Het wiel gaat weer draaien:

Een algemeen voorkomend joelgebruik is alles wat bewegen en met name draaien kan eerst enkele uren of dagen bewegingloos stil te houden en daarna weer in beweging te zetten. In streken waar Holda of Perchta met Midwinter werd geacht rond te gaan mocht van Midwinter tot na Nieuwjaar niet gesponnen worden, anders zou de Godin voor straf je buik openrijten. Waar de Luciadag werd gevierd was het vaak verboden vanaf deze dag tot de kerst te spinnen. Vaak waren allerlei werkzaamheden in de Joeltijd tot na Nieuwjaar verboden. Er mocht niet op het land worden gewerkt, het huis mocht niet worden geveegd. Er mocht niet op wagens worden gereden want de draaiende wielen zouden een bespotting van de stilstaande zon betekenen.
Vaak mocht in de joeltijd niet gebakken worden en moesten het kerstbrood en kerstgebak reeds op Thomasavond, (20 december), gebakken worden.

Soms werd het wiel na de Thomasdag (Thomasluiden, Midwinterhoomblazen) weer in beweging gezet, soms na kerst, het oude Midwinter, en soms pas na Nieuwjaar of na Dertiendagh. Het afschieten van vuurwerk tijdens de nieuwjaarsviering is eenzelfde poging de sluimerende natuurkrachten weer op te wekken. In Europa is vuurwerk vanaf de dertiende eeuw bekend, maar pas in de twintigste eeuw werd het algemeen gebruikt met Nieuwjaar. Voordien werden vooral ratels, trommels en geweren gebruikt om zoveel mogelijk herrie te produceren. Ook was het de gewoonte in de nieuwjaarsnacht van alles te verplaatsen, liefst zware voorwerpen of voertuigen die met man en macht werden versleept naar een dak of heuveltop.
In bepaalde streken, met name Texel, is het slepen in de nieuwjaarsnacht tot de Tweede Wereldoorlog algemeen gangbaar geweest.

Het gebruik elkaar gelukkig Nieuwjaar te wensen berust op het volksgeloof dat een begin bepalend is voor het verdere verloop. In Engeland, Schotland en het eiland Man bestond het gebruik van First Foot, wat inhield dat de eerste die het huis betrad in het nieuwe jaar het wel en wee van het hele jaar beïnvloedde. Als deze persoon een geschenk meebracht of bepaalde rituele handelingen verrichtte zou dat een goed jaar beloven.


De Wilde Jacht:

De Wilde Jacht is te beschrijven als de verschijning van de teruggekeerde doden in het begin van de winter. Ook in de Joeltijd werd het Wilde Heer vaak waargenomen. In Duitsland was het beurtelings Wodan of Frau Holle die de hemelse bende aanvoerde; in Zuid-Duitsland en Oostenrijk was het vooral Perchta, Frau Berchta of Königin Bertha die deze taak op zich nam. In de Slavische landen werd ze Parychta genoemd. Zowel Perchta als Holda is te beschouwen als een verschijningsvorm van de Germaanse Moedergodin die alles wat leeft beschermt en behoedt.


Wodan, Frau Holle & Perchta.

Ze schenkt ook het leven. In volksverhalen werd gezegd dat kinderen uit het deeg of uit de put van Holda komen. Tegelijk is Holda de Godin die de overledenen begeleidt naar de onderwereld. Haar naam is afgeleid van huid, wat zowel helen als verhullen aangeeft. Ze is Moeder Aarde die de levenden beschermt en de doden toedekt. De hel is de beschutting die Moeder Aarde ons biedt. Perchta is vermoedelijk een vorm van de Godin die door de Germanen in de berk gestalte werd gegeven. De berk werd door de Germanen en Kelten verbonden met een reiniging in of na de joeltijd. Het oude wordt vernietigd om het nieuwe een kans te geven. Dit is precies wat de Wilde Jacht doet. In de joeltijd werd het oude op alle mogelijke manieren afgebroken.
De sociale orde werd op haar kop gezet. In Engeland werd in de Middeleeuwen een Lord of Misrule gekozen die vaak tot het eind van de joeltijd de scepter zwaaide en alle autoriteiten tartte door overal aan te tornen, net als de Wilde Jacht alles overhoop haalde.


Holda.

Binnen het christendom werd vooral het afbrekende aspect van de Wilde Jacht benadrukt. Holda werd voorgesteld als de koningin van de hel, met demonen en ongedoopte stervelingen in haar gevolg. Perchta werd tot een afzichtelijk monster dat je buik open klauwt als je vergeet je te laten zegenen met wijwater. Toch lijkt het gewone volk zich weinig van deze gruwelverhalen aangetrokken te hebben. In volksgebruiken tijdens de joeltijd spelen de Perchten in Tirol en Oostenrijk een grote rol. De tafel werd voor ze gedekt en tijdens optochten en omgangen waren er vaak als Perchten verklede wezens die lekkernijen rondstrooiden.


