


|
Dertiendag, 6 januari, Wodan (Odin) stopt zijn Wilde Jacht of zijn Wilde Heir en neemt terug plaats op zijn troon als oppergod. Dertiendag(h), soms Dertiennacht, staat in de Lage Landen (Benelux) bekend als afsluiter van de Joeltijd. Waar de Joeltijd twaalf gewijde nachten (Weihnachten) kent, volgde de dertiende dag als afsluiter op de Midwintertijd. Dertiendag wordt nog steeds gevierd, maar staat nu bekend als Driekoningen. Het vieren van Dertiendag viel niet steeds op dezelfde datum in tegenstelling tot Driekoningen. Daar Joel ook niet steeds op dezelfde dag viel, en dan nog naargelang van streek tot streek gevierd werd, is historisch gezien er ook geen vaste datum voorbehouden! Kerstdag staat vast op 25 december, dus ook Driekoningen, op 6 januari. Wij kennen "de Wilde Jacht" of "de Wilde Heir".
Driekoningen (Epifanie)?
De naamgeving gaat natuurlijk terug op de drie oosterse koningen op
bezoek bij kindeke Jezus aan zijn kribbe. Een zeer goede opmerking
van J. Rasch in zijn boek “Onze Seizoensfeesten” is dat er nergens
in het evangelie gesproken wordt van koningen! Drie magiërs ja,
meestal dan nog slecht vertaalt als ‘wijzen’! De drie koningen
waarvan sprake is zou ook Heidens zijn! De drie koningen die komen
na het afsluiten van het Midwinterfeest zijn de drie nieuwe
jaargetijden! Strak afgebakende jaargetijden kenden de Germanen
niet, dus is het logisch dat
Koning Lente,
Koning Zomer en
Koning
Herfst komen aangetreden na
Koning Winter! Wel moet erbij gezegd
worden dat er op de oudste afbeeldingen van de drie koningen niet
altijd sprake was van drie! Twee of vier waren niet uitgesloten! En
dan nog afgebeeld als (Perzische) sterrenwichelaars of magiërs.
Het
oorspronkelijke Joelfeest (Yule) of Midwinterfeest duurt in West Europa van
24 december tot en met 6 januari. Dit zijn de dagen na de kortste
dag, waarbij het in de ochtend nog later licht wordt, maar in de
avond de dagen weer beginnen te lengen.
Graankorrels,
noten en de bonen zijn de behuizing van de levenskracht (het heil).
Op de kortste dag heeft de levensgeest daarin zijn intrek genomen,
om wat later te ontkiemen zodat het leven zich openbaart. Op 6
januari de dertiende dag wordt dit ontkiemen gevierd. Tot die dag
mag je geen bonen eten, want die zijn dan, net als alle zaden,
heilig in de heilige tijd van afwachting gedurende de
12 heilige
nachten. Op 3 koningen bakt men dan een brood, waarin een boon
gebakken is. Degene die de boon treft is de koning van het feest
(het heilig boontje). Daarmee worden de heilige nachten beëindigd!
Kinderen lopen de avond voor Driekoningen in groepjes van drie verkleed met een kroon langs de deuren; een van hen heeft een zwart gemaakt gezicht. Ze dragen daarbij een staak met een glanzende (draaiende) ster en lampionnen en zingen de volgende woorden:
Als beloning voor het zingen krijgen ze dan geld. De lampionnen zijn een overblijfsel van een oude heidense gewoonte, waarin men fakkels droeg om boze geesten te verjagen. Het snoepgoed dat werd uitgedeeld, stamt van heidense offermalen. De boon in de koek en het kaarsjespringen zijn ook afgeleid van heidense gebruiken. De Germanen mochten in de twaalf nachten van de nieuwjaarsfeesten geen peulvruchten (hun hoofdvoedsel) eten en de 'heilige boon' betekende het einde van die vasten. In huis werd Dertiendag met eten, drank en gezang gevierd. Bekend is het Koningsbrood of koningentaart die men bakt, daarin wordt een bruine boon of muntstuk verstopt en degene die hem vindt is die dag "koning(in)". Degene die de koning(in) wordt, is dan voor één dag baas in huis.
Het gebruik om op Driekoningen een brood, taart of ander gebak te eten zou een restant zijn van het Germaanse offermaal tijdens de Joeltijd! Daar men geen wiel mocht laten draaien in deze tijd werd het brood dan ook voordien gebakken. Op Driekoningen at men het laatste stuk ‘oud’ brood. Een hele gebeurtenis! Het vinden van de beruchte boon in het gebak zou de vinder tot koning van die dag maken met rechten maar ook plichten, ongeacht de stand waartoe men behoorde! Op deze dag at het gehele gezin, alsook al het personeel aan dezelfde tafel, aan dezelfde dis. Overschot van de Joelkoeken (offermaal) werd vervolgens gevoerd aan het vee. * Een paar bekende oude spreuken rondom Dertiendag zijn:
Vrouw Holle, Holda of Hulda is één van vele demonische vrouwelijke wezens uit het volksgeloof, die vanuit hun oorsprong met de onderwereld in contact staan. De aard van dit type wezens varieert van behulpzaam en aangenaam tot bestraffend en zelfs nodeloos hard.
Holda wordt
"De Witte Dame", maar ook "De Zwarte Grootmoeder" genoemd, dit heeft
overeenkomsten met het sprookje over Vrouw Holle. Ze is een
doodsgodin.
Vrouw Holle
woont in een berg, de
Hohe Meißner (tussen
Kassel en
Eschwege), de
Hörselberge bij
Eisenach (in het bijzonder
Hörselberg) en ook
Hollerich (het rijk van Holle)
worden genoemd als woonplaats. * Alleen de eerste strofe van het lied wat daarbij gezongen werd is nog bekend;
Jonge meisjes
namen vroeger een bad in de
Frau-Holle-Teich op de Hohe Meißner
om vruchtbaar te worden. Het water uit deze vijver zou
geneeskrachtig zijn. Volgens de overlevering is de vijver bodemloos.
Opgravingen rond de vijver duiden ook op een mogelijke
offerplaats, er zijn
vuurstenen uit de
Steentijd gevonden.
|