Het Yulealtaar is als een lucide droom in de Elfenwereld. Te midden van de glanzende groene bladeren en vuurrode bessen van hult en klimop verspreiden zilveren kristallen en gouden kaarsvlammetjes een zachte schittering die wonderlijk sterk en stralend wordt. Kijkend naar de vlammen en bescheiden sliertjes onaardse rook staat men verbaasd over de transformatie die vuur tot stand kan brengen.
Zet bij de inrichting van het Yulealtaar naast de vaste zwarte en witte kaars ook een rode, een groene, een zilveren en een gouden. Dit zijn de kleurnuances van de winterzonnewende, ter symbolisering van respectievelijk vuur, flora, de zon en de maan. Drapeer een rode doek over het altaar en versier het met dennenappels, takken van groenblijvers en mistletoe. Voor het volgende ritueel heb je ook een peyton nodig, houtskool, een wierookvat, winterzonnewendewierook, Yuleolie (zie brouwsels voor beide recepten), een gouden ring, een kelk met bronwater en een athame.
We brengen ook twee Yulehoutblokken mee, één van het vorige en één voor het komende jaar.









(Uit de Cabottraditie):
Met Yule draagt de hogepriesteres een klassiek gewaad in rood, groen of zwart. Ons gewaad voor de winterzonnewende is van rood fluweel, afgezet met donker jagersgroen met gouden belletjes langs de manchetten. Een enorm lange kap met een gouden belletje aan de punt hangt op de rug. Binnen de magische cirkel benoemen wij de Hulstkoning, die een rode cape draagt en een kroon van halfom eikenbladeren en hulst. We benoemen ook een Sneeuwkoningin, die een witte cape draagt en een glinsterende kroon en een Vadertje Winter, die een lange witte baard heeft, en gehuld is in een met rood afgezet gewaad en een kroon van hulstbessen op het hoofd draagt. Dit zijn zeer eervolle functies.
We proberen jonge mensen of stellen uit de heksenkring te kiezen die houden van kinderen en van de magie en de warmte van Yule.











In de winter doen we over het algemeen de meeste dingen binnen. Voor het winterzonnewenderitueel stel ik je voor een plek op te zoeken waar je wat kunt wandelen of van de natuur buiten kunt genieten, misschien een rotsig strand of zelfs een park of tuin. Probeer allerlei vogels, dieren en bomen te ontdekken en kijk wat ze je voor boodschap brengen. Luister naar de muziek in de wind. In een ons door de Ouden doorgegeven verhaal spreekt Herne, de Bok van Zeven Geweitakken en God van het Bos, over het horen keffen van een vos.
Volgens het verhaal brengt het geluk om op een winternacht een vos tegen te komen, maar minder om er ettelijke tegen te komen. Ondanks het koude weer en het ‘binnenblijfweer’ in de winter is het belangrijk dat je toch even, al is het maar voor een kort oponthoud, naar buiten gaat om in contact te blijven met je natuurlijke omgeving en tot je te laten doordringen welke opmerkelijke veranderingen voor de deur staan.
De winterzonnewenderite beoogt een eenvoudig doel, namelijk om ervoor te zorgen dat het schijnsel van de zon terug aan kracht zal winnen en ons licht en warmte blijft brengen. Bij de riten kun je een koordje voorzien voor het zingen van Yuleliederen en zie dat je voldoende Sabbatkoeken en wijn hebt om uit te delen aan allen die de rite bijwonen. We weten dat het altijd lukt het wiel verder te draaien en dat de koude nachten voor langere zomerdagen zullen wijken.
Dit is een tijd voor grote vreugde, vrede en menselijke warmte en hartelijkheid hier op aarde.




De hogepriesteres werpt de cirkel. Ze laadt de gouden, zilveren, rode, groene, zwarte en witte kaars.

Hogepriesteres:

Het zaad in de Grote Moeder begint te groeien en te groeien.

De Hogepriesteres steekt alle kaarsen rondom aan, terwijl ze die met Yuleolie zalft, en zegt:

Deze kaarsen zullen alle overvloed en evenwicht van het universum naar de aarde halen.

Daarna gaat ze naar het altaar en steekt daar vervolgens de kaarsen aan:

Ze steekt de witte kaars aan en zegt:

Deze kaars zal het licht van de God over de wereld uitsturen en overvloed, evenwicht en vrede brengen.

Ze steekt de gouden kaars aan en zegt:

Deze kaars zal het licht van de zon brengen.

Ze steekt de zilveren kaars aan en zegt:

Deze kaars zal het licht van de maan in deze gewijde ruimte brengen. Heer en Vrouwe, vernieuw Uw licht.

Ze steekt houtskool aan en legt er winterzonnewendewierook op en luidt dan een elfenbelletje naar de vier windrichtingen: noorden, zuiden, oosten en westen.

Ze zet het belletje neer, pakt met haar linkerhand de peyton en wijst daarmee naar het noorden met de woorden:

Ik roep in mijn cirkel het element op van de Aarde, de zilveren wolf.

Ze wijst naar het oosten en zegt:

Ik roep het element op van het Vuur, de rode vos.

Ze wijst naar het zuiden en zegt:

Ik roep het element op van de Lucht, de grote uil.

