 hebben ertoe bijgedragen dat de ganse omgeving als dorpsgezicht erkend werd op 2 april 1982. Spijtig genoeg kwam de bescherming van de Wezemaalse dorpskern te laat, en verdwenen er verschillende interessante woningen met fraaie gevels. De benaming van Wezemaal als "
het dorp met de witte gevels" leeft alleen nog verder in de herinneringen.


De pastorie van Wezemaal.

* "Bij Boeres":

Herberg 'in de Ster', beter bekend als 'Bij Boeres' is één van die typische oude dorpcafé's. De meeste van dit soort landelijke herbergen raakten in de loop van de jaren in verval.
Maar dit pareltje van volksleven, waar al in 1644 de dorstigen gelaafd werden is op zeer deskundige wijze gerestaureerd.
Laat je betoveren door de charme van eikenhouten balken, een authentieke vloer in oude tegels, glazen en drinkbekers die generaties bierdrinkers hebben gekend en dorpsfoto's uit lang vervlogen tijden.
Op de binnenkoer staat een pracht van een oude waterput in oude ijzerzandsteen, voor de authentieke schuur, bedekt met echte Boomse dakpannen.
In dit unieke kader kun je genieten van een keuze aan Hagelandse streekwijnen en bieren.
Wie honger heeft vindt op de kaart met streekspecialiteiten beslist iets dat hem bevalt.
Alleen, op maandag kun je bij Boeres niet gaan aankloppen.



Herberg "Bij Boeres" (in de Ster).
Deze afbeeldingen bevatten linken, klik erop.

* Wezemaal: een fruitdorp

Tot na de Tweede Wereldoorlog was Wezemaal een typisch landelijke gemeente. De mensen leefden vooral van landbouw en in mindere mate van veeteelt. Er werden asperges, erwten, bonen, witloof en aardbeien geteeld. Men kreeg toen ook aandacht voor fruitbomen. Vooral perziken gingen goed gedijen op de zuidhelling van de Wijngaardberg. Het gunstige microklimaat van deze helling was uiterst geschikt voor deze teelt al kon later vorst wel eens verraderlijk toeslaan. Toch raakten de Wezemaalse perziken zeer snel bekend. Er werd in Wezemaal aan fruitmarkt opgericht die een grote bloei kende. De komst van de Europese Gemeenschap maakte de concurrentie met perziken uit de zuidelijke landen en de Wezemaalse perzikteelt ging teloor.
De fruittelers schakelden noodgedwongen over op laagstam appelen en –peren. Naast de populaire Jonagold zie je hier variëteiten zoals Boskoop, Gloster en Jonagored. Bij de peren zijn dat Conférence, Doyenné du Comice en Durondeau. De geïntegreerde fruitteelt wordt hier door de meeste fruittelers toegepast. Dit houdt in dat ze zo weinig mogelijk sproeistoffen gebruiken en nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes en sluipwespen inzetten als een gezond bestrijdingsmiddel tegen schadelijke insecten zoals bladluizen.
Wandelgidsen zijn te verkrijgen in de plaatselijke infokantoren van het Hageland.
Raadpleeg ook de website van de gemeente Rotselaar: www.Rotselaar.be  en die van stad Aarschot: www.Aarschot.be .


De hoogstam-boomgaarden werden praktisch
volledig vervangen door laagstam-teelt.
Ten spijt van een aantal vogelsoorten maar
eveneens voor het "natuurlijk" uitzicht.
Weeral een nieuwe verkrachting van de Natuur, door de "mens".