Epona, de Keltische paardgodin, werd ook vereerd door de Romeinse soldaten.
Gallische vruchtbaarheidsgodin. Haar feestdag is op 18 december.
Zij werd vereerd tot in Noord Spanje (Baskenland - Cantabria - Asturias - Galicia).

Bij cavaleriekazernes werd ze afgebeeld als een vrouw in een wapperende mantel op een
snelle ros. Op 18 december werd in Rome zelfs haar feestdag gevierd.
Oorspronkelijk vereerden de Kelten haar vrijwel zeker als merrie.

Het grote witte paard in de kalkstenen vallei van Uffington is een voorstelling van haar.
Dat ze vaak een veulen bij zich had, geeft aan dat ze ook een vruchtbaarheidsgodin
was. In de Welshe mythe van Pwyll wordt een verband gelegd tussen Epona en Pwyll's
vrouw Rhiannon, die bezoekers naar Pwyll's paleis moet dragen.


Rhiannon & Pwyll

Haar naam komt voor in Romeinse inscripties. In Wales werd Epona Rhiannon; in Ierland werd ze Macha of Etain genoemd. Ze kan worden gelijkgesteld aan de Grieks/Kretenzische Leukippe (Leuca = wit, hippos = paard). Zij werd 'Witte merrie' ('White mare') genoemd, hoewel ze tegenwoordig bekend staat als 'Wit Paard', naar aanleiding van de reusachtige krijtafbeelding van haar op de heuvel van Uffington.
Deze is misschien gemaakt door de Belgen, die haar vereerden. Ze werd vaak afgebeeld rijdend op een paard, maar ook met naast haar een kind of veulen.
't Is mogelijk dat de middeleeuwse legende van Lady Godiva op haar is terug te voeren.

Epona werd vooral vereerd in het oosten van Gallië en aan het grensgebied met de
Germanen. Maar ze werd ook vereerd in Groot-Brittannië, Dalmatië (Kroatië), Noord-Afrika en in Rome, waar ze als enige Keltische godin een eigen feestdag had.
In Hagondange in Duitsland werd ze voorgesteld als drievoudige godin, op dezelfde manier als de Matres werden afgebeeld. Een heiligdom in Entrans (Nièvre) in Bourgondië was aan haar gewijd.
Ze werd in verschillende gebieden om andere aspecten vereerd. Soms was ze bewaakster
van de doden, elders was ze genezeres of krijgsgodin. Ze werd waarschijnlijk lang voor de
Romeinen Gallië en Brittanië binnenvielen vereerd als aardgodin of aardmoeder.
In Ierland huwde de koning ritueel met de aarde; in de twaalfde eeuw nog bestond een
verslag waarin de koning op zijn kroningsdag trouwde met een witte merrie.
Soms werd ze als drievoudige godin vereerd, de Drie Epona's genaamd.

 

De hoorn des overvloeds, waarmee ze vaak wordt afgebeeld, was misschien een toevoeging van de Romeinen. Epona zit meestal zijlings, in Amazonezit, op haar paard, maar niet altijd. Ook werd ze soms vergezeld door een hond, of droeg ze soms een mappa, een doek waarmee het startsignaal van paardenrennen werd aangegeven.
Haar naam stamt van het Gallische 'epo' (paard), dat van hetzelfde Indo-Europese woord afstamt als het Latijnse Equus. Het paard had betekenis in verband met macht en vruchtbaarheid en met het heilig koningschap.
Epona was de meest geliefde Keltische godin bij de Romeinse cavalerie; ze was de enige
die in de stad Rome werd vereerd met een feest.
Uit Romeinse bronnen is bekend dat zich in stallen voor Epona gewoonlijk altaren
bevonden. In het oosten van Frankrijk bestond een belangrijke cultus die met Epona in
verband wordt gebracht. In de Romeinse tijd werd Epona naar Groot-Brittanië gebracht.
Hier bestond al eerder paardenverering waarin Rhiannon en Macha een rol speelden.
Inscripties voor Epona zijn tot in Joegoslavië en Roemenië gevonden.
Ook in Spanje zijn een aantal inscripties en beelden gevonden en daar is ze nog gekend.


