Yule Knutselwerk

(Jul, Joel, Yule, Winterzonnewende, Midwinter)
(Rond 21 december)






Yule is dus de eerste spaak in het Wiel van het Jaar. Het is waar alles weer opnieuw begint. In de langste nacht van het jaar, als de natuur gestorven lijkt te zijn, komt een nieuwe hoop: de God, die op Samhain is gestorven, wordt weer herboren. En als de God herboren wordt, wordt ook de hoop herboren, de wetenschap dat ook dit jaar weer, naarmate de jonge God opgroeit, een lente zal komen, dat naarmate de God volwassen wordt, weer een zomer zal komen, en dat Hij, naarmate Hij ouder wordt en uiteindelijk weer sterft, Zijn geest weer aan de oogsten kan afgeven.

Yule werd overigens niet altijd door de Kelten gevierd. De oudste Keltische culturen kenden slechts twee seizoenen, en vier feestdagen: Imbolc, Beltain, Lughnasadh en Samhain. Pas later is uit andere Europese culturen het concept van de vier seizoenen overgewaaid, en zijn de Kelten acht feestdagen gaan vieren: vier die de seizoenen scheiden (de grote Sabbats), en vier midden in de seizoenen (de kleine Sabbats). En Yule is dus één van de kleine Sabbats - hoewel het wel de belangrijkste van de vier is. Onze voorouders vreesden immers dat de winter nooit zou voorbijgaan en verheugden zich om elk teken dat de komst van de nieuwe lente zou aankondigen. Tijdens de hele decembermaand treft men daarom in heel Europa vieringen aan. Het is ook een tijd waarin familieleden elkaar cadeautjes geven, wellicht overblijfselen van offergaven, die de blijdschap om het komende licht moeten vieren, de blijdschap om de onoverwinnelijke zon.

Omdat Yule dus in principe door de Kelten overgenomen is van de andere Europese culturen, zijn ook veel symbolen van deze feestdag uit andere culturen afkomstig. Zo vierden de Noormannen hun Jul met het verbranden van een dennenboom. Altijd groenblijvende planten waren immers het symbool voor de Natuur die zelfs hartje winter nog blijft leven. Door het verbranden van een dennenboom wordt een stukje van die energie in licht en warmte omgezet, een offer om de God terug te roepen.

Voor de Kelten waren bomen echter heilig, en een levende boom
moedwillig in brand steken was er voor hen dus niet bij. In plaats daarvan gingen ze groenblijvende bomen versieren, en werden ook andere groenblijvende planten, zoals hulst en maretak, symbolen voor deze periode van het jaar. Vooral de maretak, die in het hart van de winter haar rode bessen draagt, was voor de Kelten een symbool voor de wedergeboorte van de natuur, en zo was de maretak een zegen voor alles wat begint, zoals bijvoorbeeld een beginnende liefdesrelatie tussen twee mensen.

Sta er dus maar eens bij stil, als je voor een met lichtjes en slingers versierde kerstboom staat, met een kerststalletje erbij, dat die kleine Jezus in het kribbetje eigenlijk de Keltische vadergod Cernunnos is die herboren wordt. Dat de lichtjes in de boom afgeleid zijn van het Noorse gebruik om een boom in brand te steken. Het licht wordt dus ook herdacht in de Yuleboom of kerstboom. Vandaag gaat het om een met elektrische lampjes versierde spar, maar oorspronkelijk was de Yuleboom een eik die in brand werd gestoken als een offer aan de lichtgod. Wellicht gaat het om een van de oudste vuuroffers. De vroegste mensen hadden immers het vuur van de goden gestolen, toen ze brandende takken van een door de bliksem getroffen boom meenamen. Om de goden gunstig te stemmen en hen te danken voor de gave van het vuur, schonken ze het vuur geregeld aan de goden terug. Ze bezorgden het vuur waar ze het gehaald hadden, met name bij een boom. Die vuuroffers evolueerden langzaam van brandende bomen naar bomen waarin lichtjes branden.

  Herinner met Yule:
Dat de mooie versieringen in de boom van Keltische gebruiken afkomstig zijn. Dat het marsepein in het kerstbrood symbool staat voor het leven dat diep in de Aarde, zelfs midden in de winter, nog doorgaat - voor de Vadergod Cernunnos in de baarmoeder van de Moedergodin Cerridwen en dat het geloof dat je liefde gezegend wordt als je jouw geliefde zoent onder een maretak ook van Keltische geloven afkomstig is.


I hear the wind howling
The ice has entered my soul
The cold seems endless
T
he darkness black as coal

Yet a spark of something
Shines bright through the night
C
ould it be the dawning
Of approaching light?

F
or it’s always coldest
In the hours before dawn
Darkness is its deepest,
Facing fears we’ve drawn

How can loneliness dwell
With loved ones nearby?
Why the tiny doubts
Filling me with their cries?


So I turn my face away
Forget the winter’s chill
Celebrate Sun’s return
A
s my spirit thrills


Yulegedicht door Elspeth Sapphire








Speciaal voor Yule

Winterboompje uit berkentakken

Neem een emmer uit ijzer, zink of hout en vul die met zand en een flink stuk oasis. Steek de berkentakken erin en bedek de bodem met een lap mos. Bind de takken aan de bovenkant samen met een gouden koord. Versier het boompje nu met sinaasappeltjes met kruidnagels erin gestoken, gedroogde sinaasappelschijfjes, bosjes samengebonden kaneelstokjes, hulst en lichtjes. Hang er niet te veel in. Je kunt dit boompje ook gebruiken in plaats van een Yuleboom.



Yuleversiering

Teken op een stuk glas (afval van glashandel) maansymbolen en sterren. Snijd de omtrek uit met een glassnijder en maak er een gaatje in met een glasboor. Verf de ornamenten met glasverf: de manen geel of wit en de sterren rood en groen. De randen kun je nog nalopen met speciale reliëfverf, in verschillende kleuren verkrijgbaar. Laat de verf goed drogen en hang de ornamenten met een goudkleurig of zilverkleurig lint in de Yuleboom.