De strijd tussen winter en zomer:

Veel jaarfeestgebruiken geven de strijd tussen winter en zomer weer.
Vaak wordt de winter vertegenwoordigd door een stropop die in het voorjaar wordt verbrand of in het water gegooid. Ook wel beeldt een met stro omwonden man de winter uit. Een met groene twijgen omwonden jongeman daagt hem dan uit en verslaat hem.
In Engeland was er in de Joeltijd steevast een mummers' play (toneelstukje of optocht met gemaskerde acteurs) waarbij zomer en winter met elkaar vochten. Vooral het verslaan van Koning Winter is door de eeuwen heen populair gebleven; begrijpelijk in een samenleving die voor haar bestaan afhankelijk was van de nieuwe oogst die de komende zomer zou brengen.


Een van de manieren om de strijd tussen zomer en winter uit te beelden was door de Eikkoning met de Hulstkoning te confronteren. Vooral in Engeland was dit gebruikelijk, maar ook elders in Europa zijn hier wel sporen van gevonden.
De Eikkoning vertegenwoordigt de groeikracht van de natuur. Hij heerst van Midwinter tot Midzomer.
De Hulstkoning symboliseert de afbrekende kracht die ervoor zorgt dat de natuur weer terugkeert tot een periode van winterse rust.
In ons ritueel voor het Midzomerfeest spelen de Eik- en Hulstkoning een grote rol, maar ook in het midwinterritueel zijn ze, zij het minder lijfelijk, aanwezig.

Hedendaagse gebruiken:

Van het gebruik van dennenbomen bij de viering van kerst is voor het eerst geschreven bewijs rond 1600 en wel in de Elzas. Van daaruit heeft het gebruik zich verspreid. Wat de oorsprong ervan betreft is weinig met zekerheid vast te stellen, wel is bekend dat bomen in het algemeen bij veel feesten een vast attribuut vormden.

Kaarsen werden al gebruikt bij het oude winterfeest in Scandinavië, het Julfeest en bij de Dodenfeesten in het midden van de winter bij de Germanen. De lichtjes moesten de overleden familieleden de weg wijzen naar huis, waar zij een feestmaal kregen aangeboden.
Tevens golden ze als afweer tegen boze geesten.

De Kerstman herinnert sterk aan Sinterklaas, wat betreft zijn naam "Santa Claus", maar ook wat betreft zijn vrijgevigheid. Steeds meer mensen verschuiven het geven van cadeaus naar Kerstmis toe. Het beeld van Santa Claus, de Kerstman zoals we dat nu kennen is rond de 30er jaren van de 20e eeuw voor 100% bedacht door reclameschrijvers van de Company.
De oorspronkelijke Kerstman droeg echter geen rood - witte kleding, maar droeg bruin - groene kleding en werd ontworpen door de Zwee
dse illustrator Haddon Sundblom, omstreeks "1931".
De reclame ontwerpers hebben tenslotte de kleuren rood - wit gekozen voor zijn eerste grote publiekelijke verschijning, waardoor het ontwerp van de bruin - groene kleur zo goed als onbekend of ongeweten gebleven is. (Gebrek aan succes).
Reeds voordie
n werd de Kerstman gebruikt voor de verkoop van mineraalwater (1915) en door White Rock Beverages, voor de ver
koop van Ginger Ale (1923).
Daarvoor nog, in 1822, schreef een Nederlandse kolonist (New York) een gedicht over Sint Nicolaas, wat in feite de oorspong werd van de huidige "Kerstman".
De Kerstman werd afgeleid van Sinterklaas (Saint Nicolas) die, op zijn beurt, weer werd afgekeken van Wodan en "De Wilde Jacht", waaronder ook het Julfeest viel.
Meer hierover kun je lezen onder "Yule" en in de "Planetaire Magie" ("Varia").
Kijk daarvoor, onder "Planetaire Magie", naar de Planeet "Jupiter".

          


Zo zagen een paar van de eerste originele ontwerpen van de Kerstman eruit.

Een, nog steeds, wijdverbreid gebruik met Kerstmis is het rondsturen van kerst- en nieuwjaarskaarten aan goede kennissen, vrienden en familie.
(Al gebeurd dit reeds "spijtig genoeg" gestadig meer via internet "e-mail"
@ )...
Zo is er weer een mooie, leuke en attentievolle traditie aan het verdwijnen... .