Ze wijst naar het westen en zegt:

Ik roep het element op van het Water, de wijze zalm.

Ze legt de peyton weer op het altaar terug.

Ze zet de gouden kaars en kandelaar in een kookpot.

De gouden ring wordt door de hogepriester van het altaar genomen en aan de vinger van de hogepriesters geschoven.

Allen zingen:

Draai vrolijk rond,
draai vrolijk rond op de maat,
kom mee,
dans met ons mee in de kring.
Kom mee,
zing mee met ons lied,
breng terug het licht,
het licht zonder einde,
door de duistere nacht,
die boodschap willen we zenden,
met al onze macht,
breng terug het licht.

Breng terug het licht
in onze harten die opengaan,
in de zonnewendenacht,
roepen wij hem aan,
de Heer des levens,
breng terug het licht,
het licht.

Koor:

Koningin der sterren,
Koningin der Maan,
Koningin der Hoorns
en Koningin van ‘t vuur,
Heer des levens, zaad van het licht,
vlam die warmt de koudste nacht,
Koningin der sterren,
Koningin der Maan,
Koningin der Hoorns
en Koningin van ‘t Vuur,
hoor de runen van de heks,
doe onze wil naar onze wens,
Heer des levens, zaad van het licht,
vlam die warmt de koudste nacht,
breng ons het wassend licht,
wees bij ons deez’ zonnewendenacht.

Breng terug het licht,
‘t licht komt omlaag,
naar de aarde vannacht
licht zonder einde,
naar de aarde vannacht,
breng terug het licht.

Draai vrolijk rond, vrolijk rond op de maat.
Aarde, Water, Vuur en Lucht,
maak dit jaar een zegen zonder kwaad.
Het licht, het licht, het licht, het licht, het licht.

Dan zingen allen:

De gouden ring is de ring van de zon,
zonder einde en nooit verbroken.
De Eikenkoning wijkt, de Hulstkoning komt,
zijn dood en geboorte draaien om en om.
De gouden ring is de ring van de zon,
zonder einde en nooit verbroken.

Het hulstblad steekt en prikt,
de rode bes kleurt al zijn slapen;
nu is des Hulstkoning ’s einde.
Groen is het vuur, rood is de kou,
zwart om te wikkelen, wit te ontvouw’
de rode bes kleurt al zijn slapen,
nu is des Hulstkoning ’s einde.
Het hulstblad steekt en prikt,
dat is de macht van de gouden ring.

Allen scanderen:

Moeder Aarde, Vader Zon, wij zijn één,
Vader Zon, Moeder Aarde, breng leven voort.
Koningin van sneeuw, Koningin van Aarde,
breng voort zaden van sterrenlicht,
wentel het wiel en vorm de ring,
de Zon keert terug en Hij is de Koning.
Moeder Aarde, Vader Zon, wij zijn één.

De hogepriesteres en de hogepriester heffen hun handen boven het hoofd en zeggen gezamenlijk:

Ons tehuis de aarde is getooid met groene hulst en sparrenhout.
Rood is de vlam van de haard en het vuur onder de pot.
De winter geraakt aan de vensters van ons paleis en het ijs sprankelt van het licht uit onze gewijde ruimte.
Wij brengen dank aan de Grote Godinnenkoningin en de Hulstkoning.
De God en Godin vernieuwen de cirkel van leven, hartstocht en liefde met de gezamenlijke essentie der schepping.
O! Heiligen, plant het zaad van het licht in de schoot van de Grote Moeder.

De hogepriester en de hogepriesteres dopen met ineengeslagen handen de vinger van de hogepriesteres met de gouden ring erom in de kelk bronwater en zeggen tezamen:

Vlam des levens die de wereld ontbrandt en verlicht en deze lange en koude Yule verwarmt.

Hogepriester:

Koningin des levens, wij danken U voor de jonggeboren Zon.

De priester en priesteres houden samen de kelk vast.
Elk neemt een teugje van het geladen water en daarna zetten ze de kelk op het altaar neer.
Beiden raken het nieuwe Yulehoutblok aan om het te laden voor het vuur van het komende jaar.

Ze heffen hun armen ten hemel en vragen hardop om grote overvloed en zegen voor zichzelf, hun familie, vrienden, heksenkring en dieren.

Dan neemt de hogepriesteres de peyton in haar rechterhand en wijst daarmee naar het noorden en zegt:

Ik laat nu vrij het element van de Aarde; ik breng eer aan de grote wolf.

Ze draait naar het westen en zegt:

Ik laat nu vrij het element van het Water; ik breng eer aan de wijze zalm.

Ze kijkt naar het zuiden:

Ik laat nu vrij het element van de Lucht; ik breng eer aan de grote uil.

Ze draait naar het oosten:

Ik laat nu vrij het element van het Vuur; ik breng eer aan de rode vos.

Dan worden de Sabbatkoeken en wijn ritueel geladen en onder de aanwezigen rondgedeeld.

De hogepriesteres ontbindt de kring en vrolijkheid heerst alom.
De priester en priesteres leggen het Yulehoutblok van het vorig jaar in de open haard.
Heb je geen open haard, vraag dan een vriend om het blok veilig ergens buiten te verbranden.