Epona


Arawn was de heerser over de Welsche andere wereld “Annwn”, een vredig en
paradijselijk oord.
Pwyll een vorst uit Dyfed, raakte met hem bevriend en mocht in Annwn enige macht
uitoefenen. De twee vorsten ontmoetten elkaar bij toeval. Pwyll stuitte tijdens de jacht op
een vreemd roedel honden dat een hert achtervolgde. Hij verdreef ze en stuurde zijn eigen honden op het hert af, maar toen verscheen een in 't grijs gehulde figuur die Pwyll zijn gedrag verweet, het was Arawn. Om vrienden met hem te worden, kwam Pwyll met Arawn overeen een jaar van gedaante te ruilen. Pwyll zou dan tevens Arawns vijand Hafgan doden. Pwyll mocht het bed met Arawns vrouw delen maar haar niet beminnen.
Arawn waarschuwde Pwyll nog Hafgan met een klap te doden, want bij een tweede klap
zou hij meteen weer tot leven komen. In het gevecht gaf Pwyll Hafgan een dodelijke slag maar weigerde hem de genadeslag waar hij om smeekte. Arawn en Pwyll raakten nauw bevriend en Dyfed kende grote voorspoed.
Arawn, de koning van Annwn schreed ook door zijn toverbos met zijn vliegende hellehonden die ondermeer zielen naar de andere wereld begeleidden.
Ze waren wit met rode oren, wat aangaf dat ze uit de andere wereld stamden.


Arawn

Annwn was een paradijselijke, Welsche, bovenzinnelijke wereld.
In Annwn bevond zich een bron met zoete wijn en een ketel van wedergeboorte, die mogelijk ten grondslag lag aan de middeleeuwse Graal mythe. Volgens een Welsche traditie verloor Arthur vele krijgers bij een poging deze ketel te bemachtigen.
Heerser over Annwn was de in grijs gehulde Arawn, de Dyfed-vorst Pwyll en hij ruilden een jaar lang met elkaar van gedaante en positie. Arawn bezat een roedel hellehonden die 's nachts op menselijke zielen joegen. Annwn was een paradijselijke oord waar de vogels prachtig zongen.
De toverketel van Annwn genas zieken en wekte doden tot leven.
Toverketels kwamen onder meer voor in de verhalen van Bran en Dagda.










Op een dag zat Pwyll aan een magische heuvelhelling in de buurt van zijn kasteel, toen hij een wonderbaarlijk tafereel aanschouwde.
Voor hem verscheen een beeldschone vrouw, in een glanzende gouden mantel gehuld en gezeten op een groot wit paard. Ze scheen rustig en langzaam op hem toe te rijden, maar net buiten zijn bereik. Hij stuurde dadelijk een van zijn mannen te voet achter haar aan, maar de vrouw verdween.
De volgende dag ging Pwyll weer op de heuvel zitten, en daar verscheen ze opnieuw.
Hij stuurde de snelste ruiter uit zijn koninkrijk op haar af. Maar hoe snel hij ook reed, zij reed steeds sneller, en reed hij langzaam, dan ging zij ook trager rijden, maar altijd net buiten zijn bereik.
De derde dag probeerde Pwyll zelf haar in te halen, maar opnieuw liep, hoezeer hij zijn paard ook aanspoorde, dat van de geheimzinnige vrouw nog harder.
In zijn wanhoop riep Pwyll haar toe om toch alsjeblieft te blijven staan.
Ze trok onmiddellijk de teugels aan om haar paard tot staan te brengen en zei tegen Pwyll:
"Je hoefde het alleen maar te vragen".
Ze stelde zich voor als Rhiannon, dochter van Hefaidd de Oude. Ze zei dat ze verloofd was met een man van wie ze niet hield en dat ze naar de betoverde heuvel was gereden om Pwyll tot haar man te kiezen. Pwyll stemde graag met deze regeling in, want Rhiannon was de mooiste vrouw die hij ooit had gezien.
Zij beloofden elkaar, een jaar en een dag later, in het kasteel van haar vader te ontmoeten.



Pwyll arriveerde op de afgesproken tijd en werd met een groots feestmaal ontvangen.
Tijdens het banket kwam een bedelaar binnen die Pwyll vroeg hem een wens toe te staan.
Pwyll was zo dom te antwoorden dat hij hem elke wens zou toestaan die hij vervullen kon.
Daarop wierp de bedelaar zijn vermomming af en maakte zich bekend als Rhiannons ongewenste huwelijkskandidaat.
“Ik ben Gwawl, zoon van Clud, en ik eis Rhiannon als mijn bruid”, schreeuwde hij".

Rhiannon stond verbijsterd over Pwylls naïviteit.
"Nu moet je jouw belofte vervullen", zei ze, "of je verliest je gezicht".
Pwyll weigerde, maar Rhiannon hield aan, waarbij ze Pwyll verzekerde dat ze nooit zover zou gaan om met Gwawl te trouwen, dus stond Pwyll de "bedelaar" zijn wens toe.

Een jaar later zaten Rhiannon en Gwawl samen aan een feestmaaltijd, maar Pwyll wachtte in het geheim buiten het kasteel met zijn mannen, in navolging van Rhiannons instructies.
Midden onder de maaltijd kwam Pwyll in vermomming binnen, zoals Gwawl daarvoor had gedaan, en vroeg Gwawl om een gunst.
Hij had een leren buidel bij zich die Rhiannon hem had gegeven, met aanwijzingen hoe hij het ding moest gebruiken.
Pwyll vroeg Gwawl de toverbuidel te vullen met voedsel, en Gwawl wilde hem deze redelijke wens wel toestaan. Maar hoe meer hij in de buidel stopte, hoe meer ruimte er in leek te zijn.
Pwyll zei dat de buidel nooit vol zou geraken tenzij een man met een koninklijk voorkomen in de buidel stapte om het voedsel erin te stampen.
Aangemoedigd door Rhiannon stapte Gwawl in de buidel en viel erin, waarna Pwyll er pas in toestemde hem eruit te laten, nadat Gwawl van alle aanspraken op Rhiannon had afgezien en had
beloofd geen wraak te zullen nemen.
Pwyll en Rhiannon trouwden en leefden drie jaar heel gelukkig, afgezien van het feit dat Rhiannon maar niet zwanger wilde worden en Pwylls landgenoten hem onder druk zetten voor een troonopvolger.

Gelukkig schonk Rhiannon een jaar later het leven aan een zoon.
In de nacht van zijn geboorte vielen de zes vroedvrouwen , die geacht werden voor Rhiannon en haar baby te zorgen, in slaap. Toen ze wakker werden was het kind verdwenen.
Voor hun leven vrezend, besloten de vrouwen Rhiannon ervan te beschuldigen dat ze haar eigen kind had opgegeten. Voordat het licht werd doodden ze een nest jonge hondjes en smeerden Rhiannon in met het bloed.
Toen ze wakker werd ontkende Rhiannon in tranen en dodelijk ongerust over haar zoontje de beschuldigingen van de vroedvrouwen. Maar de vrouwen hielden vol dat ze haar kind levend hadden zien verslinden. Rhiannon was verloren en werd veroordeeld om bij de Poort van de Grote Burcht te gaan staan, onder een juk, zoals een paard. Iedere keer dat iemand naar binnen wilde moest ze deze haar geschiedenis vertellen en daarna op haar rug het gebouw in dragen.

De nacht waarop Rhiannon haar zoontje werd ontvoerd, vond een man, die Tiernon heette, toen hij naar zijn stal terugkeerde na achter een paardendief aan te zijn geweest daar tot zijn verbijstering een in satijnen dekentjes gewikkelde baby, in Pwylls koninkrijk.
Hij en zijn vrouw besloten het kleintje als hun eigen kind groot te brengen. Het jongetje groeide ongewoon snel, en al gauw merkten ze de gelijkenis met Pwyll en zijn grote liefde voor paarden op. Tiernon herinnerde zich ook dat op dezelfde nacht dat hij de baby had gevonden Rhiannons geliefde zoontje was weggehaald.
Zijn vergissing beseffend, bracht Tiernon de jongen naar de Grote Burcht om zijn verhaal te doen. Hij weigerde zich op Rhiannons rug naar binnen te laten dragen en liep de Burcht binnen om Pwyll te vertellen wat er naar zijn idee was gebeurd.
Alle aanwijzingen waren het erover eens dat dit inderdaad Rhiannons verloren zoontje was. Rhiannon werd van haar straf ontslagen en kreeg haar zoontje terug. Ze omhelsden elkaar inning en zoete vreugdetranen schreiend zei Rhiannon: “Nu is eindelijk mijn ellende voorbij”.







Rhiannon is een dochter van Hereydd en de vrouw van Pwyll, een vorst uit Dyfed.
Ze beleefde veel ellende doordat ze Gwawl, de man aan wie ze als echtgenote was beloofd, afwees. Zijn vader vervloekte daarom Pwylls huis. Door deze vloek bleef Rhiannon zeven jaar lang onvruchtbaar en werd ze, na de geboorte van haar zoon, er vals van beschuldigd hem te hebben opgegeten. Zelfs nadat deze jongen, Pryderi (zorg) was teruggekeerd en opgegroeid, bleef de vloek haar kwellen... .
Op een gegeven moment werden Pryderi en zij in ezels veranderd. Ze bezat evenwel ook toverkracht: haar vogels konden met hun gezang doden opwekken en levenden doen inslapen.
Het geduld waarmee zij leed en onrecht verdroeg maakt haar een opmerkelijke personage van de Welshe mythologie. Waarschijnlijk hield haar ware aard oorspronkelijk verband met paarden.
Toen Pwyll haar voor het eerst zag bereed ze een groot, schitterende schimmel gehuld in een gewaad van met gouddraad geborduurde zijde. Ook belandde haar ontvoerde zoontje in een stal en moest ze voor straf als "rijdier" voor de bezoekers van haar man dienen.